Nieuwe lente, nieuw geluid

Het Centraal Planbureau kwam deze week met cijfers die aantonen dat de wereld economisch zeer langzaam uit één van de ergste economische crises sinds jaren krabbelt....

Nederland maakt zich op voor een nieuwe toekomst, met een nieuwe lichting gemeenteraadsleden, wethouders, parlementariërs en ministers. Hun wacht de enorme uitdaging ons uit de economische crisis naar een gezonde economische toekomst te loodsen. De grootste belemmering daarbij wordt gevormd door de begrensde blik waarmee beleidsmakers naar de wereld kijken. Maar daarin zijn ze niet alleen.

Nog net voor de lente aanbreekt en de lange winter eindelijk voorbij is, heeft het politieke leiderschap in Nederland een drastische facelift ondergaan. De onenigheid binnen het kabinet leidde ertoe dat de PvdA-bewindslieden hun functies neerlegden en de zittende kabinetsleden plotsklaps verantwoordelijk werden voor een veel bredere portefeuille. Alsof dat op zich al nog niet genoeg verandering was, kwamen er op lokaal niveau na de gemeenteraadsverkiezingen ook tal van nieuwe gemeenteraadsleden en nieuwe wethouders bij, brak de PVV lokaal door en wordt hier en daar ook een burgemeester vervangen, zoals in Amsterdam.

Bovendien worden als gevolg van de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen inmiddels ook de kandidatenlijsten flink opgeschud. De ene na de andere politicus geeft aan geen positie op de lijst te ambiëren, zoals Pieter van Geel, Frank Heemskerk, Jet Bussemaker, Laetitia Griffith, Staf Depla, Bas van der Vlies, Johan Remkes, Kees Vendrik, Naïma Azough en Camiel Eurlings. Met als klap op de vuurpijl twee opmerkelijke wissels aan de top van grote partijen, Wouter Bos weg voor Job Cohen en Agnes Kant weg voor Emile Roemer. En paradoxaal genoeg was daar te midden van alle consternatie over deze vernieuwing plotseling het overlijden van de nestor van de democratie en politieke vernieuwing, Hans van Mierlo. In korte tijd is het aangezicht van politiek Nederland drastisch veranderd.

Symptoombestrijding
De nieuwe politici wacht niet bepaald een gespreid bedje. Want er liggen grote opgaven op het terrein van duurzaamheid, mondiale rechtvaardigheid, economisch herstel, Europese stabiliteit, sociale cohesie en internationale veiligheid. We beperken ons in dit essay tot de economie indachtig de leuze van oud-president Bill Clinton: It’s the economy stupid.

Economisch krabbelt de wereld heel, heel langzaam en nog zeer, zeer fragiel uit één van de ergste crises sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Ook de recente voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB) onderstrepen dit nog eens. De crisis veroorzaakt volgens het CPB grote begrotingstekorten, die samen met de ingrepen in de financiële sector leiden tot een flinke toename van de staatsschuld. En daar komen algemene ontwikkelingen als verdergaande vergrijzing en (dus) hogere kosten voor gezondheidszorg nog eens bij.

Over de oorzaken van de crisis rept het CPB echter met geen woord. Laat staan over andere mogelijke oplossingen dan bezuinigingen om hetzelfde systeem dat de crisis heeft veroorzaakt draaiende te houden. De politieke partijen reageerden op dit nieuws met ideeën over het tempo en de aard van de bezuinigingen zonder echter aandacht te schenken aan de economische ordening die ons naar deze afgrond heeft gebracht.

Dat past in het beeld dat tot nu toe vooral aan economische symptoombestrijding is gedaan, door middel van, bijvoorbeeld, deeltijd-WW, steun aan banken en kleine stimuleringsmaatregelen. Met andere woorden, de pijn wordt verzacht, maar de oorzaken worden niet aangepakt. Een crisis biedt kansen, maar dan moet je die wel grijpen.

De uitdaging voor de nieuwe lichting beleidsmakers is om hun blikveld te verruimen en na te denken over de fundamentele weeffouten in ons economisch systeem. Hun voorgangers hebben decennialang gewerkt met het idee dat het baatzuchtig eigenbelang de motor van de economie is. Het was niemand minder dan Adam Smith die hier reeds in de achttiende eeuw de basis voor legde. Het baatzuchtig eigenbelang zou in zijn visie een sociaal optimale vrije markt tot stand brengen die al te hebzuchtig gedrag zou begrenzen. Hierdoor geïnspireerd, is er en masse neoliberale marktwerking ingevoerd op tal van terreinen, zelfs bij voorheen klassieke overheidstaken zoals telefonie, post en zorg.

Hebzucht
In de meeste gevallen is de efficiëntie wellicht wat verhoogd, maar tegelijkertijd is daardoor ook de instabiliteit van de ordening groter geworden. Het systeem is sterk gevoelig geworden voor kuddegedrag en overmoed. Op pijnlijke wijze heeft de crisis aangetoond dat de huidige economische ordening niet in staat is de verwoestende werking van hebzucht en het nastreven van eigenbelang in toom te houden.

Het primaat van hebzucht, eigenbelang en rationaliteit is ook iets dat veel economen zich mogen aantrekken. Het mag geen excuus zijn dat dit gedrag zich eenvoudig in wiskundige modellen laat vangen, om aldus de ogenschijnlijke hardheid van de voorspelling te laten toenemen. Want dan kom je uiteindelijk toch weer bedrogen uit. Economie is immers geen natuurwetenschap, maar een sociale wetenschap.

Economie is emotie. En die laat zich maar moeilijk voorspellen, afhankelijk als het is van complexe interactie tussen mensen en telkens veranderende externe omstandigheden. De moeder en hoeder van deze modellen, het CPB, zit dan ook per definitie mis. Dat is op zich niet erg, het doorrekenen kan een nuttig onderdeel zijn van de academische discussie, ware het niet dat er zoveel autoriteit aan wordt toegekend. Het is echter de twijfel die vooruitgang in kennis en inzicht brengt, niet de schijnzekerheid. Zonder kritische discussie en twijfel wordt de economische wetenschap een geloof en het CPB een orakel van Delphi. De opdracht voor zowel economen als beleidsmakers van morgen is dan ook de discussie op argumenten te voeren en zich niet blind te staren op de voorspellingen die met een zeer begrensd perspectief op de complexiteit van menselijk gedrag worden gemaakt.

Dan zijn er ook nog de grenzen aan de groei, waar anno 2010 nu eindelijk eens rekenschap van moet worden gegeven. Immers, het rationeel nastreven van het baatzuchtige eigenbelang in economisch opzicht gaat lang niet altijd gepaard met sociale- en milieubelangen en levert ook niet de bescherming voor mens en milieu die in deze tijd wordt gevraagd. Maar geld moest rollen, ook volgens oud-minister van Financiën Wouter Bos.

Burgers en bedrijven werden gestimuleerd hebzuchtig te zijn: verhoog de consumptie en de productie, dan komt de economie er vanzelf weer bovenop. Niettemin maakt slechts een klein percentage van de consumenten ook gebruik van de vergrote keuzevrijheid. Het merendeel wil en kan daarmee niet omgaan. Keuzestress is dan ook een algemeen geaccepteerd woord geworden. En belangrijker nog: of het stimuleren van consumptie en productie ook de economie oplevert die bestand is tegen een volgende crisis, laat staan dat deze sociaal, rechtvaardig en duurzaam is, komt doorgaans niet serieus aan de orde.

Internationale commissie
Ten slotte wordt de nieuwe lichting beleidsmakers uitgedaagd af te stappen van het begrensde idee dat de natie afgrensbaar is in de economie. Geld stroomt 24 uur per dag de hele wereld over, van IJsland tot Vuurland. Ook de economische crisis is bij uitstek een internationaal fenomeen. Ogenschijnlijk nationale economische ontwikkelingen, zoals slechte leningen in de Verenigde Staten, kunnen via tal van onderling verbonden schijven een groot effect hebben op de wereldeconomie.

Er is een ernstig tekort aan mondiale samenwerking om die geïnternationaliseerde economie in goede banen te leiden. Wat dat betreft, is de idee van mondialisering nooit echt serieus meegenomen in nationale beleidsplannen. En zijn we nooit werkelijk mondiaal geweest.

Dat betekent bijvoorbeeld dat in plaats van een nationale onderzoekscommissie er een internationale commissie zou moeten komen. Geleidelijk zie je, althans in Europa, nu ook dat besef doordringen. Want nu de crisis ook de euro in haar val dreigt mee te nemen, wordt er plots hard nagedacht om op Europees niveau actie te ondernemen.

Kortom, er ligt een taak voor economen om met een bredere blik naar menselijke drijfveren te kijken in hun beleidsadviezen. En er ligt een opgave voor beleidsmakers om een breder blikveld te ontwikkelen dat verder reikt dan de korte termijn en het prioriteren van alleen de nationale problemen of het denken in louter nationale oplossingen zonder acht of achting voor de mondiale ontwikkelingen. Sterker: het nationalistische vliegwiel van het protectionisme draagt slechts bij aan de verdieping van de mondiale economische crisis.

Dat en niet de noodzakelijke bezuinigingen is de dure les die de economische crisis heeft geleerd. Het zou een zegen zijn als de nieuwe leiders van politiek Nederland zich dat nieuwe en bredere blikveld eigen maken, want It’s the global economy, stupid.

De economie van vandaag vraagt om een herbezinning over de economische orde waarmee we hebben gewerkt. De toekomst ligt noch in Anglo-Amerikaans vrijemarktkapitalisme noch in Chinees staatskapitalisme, maar in globalisme. We moeten afscheid nemen van zelfzucht als primaat en van (cultureel en) economisch nationalisme, en geloofwaardig en krachtig een faire, duurzame mondiale samenwerking omarmen. Laat de nieuwe lichting beleidsmakers in Nederland hierin het voortouw nemen. Waarin een klein land groot kan zijn.

Morgen begint een nieuwe lente in Nederland. Het is een begin van een belangrijke nieuwe samenstelling in de lokale en nationale politiek. Hopelijk presenteren ze ook een nieuw geluid. We horen het graag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden