Nina Munk

In your face, Bono! En meer boodschappen voor wereldverbeteraars.

Nina Munk: The Idealist - Jeffrey Sachs And The Quest To End Poverty

*****


Doubleday; 261 pagina's; ca. euro 26,-.


Twee beroemde vrienden brachten een nieuw elan voor hulp aan arme landen: de Ierse rockster Bono (1960) en de Amerikaan Jeffrey Sachs (1954), bolleboos onder economen. Ze brachten een optimistische boodschap: het is helemaal niet moeilijk een eind te maken aan de armoede in de wereld. Met een berg geld, een juiste analyse en daadkrachtig optreden kunnen we armoede binnen een generatie uitbannen. Sachs dacht dat het voor 2025 kon lukken. Zijn boek The End of Poverty (2005) werd een bestseller. Bono schreef een enthousiasmerend voorwoord.


Sachs was een goeroe van het neoliberalisme; hij had Polen met zijn 'shock doctrine' helpen omvormen van een communistische staatseconomie naar een walhalla voor de vrije markt. Als Sachs zei dat het in Afrika anders moest, met veel ingepompt geld van buiten, dan moest je hem wel geloven. Voor U2-zanger en actievoerder Bono kwam de professor als geroepen. Bono was groot geworden met Live Aid en Band Aid van kompaan Bob Geldof in de jaren tachtig. Die succesvolle vorm van geld inzamelen was onder vuur komen te liggen: was dit geen zelfverheerlijking over de ruggen van de armen? Het keurmerk van Jeffrey Sachs garandeerde nieuwe geloofwaardigheid.


Beiden hebben nu een vernietigend boek voor de kiezen gekregen. Sachs van Nina Munk (The Idealist) en Bono van Harry Browne (The Frontman). Browne, docent aan de technische universiteit van Dublin, wil eigenlijk maar één ding: aantonen dat Bono ons wilde laten geloven dat hij de machtigen der aarde om zijn vinger kon winden, terwijl het precies andersom was. President George W. Bush en Tony Blair, zijn bondgenoot in 'de oorlog tegen het terrorisme', maakten gebruik van de popster om de aandacht af te leiden van de steeds minder populaire oorlogen in Afghanistan en Irak.


Dat is geen naïviteit, want Bono is een berekenende schavuit, volgens Browne. Hij is ook een meester in de belastingontduiking en Browne doet uit de doeken hoe dat via bijvoorbeeld Amsterdam in zijn werk gaat.


Het boek is geschreven als pamflet in de reeks Counterblast van de linkse Britse uitgeverij Verso. Het levert hilarisch leesvoer op, maar het ontbreken van tegenargumenten maakt het wel eentonig.


Het boek van Nina Munk is spannender. Ze beschrijft Jeffrey Sachs als een tragische held, geen cynicus als Browne's Bono. Als jongetje was hij al slimmer dan de rest, het kwam nooit in hem op dat het nuttig kon zijn eens naar iemand anders te luisteren.


Munk, verslaggeefster van het blad Vanity Fair, volgde Sachs vanaf het moment dat hij in 2006 zijn Millennium Villages Project in Afrika begon. Hij peuterde er 120 miljoen dollar voor los en begon een reeks modeldorpen. Munk volgde het wel en wee van een project in het dorre noorden van Kenia en een in afgelegen oord in Oeganda.


Ze maakte mee hoe de dorpen aanvankelijk een spectaculaire verandering doormaakten en na een jaar of wat weer in elkaar zakten. Ze schreef het boek als een terugblik, waardoor er van meet af aan een sfeer van doem hangt over haar relaas.


Munk was gefascineerd door het charisma van de 'Grote Professor', zoals hij in Afrika werd genoemd. Ze roemt zijn vermogen ingewikkelde problemen tot een simpele kwestie te maken. Hij hield Munk ongevraagd voor dat het voorkómen van malaria in de hele wereld kan worden betaald met 2,50 dollar per Amerikaan - 'dat is één kop Starbucks koffie'. Het is de denkwijze van Sachs in een notendop.


Met een paar simpele ingrepen kon een dorp uit de stagnatie worden geholpen: betere zaden en kunstmest, wegen verbeteren voor vervoer van handelswaar, gezondheidsposten en onderwijs verbeteren. Wel alles tegelijk doen, dat is zijn recept.


Munk schetst een raak portret van Sachs en zijn hoogmoed, maar de echte tragische helden uit dit meeslepende verhaal zijn twee Afrikaanse projectleiders: Ahmed Maalim Mohamed, een Somaliër in Noord-Kenia en David Siriri in Oeganda. Munk wijdt prachtige hoofdstukken aan hun levensloop. Ze zijn beiden goed opgeleid, geloven in hun goeroe, krijgen ongekende financiële middelen en weten met hun enthousiasme en geld de bevolking op te jutten. Tot de zaak vastloopt.


De ontluisterende conclusie is dat de methode-Sachs niets nieuws was in de ontwikkelingshulp. Als het hulpgeld op is, stort het project in elkaar. Dat was het lot van de 'oude hulp' had Sachs betoogd, maar bij hem was het niet anders. Na vijf jaar hadden zijn grote geldschieters er geen fiducie meer in. Toen het geld uitbleef, bleek dat in de 'Millenniumdorpen' geen nieuwe economische activiteit was ontstaan. De Afrikanen bleven zitten met de brokken.


Harry Browne: The Frontman - Bono (In The Name Of Power).

****


Verso; 179 pagina's; euro 11,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden