Nieuwe Vrouw vangt metaalreuzen

Sterk geabstraheerd is het beeld van de Eiffeltoren zoals Germaine Krull (1897-1985) dat rond 1928 vastlegde. De fotografe koos een perspectief zonder horizon, zonder menselijke maat....

Deze Eiffeltoren, te zien in een aan Krull gewijde tentoonstelling in de Kunsthal Rotterdam, komt uit het portfolio Métal dat in 1928 verscheen. Daarin bracht Krull foto's van industriële objecten - bruggen, fabrieken, rails - uit Nederland, Frankrijk en Duitsland samen. Met Métal werd Germaine Krull bekend.

'Misschien hebben die metaalreuzen, in de buurt waarvan ik mij heel klein en nietig voelde, me wel angst ingeboezemd; maar een onbedwingbare lust ze in beeld te vangen, ze dichterbij te halen en ze daardoor misschien menselijker te maken, dwong mij ze te fotograferen. Vond ik deze metalen constructies mooi? Ik kan het niet zeggen, ik wilde ze gewoon fotograferen en werd daarna verliefd op mijn opnames', zei ze erover.

Metaalreuzen menselijk maken deed Krull door haar eigenzinnige uitsnedes van de werkelijkheid, haar aandacht voor het detail, voor het ritme van herhalingen. Ze fotografeerde zwevende kranen in de Rotterdamse haven, dansende metalen pijpen in een fabriek, of grote fabrieksschoorstenen die, strak in het gelid, het aanzien hebben van grimmige wachters.

De tijd tussen beide wereldoorlogen, de tijd waarin Krulls carrière haar hoogtepunt bereikte, was een periode van grote creativiteit en dynamiek in de fotografie. Krull werd in één adem genoemd met fotografen als Man Ray, André Kertész en Laszló Moholy-Nagy, die net als zij de nieuwe fotografie gestalte gaven. Haar - enigszins geromantiseerde - foto's van clochards in Parijs zijn voorlopers van de straatbeelden van Henri Cartier Bresson of Robert Doisneau.

Dat Krull zich zou ontwikkelen tot avantgardistisch kunstenaar is niet direct voorspelbaar in het vroegste werk, waarvan ook voorbeelden in Rotterdam hangen. Het zelfportret dat ze maakte, nog op de fotovakschool in München, laat een keurig meisje zien, op een keurige manier gefotografeerd ook. Er hangen andere plaatjes, waarin ze nog duidelijk beïnvloed is door haar opleiding, die geënt was op de achttiende eeuw.

Maar een keurig meisje was Germaine niet. Ze kreeg een bepaald onorthodoxe opvoeding in een gezin dat voortdurend verhuisde. Haar vader gaf haar zelf les - toen ze als kind voor het eerst, korte tijd, een school bezocht, schreef ze als een vierjarige, maar kende haar Faust.

Zonder schooldiploma's kon Krull bijna nergens terecht voor een verdere opleiding. In München kon ze kiezen tussen een opleiding tot boekbinder of fotograaf. Het werd fotografie, een beroep dat begin twintigste eeuw ook voor meisjes geschikt werd geacht. Maar die meisjes werden dan vaak assistent of retoucheur, of ze beperkten zich tot de mode- en portretfotografie. Krull niet. Zij ontwikkelde zich tot een van die tussenoorlogse Nieuwe Vrouwen, vrijgevochten, onconventioneel, in staat zelf in haar onderhoud te voorzien, nooit gebonden aan een werkgever; een vrouw die op veel plaatsen thuis was (ze werd geboren in Duitsland, maar woonde ook in Rusland, Nederland, Frankrijk, Brazilië, Congo, Indochina), iemand die relaties onderhield met zowel mannen als vrouwen en die pas trouwde - eind jaren twintig met de cineast Joris Ivens - toen ze een Nederlands paspoort nodig had. Haar verhouding met Ivens was toen al voorbij, maar ze bleven bevriend.

Het heeft iets tragisch dat zo'n bijzondere vrouw, iemand bovendien die het grootste deel van de eeuw meemaakte, het vooral moet hebben van het werk uit haar jeugd. In de jaren veertig al werd Krulls werk meer documentair van karakter. In Congo, waar ze in de Tweede Wereldoorlog werkte nadat ze zich had aangesloten bij de Vrije Fransen van generaal De Gaulle, portretteerde ze mannen, vrouwen, kinderen, als om Europeanen kennis te laten maken met deze vreemdelingen. Bij de foto uit augustus 1943 van een negerin met schotel-lippen in Tsjaad, schrijft ze: 'Een stam van het Banda-ras die zelfs vandaag de dag nog deze merkwaardige praktijk hanteert.'

Haar latere foto's, uit Indochina, waar ze in Bangkok twintig jaar lang een hotel uitbaatte, zijn niet veel meer dan goed gelukte vakantiekiekjes. Dat is ook wat ze er zelf van vond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden