Niveau letterenstudies veel hoger dan vroeger

De visitatiecommissies wijzen op verbeterpunten bij studies die gemiddeld al van hoog niveau zijn.

Is iemand met een vervelend kuchje een terminale patiënt? Dat lijkt de conclusie die in het Volkskrantartikel 'Geen genadezesje voor letteren' verbonden wordt aan de NVAO-visitatie van de Nederlandse letterenstudies. Bij deze visitatie zijn tekortkomingen aan het licht gekomen, maar die zeggen verder weinig over de kwaliteit van de letterenstudies en hun diploma's. Ik kan het weten, want ik heb deze visitatieronde meegemaakt als hoogleraar bij een van de positief beoordeelde studies én als lid van een van de visitatiecommissies.


De NVAO beoordeelt elke bachelor- en masterstudie op drie criteria, die elk weer zijn onderverdeeld in een hele lijst van beoordelingspunten. Als een studie op één van die beoordelingspunten niet aan de eisen voldoet, geeft de commissie het signaal af dat het beter moet. Dat kan leiden tot een tijdelijk 'niet voldoende' voor dat onderdeel. De verlenging van de accreditatie wordt zolang opgehouden. De NVAO heeft de commissies gevraagd deze keer vooral te letten op procedurele aspecten van de studie, zoals de formulering van de eindtermen en de protocollen bij het nakijken van werkstukken. Belangrijk, maar niet echt de kern van een academische studie.


Bij verreweg de meeste opleidingen is de studie goed opgezet, veel beter dan dertig jaar geleden toen ik zelf studeerde. De docenten zijn bekwaam en betrokken. Het onderwijs is didactisch en organisatorisch goed geregeld en zeer intensief. Het is volslagen onzin te suggereren dat de letterendocenten het onderwijs er maar een beetje bij doen en vooral met hun onderzoek bezig zijn.


Dat de visitatiecommissies op verbeterpunten wijzen, moet gezien worden in het algemene perspectief dat de opleidingen gemiddeld al van hoog niveau zijn. Het kan immers altijd beter en iedereen heeft van tijd tot tijd kritiek nodig. Het heeft ook te maken met de huidige nadruk op procedures en controlesystemen.


Visitatiecommissies letten altijd op zesjesscripties, de grensgevallen. Dat is maar een klein percentage van de scripties. Ja, daarover kan verschil van oordeel ontstaan. Visitatiecommissies voor soms heel brede studierichtingen kunnen die scripties ook niet per definitie deskundiger beoordelen dan de docenten.


Waarom krijgt een student soms een zes? Een eindscriptie is een grote onderzoeksklus. Universiteiten brengen studenten een wetenschappelijke manier van werken bij. Dat is een belangrijke kwaliteit in elk later beroep. Maar het betekent niet dat iedere student geschikt is om wetenschapper te worden.


Een zesje voor een eindscriptie betekent soms: je bent in hoofdzaak wel gekwalificeerd voor dit vak, want je hebt verder alle tentamens en onderdelen doorlopen, maar de wetenschap is niks voor jou. Gebruik je talenten voor iets anders.


Dat geldt overigens voor veel studenten, en dat is maar goed ook. Want de maatschappij heeft behoefte aan academisch gevormde vakmensen, niet aan een stuwmeer van wetenschappelijke onderzoekers. Laten we de resultaten van deze onderwijsvisitatie dus vooral in de juiste verhoudingen beoordelen.


REMIEG AERTS is hoogleraar geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden