Nigeria is nog niet rijp voor verkiezingen

Met Chief Abiola verloor de Nigeriaanse oppositie een symbool. Kunnen de democraten het landsbestuur overnemen van de junta en zal het leger dat toestaan?...

WIM BOSSEMA

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

Het was zeer de vraag geweest of Chief Moshood Abiola Nigeria een nieuw, democratisch tijdperk had kunnen binnenleiden, als hij niet woensdag plotseling in gevangenschap was overleden. Hij was zwak en uitgeput en vertelde VN-secretaris Kofi Annan vorige week dat hij eigenlijk geen ambitie meer had om president te worden. Dat Abiola het symbool was van het verzet tegen de militairen, laat zien hoe zwak de oppositie is.

Toen Abiola in 1993 een gooi deed naar het presidentschap, werd hij gezien als een pion van de toenmalige militaire leider, Babangida. Die had de regie van die verkiezingen volledig in handen: hij had de programma's van de twee toegestane partijen laten schrijven en de twee kandidaten goedgekeurd. Abiola werd pas een held van de oppositie toen zijn overwinning hem werd ontstolen door de junta.

Daarna duurde het nog een jaar voor hij actie ondernam en zich uitriep tot wettig staatshoofd. Hij werd weldra opgepakt en in de gevangenis groeide hij uit tot een nationaal symbool.

Ondertussen maakte generaal Abacha - de junta had Babangida aan de kant gezet - korte metten met de groeperingen die het maatschappelijk verzet tegen de militairen organiseerden. De machtige vakbonden, die met stakingen de oliesector hadden lamgelegd, werden ontmanteld, hun leiders opgepakt. Zo verging het ook de bond van journalisten en de mensenrechtengroepen. De kopstukken die wisten te ontsnappen, vluchtten naar het buitenland.

Abacha stierf vorige maand onverwachts aan een hartaanval. In Nigeria gonsde het van de geruchten dat hij vergiftigd zou zijn; bij Abiola's dood is dat niet anders. Twee hartaanvallen in een maand, die de twee belangrijkste politici van het land velden, is vreemd.

Veel wijst erop dat een deel van de legertop het militaire bewind moe is. Het internationale isolement heeft te lang geduurd. Zowel Annan als de hoge Amerikaanse delegatie die woensdag aanwezig was bij Abiola's hartaanval, toonde zich optimistisch. De nieuwe machthebber, generaal Abubakar, zou de weg vrij willen maken voor een overgangsregering. Als daad van goede wil zou hij alle politieke gevangenen willen vrijlaten.

Als Abubakar, voorheen een Abacha-vertrouweling, inderdaad een opening zoekt, kampt hij met twee problemen. Krijgt hij de kans van het machtige, intern sterk verdeelde leger? En welke personen moeten de leiding nemen in een overgangsbewind?

Sinds de burgeroorlog over het olierijke Biafra, dertig jaar geleden, heeft het Nigeriaanse leger een wankel evenwicht weten te bewaren. Maar de spanningen tussen tussen legeronderdelen en hoge officieren zijn altijd blijven bestaan. De belangrijkste tegenstelling is die tussen de generaals uit het noorden, waar de FulaniHaussa volkeren wonen, en die uit het zuiden, vooral de officieren van het Yoruba-volk.

Abacha hield zich staande in het web van intriges door onverbiddelijk op te treden tegen iedereen die hij verdacht van complotten, ambities of gebrek aan loyaliteit. Al dan niet vermeende medestanders werden regelmatig wegens hoogverraad ter dood veroordeeld.

Abacha had zich verschanst achter een privéleger, de Special Bodyguards, drieduizend in Libië en Noord-Korea opgeleide militairen. Het is onduidelijk hoe de krachtsverhoudingen binnen het leger nu liggen.

Abubakar kan de macht niet zomaar overdragen aan een burgerbewind. Hij riskeert dan opstanden binnen het leger, couppogingen en een burgeroorlog. De gefortuneerde legertop, vooral de noordelingen, zal garanties willen dat de privileges blijven en dat er geen processen zullen komen voor de schendingen van de mensenrechten, zoals de ophanging van de Ogoni-leider Ken Saro-Wiwa.

Er liggen moeizame onderhandelingen tussen de junta en de oppositieleiders in het verschiet. Onder de eersten die Abubakar vrijliet zijn zeker drie belangrijke gesprekspartners: generaal Obasanjo, de arts en menserechtenactivist Ransome-Kuti en de afgezette sultan van Sokoto, Dasuki.

Obasanjo heeft als juntaleider in 1979 de macht overgedragen aan een burgerbewind. Hij geniet groot aanzien in het buitenland, heeft zich verbonden met de democratische beweging en schijnt onder de gewone soldaten nog steeds veel gezag te hebben. Ransome-Kuti is de belangrijkste woordvoerder van de beweging voor democratie die na 1990 opkwam. Dasuki kan als invloedrijke noordeling misschien de schijn wegnemen dat democratisering een machtsgreep van de zuiderlingen is.

Maar zij zijn eenlingen. Tijdens hun gevangenschap heeft Abacha het politieke leven in Nigeria verwoest. Als Abubakar onder internationale druk doorgaat met liberalisering en ook de oppositieleiders uit ballingschap terugkeren, moet de burgerbeweging weer van de grond af worden opgebouwd. De tijd is, kortom, nog niet rijp voor verkiezingen.

Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden