Reportage NK Droneracen

NK droneracen: ‘Net een videospel, maar er gaat écht iets stuk als je crasht’

Dit weekend vond het NK droneracen plaats in Diepenveen. De nieuwe sport professionaliseert, maar botst regelmatig met regelgeving, bedoeld om de stormachtige toename van drones in de hand te houden.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Venijnig gezoem vult de lucht zodra een viertal spinnetjes, voorzien van neonkleurige propellers, direct na het startsignaal opstijgen. Behendig zigzaggen ze tussen vlaggen en duiken ze onder bogen door; af en toe knalt er één tegen een obstakel en belandt in het gras. Soms veert hij weer op, vaak blijft hij knock-out liggen.

Het valt te zien bij een nieuw fenomeen: het Nederlands Kampioenschap droneracen. De eerste ronden in Diepenveen vonden zaterdag plaats, zondag volgt de kwalificatie voor het EK en het WK.

Wat begon als een activiteit van wat losse groepjes enthousiastelingen die elkaar spraken in WhatsAppgroepen en op internetfora, is nu een landelijk georganiseerde sport geworden. Met spelregels, die dit jaar werden vastgelegd.

Piloten

De deelnemende piloten zitten met zijn vieren naast elkaar op klapstoeltjes, vlak buiten het racecircuit, dat met netten is afgezet. Vingers aan de knoppen van hun afstandbediening, VR-bril op het hoofd. Via die bril kijken ze mee met de camera op de drone, waardoor de piloten als het ware in hun apparaat kruipen, terwijl ze hem met zo strak mogelijke bochten door het ingewikkelde parcours loodsen (zoals te zien op onderstaande beelden van deelnemer Niels Meerdink).

Doel is om drie zo snel mogelijke ronden achter elkaar te vliegen voor een plaats in de kwartfinales. Vanaf dan verandert de wedstrijd van een race tegen de klok in een afvalrace.

Op dit bochtige parcours kunnen snelheden van 100 kilometer per uur worden aangetikt, vertellen de racers. ‘Het is net een videospel, alleen kan er écht iets stuk als je crasht. Er is geen resetknop. Dat brengt extra spanning met zich mee’, duidt titelverdediger Niels Meerdink zijn liefde voor de sport. ‘Bij een finalerace vlieg je telkens weer met zwetende en trillende handjes.’

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Kinderschoenen

Dat de sport in de kinderschoenen staat, is niet vreemd als je bedenkt dat drones tien jaar geleden nog een rariteit waren. Nu kan iedereen naar de winkel stappen om even later zijn eigen vliegmachientje te laten opstijgen.

Al die rondvliegende apparaatjes leiden ook tot zenuwen. Bij de Inspectie Leefomgeving en Transport bijvoorbeeld, die in mei signaleerde dat ‘het risico op een botsing tussen recreatief gebruikte drones en de bemande luchtvaart toeneemt’. Zo kwamen in 2018 onder meer zeven meldingen binnen van bijna-botsingen met passagiersvliegtuigen en privévliegtuigen.

Niet voor niets zijn recreatieve drones in ruwweg de helft van Nederland verboden of beperkt toegestaan, zoals rond vliegvelden. In de andere helft gelden voorwaarden: zo dient de piloot altijd zijn drone in het zicht te houden. Laat dat nou onmogelijk zijn als je een VR-bril draagt, waardoor onofficiële dronewedstrijdjes en oefensessies in de buitenlucht in feite illegaal zijn.

Belemmering

Hoewel racers zich niet laten afschrikken – ze houden zich naar eigen zeggen aan strenge veiligheidseisen en zoeken plekken op waar ze niemand in de weg zitten – is het wel een belemmering voor de ontwikkeling van de sport, zegt Erik Borra. Hij is voorzitter van Platform Drone Racing Nederland, dat de sport sinds januari landelijk coördineert.

Buiten is namelijk slechts een beperkt aantal officiële wedstrijden per jaar mogelijk, omdat officiële ontheffingen nodig zijn die allesbehalve veelvuldig worden uitgedeeld. Binnen racen is ook een optie, maar weinig piloten hebben met regelmaat een grote hal tot hun beschikking.

Nieuwe Europese regels, die volgend jaar ingaan, verbeteren wat Borra betreft de situatie, aangezien racen met bril dan wél mag, mits een andere ‘spotter’ een oogje in het zeil houdt. Diezelfde regels werpen wel weer een nieuwe hindernis op: dronebezitters moeten vanaf dat moment elke drone laten registreren. De meeste racers hebben er meerdere, omdat ze regelmatig kapot gaan.

Bovendien komen er technische beperkingen waardoor de racedrones officieel tientallen kilometers per uur minder hard mogen dan ze nu gaan, aldus Borra. ‘De regels zijn niet toegespitst op races. Dat veranderen gaat moeizaam omdat we zo’n kleine tak van het dronegebruik vormen.’

De drones worden klaargelegd bij de startplaats. Beeld Marcel van den Bergh

Toernooien

Het neemt niet weg dat de sport steeds serieuzer wordt aangepakt, vertelt piloot Niels Meerdink. Ook in Nederland, waar sinds kort bijvoorbeeld toernooien worden gehouden die zich richten op beginners.

Internationaal zijn er steeds meer grote race-evenementen, inclusief prijzengeld. Zelf vliegt Meerdink eind deze maand naar Zuid-Korea voor zo’n toernooi, dat een totale prijzenpot heeft van 13 duizend dollar. ‘Met het prijzengeld van wedstrijden haal je je reis- en materiaalkosten eruit, veel meer moet je niet verwachten.’

Toch is het wel degelijk mogelijk om (deels) te leven van droneracen. Zo is Ralph Hogenbirk (bijnaam Shaggy), die tot de beste piloten van Nederland wordt gerekend, dit weekend afwezig in Diepenveen. Hij staat onder betaald contract bij de Drone Racing League, een dronerace-competitie en tv-programma in één:

Verbeterde filmtechnieken zijn essentieel voor de toekomst van de sport, denkt Erik Borra. Daar wordt al aan gewerkt: DJI, een van de grootste dronefabrikanten ter wereld, heeft sinds kort ook droneracing in het oog. Afgelopen juli kondigde het bedrijf de komst van filmapparatuur aan die tijdens de race high definition-beelden vanaf drones kan uitzenden, zodat de mediagenieke luchtcapriolen van de vliegmachientjes ook live tot hun recht komen. 

Dat, hoopt Borra, zal weer nieuwe sponsoren aantrekken – en wie weet, een rits nieuwe droneraceliefhebbers.

Beeld Marcel van den Bergh

Ook dit gebeurt momenteel in de wereld van drones

Nieuwe Europese regels en een registratieplicht voor consumenten moeten vanaf juli volgend jaar het vliegen met drones veiliger maken. ‘Je mag ook niet met elk schip zomaar het water op.’

De markt voor drones groeit vooral door de vraag naar anti-drones.

Vliegt een drone ons in de toekomst de stad door? ‘We hebben op de grond geen ruimte voor auto’s meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden