NIEUWE PLOEG

STEEDS vaker wordt er geprobeerd van de krant een spannend jongensboek te maken. Zo las ik gisteren in de rubriek 'Haagse Tableaus' van de Volkskrant: 'Formeren is een van de hachelijkste bezigheden van de kabinetsformatie....

Ik heb een hele simpele verklaring voor het feit dat er zo weinig wordt 'ontrukt aan de duistere beslotenheid van de slotfase'. De feiten en omstandigheden die in bovenstaand citaat worden geschetst, bestaan namelijk niet. Verreweg de meeste kandidaten voor een post in een nieuw kabinet zijn van die kandidatuur al lang op de hoogte. Zij verkeren in de slotfase van de formatie nog wel in de spanning of hun partij de geclaimde departementen ook daadwerkelijk zal krijgen. Met kandidaat-ministers wordt in de slotfase, vaak al voor dat ze een bezoek aan de formateur hebben gebracht, overleg gepleegd over de persoon en de portefeuille van kandidaat-staatssecretarissen.

De slotfase van deze kabinetsformatie is wel spannender dan gewoonlijk. Dat is te danken aan de grote personele vernieuwing van de ploeg die nu demissionair is. Ten minste de helft, maar waarschijnlijk een groter deel van de zittende ministers keert niet terug in het kabinet. En alleen Kok en Zalm op het departement waar ze nu zitten.

Die personele vernieuwing, en vooral ook de roulatie van de blijvers over verschillende departementen is een groot voordeel. Het is onvermijdelijk dat in de loop van een kabinetsperiode ministers op het snijvlak van hun beleidsterrein met dat van andere ministers in een paar loopgraven terechtkomen waar ze niet meer uit kunnen komen.

Ministers zijn hoofd van een departement en kunnen niet werken zonder het vertrouwen van hun ambtenaren. Om dat vertrouwen te verwerven moeten de ambtenaren het gevoel hebben dat de belangen van hun departement bij hun minister in goede handen is. Die belangen zijn vaak strijdig met de belangen van andere departementen. Meestal betreft het competentiekwesties, gerelateerd aan budgettoewijzingen. Ministers zijn de enigen die dat soort problemen kunnen oplossen.

Doorbraken in dat soort al vele jaren bestaande problemen worden meestal bereikt kort na de start van een nieuw kabinet. Ministers zijn nog onbevangen, vol van goede voornemens over samenwerking met collega's en hebben zich nog niet gecommitteerd aan opvattingen van hun ambtelijke diensten.

Na verloop van tijd verandert dat. Wil de minister het vertrouwen van zijn ambtenaren behouden, dan zal hij bepaalde grenzen niet moeten overschrijden. Hoe groot de mate van vrijheid is, wordt bepaald door de persoonlijkheid van de betreffende minister en de successen die hij behaalt. Sterke ministers kunnen zich permitteren veel meer 'weg' te geven dan zwakke.

Maar iedereen komt na een aantal jaren in een paar loopgraven terecht, waarna de strijd onbeslist blijft. Die impasse duurt voort tot er een andere minister komt. Daarom was het ook zo'n goed idee van Bolkestein om alle ministers en staatssecretarissen niet langer dan vier jaar op hetzelfde departement te laten zitten. Juist als je de grenzen van de beleidsvrijheid op het ene departement hebt leren kennen, kan het heel vruchtbaar zijn om die op een ander departement te verkennen.

Het rouleren van bewindspersonen kan steeds belangrijker worden omdat het beleid steeds 'integraler' wordt. Steeds vaker komt het voor dat een besluit niet meer tot het domein van een vakminister behoort. Zaken als de groei van de luchtvaart, de bestrijding van de varkenspest, het terugdringen van de mobiliteit, het grote-stedenbeleid: het zijn voorbeelden van beleidsterreinen waarop alleen beslissingen genomen kunnen worden na een gezamenlijk actief voorbereidingsproces van meerdere ministers.

De Bolkestein-doctrine rekent ook af met het waandenkbeeld dat vakdeskundigheid het belangrijkste criterium is voor de selectie van een kandidaat-minister of staatssecretaris. Kennis op het betreffende beleidsterrein is natuurlijk nooit weg, maar veel belangrijker zijn kwaliteiten op het gebied van management, kennis van het politieke handwerk, creativiteit. en het vermogen draagvlak voor het beleid te genereren.

De beslissing om de positie van staatssecretaris te versterken tot onderminister kan in de toekomst ook een belangrijke bijdrage leveren aan een kwalitatieve personele versterking van het kabinet. Een periode als staatssecretaris vormt een optimale voorbereiding op het ministerschap. Van de huidige staatssecretarissen is een aantal minder geschikt gebleken om minister te worden.

Van buitenstaanders die voor het ministerschap worden gevraagd moet de geschiktheid nog maar blijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.