Niks tegen mamma zeggen

Smokkelen

Niet fluiten of rommelen met je riem. Gewoon: aankijken, knikje en doorlopen.

Bijna vijfenveertig jaar geleden ging ik met mijn vader naar Ajax - PSV. Een onvergetelijke dag. Eerst liep ik met volwassen mannen door woonwijken. Zwijgend. Er werd in die tijd niet gezongen. Alle mannen droegen een driekwart jas. We liepen met zijn allen, vaders en zonen, langs een begraafplaats en nu pas begrijp ik dat daar veel aan de dood is gedacht. Met de hand van je zoon in jouw hand langs honderden graven lopen, doe het maar eens.

Enkele honderden meters van het stadion werd het officiële programma verkocht. Ze riepen het. 'Officiële Programma.' Ik was erg trots op mijn vader dat hij geen programma kocht. Dat was voor mensen die geen verstand hadden van voetbal. Die opgewonden werden van een interview met een verdediger.

Voor ons vak stond een lange rij. Na wat ongeregeldheden bij een eerdere wedstrijd werden alle bezoekers gefouilleerd. Ik wachtte naast mijn vader en zette af en toe een stap vooruit. Nog vier minuten, schatte ik, dan waren we binnen. Op dat moment tikte mijn vader mij op de schouder. Hij fluisterde. 'Niek, Niek'. Ik zag hoe hij iets uit zijn zak haalde. Ik keek er naar. Het lag nu in zijn hand.

Het was een ijzeren tandwiel, uit een auto. Vlijmscherpe punten zaten er aan. Loodzwaar, zo te zien. Mijn vader deed het kleine vuistwapen weer in zijn zak. Nu gaat alles verkeerd, dacht ik. Het komt nooit meer goed. Mijn vader zal uit de rij worden gesleept. Ze zullen hem wegsleuren, met de punten van zijn schoenen over de grond. Ik moet alleen naar huis. Hij heeft de kaartjes. Wie moet nu thuis het geld verdienen?

Het viel mee. We konden doorlopen. Ajax won en na de wedstrijd aten we een broodje worst. 'Niks tegen mamma zeggen.'

Door dit voorval blokkeer ik op luchthavens. Ik moet langs de douane. Mijn paspoort is geldig, ik heb geen openstaande boetes, ik heb me precies zo geschoren als mijn pasfoto en toch gedraag ik me als een krankzinnige.

Ik acteer dat ik onschuldig ben. Ik probeer mij - terwijl ik ook echt onschuldig ben - te gedragen als iemand die heel erg onschuldig is. Ik kijk op mijn horloge zoals ik denk dat mensen kijken die niets in hun schoen verstoppen. Om te laten zien dat ik totaal ontspannen ben, lach ik veel te hard om iets wat mijn vriendin zegt.

Fluiten, dat doe ik niet. Mensen die fluiten hebben zestig bolletjes in hun darm. Met een camera houden die schoften me in de gaten. Ik kijk op de achterkant van een fles eau de toilette. Zo zeg, maar liefst 79 procent alcohol zit er in Cachet Dolores van Ravage Qui Rit. Leuk.

Niet vergeten, als ze zo bij de metaaldetector vragen of ik mijn riem af wil doen, om dat dan net zo te doen als thuis. Niet gaan staan rommelen alsof ik in een hele slechte pornofilm een vrouw, met een kont vol acne, een pak slaag ga geven. Nee, die riem ga ik afdoen als iemand die na een dag hard werken zijn huisbroek zoekt.

En dan: het aankijken, het knikje en het doorlopen. Altijd weer voel ik een enorme opluchting. Alsof ik ergens aan ben ontsnapt. Dank je, vader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.