Nieuwe wet zadelt politie op met nog meer rompslomp

De modernisering van het Wetboek van Strafvordering, waarin de opsporingsbevoegdheden voor de politie staan, vergroot de administratieve werklast van de politie. Daardoor komt de opsporing verder onder druk te staan.

De politie spreekt inwoners van Bunschoten aan tijdens de zoektocht naar de 14-jarige Savannah. Enkele dagen later wordt haar lichaam gevonden in het water bij een industrieterrein. Beeld anp

Dat concluderen politieprojectmanager Yvonne Pools en hoofd Landelijke Recherche Wilbert Paulissen. Ook hoogleraar strafrecht Tineke Cleiren, tot 2000 directeur-generaal wetgeving, rechtshandhaving en rechtspleging van het ministerie van Justitie, is kritisch over de voorstellen. 'Er zijn verkeerde keuzes gemaakt en over veel te veel zaken is onvoldoende nagedacht', aldus Cleiren in het juristenblad Mr. Eerder uitten rechters, wetenschappers en juristen hun bezorgdheid over de aanpassingen.

Sinds 2014 zijn juristen bezig met het herschrijven van het omvangrijke wetboek, waarin alle rechten en plichten voor verdachten en opsporingsinstanties zijn vastgelegd. De huidige voorschriften die grotendeels in 1926 zijn vastgelegd, zijn uit de tijd. De nieuwe wetsvoorstellen zullen naar verwachting volgend jaar in de Tweede Kamer worden behandeld.

'Mijn mensen lijken soms meer administrateurs dan rechercheurs', zegt Paulissen. 'We moeten ons afvragen of we met deze manier van werken nog wel zijn toegesneden op onze snel veranderende maatschappij.'

Bij de politie moeten door de modernisering zo'n vijftigduizend agenten worden herschoold en 1.300 opleidingsprogramma's op de schop. 'Rechercheonderzoek duurt vaak lang door een onnodig grote hoeveelheid administratieve lasten. Zoals ik het tekstvoorstel nu zie, wordt het er nog niet minder op. Ik ben eerder bang voor nog meer bureaucratische rompslomp', aldus Paulissen.

Projectmanager Pools bevestigt dat beeld. 'De politie wil een flexibele, wendbare organisatie zijn, die goed kan inspelen op de snel veranderende maatschappij. Het nieuwe wetsvoorstel loopt daarmee nog niet in de pas. Wij zien een verzwaring van de werklast. En door nieuwe regels kan de flexibiliteit van de politie in het gedrang komen.'

Volgens het ministerie van Justitie is het nog te vroeg om conclusies te trekken omdat de inventarisatie van de gevolgen voor de praktijk nog niet is afgerond. Ieder voorstel wordt getoetst op de gevolgen voor de uitvoering. 'Als de politie mogelijkheden ziet voor administratieve lastenverlichting door de wet aan te passen, bekijken we dat altijd', reageert het ministerie op de kritiek. 'De inbreng van de politie heeft al op veel punten tot aanpassing van de voorstellen geleid, onder meer op het terrein van de bijzondere opsporingsbevoegdheden.' Het ministerie wijst erop dat veel administratieve lasten niet uit de wet voortvloeien, 'maar meer te maken hebben met interne werkprocessen'.

Lees het interview

Juriste Yvonne Pools en hoofd van de Nationale Recherche Wilbert Paulissen over vernieuwing van het Wetboek van Strafvordering: 'Wij denken dat het in de opsporing stukken eenvoudiger kan'


Waarom het wetboek van strafvordering wordt herschreven

Wat staat er in het wetboek van strafvordering?
Daarin staan de regels rond de opsporing en vervolging van een strafbaar feit. Bijvoorbeeld wat wel en niet mag bij het afluisteren van personen. Het wordt het formele strafrecht genoemd. Het bepalen van de strafmaat is terug te vinden in het Wetboek van Strafrecht (materieel strafrecht).

Waarom wordt het herschreven?
De wens ligt er al sinds 2000, maar pas in 2014 is daarmee inhoudelijk mee begonnen. Ook omdat de toenmalige minister Opstelten een erfenis wilde nalaten. Het nieuwe wetboek moet beter aansluiten bij de moderne, digitale samenleving en toegankelijker voor de rechtspraktijk en de burger zijn. Het was de bedoeling dat alles in twee jaar in kannen en kruiken zou zijn. Maar de operatie is uit haar voegen gegroeid. Er wordt gemoderniseerd, niet rigoureus herzien.

Ook de effecten van de plannen voor de praktijk worden bekeken. Er is al veel kritiek. De belangrijkste vraag: wat beoog je met het wetboek, is niet beantwoord, zei Tineke Cleiren, hoogleraar straf- en strafprocesrecht bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, onlangs in MR, het juristenvakblad. Cleiren is voormalig directeur-generaal wetgeving, rechtspleging, rechtshandhaving en rechtsbijstand van het Ministerie van Justitie. De stofkam is volgens haar te weinig gebruikt.

Meer of minder tekst?
Het huidige wetboek dateert uit 1926 en telde bij inwerkingtreding 592 artikelen, nu zijn dat 970 artikelen. Het wetboek bestaat uit acht hoofdstukken, het proces wordt per deel herschreven. Voor elk boek wordt een apart wetsvoorstel gemaakt. Dit doet het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ). VenJ biedt de Tweede Kamer de wetsteksten aan. Die moet eerst de voorstellen goedkeuren. Daarna oordeelt de Eerste Kamer er ook nog over.

Wie krijgt ermee te maken?
Tienduizenden betrokkenen moeten worden omgeschoold: politieagenten, administratief juridische medewerkers, officieren van justitie, parketsecretarissen, rechters, docenten aan de universiteit en hoge scholen. En de burger indirect natuurlijk ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden