Nieuws dat je maakt

Websites waarop iedereen nieuws kan plaatsen, zouden de journalistiek opschudden; '16 miljoen reporters' was een slogan. Wat is daarvan terechtgekomen?

Toen een kleine tien jaar geleden de mobiele telefoon met een relatief goede camera en internetverbinding gemeengoed werd, begon er in de journalistiek een revolutie. Althans, die werd voorspeld. De oude, starre, klassieke journalist met hoed en aantekeningenboekje zou plaats gaan maken voor de actieve, betrokken burger die - gewapend met computer, engagement en ambitie - de wereld zou gaan uitleggen hoe het allemaal echt zit. Move over professionele journalist; welkom burgerjournalist.

Burgerjournalistiek werd 'de grootste bedreiging' voor de traditionele journalistiek genoemd. De tijd van de massamedia was definitief voorbij en, zo zei Mark Deuze (nu hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam) destijds: 'Journalistiek lijkt niet meer nodig, omdat iedereen journalist is.'

De media wachtten niet af en binnen enkele jaren verschenen tal van kant-en-klare platforms voor de burgerjournalist. NU.nl kwam met hier.nl; uitgever PCM en Talpa lanceerden Skoeps.nl; AD kwam met UwNieuws; de Volkskrant bood bloggende burgers een platform op het Volkskrantblog; de Telegraaf Media Group (TMG) probeerde het met dichtbij.nl en ook regionale media wilden de burger aan zich binden. Zo lanceerde de Twentse Courant Tubantia de 'dorpspleinen': een onlinekrant voor en door burgers van de regio. Het Dagblad van het Noorden experimenteerde met nieuwslokaal.net.

Wat is er nu nog over van al deze initiatieven? Wat is er van de revolutie gekomen? En welke invloed heeft de burger tegenwoordig op de journalistiek? Kortom: wat stelt burgerjournalistiek anno 2013 precies voor?

In 2008 lanceert internetondernemer Kees van Mourik nieuwslog.nl, een platform voor burgerjournalistiek waar betrokken, gespecialiseerde burgers hun kennis en nieuws met elkaar delen. De onderwerpen variëren van vliegvissen tot het laatste nieuws over Ajax. Nog geen jaar later trekt de website 1,5 miljoen pageviews en 500 duizend bezoekers per maand. De redactie bestaat uit ruim 200 vrijwilligers; burgerjournalisten. Wie nu naar nieuwslog.nl gaat, ziet een pagina met een plaatje van een blikken robot met daarnaast de tekst: 'Per 5 april 2013 is Nieuwslog niet meer beschikbaar...'.

'Simpelweg een gebrek aan geld', geeft oprichter Van Mourik als voornaamste reden voor het einde van het platform. 'Het inkomstenmodel met advertenties werkt niet meer.' Van Mourik had gehoopt dat Nieuwslog de aandacht zou trekken van een grote uitgever die het platform wilde overnemen. Het tegenovergestelde gebeurde: 'Ik heb veel last gehad van rechtszaken. Uitgevers die burgers afschrikken met dreigbrieven van advocaten, omdat ze per ongeluk iets te veel uit een nieuwsbericht van een krant of website hebben gekopieerd.'

Behalve financiële problemen liep Van Mourik ook nog tegen een andere, niet onbelangrijke, horde op: de burgerjournalist zelf. 'Het is moeilijk om kwaliteit en continuïteit te bieden. Als je mensen alleen maar een gedeelte van de inkomsten betaalt en die inkomsten vallen tegen, is continuïteit moeilijk. Dat geldt ook voor kwaliteit: je kunt moeilijk bepalen of een bijdrage van een burgerjournalist daadwerkelijk klopt of zinnig is.'

Het verhaal van Nieuwslog staat niet op zich. Skoeps.nl (slogan: '16 miljoen reporters') gaf cameratelefoons in bruikleen aan enthousiaste burgerjournalisten en de 'skoep van de dag' kon iemand 250 euro opleveren. Maar ook Skoeps ging ten onder aan te weinig inkomsten en te weinig enthousiasme van de burger. Repten de oprichters in het begin van 'tienduizenden mensen' die een bijdrage zouden leveren, in de praktijk waren er slechts 220 actieve gebruikers. Nog geen twee jaar na de lancering trokken PCM en Talpa de stekker uit het platform. Hier.nl, de burgerjournalistieke variant van NU.nl, wachtte hetzelfde lot. Nog voordat het project officieel was gestopt, noemde toenmalig hoofdredacteur van NU.nl Laurens Verhagen hier.nl 'mislukt'. 'In de praktijk kunnen en willen burgers geen nieuwsberichten schrijven', verklaarde Verhagen.

Ook de dorpspleinen van Tubantia waren geen lang leven beschoren. Toen manager Hans Berkhout het project in 2009 na drie jaar stopzette, schreef hij in vakblad De Journalist: 'Mensen wilden niet langer alleen maar op internet lezen wat hun buurman er allemaal van vindt.' De krant zou altijd beter zijn, concludeerde Berkhout. 'Niet zo wild en sprankelend als internet, maar wel het betrouwbare product, waarvan de informatie klopt en waarin je leest hoe je leefwereld in elkaar steekt.'

De grote, profetische woorden over de landverschuiving die de burger in de journalistiek teweeg zou brengen zijn niet waargemaakt, zegt ook Alexander Pleijter, lector journalistiek en innovatie aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Pleijter is de man achter het blog van De Nieuwe Reporter, waar hij nieuwe ontwikkelingen in de journalistiek nauwlettend volgt.

Volgens Pleijter is een van de redenen van het mislukken van platforms als Skoeps en Hier dat ze te geïsoleerd waren van de gevestigde media. 'Er was geen goede kruisbestuiving. De burgers die eraan meewerkten, zagen maar beperkt resultaat van hun werk. Dus als je iets tikte voor Skoeps of Volkskrantblog, bleef het daar en werd het niet overgenomen.' En, besluit hij: 'De burger is geen journalist.'

Mediawetenschapper Tom Bakker verbaast zich allang over alle aannamen rondom burgerjournalistiek. Hij wilde harde cijfers: hoeveel mensen zijn actief? Wie zit op burgerjournalistiek te wachten? Om uiteindelijk de vraag te kunnen beantwoorden: trilt de traditionele journalistiek op zijn grondvesten? 'Dat is bepaald niet het geval', zegt Bakker, die onlangs promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. '6 procent van de Nederlanders is online actief in het publieke debat. En dan tel ik ook mensen mee die één keer per maand een comment schrijven bij GeenStijl. Zelfs met zo'n brede definitie zie je dat er weinig burgerjournalisten zijn.'

Het verrast Bakker niet. 'Het is enorm veel werk, het kost veel tijd en energie. Als je na je werk thuiskomt heb je zin om op de bank te ploffen, niet om je buurvrouw nog even te interviewen.'

Burgerjournalistiek is in de jaren negentig, nog voor de komst van internet, ontstaan om het veronderstelde gat tussen de media en het publiek te dichten. Dat gat is toch niet zo groot, concludeert Bakker nu. 'Het is niet alsof heel Nederland huilend over straat gaat vanwege de nieuwsvoorziening. We hebben hier weinig te klagen. In landen waar media te maken hebben met censuur en de bevolking met onderdrukking, denk aan China, Egypte of Iran, lijkt de urgentie om online actief te zijn ook veel groter dan hier. Daar bloeit de burgerjournalistiek, omdat er werkelijk sprake is van censuur.'

Uit het onderzoek van Bakker blijkt dat privacy een grote rol speelt in het gebrek aan burgerjournalistiek. 'Daarom zijn mensen voorzichtig met politieke uitlatingen. Als je op Twitter of Facebook politiek positie kiest, kan vrijwel iedereen dat lezen en word je in een hokje geplaatst. Wat denkt je baas ervan dat je links of rechts bent? Mensen vinden dat niet prettig. Dat is een factor die je niet moet onderschatten.'

Kunnen we daarmee concluderen dat de burgerjournalistiek dood is? Nee, vindt lector Alexander Pleijter. 'De burgerjournalistiek heeft een enorme invloed op de fotojournalistiek. De tarieven voor professionele fotografen liggen nu, doordat foto's van burgers gebruikt worden in het nieuws, veel lager. Het is als professioneel fotojournalist nog moeilijker aan de bak te komen omdat er ook veel goede amateurfotografen zijn.' Pleijter noemt als voorbeeld Nufoto, het initiatief van NU.nl waar iedereen nieuwsfoto's kan insturen en die ook regelmatig worden gebruikt op de hoofdpagina van NU.

Ook de rol die het publiek kan spelen in het doorzoeken en analyseren van data mag niet onderschat worden. Zo vroeg de Britse krant The Guardian haar lezers om declaraties van politici uit te pluizen. En Bright, een Nederlands blad dat zich richt op technologie en lifestyle, schakelde lezers in om verdachte formuleringen uit gebruikersvoorwaarden te filteren. De burger als onderzoeksjournalist, dat kan dus ook, als de samenwerking met de professionele media maar goed genoeg is.

Eigenlijk moeten we het niet meer over 'burgerjournalistiek' hebben. De term raakte de laatste jaren in onbruik. Het zou impliceren dat de professionele journalistiek op den duur overbodig zou worden. Op dat idee lijken kenners teruggekomen. Niet iedereen is journalist, zoals Mark Deuze zei, maar iedereen kan op enig moment wel even journalist zijn. De grens tussen nieuwsproducent en -consument vervaagt.

Dat is wat Deuze 'liquid journalism' noemt, vloeibare journalistiek. Denk aan ooggetuigen die foto's twitteren van relschoppers in Haren, een noodlanding van een vliegtuig in de Hudson bij New York of, zoals deze week, bij de aanslagen bij de marathon in Boston. In een mum van tijd vlogen filmpjes en foto's van burgers over het internet en maakten de gevestigde media ook gretig gebruik van die amateurbeelden. Toen er dinsdag een vliegtuig werd vastgehouden op het vliegveld van Boston, deed een passagier live verslag van de gebeurtenis op zijn Twitter-account.

Burgers kunnen dus wel materiaal aanleveren, maar ze kunnen niet onafhankelijk journalistiek bedrijven. Andersom heeft de journalistiek geleerd beter naar de lezer te luisteren, zegt Pleijter. 'Men kan nu beter de toegevoegde waarde van de burger inzien. In feite zijn de platforms als Skoeps, Hier en Nieuwslog overgenomen door Twitter en Facebook.'

In de slipstream van de hype over burgerjournalistiek ontstond een andere term: hyperlokale journalistiek. Mediaconcern TMG begon in 2010 met een pilot van Dichtbij.nl. In Zwolle, Heino, Woerden en Eindhoven werden onlineplatforms gelanceerd die deels door een redactie en deels door 'meeschrijvers', vrijwilligers uit de regio, gevuld werden met nieuwtjes. Niet veel later begon ook HDC Media met hun Vandaag-sites, in eerste instantie alleen in Hoofddorp en Alkmaar.

'Burgerjournalistiek is niet mijn term', zegt Bart Brouwers, hoofdredacteur en oprichter van Dichtbij.nl. 'De mensen die bijdragen, willen wel informatie delen, maar willen geen journalistje spelen. Ze willen een platform.'

Dichtbij heeft een stuk of tachtig van deze platforms, waarvan 45 een eigen redactie hebben. In 2012 publiceerde de site zo'n 300 duizend berichten. 20 procent daarvan werd door meeschrijvers aangeleverd. De rest komt van de redacteuren (36 in totaal) en uit huis-aan-huisbladen. Op de platforms waar Dichtbij geen redacteuren heeft, haalt de site automatisch berichten van andere nieuwspagina's. In dat geval worden alleen de eerste vijftig woorden van een bericht gekopieerd en wordt een link geplaatst naar het origineel.

'Het verdienmodel leunt voor 90 procent op advertenties', zegt Brouwers. 'We draaien nog niet break-even, maar we zien wel een stijgende lijn.' Om de inkomsten op te schroeven, is de grens tussen redactie en commercie soms wat troebel. Zo wilde de Rabobank meer aandacht voor de sponsoring die ze aan toneel besteden. In ruil voor een kaartje voor Parktheater in Eindhoven moesten bezoekers een verslag schrijven voor Dichtbij. En bij een bericht over letselschade staat een link naar een advocatenkantoor dat daarin is gespecialiseerd. Brouwers: 'Het moet inhoudelijk wel kloppen.'

Ook bij Dichtbij is de animo vanuit de lokale bevolking op zijn zachtst gezegd wisselend. Brouwers: 'Het is niet alsof je een deur openzet en het binnen komt stromen. En de continuïteit is ook niet gewaarborgd. Je moet er constant aan werken.' De rol van de community manager - een redacteur die stukken schrijft, redigeert, het contact met de meeschrijvers onderhoudt en het platform beheert - is cruciaal volgens Brouwers. 'We krijgen veel bagger binnen. Dat is soms het begin van een mooi verhaal, maar vaak ook het eind.' De onlinegemeenschappen in Amstelland, Hoofddorp en 't Gooi zijn erg levendig. Soms komt wel 50 procent van de inwoners een of twee keer per maand op de site. Op andere plekken, zoals Roosendaal, gaat het maar om een paar procent.

Op de site noemt Dichtbij zichzelf een 'gamechanger in medialand'. 'Daarmee doelen we op het besef dat journalisten niet in een onbegaanbare burcht zitten en een monopolie op informatievoorziening hebben', zegt Brouwers. 'De journalistieke vaardigheden zitten niet bij de burgers, maar de kennis wel. Burgers gaan een steeds grotere ondersteunende rol spelen.'

Maar is die ondersteunende taak iets nieuws? 'De rol van burgers ten opzichte van de journalistiek is wezenlijk niet veranderd', zegt onderzoeker Bakker. 'Ze leveren nu in grote mate materiaal en bronnen aan, maar dat is altijd zo geweest. Vroeger haalde de journalist zijn verhalen op straat of op verjaardagen. Nu is dat nog steeds zo. Het gaat alleen veel makkelijker en sneller, omdat journalisten op internet kijken. Ooit moest je als burger een foto van een natuurramp ontwikkelen en op de post doen, nu kun je hem zo uploaden. Dat is een welkome bijdrage voor de journalistiek, maar geen verandering.'

GRAP: GOTYE IS DOOD

Op zondag 1 juli 2012 werd de wereld opgeschrikt door een treurig bericht. Zanger Gotye, die maanden lang een nummer 1 hit had met Somebody That I Used To Know, was plots overleden. Op Twitter was #RIPGotye trending en de nieuwsdienst CNN meldde het gedetailleerd: Wouter (Wally) De Backer, zoals hij echt heet, had zichzelf om 04.32 uur met een 9mm-pistool door het hoofd geschoten en om 04.45 uur werd hij doodverklaard. Het werd al snel duidelijk dat het om een grap ging van iemand via CNN iReport, een website waar bezoekers nieuws en filmpjes kunnen insturen aan CNN. 'I'm not dead. #Pinkalbumtitles', twitterde Gotye zelf met een verwijzing naar het album I'm not dead van zangeres Pink.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden