Nieuwjaarstoespraak Job Cohen

Burgemeester Job Cohen spreekt op nieuwjaarsdag in het Concertgebouw te Amsterdam. De volledige tekst van zijn toespraak is hier te lezen.

Nieuwjaarstoespraak van burgemeester Job Cohen op 1 januari 2008 in het Concertgebouw te Amsterdam.

Dames en heren,

Welkom in het Concertgebouw op deze eerste dag van het jaar 2008. Namens het gemeentebestuur van Amsterdam wens ik u en uw naasten al het goede voor het nieuwe jaar.

Ik begin mijn toespraak vanavond met enige woorden van mijn zo geliefde voorganger Schelto Patijn, die afgelopen zomer, veel te vroeg, is overleden.

We missen hem.

Ik neem u mee naar 20 december 2000, de dag dat Schelto Patijn voor het laatst de gemeenteraad van Amsterdam toesprak. Hij stelde toen twee onderwerpen, van verschillende aard, aan de orde die het waard zijn vandaag naar voren te halen.

Het eerste onderwerp betrof het belang van cultuur en aansprekende cultuurgebouwen voor de internationale uitstraling van Amsterdam. Patijn vond dat hierin flink geïnvesteerd moest worden. Nodig was niet alleen verdieping en vernieuwing van het huidige culturele aanbod en het aanwezige erfgoed, maar ook verbreding daarvan. Patijn wees daarbij op het feit dat perioden van economische en culturele bloei in de geschiedenis van Amsterdam steeds hand in hand zijn gegaan. Eerdere bloeiperioden (de Gouden Eeuw, het einde van de 19e eeuw) hadden aansprekende onderdelen van ons culturele erfgoed achtergelaten, waarvan wij nog dagelijks genieten. De kooplieden van de Gouden Eeuw lieten ons hun Rembrandts, hun fraaie grachtenhuizen en het Paleis op de Dam na. Hun opvolgers aan het eind van de 19e eeuw voegden daar onder meer met hun burgerinitiatieven het Rijksmuseum en het Concertgebouw aan toe.

En nu¿? vroeg Patijn zich toen af, en ik citeer: “Hebben wij straks weer zo'n periode van economische bloei in de stadsgeschiedenis achter de rug ¿ zonder dat dit iets vergelijkbaars nalaat waarmee volgende generaties stadsbewoners deze periode kunnen markeren? Waar blijven dit keer de 'grote werken' op kunstgebied?” – einde citaat.

Als wij nu zeven jaar later naar onze stad kijken, dan moeten wij constateren, dat ‘de grote werken’, de aansprekende gebouwen die deze periode van bloei markeren, niet zijn uitgebleven. Overal in de stad kwamen ze tot stand. De Oostelijke Handelskade kwam tot ontwikkeling, met als hoogtepunt het Muziekgebouw aan ’t IJ. Iets verderop zien we de nieuwe Openbare Bibliotheek Amsterdam die afgelopen zomer werd geopend.

Ook de Zuidas kwam tot leven met onder meer de nieuwe WTC H-toren, het hoofdkantoor van de ING Bank en de Viñoly toren. Nu hoor ik u denken: ja maar burgemeester, de meeste hiervan zijn geen cultuurgebouwen. Daar heeft u gelijk in, maar het zijn welgebouwen die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken, die uiting geven aan het zelfvertrouwen van de stad en de economische voorspoed van de periode waarin we leven. Bovendien komt aan de Kop van diezelfde Zuidas het nieuwe musicaltheater van Joop van den Ende. In Zuid-Oost werden het Pathé Arena cinema-complex, de Heineken Music Hall, de Imagine IC tentoonstellingenruimte, het futuristische gebouw van Living Tomorrow, naast tal van nieuwe woningen, gerealiseerd. Eind 2007 werd daar ook het geheel nieuwe Amsterdam Bijlmer Station opgeleverd. Voor de nabije toekomst staat het GETZ Entertainmentcenter op het bouwprogramma.

Ook de door Schelto Patijn bepleite verdieping en vernieuwing van het bestaande cultuuraanbod en culturele erfgoed zijn de afgelopen jaren behoorlijk aan bod gekomen. Aan voorbeelden geen gebrek, en daarom beperk ik me nu wel tot het jaar dat net achter ons ligt. De renovatie van het Stedelijk Museum aan het Museumplein is halverwege 2007 van start gegaan; het licht voor de renovatie van de Nieuwe de la Martheaters, opnieuw Joop van de Ende, staat op groen. Het Joods Historisch Museum opende in zijn geheel vernieuwde vorm in februari 2007 zijn deuren. De Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam verhuisden naar een nieuwe locatie aan de Oude Turfmarkt: de gerestaureerde Vingboonspanden annex het voormalige Sint Bernardus Gesticht. Het oude hoofdkantoor van de ABN Amro aan de Vijzelstraat, “De Bazel” werd gerestaureerd en is sinds afgelopen zomer de nieuwe locatie van ons Stadsarchief.

Dames en heren,

Wie vanuit het prisma van al deze bouw en restauratieve activiteiten naar Amsterdam kijkt, ziet een welvarende, dynamische en zelfbewuste stad die haar culturele erfgoed koestert en tegelijkertijd een plaats in de 21ste eeuw opeist voor zichzelf door zich als modern, vrij en creatief te positioneren. Het beste voorbeeld van deze combinatie van oud en nieuw vormt de Amsterdamse binnenstad: één van de gaafste, best geconserveerde, 17e-eeuwse steden van Europa. Miljoenen toeristen uit binnen- en buitenland vergapen zich er jaarlijks aan. Toch zijn Amsterdam en de Amsterdamse binnenstad niet verworden tot een openlucht museum voor toeristen – daarvoor is datgene wat er in het huidige Amsterdam gebeurt te interessant voor de mensen die nú leven.

Want de echte monumentaliteit van Amsterdam zit niet in de gebouwen maar in de hoofden van mensen, zoals Geert Mak eens zei. Kijk bijvoorbeeld naar de creativiteit die er in deze stad is: kunst, cultuur, muziek. tentoonstellingen, theatervoorstellingen, bibliotheken met prachtige collecties, universiteiten en onderzoekscentra waar de wetenschap bloeit, broedplaatsen voor kunstenaars – al maakt de welvaart het steeds moeilijker om die broedplaatsen in de binnenstad te behouden. De stad heeft het allemaal en blijft daarmee een magneet die mensen, jong en oud, naar zich toe trekt. In het kielzog daarvan zien we een creatieve industrie die zich in de afgelopen decennia sterk heeft ontwikkeld, zoals op de, trouwens steeds meer overlappende terreinen van de nieuwe media, reclame, design, gaming en ICT. Ik hoef u maar te wijzen op het succes van PicNic 07, de Cross Media Week in 2007, die zich zo in twee jaar tot een internationale must voor deze sector heeft ontwikkeld. Niet voor niets stimuleert de gemeente, inmiddels gesteund door de Europese Commissie, de aanleg van een glasvezelnet dat over een tijdje alle burgers de beschikking geeft over razendsnelle internetaansluitingen met nu nog onvermoede mogelijkheden En zo is er veel meer te zeggen over wat er goed gaat in de stad. De bedrijvigheid in de financiële sector, het toerisme, de haven, de luchthaven Schiphol en de al genoemde ict- en nieuwe media sector neemt enorm toe. De werkloosheid is afgenomen, de vraag naar personeel soms niet te beantwoorden. Nieuwe bedrijven vestigen zich hier, hoofdkantoren verhuizen naar Amsterdam.

Aan dit verhaal van voorspoed werken velen mee. U hier in de zaal maakt er op uw manier iedere dag werk van: in uw bedrijf, op kantoor, werkend in theater, praathuis of museum, als bankier, advocaat, accountant of adviseur, in de haven, als ambtenaar, politieman, onderwijzer, dokter, verpleger of verzorger; als reclameman, ingenieur, acteur, winkelier, restauranthouder – en ga zo maar door.

U, samen met talloze anderen, afkomstig uit binnen- en buitenland – let wel, niet voor niets telt Amsterdam 174 verschillende nationaliteiten - vormen het succes van Amsterdam. Dag in, dag uit, zorgt u ervoor dat onze stad in vorm is en zich met de beste steden van de wereld meten kan.

Ook het gemeentebestuur, college en raad samen, heeft veel om met tevredenheid naar te kijken. Dat dat een zekere saaiheid in stadsbestuur en stedelijke politiek met zich meebrengt en dat onze lokale krant zich daarover beklaagt begrijp ik wel, want als je iets saai vindt, valt er weinig te schrijven. Maar het is maar net hoe je tegen de stad aankijkt. Resultaten boeken is niet saai, met volle energie werken aan onze stad is niet saai. Het evenwicht proberen te bewaren in een tijd waarin de polarisatie toeneemt, ja dat kun je saai noemen, maar is het niet. Het is en blijft wat mij betreft één van de grootste uitdagingen. En resultaten boeken: ik noemde al het gereedkomen in 2007 van de openbare bibliotheek en de opening van het Stadsarchief in De Bazel; met de nieuwe Afval-Energie-centrale scoren wij internationaal op niet mis te verstane wijze. Het zijn investeringen geweest waartoe het Amsterdamse gemeentebestuur een aantal jaren geleden heeft besloten, die nu in volle omvang gaan renderen. In het verschiet ligt de Noord-Zuidlijn, die ondanks de problemen gestaag vordert, en de verdere ontwikkeling van de Zuid-as. Het zijn majeure projecten. Met de bijbehorende risico’s, maar zij dragen in hoge mate bij aan de noodzakelijke ontwikkeling van onze stad. Ook Noord ontwikkelt zich tot een gebied dat prachtig past binnen de ideeën die met Amsterdam topstad gekoesterd worden. Noord, steeds meer onderdeel van de stad, maar nog steeds Noord.

De positieve, open en dynamische uitstraling van de stad leidt er toe dat Amsterdam een stad is voor tal van uiteenlopende, spraakmakende evenementen. Zo is Amsterdam vanaf 23 april 2008 een heel jaar Wereldboekenstad, waarmee onder het thema “Open Boek” het geschreven woord, het vrije woord en het lezen in de meest brede zin van het woord aan de man wordt gebracht. In juni 2008 zal het Nationaal Special Olympics evenement plaatsvinden; een sportevenement voor sporters met een verstandelijke beperking. Ruim 1400 sporters uit heel Nederland (leeftijd 8 tot 80) zullen met elkaar strijden in 19 takken van sport. Zij worden begeleid door ongeveer 500 coaches en begeleiders. En honderden vrijwilligers zullen zich inzetten tijdens het evenement. Eveneens in juni 2008 zal Amsterdam de gaststad zijn voor de Interfaith Dialogue Conference; een internationale conferentie voor de interreligieuze dialoog tussen diplomaten, NGO’s, religieuze groeperingen en media uit 43 landen uit Europa en Azië.

Het gaat dus goed met Amsterdam. Maar, dames en heren, het is een goede Nederlandse traditie dat een positief verhaal wordt gerelativeerd met een verhaal dat wat somberder van toon is. Dat moet ook, want dit ìs niet het hele verhaal.

Ook in het welvarende Amsterdam gaat niet alles goed. Vooral de achterblijvende prestaties van een deel van de jeugd baart zorgen. Jongeren die Amsterdammer zijn en die deze stad ook in de toekomst heel hard nodig heeft. Een deel van die jongeren vertoont probleemgedrag variërend van overlast geven tot het plegen van criminaliteit. En achter één zo’n zinnetje gaat dagelijkse ellende schuil: van opengebroken auto’s, tot geweld op straat en overvallen in winkels. Ik zag afgelopen dagen met lede ogen aan dat een juwelier zijn winkel sluit, omdat hij de spanning van misschien nog een keer overvallen te worden, niet meer aan wil. Het legt op al diegenen die op het terrein van de veiligheid werkzaam zijn – en ik ben één van hen-, de dure plicht om daar met alle energie die in ons is, aan te blijven werken.

Niet voor niets is één van de centrale programmapunten van dit College van Burgemeester en Wethouders: kinderen eerst. Tegelijkertijd zien we hoe hardnekkig de problemen zijn. We slagen er nog onvoldoende in om ze werkelijk tot een oplossing te brengen.

Bovendien zien we dat problemen steeds vaker geografisch te duiden zijn. De goede ontwikkelingen in de stad vinden vooral plaats binnen de ring, een aantal gebieden daarbuiten blijft achter. Meer en meer constateren wij een tweedeling, een tweedeling die wij natuurlijk nooit zullen accepteren. Hoewel wij veel hebben geïnvesteerd om de segregatie langs scheidslijnen van huidskleur, afkomst, inkomen, cultuur, religie en onderwijs op te heffen of in elk geval te verzachten, valt uit het onderzoek van De Staat van de Stad IV op te maken dat de situatie het afgelopen jaar niet wezenlijk is verbeterd, integendeel. Veel van de inzet van de gemeente zal dan ook op de bestrijding van die tweedeling gericht zijn.

Dat is niet alleen een kwestie van geld, het is ook een kwestie of wij erin slagen om onze middelen effectief in te zetten. Daar valt veel te verbeteren. We weten hoe sommige gezinnen die alle aandacht van overheidsinstanties nodig hebben, door diezelfde instanties ongecoördineerd overlopen worden waardoor succes uitblijft. Natuurlijk, de bedoelingen zijn allemaal goed. De mensen in de uitvoering werken allemaal keihard. Maar elke instantie heeft de neiging een probleem te bezien vanuit de eigen invalshoek. Het blijft moeilijk om institutionele stroperigheid te laten plaatsmaken voor het nemen van verantwoordelijkheid die tot oplossingen leidt. Toch moet dat. Dat vraagt in de komende jaren daarom dwingende aandacht: wij moeten onze uitvoering verbeteren.

Een andere cruciale vraag is of wij er voldoende in slagen de talenten van jonge Amsterdammers, ook die van jonge Amsterdammers die laag opgeleid zijn, tot hun recht te laten komen. Wij weten hoe ongelofelijk belangrijk een opleiding is: het is de factor die het meeste onderscheid aanbrengt in de leefsituatie van Amsterdammers. Ik denk dat dat beter kan. Als ik kijk naar wat bijvoorbeeld de IMC Weekendschool soms bereikt met kinderen die op het vmbo zitten, dan vraag ik me af of die kinderen niet veel méér kunnen. Dat geldt natuurlijk niet voor alle kinderen. Maar of het talent van iedereen wel voldoende wordt uitgebuit, dat vraag ik me af. Ik hoop dat de impuls van 1 miljard die het onderwijs gelukkig krijgt, ertoe zal bijdragen dat ook dit aspect de nodige aandacht krijgt.

Dames en heren,

U heeft mij tot nu toe niet horen praten over wat voor velen hét probleem is van de huidige tijd, namelijk: “de problemen van de multiculturele samenleving”. Dat is niet omdat Amsterdam niet multicultureel zou zijn – want dat is een stad met 174 nationaliteiten per definitie wél. Het is ook niet omdat ik zou willen ontkennen dat het samenleven van zoveel verschillende nationaliteiten moeilijk is – want dat is het natuurlijk wél. Voor iedereen. Lees het boek van Paul Scheffer “Het land van aankomst” dat de pijn beschrijft die met migratie gepaard gaat, niet alleen voor de migrant, maar òòk voor de mensen in het land van aankomst.

De vraag is hoe we in onze stad met deze realiteit, want dat is het, omgaan.

En dan kom ik op het tweede punt van Schelto Patijn dat ik u in het vooruitzicht stelde. In zijn afscheidsrede in 2000 zei Schelto Patijn het volgende (en ik citeer): “Meer dan ooit zal Amsterdam in de 21ste eeuw een stad van migranten zijn. Het is een natuurlijke ontwikkeling, dat nieuwe groepen zich hier zullen blijven vestigen. Dat is aan de ene kant geen grote verandering: wie de geschiedenis van Amsterdam kent, weet dat migratie naar onze stad van alle tijden is en ook dat de stad daarbij steeds is welgevaren. Nieuw is de mate waarin migranten vanuit alle werelddelen het aanzien van de stad zullen gaan bepalen. Over twintig jaar zal de meerderheid van de Amsterdammers van buitenlandse afkomst zijn, met een mondiale spreiding van nationaliteiten.

Zijn wij daarop voorbereid? Zijn we bereid om al deze nieuwe stadgenoten te zien als “gewone Amsterdammers” die het volste recht hebben om zich in hun eigen stad in alle geledingen te manifesteren? Accepteren we dat als iets vanzelfsprekends of tenminste als een uitdaging?”

En hoe zit het met deze toekomstige Amsterdammers? “Ik ben ervan overtuigd,” aldus Patijn, “dat zij zich zullen voegen in de eeuwenoude Amsterdamse tradities van vrijheid en tolerantie.

We zullen nog veel onverschilligheid, vluchtgedrag en weerstand moeten overwinnen om de Amsterdamse bevolking - de oorspronkelijk Europese en de allochtone - te laten wennen aan het idee dat deze gang der dingen onvermijdelijk is” – einde citaat.

Ook in de 21ste eeuw zal Amsterdam een stad van migranten zijn. De daarmee gepaard gaande onvermijdelijkheid van het samenleven van verschillende culturen en de pijn waarmee dat gepaard gaat vragen om antwoorden die een fatsoenlijke samenleving mogelijk maken. In 'The decent society' zegt Avishai Margalit dat voor een fatsoenlijke samenleving niet alleen strengheid in het stellen en handhaven van grenzen nodig is, maar ook het ontzien van elkaars gevoeligheden. Let op: het ontzien van elkaars gevoeligheden betekent niet het ontkennen van die gevoeligheden. Maar je hoeft die gevoeligheden niet in te peperen. En zegt Margalit, het is ook hier oefening die kunst baart.

Dames en heren, Ik kom tot een afronding.

Eerder richtte ik mij tot u, omdat u, en vele anderen, dag in dag uit, het succes vormen van Amsterdam. Dat geldt natuurlijk ook voor al die duizenden vrijwilligers die dagelijks in onze stad actief zijn en hun medemensen op duizend verschillende manieren helpen.

Eén zo’n groep vrijwilligers bestaat uit de 20 vrijwilligers die afgelopen zomer aan het project Welcome 2 hebben meegedaan. Welcome 2: het gastvrijheidproject van de Amsterdamse Alliantie en Amsterdam Topstad, om Amsterdam gastvrijer te maken. Het project ‘Gastheren en –vrouwen heten u Welcome’ wil op een directe manier het gevoel van gastvrijheid dat bezoekers aan Amsterdam ervaren, verbeteren, door hun vragen te beantwoorden, ze de weg te wijzen, veiligheidsadviezen te geven, enz., enz. Vele duizenden toeristen werden tijdens de duur van het project door de vrijwilligers geholpen, die in groepjes van twee en als zodanig goed herkenbaar door de binnenstad liepen. Welcome 2 gaat in 2008 door.

En laten wij zo het jaar 2008 begroeten, met een warm welkom voor al diegenen die aan en in Amsterdam werken en onze prachtige stad komen bezoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden