Nieuwe garnalen, sponzen en bacteriën in Neerlands rif

In de zee bij Bonaire hebben onderzoekers onbekende soorten ontdekt. In een miniduikboot speurden ze diepten af. 'Even plassen is er niet bij.'

DEN HELDER - Erik Meesters Onderzoeker van instituut Imares Wageningen UR in Den Helder


Duik 300 meter de zeediepte in bij de Nederlandse gemeente Bonaire en je weet niet wat je ziet. Comfortabel waren de duiken van tropisch mariene biologen Lisa Becking en Erik Meesters niet. Ze zaten in een miniduikboot: in ondiep water was het bloedheet aan boord, maar naarmate de onderzoeksboot dieper kwam, zakte de temperatuur en begonnen de stalen wanden te druipen van de condens. 'En je ligt zes uur pal naast elkaar op je buik om door de koepel naar buiten te kijken, dat is zwaar', aldus Becking. 'Even gaan plassen is er niet bij.'


Maar hun inventarisatie van het diepe rif van Bonaire heeft wel zeker drie voor de wetenschap nieuwe diersoorten opgeleverd. De onderzoekers van instituut Imares Wageningen UR in Den Helder brachten eind juni een nog onbekende garnaal en twee nieuwe soorten sponzen naar boven. In totaal verzamelden Becking en Meesters tachtig diepzeedieren, waaronder vijftig sponzen (ook dieren, ondanks hun plantachtige uiterlijk). Ze zijn onderzocht door specialisten bij Naturalis in Leiden. Nog tien sponzen wachten op determinatie, dus misschien komt de teller met nieuwe soorten nog hoger uit.


De expeditie, opgezet door het ministerie van Economische Zaken (EZ), was vooral bedoeld om een eerste indruk te krijgen van het dierenleven onder de zone waar duikers doorgaans komen. Daar bestaat weinig kennis over. Nederland heeft verdragen ondertekend over het behoud van biodiversiteit. Dat brengt met zich mee dat onderzoek moet worden gedaan naar welke dieren zich binnen de landsgrenzen ophouden. Sinds oktober 2010 behoren Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot Nederland.


Eng was het niet in de onderzeeër. 'Door de vele voorbereidingen had ik niet veel tijd om me zorgen te maken', zegt Becking. Pas toen we onderweg waren, realiseerde ik me hoeveel veiligheidsprocedures er in acht worden genomen.' Haar collega Erik Meesters vult aan: 'Zo'n trip heeft wel wat weg van een Apollovlucht.'


Onbetaalbaar

Deze eerste verkenningstochten waren mogelijk doordat een van de weinige onderzoeksduikboten ter wereld, de Curasub van zakenman Adriaan 'Dutch' Schrier, is gestationeerd op Curaçao. Daar verdient de mini-onderzeeër doorgaans de kost met duiken voor rijke toeristen (450 tot 650 dollar) en met tochten voor biologen van het Smithsonian Instituut in de Verenigde Staten op zoek naar nieuwe vissoorten.


De ambitie van Schrier is een serieus onderwateronderzoekscentrum op te zetten. Daarom betaalde hij de overtocht van de duikboot op het bijbehorende moederschip de Chapman, een voormalig onderzoeksschip van de Universiteit van Puerto Rico, naar Bonaire; het ministerie van EZ voldeed de rekening van de duiken. 'Dit soort onderzoek is eigenlijk onbetaalbaar', aldus Meesters. 'De meeste onderzoeksduikboten zijn vanwege de hoge kosten uit de vaart genomen.'


Op het scherm van Meesters' laptop op hun thuisbasis in Den Helder verschijnen foto's van hun onderwateravonturen. Minuscule wormpjes, fraaie koralen, onooglijke sponzen en ander vreemdsoortig leven. 'Dat doorzichtige ding is een zakpijp', wijst Meesters op het beeldscherm. 'We zien op de foto's en de video steeds nieuwe details', zegt Becking. 'In de sub weet je niet altijd goed waarop je moet letten.'


Naarmate de duikboot dieper kwam, dunden de koralen door lichtgebrek uit. Er volgde een zandstrook met af en toe stukken oud rif - uit perioden waarin de zeespiegel veel lager stond - als een soort oases met daarop volop leven. En er volgde een verrassing. 'Bij alle drie de duiken kwamen we op 50 tot 100 meter diepte een zone tegen waar de bodem bedekt is met een laag cyanobacteriën', zegt Meesters. 'Die kennen we ook van het koraalrif; daar vormen ze een signaal van verstoring, maar dit is wellicht hun eigenlijke plek in het systeem.'


De onderzeeboot is aan de voorkant uitgerust met twee sterke lampen en gereedschap om monsters te nemen: een grijparmpje, een plat netje om de buit in te leggen, een beiteltje om hardnekkige sponzen los te wrikken en twee slurfjes: de ene om een kleine dosis verdovingsvloeistof naar een vis te spuiten; de ander om het verdoofde slachtoffer op te zuigen.


Van alle meegebrachte sponzen is een stuk naar het Laboratorium voor Microbiologie in Wageningen gestuurd. Sponzen staan in de belangstelling, vertelt onderzoeker Detmer Sipkema, vanwege de bijzondere chemische stoffen die ze produceren om zichzelf te beschermen tegen vraatzuchtige andere organismen. Die zogeheten metabolieten zijn potentieel interessant voor de geneeskunde, bijvoorbeeld als nieuw antibioticum, virusremmer of kankermedicijn. Zo maakt de Curasub ook duiken voor het National Cancer Institute in de Verenigde Staten om sponzen te verzamelen.


'Er komen steeds meer aanwijzingen dat vooral de bacteriën die samenleven met de spons die metabolieten produceren', zegt Sipkema. 'Elke sponzensoort heeft zijn eigen bacteriesoorten, die ze via de eicellen van de moeder doorgeven aan hun nageslacht. Het zal nog wel een half jaar duren voordat we echt duidelijkheid hebben, maar ik verwacht een hele reeks aan nieuwe bacteriën.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden