Nieuwe kolencentrales onwenselijk

De bouw van kolencentrales belemmert de groei van duurzame energie. Joop Lasseur wil dat er geen geld meer naartoe gaat, Eneco-topman Jeroen de Haas wil de milieukosten van de CO2-uitstoot van die centrales doorberekenen....

Aandeelhouders van energiebedrijven, politici en milieuorganisaties riepen energiebedrijven op geen nieuwe kolencentrales te bouwen (Forum, 16 juli). Inzetten op duurzame energie is beter, menen ze.

Ze hebben gelijk. Nu wordt 7 procent van alle elektriciteit duurzaam opgewekt. Als we er werk van maken, is dat in 2020 eenderde en in 2050 zelfs alle elektriciteit. Kolencentrales zijn niet onmisbaar. Sterker nog: ze remmen de groei van duurzame energie. Klassieke elektriciteitscentrales hebben een levensduur van vijftig jaar. Als in 2030 de helft van de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, zijn ze niet meer nodig. Maar tegen die tijd zijn de kapitaalslasten afbetaald en draaien die centrales zo goedkoop dat geen energiebedrijf of overheid hen sluit.

Net zoals de afgelopen jaren goedkope stroom uit oude centrales de groei van duurzame energie belemmerde, zullen ook nieuwe kolencentrales dat doen. Met nadelige effecten voor het milieu: CO2-uitstoot en lokale vervuiling (fijnstof, zwavel, stikstofoxiden). Dat is struisvogelpolitiek.

Een actueel voorbeeld. Door de vergunning voor de kolencentrales in de Eemshaven is de capaciteit op het elektriciteitsnet van Noord-Nederland volledig bezet. Nieuwe, schone projecten worden daarom in de wacht gezet.

Het argument dat kolencentrales nodig zijn, is misleidend. Aardgas is schoner dan kolen, en er is ruim voldoende van om de benodigde elektriciteit op te wekken, tot het geheel uit duurzame bronnen komt. Maar vooral: er is genoeg windenergie te vangen op de Noordzee om de helft van het elektriciteitsverbruik te dekken.

De rest van de elektriciteit kan worden opgewekt met biomassa, met waterkracht en andere duurzame energiebronnen. Kortom: keuze genoeg. Een geheel duurzame elektriciteitsvoorziening is geen droom, maar bereikbare werkelijkheid.

Er is genoeg gas om steenkool tot 2050 te vervangen. Daarna is gas noch steenkool meer nodig.

Steenkoolvoorraden lopen niet weg. Ze kunnen altijd nog gebruikt worden als er een werkelijk schone toepassing is ontwikkeld. Daarin investeren getuigt van verstandig beleid, en het nu investeren in vervuilende centrales, niet.

Nieuwe kolencentrales zijn onwenselijk en onnodig. Met onze voorraden aan aardgas (groot) en wind (oneindig), aangevuld met biomassa, andere duurzame energie en import hoeven we niet voor onze elektriciteitsvoorziening te vrezen. Integendeel, Nederland heeft de mogelijkheid voorop te lopen – op weg naar 100 procent duurzame elektriciteit. De duurzame energiesector is er klaar voor.

[Joop Lasseur]

Voor veel energiebedrijven is het aantrekkelijk om een nieuwe kolencentrale te bouwen, omdat de milieukosten nauwelijks verrekend zijn in de productiekosten van elektriciteit. Hierdoor zijn er ongelijke marktkansen tussen ‘schone’ en ‘vuile’ technieken. Op de lange termijn zullen we hiervoor als samenleving de rekening betalen. Daarom moet de overheid het principe van ‘de vervuiler betaalt’ zo snel mogelijk in de praktijk brengen en daarmee energieproducenten die gebruik maken van kolencentrales de echte rekening presenteren. Zo ontstaan er gelijke kansen voor duurzame energievormen.

Negatieve milieueffecten van de energieopwekking worden niet of onvoldoende doorberekend in de prijs. Hierdoor zijn investeringen in nieuwe kolencentrales voor energiebedrijven financieel aantrekkelijk. Inmiddels zijn er vijf plannen ingediend voor de bouw van nieuwe kolencentrales.

De gevolgen voor het milieu en de kabinetsplannen (30 procent minder CO2-uitstoot in 2020) zijn negatiever. De nieuwe kolencentrales zullen jaarlijks bij elkaar 28 megaton CO2 produceren. Volgens de energieproducenten kan daarvan 7 megaton worden opgeslagen. Uiteindelijk zal de totale Nederlandse CO2-uitstoot zo met 21 megaton toenemen; 10 procent van alle CO2-uitstoot van gebouwen, energiesector, industrie, landbouw en transport.

Als de milieukosten van deze uitstoot worden doorberekend, zouden producenten waarschijnlijk een andere keuze maken. De elektriciteit van een gascentrale is dan veel goedkoper.

Introductie van deze, meer marktgerichte aanpak kost tijd. In de transitie naar een duurzame energievoorziening zullen we nog tientallen jaren gebruik moeten blijven maken van bestaande fossiele energiebronnen. Eneco ziet aardgas als de schoonste en efficiëntste transitiebrandstof. Er is de komende dertig jaar nog voldoende gas beschikbaar in Nederland, Europa en zeker nog elders in de wereld. Door het vloeibaar te maken (LNG) kunnen Nederland en Europa de afhankelijkheid goed spreiden en is het gebruik van aardgas niet politiek gevoeliger dan het gebruik van kolen.

Het kabinet kan de financiële bevoordeling van kolencentrales deels wegnemen, door nieuwe kolencentrales een harde uitstootnorm op te leggen of gas- en kolencentrales gelijke CO2-emissierechten toe te kennen. Nederland zou in EU-verband moeten pleiten voor een emissiehandelsysteem met een snel dalende hoeveelheid gratis CO2-certificaten of een volledige veiling van CO2-emissierechten.

Door zulke maatregelen zal schonere stroom snel zijn weg vinden in onze energiehuishouding.

[Jeroen de Haas]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden