Nijdam met plezier eerder aan de meet

Twee jaar lang zat hij 'in de soep', maar nu zit hij in het shirt van een andere sponsor weer hoog te fiets....

BART JUNGMANN

JELLE NIJDAM woont in west-Brabant, de streek waar het werkwoord relaxen zijn dubbelzinnige betekenis heeft gekregen. Als je Zundert vanaf de snelweg binnenrijdt, passeer je de wielerberoemde Sauna Diana. Als je Zundert via Klein-Zundert verlaat, passeer je het huis van de beroemde wielrenner.

Nijdam maakt het zich gemakkelijk op de bank, de televisie vertoont Koffietijd en mevrouw Nijdam serveert er wat lekkers bij. In de daaropvolgende twee uur valt vaak het woord stress, in de zin van onder druk staan.

Hij is 31 jaar, 'bijna 32', en wil niet langer onder druk staan. Hij wil plezier hebben in het fietsen en staat niet langer toe dat anderen hem dat plezier ontnemen. De wielrenner die met plezier op zijn fiets zit, zal eerder arriveren dan de wielrenner die onder de stress op zijn fiets zit. Dus is het maar goed dat hij na elf jaar Jan Raas besloot dit seizoen in dienst van ploegleider Cees Priem te gaan rijden.

Nijdam: 'Vorig seizoen heb ik echt niets gewonnen, behalve een paar kermiskoersen. Dus is het best leuk dat ik nu Dwars door België heb gewonnen, een etappe in Aragon heb gewonnen en vierde of vijfde in Omloop Het Volk ben geworden. Dat geeft me toch weer een beetje voldoening. Ik blijk toch nog koersen te kunnen winnen. Het zijn misschien geen topkoersen, maar ik heb op dit moment al niet voor niets gefietst dit jaar. Daar was ik eigenlijk een beetje bang voor. Dat het weer zou blijven bij een kermiskoers.'

Jelle Nijdam kijkt niet graag om, terwijl hij toch zoveel moois heeft om op terug te kijken. Op de muur langs de trap hangt een foto van hem in de gele trui van een Tour de France. Het is zijn enige aandenken aan een reeks van een kleine honderd overwinningen. Zeven jaar geleden won hij de Amstel Gold Race. Een vroege ontsnapping met Lammertink, Dorgelo en de Amerikaan Roll werd bekroond met een aankomst solo. Het was zo'n dag dat alles meezat.

Er kleven geen speciale herinneringen aan die dag. 'De mooiste overwinning is altijd de laatste.' Bij wijze van spreken dan, want anders zou dat de etappewinst in Aragon zijn. 'Maar wat achter de rug is, is onbelangrijk meer. Je moet toch weer verder. Wat nu komt, is belangrijk. De dag van morgen en van overmorgen zijn belangrijk. Terugkijken, daar koop je niets voor.'

Maar aan de wrange herinnering van vorig seizoen ontkomt Nijdam niet, die is nog te vers. Het was een seizoen waarin er momenten waren dat hij zijn fiets in het kanaal wilde kieperen en hij wel eens dacht: 'Zoek het maar uit met je zooitje.' Momenten dat hij alle kritieken spuugzat was, momenten dat hij dacht: 'Waar doe ik het allemaal voor? Wat is er nog leuk aan fietsen?'

Hij kwam dan thuis in dat mooie huis van hem. 'En dan ga je toch nadenken en dan denk je: in wezen is het toch wel redelijk gemakkelijk verdiend. Als je het vergelijkt met wat je allemaal moet doen als je stopt, om dat geld allemaal te verdienen. Dan dacht ik bij mezelf: wacht effe, zo slecht is het allemaal ook weer niet. Alleen tot dat besef moet je elke keer weer komen.'

Het antwoord op de vraag waarom Jelle Nijdam de laatste twee jaar zo beroerd fietste (zó beroerd dat Raas hem in '94 niet eens meenam naar de Tour) laat zich als volgt samenvatten: als de hersenen zich zorgen maken, blokkeren de benen.

'Ik heb twee jaar in de soep gezeten. Ik was gewoon niet meer fris in m'n kop en dat gold eigenlijk voor alle jongens. We wonnen niks, het lukte steeds maar niet. Dan kom je in een vicieuze cirkel terecht. We zaten gestresst op de fiets. De ploegleider wordt dan ook nerveus en gestresst. Daar was ook niet meer mee te werken.

'Dan heb je het hele seizoen nog niets gewonnen en je gaat de Tour in met de boodschap dat per sé een etappe gewonnen moet worden. Maar de lust was er gewoon van af. Geestelijk wil je nog wel, maar als het eenmaal mis gaat, gaat ook alles mis. Je gaat op de verkeerde momenten op kop rijden. Er rijden twintig man weg en er is niemand mee. En dat ging zo maar door en door. De motivatie sloeg om in afkeer en toen was het helemaal gebeurd met de ploeg en ook met mij. Op het laatst was ik heel erg gelaten. Dacht ik: waar zal ik me nog druk over maken?

0D AN KRIJG JE dus op je brood dat je een zakkenvuller bent. Een andere renner raakt dan niet in de put. Die gaat er juist extra tegenaan. Maar ik liet me te veel beïnvloeden. Ik had acht jaar lang een voorname rol in de ploeg gespeeld. Maar op een gegeven moment ging dat niet meer. Ik voelde met de jongens mee. Ik kon ze niet uitvloeken, want ik wist dat ze niet beter konden. En ik kon ook moeilijk anderen uitschelden, terwijl ik zelf ook niet goed reed. Ik had geen recht van spreken meer, maar er was ook niemand anders die de ploeg omhoog kon trekken.

'Maar niet alleen de renners zaten fout. Raas valt ook het nodige verwijten. Ik heb fouten gemaakt, maar Raas ook. Hij voerde de druk veel te hoog op. Terwijl de ploeg een stimulans nodig had, deed hij juist het omgekeerde. Het was fout om de schuld steeds bij de renners te leggen. Dat zal hij nu ook wel inzien.'

Jan Raas deed hem aan het einde van het seizoen een verlaagde aanbieding en Jelle Nijdam dacht: ik mag al blij zijn dat ik mag blijven. Maar tot zijn stomme verbazing waren er ook nog een paar mogelijkheden om weg te gaan. De bazen van Brescia kwamen langs en lieten een contract achter waaronder hij alleen maar zijn handtekening hoefde te zetten.

'Maar om daar nou met elf Italianen aan tafel te zitten, ik weet niet of dat nou zo goed voor mijn moraal was geweest. Vanderaerden is ook al niet mijn allergrootste vriend. Bovendien ben ik nogal gebonden aan Nederland.'

Nijdam kon ook nee zeggen omdat hij via-via had gehoord dat TVM geïnteresseerd was. 'Maar Priem belt nooit zelf op. Die vindt dat jij maar moet bellen als je bij hem wilt komen. Toen heb ik zelf maar gebeld, buiten mijn gewoonte om. Maar zo goed had ik niet gereden, dus iets anders zat er niet op. Ik denk dat ik wel een goede keuze heb gemaakt. Ik heb bij TVM mijn motivatie teruggevonden.

'Met deze ploeg is het allemaal weer nieuw. Daar haal ik stimulans uit. Priem is een stuk rustiger vergeleken met Raas. Hij is niet zo gestresst, is gauwer tevreden. Dat maakt het fietsen weer plezierig en dat is toch een factor om prestaties neer te zetten. Er wordt gereden als er gereden moet worden. Maar als het tegenzit, staat niet meteen de boel op zijn kop. Dan is het gewoon volgende keer beter, verzorg je goed en ik zie je vrijdag wel weer.'

VERANDERING van spijs deed Jelle Nijdam weer eten, of beter gezegd: minder eten. Hij nam geen vakantie deze winter, trainde harder, ging een keer de bergen van Tenerife op en lette wat meer op zijn gewicht. Nijdam dacht dat hij met zijn leeftijd best 82 kilo mocht wegen, maar blijkt ook met 78 kilo prima uit de voeten te kunnen. 'Bergop merk je dat toch wel. Dat zijn toch zestien pakjes boter die je minder hoeft mee te nemen. Ik heb nog nooit zo goed bergop gereden als in Aragon.'

Oké, het is maar de Ronde van Aragon, maar in het kader van de stress-bestrijding legt Jelle Nijdam dit jaar de lat minder hoog. Als hij tien koersen wint dit jaar is het mooi en dat hoeven echt geen grote koersen te zijn. Hij is per slot van rekening geen 25 meer.

'Voor mij waren er altijd drie wedstrijden waarin ik dacht een goede kans te hebben. Dat waren Gent - Wevelgem, Parijs - Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Daar is niets van gekomen. Dit jaar ook weer niet. Pech gehad. Het wil gewoon niet lukken in de voorjaarswedstrijden. Daar heb ik nooit mijn publiciteit gehaald. Bij de honderd koersen die ik heb gewonnen, zit één voorjaarswedstrijd: de Amstel Gold.

'Dan kan ik twee dingen doen. Ik kan in de put gaan zitten en er met de pet naar gooien of gewoon de wedstrijden daarna zo goed mogelijk rijden. Ik bedoel: ik doe mijn best, maar het lukt niet. Moet ik me daar nou druk over gaan maken? Moet ik van tien hoog naar beneden springen of gewoon goede moed houden en die kleine wedstrijdjes goed rijden?'

DE KLASSIEKERS zijn voor Nijdam te selectief geworden. 'De Amstel Gold was een jaar of vijf geleden voor renners als ik nog te doen. Maar als je nu de uitslagen ziet en je kijkt naar de tijdsverschillen tussen toen en nu, dan zie je dat die wedstrijden zo zwaar zijn gemaakt dat het voor mij niet te doen is.

'Al is het het mooiste weer van de wereld, dan komen er nog allemaal groepjes binnen. Er zitten 28 hellinkjes in en ik moet echt passen als Bugno wegspringt met buitenblad-16, terwijl ik daar binnenblad moet rijden. Omdat het mijn werk niet is. En waarom moet het zo zwaar? Amstel Gold had altijd de bekende hellinkjes. Toen gingen ze opeens over België. Weer drie hellinkjes erbij. Twee jaar terug gingen ze bij Maastricht weer de grens over om daar nog een paar hellinkjes te pakken.

'Gent - Wevelgem net zo. Die was voor de massasprints, dat was mooi. Nou gaan ze twintig keer de Kassel over. Dan is bij de sprinters het beste er wel van af. Of Veenendaal - Veenendaal. Zit je in midden-Nederland, maar moet je wel over 24 heuveltjes. Alles wat ze kunnen vinden, nemen ze mee. Je hebt alleen de Ronde van Midden-Zeeland nog. Maar als ze daar een vuilnishoop zouden vinden, gingen ze er ook nog overheen. Waarom moet dat toch steeds?'

De vraag stellen is haar beantwoorden. 'Omdat ze een grote naam op hun erelijst willen. Dat is de enige reden. Herman Krott, de koersdirecteur van de Amstel Gold, loopt al jaren tot mijn ergernis te roepen dat hij zo graag een Italiaan op het podium wil. Het mag toch ook wel een Nederlander zijn?'

Met de Italiaanse overmacht in het achterhoofd heeft Nijdam geen enkele hoop dat hij zaterdag die Nederlander zal zijn. 'Maar ik ga me er niet druk om maken. Ik laat mijn jaar niet langer verzieken omdat ik geen grote klassieker win. Dat heb ik de afgelopen twee jaar al genoeg gedaan. Dat ik met zó'n gezicht rond reed en dat ik dacht: moet ik daar nou meer doorgaan?

'Je wordt alleen maar uitgekafferd. Roepen ze dat je een zakkenvuller bent. Typisch Nederlands. Bij de Amstel Gold heb je er altijd een paar van die klootzakken tussen die denken lollig te zijn. Frans Maassen en ik worden zo'n beetje tot zondebok verklaard voor de neergang van het Nederlandse wielrennen. Dat slaat toch nergens op.

'Laat mij nou maar gewoon lekker fietsen. Ik heb een mooie staat van dienst en ik wil best het vaandel overgeven, maar er is niemand die het aanpakt.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden