Nieuwsgierig, onafhankelijk en begaan

70 Jaar en hij was van plan het wat rustiger aan te gaan doen. Maar toch heeft mr. Davids, oud-president van de Hoge Raad, ja gezegd tegen de opdracht de Onderzoekscommissie Irak te leiden....

Terugkerend van een cultureel uitstapje naar Berlijn las Willibrord Davids in een ‘beduimelde Spits’ dat premier Jan Peter Balkenende zijn benoeming tot voorzitter van de Onderzoekscommissie Irak bekend had gemaakt. De premier deed de mededeling luttele uren nadat Davids de baan aanvaardde. De jurist was enigszins verrast door die snelheid, maar begreep dat Balkenende een ongeduldig parlement ‘hom of kuit wilde bieden’.

Is de 70-jarige Davids een kamergeleerde die plotseling in de harde, hectische politieke wereld terecht is gekomen? Hij is nu opgezadeld met een onderzoek dat de premier eigenlijk niet wil: naar de Nederlandse politieke steun aan de Amerikaanse invasie in Irak, zes jaar geleden.

Onderschat Davids niet, waarschuwen zij die nauw met hem hebben samengewerkt bij de Hoge Raad der Nederlanden. Ruim twintig jaar zetelde hij in ’s lands hoogste rechtscollege, waar hij eind vorig jaar als president afscheid nam. ‘Maar hij is geen geïsoleerde man in een klein juridisch wereldje, hij heeft enorm veel contacten in allerlei geledingen van de samenleving’, zegt Freek Koster, een van de vicepresidenten, en voorzitter van de strafkamer. ‘Hij is geen vreemde eend in de bijt.’

Typerend noemt Koster het feit dat Davids voor zijn commissie, die maandag voor het eerst vergaderde, voornamelijk wetenschappers heeft uitverkoren. Ondanks Balkenendes suggestie gelauwerde politici – Ministers van Staat – aan te zoeken. Koster: ‘Het aanstellen van politici was een valkuil die hij heeft ontweken. Hij heeft een eigen afweging gemaakt. Onbevangen en onafhankelijk, zoals we hem kennen.’

Dat Davids het Irakonderzoek ‘gedepolitiseerd’ heeft, maakt hem volgens oud-president van de Hoge Raad Pim Haak geknipt voor zijn taak. ‘Hij is wars van vooroordelen. Hij kan goed afstand nemen, laat zich niet meeslepen door het gewoel’, zegt Davids’ voorganger Haak.

Davids, wiens ‘politieke voorkeur niemand kent’ (aldus Haak), beschouwt zichzelf allerminst als een kamergeleerde. Davids: ‘Als rechter heb je te maken met mensen van vlees en bloed. Vijf jaar ben ik wetenschappelijk medewerker geweest, maar dat beviel me niet zo goed. Ik besefte dat ik me in het rechterschap beter thuis zou voelen.’

Als president van de Hoge Raad ‘deed’ hij vrijwel elke week een strafzaak. Zo boog hij zich over de Deventer moordzaak, oftewel de moord op de weduwe Jacqueline Wittenberg, tien jaar geleden. Hoe emotioneel beladen die zaak ook was, Geert Jan Knoops, advocaat van de veroordeelde Ernest Louwes, herinnert zich: ‘De president leidde de zitting op een integere, ingetogen, welhaast sobere wijze. Ik kan mij voorstellen dat het Irakonderzoek bij hem in goede handen is, omdat het een volstrekt neutrale beoordeling vereist.’

Dat Davids opperrechter werd, is opmerkelijk voor iemand die zichzelf ‘niet ambitieus’ noemt. Opgegroeid in een rooms-katholiek milieu, als zoon van een leraar klassieke talen en een lerares geschiedenis, wilde hij aanvankelijk journalist worden. Maar hij vond zichzelf te jong, en koos voor de studie notariaat en recht. Hij deed zijn doctoraalexamen in 1965. ‘Ik ben de eerste jurist in de familie. Mijn grootvader was koster in Rotterdam-Zuid.’

Als student sloot hij zich aan bij Carolus Magnus (aanvankelijk Nijmeegsch Studenten Corps geheten, later Nijmeegse Studenten Vereniging). Carolus Magnus gaat er prat op menig prominente Nederlander te hebben voortgebracht, onder wie de minister-presidenten Jo Cals en Dries van Agt.

Van Agt kent Davids niet als medestudent (hij studeerde enkele jaren eerder af), maar hij heeft nog levendige herinneringen aan de jaren vijftig en zestig. Van Agt: ‘Rokkostuum en hoge hoed, dat was oorspronkelijk de sfeer. Carolus Magnus was niet doelbewust bezig met het opleiden van een elite, maar vormde wel een culminatiepunt voor de emancipatie der katholieken.’

Volgens Van Agt voerden juristen in spé de boventoon in het studentenleven. ‘Ze waren bovengemiddeld goed in het scherp en helder formuleren. Dat kwam later goed van pas.’ Maar liefst drie ‘Carolingers’ schopten het tot president van de Hoge Raad. Behalve Davids zijn dat zijn opvolger, Geert Corstens, en Charles Moons. De laatste trok Davids, destijds rechter in Assen, in 1986 aan als raadsheer.

Met een Nijmeegs ons kent ons had dat niets te maken, zegt Davids. ‘Het was een toevalstreffer. Ik kende Moons niet, hij was veel ouder dan ik. Mijn opvolger Corstens ken ik ook niet uit mijn studententijd, hij is jonger. Met mijn opvolging heb ik me niet bemoeid.’

Corstens werd, in strijd met de traditie bij de Hoge Raad, niet benoemd via het anciënniteitsbeginsel. Als langst zittende raadsheer was Davids in 2004 wél het presidentschap ten deel gevallen. ‘Maar dat is niet meer van deze tijd.’ In een van zijn zeldzame interviews, in het vakblad Trema, noemde Davids alle raadsleden ‘brave en goede juristen’, maar niet iedereen gekwalificeerd als president.

Davids: ‘De term braaf is een anglicisme in de – inmiddels gewijzigde – beëdigingsregels. Het staat voor dapper, stoutmoedig. Een mooie formule, met een knipoog.’

Subtiele humor wordt Davids in ruime mate toegeschreven. ‘Hij is een man van kwinkslagen. Dat neemt mensen voor hem in’, zegt oud-president Haak.

Marie Hélene Cornips noemt hem ‘buitengewoon plezierig in de omgang, vriendelijk, ironisch, erudiet, onderhoudend, en met een brede culturele belangstelling. Het was een genoegen om naast hem te zitten tijdens een diner.’ Cornips is directeur van de Bond van Nederlandse Architecten, waar Davids zitting had in de Raad van Beroep, een tuchtrechtelijke instantie.

Het was slechts een van de vele bestuurlijke nevenfuncties die hij vervulde, veelal tot aan zijn pensionering. Zo was Davids actief bij de organisatie Pro Juventute (jeugdzorg). Bestuurslid Marc de Leeuw: ‘Hij wilde niet alleen beroepsmatig bezig zijn, maar ook iets betekenen voor de maatschappij. Hij zag het als een morele plicht om minderbedeelden te helpen.’

Een aantal van hen liet hem eens letterlijk in de kou staan. Met het voltallige bestuur van de Kessler-stichting (thuislozenzorg) was Davids aangetreden bij het Haagse Centraal Station. Het wachten was op de ‘soepbus’, die daklozen om 13 uur zou voorzien van een warme versnapering.

Een misrekening: de bus bleek niet ’s middags, maar pas om 1 uur ’s nachts beschikbaar voor de doelgroep, die overdag op straat rondzwierf. Is Davids wellicht toch een tikje wereldvreemd? ‘Er is inderdaad een nachtleven waaraan ik geen deel heb.’

Naast het werk en de maatschappelijke activiteiten was er ook zijn gezin, waaraan hij veel tijd besteedde. Zijn oudste dochter Anne Claar noemt hem een familieman. Hij bezocht schoolavonden, woonde sportwedstrijden van z’n dochters bij, en meed zelfs een punkuitvoering van Shakespeares tragedie Othello niet, ‘al heeft hij een hekel aan harde muziek’. Met zijn kleinkinderen – Davids heeft er tien – speelt hij nog altijd spelletjes als Scrabble. ‘Hij is een echte opa.’

Anne Claar: ‘Hij heeft zich altijd omringd met mensen van verschillende achtergronden, iedereen was welkom.’ Sommigen keken tegen hem op, ‘maar hij wist je al gauw op je gemak te stellen’. Hij spreekt net zo gemakkelijk met gasten aan een staatsbanket als met de Antilliaanse schoonmaker bij de Hoge Raad. In diens eigen taal, Papiamento, die Davids zich eigen had gemaakt als kandidaat-notaris op Curaçao.

In het majestueuze pand van de Hoge Raad aan het Haagse Lange Voorhout hangt een foto waarop president Davids poseert met alle raadsleden. Hij staat niet vooraan, maar halverwege op een trap. ‘Een man zonder opsmuk’, noemde vicepresident Koster Davids bij diens afscheid.

In huize-Davids werd niet of nauwelijks over politiek gesproken. Dochter Anne Claar herinnert zich geen onvertogen woord aan het adres van politici.

Publiekelijk uitte Davids af en toe kritiek. Hij kapittelde minister Gerrit Zalm van Financiën, toen deze burgers opriep torenhoge gemeentelijke belastingen niet te betalen. En hij plaatste vraagtekens bij het feit dat rechters toetraden tot de Eerste Kamer, waarmee ze de schijn van belangenverstrengeling wekten. Parlementariërs zouden in het algemeen wel wat meer waardering mogen tonen voor de rechterlijke macht, meent hij.

Als voorzitter van de Onderzoekscommissie Irak wil Davids gepaste afstand houden van de politiek. ‘Het gaat inderdaad om een brisant politiek probleem. Maar net als in de Hoge Raad richt ik me op feiten. We gaan geen politiek getinte vragen beantwoorden.’

Als voorbeeld noemt hij recente interpellatievragen van SP-leider Agnes Kant aan de premier. Ze schetste een ambtelijke ‘cultuur’ waarin, tijdens de besluitvorming over Irak argumentatie en openheid niet de norm waren.

Dat Davids de capaciteiten heeft om het onderzoek strak te leiden, wordt alom erkend. Oud-collega Haak: ‘Hij is heel sterk in het ontleden van feiten en het doorhakken van knopen. Hij zit op z’n fiets en denkt dan: ja, zo moet het.’

De Leeuw van Pro Juventute: ‘Analyseren, daar is hij zonder meer goed in. Hij kan een onderwerp snel tot de kern terugbrengen, en weet oeverloze vergaderingen te vermijden.’

Maar wat bezielt een 70-jarige met een indrukwekkende staat van dienst, en het voornemen om het kalmer aan te doen, deze klus op zich te nemen? Terwijl de kans bestaat dat de uitkomst terzijde wordt geschoven door het parlement, dat een eigen onderzoek nadrukkelijk openlaat.

Dochter Anne Claar: ‘Het is een combinatie van plichtsbesef en nieuwsgierigheid. Ik denk dat hij de opdracht mooi vindt omdat hij niet alleen gebaande paden wil bewandelen.’ Vicepresident Koster van de Hoge Raad: ‘Het past bij hem om nieuwe uitdagingen aan te nemen. Als rechter was hij nieuwsgierig van aard. Ik denk dat hij er veel zin in heeft.’

Davids beaamt: ‘Je moet het con amore doen, of niet doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.