Niks mis met nostalgie

Een etentje met streekgerechten, geserveerd op een retrotafel in een nagebouwd jaren dertig huis. Voor de deur een authentieke' straatlantaarn....

Noem me geen nostalgicus', bezwoer de Engelse schrijver Jonathan Coe de interviewer die hem sprak naar aanleiding van zijn roman The Rotters Club, over de jaren zeventig. Zeker, hij verlangde weliswaar terug naar dat decennium van de oprechtheid', maar een nostalgicus was hij niet.

Ik wil geen malle nostalgicus zijn', zei ook Cees Nooteboom, bij het verschijnen van zijn roman Allerzielen, in 1998. Natuurlijk, Allerzielen was misschien wel een heel ouderwets boek' waarin het verlies van deugden als schroom' wordt betreurd en waarin kloosters, bibliotheken, abdijen en gregoriaans gezang zo ongeveer de laatste schuilplaatsen zijn voor wie het vluchtige heden de rug wil toekeren. Maar een nostalgicus, nee, onder die noemer ging hij toch liever niet door het leven.

Nostalgie is een gevaarlijk sentiment', schreef NRC-columniste Beatrijs Ritsema zelfs, in haar afscheidstuk eerder dit jaar. Nooit kom je gesterkt tevoorschijn uit een dwaaltocht door het verleden.' Dat gezegd hebbende, beschreef ze een mooie, nostalgische familiegebeurtenis die haar sterk had aangegrepen.

Nostalgie, zo lijkt het wel, is een verraderlijke verleiding, een emotie waarvoor we ons moeten verontschuldigen, schamen zelfs. Niettemin waart er een nostalgiegolf door Nederland. Vooral filmmakers lijken collectief bevangen door het terug naar vroeger-virus. Trefwoorden: Ja Zuster Nee Zuster, Kruimeltje, Pietje Bell, De schippers van de Kameleon, Floris, Pipo en de P-P-Parelridder, Pluk van de Petteflet en Pietje Bell 2.

Op televisie grijpt de nostalgie om zich heen, onder meer in de vorm van curieuze formats waarin te jonge semi-bekende Nederlanders herinneringen ophalen aan de jaren negentig. In de architectuur waait een weemoedige wind. De Luxemburgse nostalgicus Rob Krier en de Nederlandse traditionalist Sjoerd Soeters bouwen klassieke dorpen en kastelen na en ontwerpen huizen die op huizen lijken', onder luid applaus van de (toekomstige) bewoners en nauwelijks verholen minachting van hun modernistische collega's.

In de reclame ligt de nadruk op ambachtelijkheid en authenticiteit' (Bertoli olijfolie, bier, drop), er is retro-mode, retro-design en retro-eten (de herontdekking van steekproducten en streekgerechten), de historische roman en oral historyboeken als die van Geert Mak en Judith Koelemeijer zijn populairder dan ooit en de popmuziek van alle jaren vóór 2000 beleeft een revival. En bestaat er in de politiek en daarbuiten grote behoefte aan herstel' van normen en waarden, waarbij tegenstanders vooraf al angstvisioenen krijgen van de jaren vijftig.

Met nostalgie is helemaal niks mis', meent Gerard Rooijakkers, als etnoloog (volkskundige) gespecialiseerd in het verschijnsel. Nostalgie heeft een functie, het is een normale menselijke emotie. In ieder van ons schuilt een nostalgicus. Mensen zijn topofiele wezens. We hechten ons aan tijd en ruimte en die plekken verbinden we met onze levensloop en familiegeschiedenis. Dat zit in ons wezen, kennelijk.'

Dat gezegd hebbende, wordt het ook Rooijakkers soms wat teveel. Nostalgie, weet hij, is overal, zeker als je er oog voor hebt. Zoals hij. We hoeven maar het raam uit te kijken van zijn huis in de voormalige volkswijk Uilenburg in Den Bosch. Dan zien we aan de overkant van het steegje de muur van een 18de eeuws pand, dat in de jaren zestig gered werd van de sloop en nu, net als de rest van de buurt dienst doet als trekpleister voor grijzende nostalgiezoekers.

Tegen de muur, pal voor Rooijakkers raam, hangt een enorme lantaarn, quasi 19de eeuws, type Belgica. Een in kitscherige retro-stijl uitgevoerde, nagegoten lamp, vreselijk van verhoudingen, met gouden knopjes eronder en geribbeld glas erin, want er zit natuurlijk wel een SL-spaarlamp in.' Hij kan zichzelf wel voor zijn kop slaan, zegt hij. Eigenlijk had die lantaarn aan mijn huis moeten hangen. Maar toen hier op een ochtend een opgetogen ambtenaar voor de deur stond en zei: ”Wij komen een schitterend armatuur aan uw gevel bevestigen”, heb ik gezegd: ”Alstublieft niet”. Toen ik s avonds thuiskwam, hing dat ding voor mijn raam, aan de overkant. Nu kijk ik er dag en nacht op uit.'

Nostalgisch denken, wil Rooijakkers maar zeggen, kan leiden tot prachtige misverstanden. Hier hingen eerst van die zakelijke lampen uit de jaren vijftig. Daar was niks mis mee. Maar die authentieke lampen zijn nu vervangen door nieuwe, nog authentiekere, historiserende lantaarns. Over tien jaar zeggen ze: die lantaarns, dat was typisch 2003.'

Als we even later de paar honderd vierkante meter rond zijn huis belopen om het lantaarnvirus' nader te bestuderen, houdt Rooijakkers om de paar meter halt om te wijzen op onherstelbaar gerestaureerde' slooppandjes, op voorbeelden van behoudzucht, vertrutting en edelkitsch ('Kijk, ze butsen hier alle muren vol met Bossche spreuken.') en op onbestemde retro-bouw' van Efteling-architect Wilco Meeuwis.

Op de rand van het wijkje stuiten we op de lelijke betonnen achterkant van het V & D-gebouw. Dit is dus de kont van het kapitaal. Het gebouw is hier begin jaren zeventig neergezet, waarbij geen rekening werd gehouden met de monumentale panden die hier hebben gestaan. Veel Bosschenaren zouden de V & D nu het liefst afbreken en vervangen door een ”historisch verantwoord” pand. Dat vind ik een slecht idee. Want dit is een illustratie van hoe ze er in de jaren zeventig over dachten. Zo was het toen nu eenmaal. Nostalgie mag niet leiden tot het reduceren van bijvoorbeeld het stedelijke landschap tot één opvatting van het verleden. Je moet de geschiedenis van een stad niet uitwissen, maar juist leesbaar maken.”

Verklaringen voor de huidige nostalgiegolf liggen voor de hand. Een reactie op de voorbije tijd', zegt Hans van der Loo, cultuuronderzoeker' te Utrecht. Een reactie op de globalisering, op het vooruitgangsgeloof en het geloof in technologische vernieuwing in de jaren negentig. Er is opeens oog voor de schaduwkanten ervan. Mensen hebben het over onveiligheid, over terrorisme, over BSE en Sars.'

Van der Loo dacht even dat het een typische babyboomertrend was, maar hij merkte onlangs in het kader van een onderzoek naar de beleveniseconomie' dat onder jongeren evengoed een hang naar authenticiteit' heerst. Ze hebben genoeg van de marketing-overkill. Jongeren hebben het idee dat ze slechts figurant zijn in spotjes van Starbucks of Nike, dat ze gemanipuleerd worden. We zijn weer op zoek naar echte verhalen, in plaats van het eendimensionale Disney-achtige verhaal. Dat was allemaal schijnindividualisme. De reactie is een hang naar het vertrouwde, naar het zekere. Dat is niet tegen het modernisme gericht, er hoeft geen spruitjesgeur aan te kleven. Het is eerder een toeëigening van het verleden. Je kunt het nostalgie noemen, maar als je het retro noemt, klinkt het al een stuk minder ideologisch.'

Het is een bijverschijnsel van het crisisgevoel', onderschrijft Gerard Rooijakkers. Je kunt ook niet ontkennen dat het te maken heeft met het multiculturele debat. We waren op een gegeven moment zo tolerant en zo ingesteld op het opnemen van allerlei andere tradities, dat ook voor die vreemdelingen, voor die anderen, niet meer duidelijk was wat nu de normale mores zijn in Nederland. Dan zie je dus dat er een normen-en waardendebat ontstaat. En verdomd: dat is gewoon nostalgie naar de jaren vijftig, terug naar duidelijkheid. De vraag wordt nu gesteld: wat is fatsoen in Nederland? En het blijkt dat niemand daar een eenduidig antwoord op kan geven. Dat is een diep ingrijpend crisismoment in een cultuur. Een van de gevolgen is dat mensen gaan terugkijken.'

Douwe Draaisma, hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie en schrijver van het veelgeprezen boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, vermoedt toch een generatie-effect'. Veel programmamakers en journalisten zijn veertigers en vijftigers. Het is een generatie die een betrekkelijk onbezorgde jeugd heeft gehad waar ze graag op terugkijken. En het je herinneren van prettige dingen, dat heeft een functie.' Draaisma heeft nog een nuchterder verklaring voor de nostalgiegolf. Ons externe geheugen is enorm toegenomen. Ons hele leven is in beeld te vangen en terug te zien. De Rolling Stones bestaan veertig jaar en hun carrière is bijna helemaal vastgelegd, in beeld en op muziekdragers. Als Pete Sampras afscheid neemt, kun je meteen zien hoe hij als jongeling was. Als George Harrison overlijdt, kun je binnen een paar minuten zien hoe hij veertig jaar ouder wordt.' Het reminiscentie-effect', het herkennen van momenten van ons eigen leven, wordt volgens Draaisma ook commercieel gevoed. Dat resulteert in programma's waarin piepjonge mensen terugkijken op een tijdperk dat nauwelijks voorbij is.'

Inderdaad, zegt Rooijakkers: Er is een soort nostalgische herinneringsmachine ontstaan. Mijn vrouw heeft een project gedaan in het Openluchtmuseum in Arnhem; ze hebben een straatje gemaakt met vier arbeidershuisjes, met de inrichting van 1870, 1910, 1950 en 1970. Mensen vinden het allemaal prachtig, maar als ze in het vierde huisje komen, dat is ingericht anno 1970, dan worden ze helemaal lyrisch. Dan zien ze het tomadorekje, de gevlochten strotegels op de vloer, de oranje gordijnen, de rotan-hanglamp en de Bruijnzeelkeuken. De mensen van het museum waren stomverbaasd; de respons op hun persbericht was overweldigend. Niet vanwege het museologische project, maar vanwege die keuken.'

Dat nostalgie per definitie veilig is ('Dat is een basiskenmerk', zegt Rooijakkers), is precies wat veel intellectuelen er volgens Rooijakkers op tegen hebben. Nostalgie vertekent de werkelijkheid. Bepaalde esthetische elementen uit het verleden worden naar voren gehaald. Elementen die mensen graag willen delen. Het is geen weerspiegeling van de echte historische werkelijkheid. Intellectuelen vinden nostalgie dus een vals sentiment.

Dat klopt natuurlijk ook. De eerste Pietje Bell-boeken werden destijds geweerd op veel scholen en bibliotheken, omdat Pietje Bell een slecht voorbeeld voor de jeugd zou zijn. Nu is de Pietje-Bellfilm veilig vermaak voor het hele gezin. Vervang Pietje voor een Marokkaanse hangjongere, en je hebt de poppen weer aan het dansen. In Duitsland heb je nu het verschijnsel van de Ostalgie. Dat kan omdat de scherpe kantjes van het DDR-verleden er inmiddels af zijn, de angel is er uit. En dan wordt dat verleden opeens weer iets om als identiteit te koesteren.'

Rooijakkers wantrouwt het als mensen beweren geen last te hebben van nostalgische sentimenten. Je zult zien dat ze thuis ook fotoboeken hebben liggen en dierbare herinneringen bewaren aan bepaalde plekken. Maar de reserves van de avant garde tegen nostalgie begrijp ik wel. Want de avant garde wil zich onderscheiden, vragen oproepen, een boodschap verkondigen, waar de meeste mensen nu juist heel burgerlijk ergens willen bijhoren.'

De reserves om nostalgische sentimenten te erkennen, hebben volgens Douwe Draaisma ook te maken met de angst om in het heden niet voor vol te worden aangezien. Het lijkt een beetje op achterwaarts leven, alsof je onvoldoende bent toegerust op het huidige leven. Maar dat hoeft niet zo te zijn. We kijken toch met de ogen van nu naar het verleden. De zwart/wit-tv bestond pas toen de kleurentv kwam. En de strenge jeugd van de jaren vijftig bestond eigenlijk pas sinds de vrijgevochten jaren zestig.'

Rooijakkers: We willen allemaal vooruitstrevend en modern zijn, en wereldburger, maar we zijn tegelijkertijd niet uit de lucht komen vallen, we zijn ergens geworteld, we hebben een verleden, een geschiedenis, waarop we bij voorkeur trots zijn. Nostalgie is niet in strijd met moderniteit. Je kunt zelfs zeggen dat het een loot is aan de stam van het modernisme.'

Is nostalgie dan per definitie ongevaarlijk? Rooijakkers: Wanneer het in een ideologische context wordt gebruikt om het verleden eenzijdig te reduceren, als het wordt gebruikt om anderen uit te sluiten of te stigmatiseren, dan is het gevaarlijk. Maar je afvragen: wat is mijn identiteit, waar kom ik vandaan en waar wil ik bijhoren, dat is een basale behoefte van mensen. Daarover doen ze in een land als Frankrijk veel minder tobberig. Ze hebben daar een prachtige term voor plekken waar herinneringen aan worden vastgeknoopt: lieux de mémoires, geheugenplaatsen, ankerplaatsen van de herinnering.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden