Nieuwe voorschoolse opvang biedt kinderen meer kansen

De peuterspeelzalen en kinderopvang bieden te weinig mogelijkheden voor de bestrijding van achterstanden op het gebied van bijvoorbeeld taal. Henk Pijlman stelt voor ze te vervangen door één professionele voorschoolse basisvoorziening die ouders maatwerk biedt....

DE Tweede Kamer wil kinderopvang geleidelijk aan overlaten aan de markt. Maar tevens vindt zo langzamerhand iedereen dat we achterstanden al in de voorschoolse periode moeten bestrijden. Dat gaat niet samen. Als we de voorschoolse periode echt willen gebruiken om achterstanden in te lopen, moet de overheid een sterke positie innemen. Achterstandbestrijding vraagt overheidsbemoeienis. Het wordt tijd dat de Tweede Kamer het roer omgooit en gaat koersen op een nieuwe Basisvoorziening Kinderopvang en op samenvoeging van bestaande werkvormen. Het is tijd om de voorschoolse periode te moderniseren en zo alle kinderen in dit land een goede start van hun schoolcarrière te geven.

Er is recent veel gediscussieerd over taalachterstand en de manier waarop we die achterstanden zouden kunnen aanpakken. In bijna al die discussies werd de voorschoolse periode genoemd. Vrijwel iedereen vindt dat juist in de leeftijd van nul tot vier taalachterstand goed vast te stellen en - belangrijker - ook daadwerkelijk te bestrijden is. We zijn het er dus kennelijk over eens dat het beter benutten van de voorschoolse periode vanuit didactisch oogpunt wenselijk is.

In die discussies wordt er gemakshalve aan voorbij gegaan dat de voorschoolse periode in het huidige stelsel niet voor ieder kind gelijk is. Een kind in Nederland blijft thuis of wordt buitenshuis opgevangen. In het laatste geval is er de keuze tussen de peuterspeelzaal of de kinderopvang. Tussen die twee vormen bestaan enorme verschillen. Met name op het vlak van de professionaliteit. Zo is er nog steeds in zo'n 40 procent van de gemeenten geen betaald peuterspeelzaalwerk.

Als we dus serieus werk willen maken van de peuterspeelzalen als instrument voor bijvoorbeeld het bestrijden van taalachterstanden, zouden we eerst werk moeten maken van de peuterspeelzalen zélf. Dan moeten we daarin investeren. En dat gaat hand in hand met het ontwikkelen van landelijke normen voor professionaliteit. In een ideale situatie beschikken peuterspeelzaalwerkers over didactische vaardigheden met betrekking tot het omgaan met vroege (taal)achterstanden bij jonge kinderen en daarbij hoort vanzelfsprekend ook een passend salaris.

Al met al zijn er dus forse investeringen nodig in het peuterspeelzaalwerk. En dat op een moment dat veel gemeenten bezig zijn miljoenen in te zetten voor het uitbreiden van de kinderopvang. Want ook daar vindt professionalisering plaats, gepaard aan een (bijna) verdubbeling van het aantal kinderopvangplaatsen. Intussen heeft de Tweede Kamer op 20 april een motie aangenomen om nog dit jaar middelen beschikbaar te stellen om in de voorschoolse periode taalachterstanden in te halen. En het kabinet werkt aan de Wet basisvoorziening kinderopvang.

Aan alle kanten wordt dus geïnvesteerd, uitgebreid, regelgeving aangepast, de kwaliteit verbeterd en huisvesting gebouwd. En aan geld is - zo lijkt het althans - voorlopig geen gebrek. Zou het in zo'n situatie niet goed zijn om nog eens heel zorgvuldig te kijken naar die merkwaardige tweedeling die in de voorschoolse periode bestaat? Waarom zouden we peuterspeelzaalwerk en kinderopvang niet samenvoegen in één voorschoolse werkvorm? Waarom zouden we twee vormen van opvang met allebei hun eigen financieringsmodellen en didactische uitgangspunten nu nog langer in stand houden en uitgebreid verbouwen?

Ik stel voor om te streven naar één model van voorschools werk waarbinnen maatwerk naar behoefte mogelijk is voor de kinderen en waar de taken en bevoegdheden voor rijk, gemeenten, ouders en marktpartijen helder zijn aangegeven. Een model waarbinnen ook andere voorzieningen voor jonge kinderen bijvoorbeeld rond opvoeding en gezondheid integraal samenwerken.

De voordelen zijn evident. Voor de kinderen, bijvoorbeeld omdat buurkinderen straks gezamenlijk naar één opvang gaan en niet het ene kind naar de peuterspeelzaal en het ander naar de kinderopvang. Maar ook omdat achterstanden in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd. En naar behoefte kan er dan extra aandacht aan taalontwikkeling worden besteed.

Maar ook de professionaliteit van zo'n voorschoolse opvang kunnen we aanmerkelijk verbeteren door vernieuwing van de bestaande opleidingen. En tenslotte kan ook de aansluiting met de basisschool veel beter tot stand worden gebracht. We kunnen dan ook beter dan in de huidige situatie kinderen volgen in hun ontwikkeling en waar nodig bijspijkeren.

We kunnen dan ook de verschillende gescheiden bouwstromen die nu nog steeds bestaan voor peuterspeelzalen en kinderopvang integreren en bijvoorbeeld in samenhang met scholen realiseren. Een verkleining van fysieke afstand tussen de voorschoolse periode en de basisschool draagt bij aan een betere aansluiting tussen beide voorzieningen.

Zo'n nieuwe voorschoolse basisvoorziening moet voor iedereen gelden. Sommige kinderen zullen maar een paar uur per dag gebruik maken van de opvang, anderen langer. Dat kan ook, omdat de nieuwe basisvoorziening kinderopvang maatwerk levert en uitgaat van kleinschaligheid en oplossingen voor de specifieke situaties van ouders en hun kinderen. Ook financieel, want de ouderbijdrage maken we inkomensafhankelijk.

De financiering is bij dit soort operaties altijd een lastige hobbel. Maar laten we niet vergeten dat in het huidige gescheiden model de financiering buitengewoon ongelijksoortig is geregeld. Sommige gemeenten dragen niets bij aan het peuterspeelzaalwerk, anderen blazen stevig in de bus. En de ouderbijdragen variëren van nul tot honderden guldens per maand. Het nieuwe stelsel hoeft overigens ook niet meteen morgen al in werking te treden. Maar laten we dáár beginnen waar het het meest nodig is.

De nieuwe voorschoolse basisvoorziening moet een tripartiete bekostiging krijgen. Uiteraard zal de overheid een deel betalen, maar ook bedrijven - die een enorm belang hebben bij kinderopvang in een tijd van toenemende krapte op de arbeidsmarkt - zullen bijdragen moeten leveren. En tenslotte maakt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage deze basisvoorziening voor iedereen toegankelijk.

Onderwijsachterstanden zijn alleen te signaleren en te verkleinen door een goede integrale benadering op lokaal niveau van onderwijs, welzijn, sport en jeugdzorg. Voorschoolse educatie hoort daar nadrukkelijk bij. De merkwaardige scheiding tussen kinderopvang en peuterspeelzaalwerk mag historisch goed verklaarbaar zijn, het is niet een model waarmee we tegenwoordig de ontwikkelingskansen van kinderen kunnen vergroten. Het is tijd om te investeren in een model van voorschoolse opvang dat het daadwerkelijk mogelijk maakt achterstanden te bestrijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden