Nieuwe tijden bestaan niet

De eminente, door en door sceptische Britse historicus Tony Judt bundelde in Reappraisals flink wat essays over Europa, de VS en Israël, en over een veelheid van 20ste eeuwse intellectuelen....

Het is een veel voorkomende praktijk onder journalisten, schrijvers en wetenschappers: het in een boek bij elkaar vegen van voor kranten geschreven essays, columns, interviews, reportages of recensies. Voor de auteurs heeft dit een onmiskenbaar voordeel. Zonder een afmattend verblijf aan de schrijftafel is er ineens een boek. De lezers zijn doorgaans minder in het voordeel. Die ontdekken stukken die inmiddels gedateerd zijn, geen samenhang vertonen of ‘te compact’ geschreven zijn. Stukken die waren bedoeld om de aandacht van krantenlezers vast te houden gaan irriteren als ze achter elkaar worden gezet: er ontstaat een opeenvolging van ‘spanningsboogjes’.

De eminente Britse historicus Tony Judt heeft nu ook stukken samen geveegd. In Reappraisals, in het Nederlands vertaald als De vergeten twintigste eeuw, bundelde hij essays en boekrecensies, de meeste oorspronkelijk verschenen in The New York Review of Books. Het resultaat is onverwacht sterk.

Een strakke samenhang of een overkoepelende thematiek ligt daar hoegenaamd niet aan ten grondslag, al wekt Judt in zijn voorwoord de suggestie van het bestaan daarvan. Hij bundelde stukken over zulke uiteenlopende geesten als paus Johannes Paulus II, Albert Camus, Arthur Koestler en Henry Kissinger, over Eric Hobsbawm, Hannah Arendt, Primo Levi en Edward Said, en ziet in hen allemaal ‘geëngageerde 20ste eeuwse intellectuelen’. Ook Judts tweede thema, de plaats van de recente geschiedenis in een tijdperk van schokkende vergeetachtigheid, faalt als bindmiddel voor stukken over de ‘staatloze staat’ België, Israëls pyrrusoverwinning van 1967, het vooroorlogse Frankrijk, het post-communistische Roemenië, het post-Thatcheriaanse Groot-Brittannië en de Verenigde Staten na 11 september.

Reappraisals is een allegaartje. Omdat Judt een groot denker is en een ‘man van de wereld’, is een allegaartje van hem echter tevens een fascinerende caleidoscoop. Judt zit niet vast in een bepaald gebied, is geen historicus met veel aandacht voor het ‘eigen dorp’ en weinig voor de grote wereld – al was het maar omdat hij geen eigen dorp heeft: in 1948 in Londen geboren als zoon van een Belgische vader uit een Litouws rabbijnengeslacht en een Russisch-Joodse moeder, als tiener actief in Israël, als jonge historicus in Frankrijk, als gevierd historicus in de VS.

Sceptische en gematigde ideeën zie je zelden zo scherp verwoord als bij Judt. Dat begint al in het openingsessay De wereld die we kwijt zijn, waarin hij de aanval opent op 21ste eeuwse beroemdheden die verkondigen dat we in een heel nieuw tijdperk leven, dat van een alles veranderende globalisering en alles bedreigend terrorisme – beroemdheden als Thomas Friedman, die in zijn columns schreef dat Judt geen oog heeft voor ‘de grotere strijd waarin wij verwikkeld zijn’.

‘Het enige – enige – dat echt is veranderd is dat er in september 2001 een aanslag van zelfmoordterroristen in de Verenigde Staten plaatsvond.’ Terroristen geven al meer dan honderd jaar op vele plekken acte de présence. Een wereldwijde oorlog tegen terreur is een absurd concept. ‘We hebben een normaal gesproken alledaagse vorm van politiek gemotiveerd geweld verheven tot een morele categorie, een ideologische abstractie en een wereldwijde vijand.’ Het idee van een wereldbedreigend ‘islamofascime’ acht Judt nog curieuzer. ‘Het is alsof de Italiaanse Rode Brigades, de Duitse Baader-Meinhofgroep, de Ierse Provisional IRA, de Baskische ETA, de Zwitserse Jura-separatisten en het front voor de bevrijding van Corsica allemaal over één kam worden geschoren en samen worden aangeduid als ‘het Europees extremisme’, waarna men het fenomeen van het politieke geweld in Europa de oorlog verklaart.’

Het idee dat we in een nieuwe wereld leven is zo kwalijk omdat het aanzet tot gemakzucht en vergeetachtigheid aangaande de ‘oude wereld’. Rond het vorige fin-de-siècle, ook een tijd van vrijhandel en economische groei, waren er eveneens mensen die triomfantelijk een nieuw ‘globaal’ tijdperk afkondigden. De 20ste eeuw die volgde werd gekenmerkt door catastrofes: ‘Waren de omstandigheden van de 20ste eeuw echt zo buitengewoon, zo eenmalig en zo onherhaalbaar dat we er zeker van kunnen zijn dat datgene wat al die mannen en vrouwen naar de grote verhalen over revolutie en vernieuwing lokte nooit meer terug zal keren?’

In een tijd waarin alom gesproken wordt over nieuwe kwaden, raadt Judt aan te rade te gaan bij denkers met ervaring met oude kwaden. Bij Hannah Arendt, die wees op het menselijk onvermogen ‘het kwaad’ in zijn banaalste vormen te herkennen. Bij Edward Said, die wees op ‘kruiperige rekbaarheid’ die intelligente en kritische geesten aan de dag blijken te kunnen leggen als het gaat om het beoordelen van het eigen land, het eigen volk, de eigen cultuur of de eigen geloofsbrieven. Bij Primo Levi, die wees op ‘de eindeloze gradaties van verantwoordelijkheid, menselijke zwakte en morele ambivalentie die wij moeten begrijpen om te voorkomen dat we in de val lopen alles en iedereen in keurige uitersten van collaboratie en verzet, schuldig en onschuldig, goed en slecht te verdelen’.

Er valt te leren van de denkers van de 20ste eeuw, van hun inzichten, maar net zo goed van hun dramatische mistappen en denkfouten. In de oude wereld lagen daar vaak ‘ideologieën van een duivelse verleidelijkheid’ aan ten grondslag. In Eric Hobsbawm en de romantiek van het communisme heeft Judt een flink appeltje te schillen met deze ‘meest begaafde historicus’ van de 20ste eeuw die het desondanks klaarspeelde ‘rustig en ongemoeid door de angst en schaamte van deze tijd heen te slapen’. Als Joodse jongen in Berlijn verpandde Hobsbawm zijn hart aan Stalin en de Sovjet-Unie. En hij bleef dat jeugdideaal trouw, ook nadat Stalin miljoenen de enkele reis vuurpeloton had laten maken, ook nadat Chroesjtsjov in 1956 de Hongaarse opstand had laten neerslaan, ook nadat Brezjnev in 1968 een einde had gemaakt aan de Praagse Lente, ook nadat na 1989 archieven opengingen vol belastend materiaal over een carnivoor imperium.

Judt hekelt het uit de weg gaan van confrontaties met onaangename waarheden. Verrassende inzichten zijn vaak afkomstig van mensen die die confrontatie wel aangingen en van hun geloof durfden af te vallen. Judt denkt daarbij aan Arthur Koestler, die het vermogen tot zelfbedrog van communistische gelovigen nooit zo had kunnen doorgronden zonder het in de kiem bij zichzelf te hebben bespeurd, of aan François Furet, die het opzeggen van het communistische partijlidmaatschap in 1956 zijn belangrijkste daad noemde.

Maar Judt denkt ook aan Judt, ooit begonnen als zionistisch activist. De jongeman die Britse Joden aanmoedigde naar Israël te emigreren en tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 Israëlische troepen bijstond als chauffeur en vertaler, is als gevierd historicus de aartsvijand van een legio aan Amerikaans-Joodse groeperingen (die regelmatig publieke optredens van hem onmogelijk maken).

In zijn stukken over Israël is Judt – die net als Edward Said een Palestijnse staat niet levensvatbaar acht – bitter. Het Israël dat Judt zich herinnert als Europees én internationaal geliefd, acht hij door overmoed, zelfoverschatting en kortzichtigheid in vier decennia getransformeerd in een halve pariastaat (‘Servië met kernwapens’), gedomineerd door mensen die voor 1967 als verdacht golden.

Het controversieelste Israël-essay in deze bundel heet weinig vleiend Het land dat weigerde op te groeien: ‘Van buiten af gezien gedraagt Israël zich nog steeds als een puber: verteerd door een breekbaar vertrouwen in zijn eigen uniekheid, ervan overtuigd dat niemand het ‘begrijpt’ en iedereen ‘tegen’ is, één en al gekwetste ijdelheid, snel beledigd en snel beledigend. Als zoveel pubers is Israël ervan overtuigd dat het zijn gang kan gaan, dat zijn acties geen gevolgen hebben en dat het onsterfelijk is.’ De oorspronkelijke publicatie, in 2006, leverde Judt een flinke hoeveelheid hatemail op.

Ten aanzien van de Europese Unie legt Judt – notoir Euroscepticus die de Europese eenwording in 1996 nog als ‘grenzenloze illusie’ betitelde – in Reappraisals een opvallende mildheid aan de dag. Door de stukken heen loopt een pleidooi voor het behoud van wat hij ziet als de grootste (West-)Europese grootste verworvenheid: het sociale vangnet. Judt verklaart zich vreselijk te hebben geërgerd aan kerels die geen gelegenheid voorbij laten gaan te klagen over de veel te dure sociale voorzieningen – zonder besef van de sociale drama’s die aan de creatie van die voorzieningen vooraf gingen en zonder oog te hebben voor het (bewezen) economisch stabiliserende effect ervan.

Thomas Friedman haalde bij Judt het bloed onder de nagels met zijn bewering ‘dat de geschiedenis zal aantonen dat het Chinese kapitalisme een einde maakte aan het Europese socialisme’. Socialisme? Hoe duur ze ook mogen zijn, de verzorgingsstaten zijn geenszins het exclusieve geesteskind van socialistische of sociaal-democratische partijen. Curieus genoeg, stelt Judt, zijn het de door Friedman bewonderde Aziatische groeitijgers die overeenkomsten vertonen met een socialisme dat ooit echt in Europa bestond. Het is bijna vergeten, maar in de jaren 1948-1963 waren heel wat westerse commentatoren net zo onder de indruk van de economische groeicijfers die in communistisch Europa werden bewerkstellingen als thans van die in Oost-Azië – en net als in Oost-Azië werd de groei bereikt door een massale, van bovenaf gecoördineerde mobilisering van arbeidskrachten en fundamentele onvrijheid.

Een goed geheugen als bron van een eindeloze reeks ergernissen én als prima middel tegen angsten die in de mode zijn – dat is Judt ten voeten uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden