Nina Brink en Pieter Storms

Zij, de gevallen zakenvrouw. Hij, de uitgerangeerde journalist. Zo ongeveer werd tegen Nina Brink (55) en Pieter Storms (54) aangekeken toen ze vorig jaar een societyhuwelijk sloten....

Het echtpaar Storms arriveert in opgewekte stemming – net terug uit Aspen, de wintersportplaats van de Amerikaanse jetset. Een mooie Kerst hebben ze daar gehad, met Madeleine Albright bij hen thuis aan het diner. ‘Interessant, als je lekker met die vrouw kalkoen zit te snijden’, zegt Pieter Storms. ‘Je praat gezellig over wat ze allemaal heeft beleefd in de periode Clinton. Maar we hebben het dan ook over de plannen met Madeleine’s kleinzoontje en mijn zoon, die er ook bij was.’

Nina Storms: ‘De jongens gaan samen naar Afrika. Omdat het belangrijk is dat ze ook poverty zien.’

Hij: ‘Vorig jaar waren Nina en ik in Kopenhagen. Zit je met de Russische oud-minister van Buitenlandse Zaken wodka te drinken en grote verhalen te vertellen.’

Zij: ‘Die twee vonden elkaar. Dat was zeker. Wodka en vrouwen.’ Met Russisch accent: ‘We go to the city tonight, hey Pieter!’’

Hij: ‘Dat zijn fantastische dingen. Nina heeft dit soort vrienden overal ter wereld. Dat vind ik veel interessanter dan met een eigen vliegtuig in de rondte te vliegen en je heel dure hotels te kunnen permitteren: dat zal wel.’

Zij: ‘Nou, dat vind jij ook wel leuk. Dat mag je toch ook best leuk vinden?’

Hun chauffeur toetst de beveiligingscode in van haar onverlichte kantoor in Amsterdam-Zuid, op zaterdagochtend. Alle alarmbellen beginnen te rinkelen. ‘Goed begin voor je interview’, suggereert hun woordvoerder, Kay van de Linde. ‘Is de code weer veranderd, Mart?’, vraagt oud-verslaggever Pieter Storms. Landelijke bekendheid kreeg hij met het tvprogramma Breekijzer, dat in 2004 stopte. Als een moderne Robin Hood ging hij met draaiende camera op instanties af die de kleine man in hun bureaucratie dreigden te vermalen. (‘Storms, is de naam. Pieter Storms.’)

Naast hem, op heel hoge hakken, aait Nina Storms, voorheen Nina Brink, haar springerige dwergschnautzer. Zij, grotendeels opgegroeid in Canada en nu een van de rijkste vrouwen van Nederland, werd vooral bekend door haar internetbedrijf World Online (WOL). De vrouw die in de ogen van de buitenwereld niet in haar eigen bedrijf zou hebben geloofd door voor de beursgang in 2000 haar aandelen te verkopen. De verontwaardiging onder de aandeelhouders over het WOL–debacle was enorm. Vanaf het moment dat Nina Brink in het zakenblad Quote werd beticht van een vroegere sm-relatie met de voormalige president-commissaris van haar bedrijf, werd ze mikpunt van ranzige grappen.

En toen trouwden de controversiële zakenvrouw en de onverschrokken verslaggever plotsklaps in 2008 – een van de meest beroddelde huwelijken van het jaar.

Het beeld ontstond: Pieter Storms, een mannelijke goudzoeker. Hoe vervelend is dat? Hij, nonchalant achterovergeleund: ‘Ik ben net als die eend. Ik heb al door zo veel grachten gezwommen*’ Wegwuifgebaar. ‘Ik heb er geen last van.’ Zij, het hondje ligt in haar armen: ‘Ik vind het ronduit beledigend. Het gaat er niet om of mensen me knap of lelijk vinden. Lelijk ben ik niet, en knap ben ik ook niet. Ik ben gewoon me.’

Hij: ‘Je bent heel knap.’

Zij: ‘Ik heb wel hersenen. Ik heb wel iets te melden. Dan is het merkwaardig als er wordt gezegd: ‘Hij houdt alleen van haar omdat ze geld heeft’.’

U bent nooit gaan twijfelen? Zij: ‘In Amerika heb ik weleens gehad dat jongere mannen achter me aanzaten en dat je wist: ja, right. Met Pieter is het nooit een onderwerp geweest. De kranten schreven wel dat hij failliet was, maar dat was absoluut niet waar. Maar natuurlijk heeft hij, zoals trouwens de meeste mannen die ik ken, niet de hoeveelheid geld die ik heb.’

Hij: ‘Rijke vrouwen zijn er maar weinig. Dan lijkt het op voorhand zo dat degenen die daarmee trouwen klaplopers zijn. Nogmaals: ik heb lang genoeg in de Amsterdamse grachten rondgezwommen. Maar wat ik vervelend vind, is dat Nina er echt last van heeft. Waarom toch dat geschrijf?’

Waarom is dat, denkt u? Zij: ‘Van kennissen en vrienden hoor ik ’t niet. Die zien dat we alles samen doen.’

Hij: ‘Vanaf het begin van onze relatie zijn we onafgebroken bij elkaar.’

Hoe leerde u elkaar kennen? Hij: ‘Ik was bezig met een documentaire over een omstreden kunstcollectie. Een vriend van mij die haar ook kende zei: ‘Dan moet je met Nina gaan praten, die doet veel in kunst.’

Zij: ‘Ik zei tegen Pieter: ‘Als je erachter wilt komen of die kunstcollectie authentiek is, neem ik je wel mee naar Amerika om met grote kenners te praten.’ Dat werd onze eerste reis.’

Hij: ‘Een soort Bonnie & Clyde-reis. We gingen met haar privévliegtuig. Daarvoor heb je een speciaal visum nodig. Dat kreeg ik niet. Daarom besloten we naar Montreal te vliegen en aan die kunstkenners te vragen of ze naar ons toe kwamen. Maar in Montreal bedachten we: weet je wat, we gaan gewoon wél naar New York. We pakken de auto om de grens over te gaan.’

Bonnie & Clyde. Hij: ‘Dat is een pandemonium geworden, met een Italiaanse chauffeur, die net één dag zijn Canadese paspoort had.’ Zij, lachend, doet een opgewonden Italiaan na. ‘I have a Canadian passeporte, I um so-oh glad. Now I go to America!’ Hij: ‘Mario vond het wel raar dat we geen bagage bij ons hadden. Dat ons vliegtuig meevloog, wist hij niet. Bij de grens liep het uit op een megaspektakel, omdat ze erachter kwamen dat ik geen visum had. Dat ging met visiteren en rubberen handschoenen. Mario stond maar te luisteren: ‘Wat is hier aan de haaand?’’

Zij: ‘Pieter moest een lijst invullen. ‘Yesyesyes’, schreef hij bij alles.’

Hij: ‘Toen was ik dus plotseling een pedo, en wat allemaal niet meer. Enfin, na een uur mochten we verder. ‘Op naar het vliegveld’, zei ik. ‘Vliegveld?’, zei Mario. Het sneeuwde hard. Wij stoppen, bij het eerste dorpje met een vliegveld. We stonden te wachten, en ineens komt dat grote vliegtuig van ons eraan. Door de sneeuwstorm.’

Zij: ‘Het was een scène uit een film.’

Hij: ‘Wij stappen uit die auto. Ik draai me om om Mario te bedanken en te betalen. Geen Mario. Die man was in paniek weggescheurd met de auto.’

Zij: ‘Die dacht: dit zijn de drug dealers of the year.’ Uitbundige lach.

Zo’n reis schept een band, kortom. Hij: ‘Ik dacht: met deze dame kan ik wel fietsen stelen.’

Zij: ‘Dat vind ik geen goede uitdrukking.’

Hij: ‘Daar kun je op bouwen, betekent het. Die loopt niet voor alles weg.’

Zij: ‘We hebben veel gelachen, die reis. Voor mij is dat een voorwaarde voor een vriendschap. Blijkbaar is dat joods: altijd lachen, in goede en slechte tijden.’

Hij: ‘Nina is een bijzondere vrouw. Een groot formaat in een kleine verpakking.’ Ze kijkt even opzij, naar hem. Hij: ‘Iemand met levenservaring, die veel heeft meegemaakt. En een enorme zin heeft om te avonturieren. Om te ondernemen.’

Zij: ‘Wat ik vreselijk vind, is zo’n echtpaar in een restaurant dat elkaar niks meer te vertellen heeft. In mijn hoofd gaat veel om; daarover wil ik kunnen spreken. We discussiëren ook veel. Het is nooit saai. Ik heb gevoel voor avontuur. Wij zijn absoluut niet over de hill, we kunnen alles nog. Allebei houden we van het onbekende. Op huwelijksreis zijn we naar de middle of Siberië en de wildernis van Afrika geweest. Ik wil helikopter-skiën en bivakkeren in de woestijn. Met spinnen en slangen en 40 graden.’

U was beiden nog getrouwd. Zij: ‘Ik heb het niet stiekem gedaan, want daar hou ik niet van. Vanaf het begin zei ik tegen mijn man: ‘Ik heb iemand ontmoet’.’

Hij: ‘Het heeft ook nog wel een aantal maanden geduurd voordat we een liefdesrelatie kregen. Omdat we allebei getrouwd waren.’

Zij: ‘Nou, ik kreeg de indruk dat jij wel wilde. Jij dacht altijd, zei je tegen mij: dit is wat anders, ik moet nu oppassen, want als ik verder ga, wordt het serieus. Ik kan Nina niet beschouwen als een eendagsvlieg.’

Hij: ‘Ik besefte: als ik iets met Nina krijg, is dat aangrijpender dan een vluchtige relatie. En da’s best een barrière, als je getrouwd bent en kinderen hebt.’

Nina: ‘Sorry, dat wil ik even nuanceren. De eerste dag dat ik je ontmoette zei je: ‘Ik ben in het proces van scheiden.’ Zijn huwelijk was al twaalf jaar niet goed meer. Pieter was iemand die vaak uitging. Daar kwamen soms drank en vrouwen aan te pas. Het waren vooral zijn fantastische kinderen die een rol speelden in het voorzichtig zijn.’

Hij: ‘Voordat ik Nina ontmoette, was ik al in het stadium: ik wil het einde van mijn huwelijk.’

In een interview zei u dat uw vrouw uw grote liefde was, altijd geweest. Hij: ‘Maar dat was een interview uit 19*

Uit 2004. Hij: ‘Er is een lange periode geweest van worstelen en een heel moeizame relatie. Op een gegeven moment gaat die kaars uit.’

Zij: ‘Zijn vrouw en hij hadden een verschillende optiek van het leven. Om maar een onderwerp te nemen: zij wilde geen avontuur. Hij wel. Dat hoeft haar niet te diskwalificeren, natuurlijk.’

Hij: ‘Maar toen wij wat met elkaar kregen, hadden we wel zoiets van: hé, laten we wel proberen oud te worden met elkaar.’ Zij, lachend: ‘Ouder.’

Hij: ‘Oud! We zijn namelijk heel jong.’

Hoe is het om samen over straat te lopen en te beseffen dat iedereen een mening over je heeft?

Zij: ‘Iedereen kijkt naar je. Da’s nog veel erger.’

Hij: ‘We zijn natuurlijk een grappig stel. Ze moet wel op erg hoge hakken lopen wil ze tot aan mijn schouders reiken. Soms maken ze foto’s. Een tijdje geleden belde mammie op: ‘Die foto van jullie in de krant kán niet echt zijn’.’

Zij: ‘‘Ze manipuleren tegenwoordig alles met dat digitale gedoe’, zei mijn moeder.’

Hij: ‘Haar moeder zei: ‘Je bent niet zo klein.’ Nou moet je weten: mammie is zó. Die kan samen met Nina in de openhaard staan.’

Toen u Nina voor het eerst ontmoette, moet het sm-verhaal uit Quote door uw hoofd zijn geschoten. Hij: ‘Tuurlijk.’

Zij: ‘Niet dat hij dacht dat ik aan sm deed, volgens mij.’

Hij: ‘Dat verhaal zit natuurlijk ergens in je achterhoofd.’

Zij: ‘Dat verhaal tekent je leven. Ik heb hier enorm onder geleden. Eric Smit, de journalist, zei: ‘Het zijn maar twee letters.’ Maar die twee letters zijn in duizenden en duizenden blogs terechtgekomen. Vanochtend heb ik ze weer bekeken. Er bestaat zelfs een Nina-sm-spel.’

Hij: ‘Ze is op een walgelijke manier te kijk gezet. Op een manier waarvan ik weet dat er niks van waar is. En deze meneer gaat maar door. Een stalker.’

Het gesprek komt op de ondergang van WOL – daar waar de negatieve aandacht voor haar persoon ontstond.

Zij: ‘Wat iedereen vergeet, is dat je een leger van honderden adviseurs hebt als je naar de beurs gaat. Daar leun je op. Ik ben geen financieel persoon. Ik ben een creatief persoon.’

Hij: ‘Zij is de kop-van-jut geworden. Maar waarover nooit wordt gesproken, is dat de banken, haar medebestuurders en de commissarissen van WOL van alle details op de hoogte waren.’

Zij: ‘Het doet me pijn, als anderen me nog steeds zo negatief zien.’

Dat doen ze omdat u uw aandelen verkocht vóór de beursgang. Zij: ‘Dat hebben zo velen gedaan.’

Hij: ‘Ze verkocht ze wegens persoonlijke omstandigheden. Maar daarover wil ze nooit praten.’

Zij: ‘Het was mijn persoonlijke ellende en dat wilde ik zo houden. Ik heb een zeldzame immunologische ziekte, waarop ik verder niet wil ingaan. Géén aids – voordat ik dat weer over me heen krijg. Ik dacht niet: ik ga morgen dood, maar ik had veel pijn. De artsen vertelden me dat ik nog een aantal jaar goed zou kunnen functioneren. Toen heb ik besloten mijn aandelen te verkopen. Dat was ongeveer een jaar voor de beursgang. Ik wilde genoeg geld hebben om naar Amerika te kunnen, mijn bewaking te regelen, mijn vliegtuig te kunnen houden.’

Hij: ‘Tuurlijk maak ik me zorgen om haar gezondheid.’ Tegen Nina: ‘Maar de laatste maanden gaat het erg goed, hè?’

Zij: ‘Alles wat ik zeg, wordt toch als niet waar beschouwd. Of er worden grappen over gemaakt.’

Hij: ‘Dat is haar frustratie. Dus de meneer die dat sm-verhaal heeft geschreven lust ik rauw. Ik mag niet zo praten van Nina, maar ik heb iets van: ik trek hem voor het gerecht en maak hem helemaal*’

Zij: ‘Ik hoop dat de rechters in Nederland hier de hoogste schadeclaim ooit gaan toekennen. Een tijdje geleden lichtte die journalist dat verhaal toe en zei: ‘Ze staat bekend om haar hoge libido.’ Ik weet niet wie hem dat heeft verteld, hij denkt dat kennelijk in zijn*’ Hij: ‘Waanzin.’

U staat beiden bekend als emotionele mensen.

Hij: ‘Ja.’

Zij: ‘Ik hou mijn emoties liever voor me, in het openbaar.’

Hij: ‘Zij gaat verantwoord voorwaarts. En ik ga altijd voorwaarts.’

Botst u weleens, onderling? Zij: ‘Over ’t hondje.’

Hij: ‘Over dingen waarover mensen botsen.’

Zij: ‘Nou, ook als het gaat over zijn journalistieke instinct. Dat hij mijn aktetas doorzocht, als ik ergens anders was. Al mijn computermails bekeek, ook uit het verleden. En van alles vroeg aan mijn vrienden.’

U leest haar mail? Hij: ‘Altijd.’

Waarom? ‘Dat heb ik altijd gedaan. Als ik ergens voor een interview zat en die meneer ging koffie halen, dan keek ik even wat er op zijn bureau lag.’

Maar bij je vrouw* ‘Tja. Ik wil wel graag alles weten.’

‘U zit er helemaal niet mee, hè? ‘Het zit in het beestje. Je bent verslaggever of je bent het niet.’

Dus nu u in de societywereld verkeert vraagt u die mensen ook van alles en nog wat? Hij: ‘Ik wel, ja.’

Zij: ‘Dan vraagt hij aan Desmond Tutu: ‘Hoe komt het dat iemand van 83 nog zo veel grappen kan maken?’ Ik dacht: oké, zit ik hiernaast? Ik ga even weg.’

Hij: ‘Ik zit nu in een situatie dat je met allerlei bankiers kunt praten over de kredietcrisis.’

Zij: ‘Ik ga naar die bankiers om over dingen te spreken en dan zegt Pieter tegen ze: ‘Knap dom om zo veel geld te steken in dit en dat.’ Ze wuift flauwtjes met haar hand: ‘Hi’, zeg ik dan maar tegen ze.’

Merkt u veel van de kredietcrisis? Zij: ‘Ik heb ook geld verloren. Maar ik zit in allerlei funds. Die herbeleggen weer.’

Bent u in gemeenschap van goederen getrouwd?

Hij, lachend: ‘Ik heb alle goederen.’

Ik weet niet of ik die vraag mag stellen. Hij: ‘Tuurlijk mag je die vraag stellen. We zijn gewoon*’

Zij: ‘Maar we hoeven niet op alle vragen een antwoord te geven.’

Hij: ‘Nee.’

Voelt u zich weleens afhankelijk van Nina? Hij: ‘Ja en nee. Ik voel het niet zo. Maar als je het huishoudboekje opmaakt, is het duidelijk dat het merendeel van de kosten wordt gedragen door haar.’

Is dat een vervelend gevoel? Zij: ‘Wat een rare vraag, van een vrouw. Ouderwets.’

Hij: ‘Ik ben niet in mijn trots gekrenkt, of zo. Kijk, Nina maakt er geen enkel probleem van.’

Zij: ‘Er zijn twee mogelijkheden. Dat we gaan leven conform zijn salarisniveau, of wat dat historisch is geweest. Dan ben je natuurlijk een dwaas. Ik ben veel genoemd, maar ik geloof niet dat ze me ooit een dwaas hebben genoemd. Ik wil leven! Ook door mijn gezondheidsprobleem, dat vorig jaar weer opspeelde. I just wanna live. Ik hou me niet bezig met geld.’

Hoe belangrijk is geld? Zij: ‘Hoeveel geld ik heb, weet ik niet eens. Mijn ex-man beheert het allemaal; wij zijn goede vrienden gebleven.’

Maar is het belangrijk, geld? Hij: ‘Geld is een heel belangrijke en in veel gevallen beslissende factor. Het bepaalt waar je woont, wat je doet, hoe je je kunt ontworstelen aan het nine to five-bestaan. Een boterham met tevredenheid komt voort uit het feit dat de meeste mensen geen middelen hebben er kaviaar op te smeren.’

Zij: ‘Als je nou vraagt: ‘Wat is Nederlands?’, dan is het dat het hier vies is om geld te hebben en dat te etaleren. Ik draag altijd dezelfde juwelen. Dat interesseert me niet. Maar mijn vliegtuig interesseert me wél. Omdat dat je vrijheid geeft. Ik hoef niet in een driesterrenrestaurant te eten, want ik vind bistro’s leuker. Maar het is ook niet vies om in een driesterrenrestaurant te eten.’

Hij: ‘Zal ik je ’s wat vertellen: ’t is lekker!’

U woont in Monaco. En verder heeft u dus huizen in Aspen en * Zij: ‘Op veel plekken, laten we het daarop houden.’

U bent veel op reis. Waarheen toch? Hij: ‘Waarheen niet? Waar een vliegtuig kan landen, daar zijn we geweest. De ene dag zit je in New York, dan, boem, ben je in Miami en de dag daarop ga je weer naar Aspen. Nina gebruikt een vliegtuig zoals wij een auto gebruiken.’

Zij: ‘We hebben het nooit saai. We worden ’s morgens nooit wakker met een gevoel van: blèh. Of: wat moeten we nu weer verzinnen? Het is meer van: wat moeten we níét doen?’

Hij: ‘Meestal kruip ik onder de lakens. Het begint weer. Help!’

Wat doet u dan allemaal? Hij: ‘Ik heb het nog nooit zo druk gehad. Met van alles en nog wat. We zitten vol afspraken. We willen vrienden zien, doen gezellig samen boodschappen, roept u maar. Wintersporten, golfen...’

Geen zaken? Hij: ‘Dat komt de hele tijd op je pad. Aan vijftig procent van de afspraken zit een zakelijk kantje. Maar het is geen nine to five.’

Zij: ‘Ik beleg in onroerend goed en kunst. En we adviseren mijn dochter, aan wie ik de investeringsmaatschappij heb overgedragen.’

Maar hoe ziet een gewone dag eruit? Zij: ‘In Aspen besteden we bijvoorbeeld lekker een dag aan schrijven. Ik gedichten en Pieter verhalen. Over wat we meemaken. Zoals toen mijn tand ontstoken raakte en ik een vriendin belde om te vragen waar ik in Aspen direct geholpen kon worden.’

Hij: ‘De leukste highsocietydame van New York én de Côte d’Azur. Die hadden we nooit moeten bellen, want we kwamen bij de duurste tandarts ever terecht.’

Zij: ‘Helemaal vol met oorkondes hing de wachtkamer: five star-dentist. En je zag overal foto’s met alle sterren die hij had behandeld. Catherine Zeta-Jones en zo.’

Hij: ‘Ik kwam binnen en dacht: wat moet die man met al die covers van die magazines?’

Zij: ‘‘Zo, dus u bent de Six Million Dollar Man’’, zei Pieter. Die tandarts kijkt hem aan en zegt: ‘‘No, actually more. Weet je wat ik verdien in een jaar? Er is niemand in Amerika die *’’

Hij: ‘Het verhaal gaat dan ook heten: de five-star-multimillion– dollar–dentist.’

Het Bonnie & Clyde-gevoel, blijft dat? Ze kijken elkaar aan. Zij: ‘Ja, dat houden wij wel altijd.’

Omschrijf het eens. Hij: ‘We kunnen met zijn tweeën ergens op afstappen en ons samen gek lachen terwijl we het niet showen. Het pandemonium in zo’n winkel op Fifth Avenue – overal is het feest daar.’

Zij: ‘Op huwelijksreis bracht een helikopter ons naar de woestijn. Vier uur vliegen, in 40 graden. De piloot zette ons af en wist niet hoe snel hij weg moest komen. ‘Well guys, happy honeymoon and welcome to hell!’, zei hij.

Hij: ‘Met Nina heeft mijn leven weer zin gekregen.’

Wat is er zo leuk aan het Bonnie & Clyde-gevoel?

Zij: ‘Nou, niet dat ze doodgeschoten worden.’

Hij: ‘Die scène willen we liever niet.’

Zij: ‘Maar het liefdesleven tussen Faye Dunaway en die knappe man was heel goed.’ Nina Storms staat erop een lift te geven, na het gesprek. Pieters Storms zit voorin, naast de onverstoorbare chauffeur. De dwergschnautzer kruipt over de chauffeur, over Pieter, over de achterbank en tuimelt om in Nina’s armen. Ze lacht vertederd. ‘De kinderen van Pieter hebben ook een hondje. Binnenkort laten we ze samen puppy’s krijgen.’

cv Pieter Storms

geboren Beverwijk, 1954

burgerlijke staat Getrouwd met Nina Vleeschdraager. Uit zijn eerdere huwelijk heeft hij twee kinderen.

carrière Verslaggever Nieuwe Revu, hoofdredacteur Krant op Zondag, grondlegger en presentator van Breekijzer. Medebedenker van interviewzender Het gesprek, waar hij botste met de andere drie initiatiefnemers. Die zaak is inmiddels geschikt.

cv Nina Vleeschdraager

geboren Amsterdam, 1953

burgerlijke staat Voor de derde keer getrouwd. Uit haar eerste huwelijk heeft ze een dochter.

carrière Verhuist op 3-jarige leeftijd naar Canada en keert op haar 18de terug om psychologie te studeren, een studie die zij niet afmaakt. Met haar eerste echtgenoot Ben Aka richt ze het handelsbedrijf Akam op. Bij de echtscheiding in 1987 wordt Nina uitgekocht. In 1995 richt ze World Online op, het internetbedrijf dat in 2000 naar de beurs gaat, snel spectaculair in waarde daalt en uiteindelijk verkocht wordt aan Tiscali.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.