Reportage Leesclubs

Niks oubollig, de leesclub is springlevend

De leesclub oubollig? Zeg dat maar tegen de belangrijkste Nederlandse leescommunity’s. Hun ledenaantal groeit gestaag. En die leesclubleden zijn echt niet allemaal ouder dan 65.

Vrijwilligers "rapen" leeswijzers in de drukkerij in Olst. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Het allerbelangrijkste is dat je niet met elkaar kletst’, zegt vrijwilliger Wil (69) terwijl ze een stapel leeswijzers sorteert. Die zijn bedoeld voor de leden van de bij de stichting Senia aangesloten leesclubs. ‘Je bent er zo uit en dan kun je fouten maken.’ Een moment van onachtzaamheid, en iemand zit straks zonder leeswijzer – een soort folder met achtergrondinformatie en discussievragen over een bepaald boek. En dat kan natuurlijk niet, nu het leesclubseizoen op het punt van beginnen staat.

Daarom volgt een grondige controle. Bertus (66), tegenover Wil, leest de boektitels op waarover mensen een leeswijzer willen ontvangen, Wil kijkt of elk stapeltje compleet is. Pas dan stopt zij de leeswijzers met rekening en begeleidende brief in de enveloppen. ‘Dat moet je doen zonder dat je nagelriemen naar de knoppen gaan. Wij zijn goede enveloppenstekers: onze nagelriemen zijn nog heel.’

In de 21ste eeuw is de leesclub nog altijd populair. Bij Senia zijn er 1.400 aangesloten, goed voor 9.000 leden. Sinds de oprichting in 2009 stijgt het ledenaantal gestaag, vorig jaar zelfs met 16 procent. De helft van de leden leest Nederlandstalige of naar het Nederlands vertaalde literatuur, maar er zitten ook biografieën, geschiedenis- en filosofieboeken in het aanbod.

Van iedere leesclub laten de leden voor de zomervakantie weten welke boeken zij daarna willen lezen. Dan begint de menselijke distributiemachine van Senia te draaien, intern ‘De Grote Verzending’ genoemd. Normaal gesproken rolt in drukkerij De Kroon in Olst, een dorp tussen Deventer en Zwolle, De krant van Olst-Wijhe van de persen. Nu zijn meer dan 60 duizend leeswijzers gedrukt. Dertig vrijwilligers zijn twee dagen bezig om die bij de lezers te krijgen.

Vrouwelijke senioren

De naam van de stichting vat haar ledenbestand kernachtig samen: Senia komt van senioren en moest volgens oprichter maar nu vertrekkend directeur Ineke van de Rotte ‘iets vrouwelijks hebben’. Marjolein van Herten, die in 2015 aan de Open Universiteit op leesclubs promoveerde, bevestigt dat het clichébeeld van literatuurleesclubs grotendeels klopt. ‘In mijn onderzoek was het gemiddelde lid 65 jaar oud en hoogopgeleid. Bovendien was 94 procent vrouw.’

In geschiedenis- en filosofiegroepen is de man-vrouwverhouding al evenwichtiger. Online frist het oubollige imago van de leesclub op. Van Herten: ‘Voor sciencefiction en detectives bestaan websites die mensen van over de hele wereld met elkaar verbinden. Voor literatuur heb je in het Engels Goodreads. De Nederlandse variant heet Hebban.’

Deze online leescommunity, met drie miljoen unieke bezoekers per jaar, is vernoemd naar het eerste woord uit de eerste Nederlandse zin ooit: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan...’ Maandelijks organiseert de site vijftien leesclubs, volledig digitaal. Boekenliefhebbers schrijven zich in op een titel en na twee weken leestijd gaat op een speciaal gedeelte van de site de bespreking van start. Een leesclubcoördinator plaatst drie weken lang om de dag een discussievraag.

Hebban trekt een gemiddeld twintig jaar jongere lezersgroep dan de ‘ouderwetse’ leesclubs. Volgens hoofdredacteur Sander Verheijen zit de kracht in de flexibiliteit. ‘De manier van bespreken is ongeveer gelijk, maar onze leesclub is er altijd. Mensen kunnen op hun eigen tijdstip meedoen.’

Dorpsmentaliteit

Nooit ontaarden discussies er in een moddergevecht – het grote gevaar op het wilde, wereldwijde web. ‘Hebban heeft een dorpsmentaliteit’, zegt Debbie van der Zande, die al meerdere online leesclubs heef begeleid. ‘Dat is de Hebban-magie.’

Waar leden van Senia jaarlijks een contributie betalen, zijn de Hebban-leesclubs gratis. Aan geld komt de site door nauw samen te werken met uitgevers. ‘Een uitgever betaalt rond de 500 euro voor een leesclub’, zegt Verheijen. ‘Vijftien lezers krijgen het boek gratis, anderen kunnen met hun eigen exemplaar meedoen. De uitgever heeft de lezer die hij wil bereiken en de lezer het boek dat hij wil lezen. Twee vliegen in één klap.’

Concurrenten zijn Senia en Hebban absoluut niet, benadrukken beide organisaties. ‘Eerder kijken we waar we elkaar kunnen versterken’, zegt Verheijen. Zo zaten Senia en Hebban begin dit jaar allebei in de organisatie van de Week van de Leesclub. Verschillende Senia-leesclubs stelden hun besprekingen open voor geïnteresseerden. Op andere plekken gingen lezers in gesprek met schrijvers. De week leverde Senia 83 nieuwe leesclubs op en Hebban een hoop media-aandacht.

In september neemt Nicole Hoven het directeurschap bij Senia over van Van de Rotte. Soms vraagt Hoven zich af of deze logistieke operatie nog wel past in deze snelle tijden. ‘Maar,’ denkt ze dan, ‘als wij de leeswijzers als pdf’je naar onze leden e-mailen en zij het vervolgens zelf printen, wat schieten we er dan mee op?’

Dus gaan in Olst alle enveloppen aan het eind van de distributieketen nog eens door de handen van de bevlogen André (70). Hij kijkt of de adressen door de vensters van de enveloppen wel leesbaar zijn. Dan bindt hij de enveloppen bijeen: per duizend gaan ze op de postcontainer. Over een paar dagen vallen ze door het hele land in de brievenbus.

Leesclubs in de klas

Zijn leesclubs alleen voor volwassenen? Nee hoor. Op de website van LitLab, een door de Universiteit Utrecht ontwikkeld ‘laboratorium voor literatuur’, staan sinds een jaar 24 kant-en-klare recepten voor leesclubs, die docenten in hun bovenbouwlessen vrij mogen gebruiken. Voor scholieren kan zo’n leesclub een goede eerste kennismaking zijn met serieus literatuuronderzoek.

Leerlingen ontdekken dat het lezen van literatuur tot meer inzichten over actuele kwesties kan leiden. Zo lokt Bernlefs Hersenschimmen mogelijk een discussie uit over alzheimer. Het Diner van Herman Koch stelt ook het gebruik van camerabeelden in het televisieprogramma Opsporing verzocht aan de orde.

Marjolein van Herten, die in 2015 op leesclubs promoveerde, is enthousiast over leesclubs in de klas en ontwikkelt ze ook zelf. ‘Het kan leerlingen motiveren om de boeken voor hun leeslijst daadwerkelijk te lezen. Bovendien leert het hun dat er vaak verschillende gezichtspunten en interpretaties mogelijk zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden