Nieuwe entree Van Gogh voelt niet nieuw

De grote verrassing van de nieuwe entree van het Van Gogh Museum is: zij voelt helemaal niet nieuw. Het paviljoen met zijn halfronde gevel, holle dak en spectaculaire glazen draagconstructie ziet er weliswaar state of the art uit, maar het staat op het Amsterdamse Museumplein alsof het altijd zo geweest is: volkomen vanzelfsprekend.

Beeld Sander Hezen

Directeur Axel Rüger vergelijkt het paviljoen, dat als het transparante tegenbeeld van de bestaande stenen expositievleugel is ontworpen, met yin en yang. Zo bezien zou je kunnen zeggen dat het museum voorheen 'incompleet' was: een roman zonder plot. Maar nu, in dit entreegebouw, valt het allemaal op zijn plek, en dat is een architectonische prestatie van formaat.

Lees ook:

Het Van Gogh Museum heeft de nieuwe entree grotendeels zelf gefinancierd. Dus zeg niet tegen directeur Axel Rüger dat musea geen ondernemerschap tonen (+).

Er komen immers veel verhaallijnen bij elkaar in het Van Gogh Museum. Er is het hoofdgebouw aan de Paulus Potterstraat, dat is ontworpen door architect Gerrit Rietveld, maar na zijn overlijden voltooid door zijn compagnons Joan van Dillen en Johan van Tricht. Dat gebouw, uit 1973, werd eind jaren negentig gerenoveerd door architectenbureau Greiner Van Goor Huijten, dat een glazen kantoortoren eraan toevoegde. Tegelijk werd een nieuwe expositievleugel op het Museumplein gebouwd naar ontwerp van de Japanse architect Kisho Kurokawa, dat vanwege zijn halfronde vorm en gesloten karakter de bijnaam 'de oester' kreeg. En dan heb je ook nog te maken met de karakters rond het Museumplein: het Concertgebouw, het Stedelijk Museum alias De Badkuip en het Rijksmuseum.

Die musea verplaatsten eerder al hun ingang naar het plein, waardoor de lege grasvlakte eindelijk een adres en een gezicht kreeg. Het Van Gogh Museum heeft de nieuwbouw aangegrepen om de pleinwand aan het Museumplein te voltooien. Vanaf de luifel van het Stedelijk Museum aan de Van Baerlestraat wandel je nu over een heuse boulevard, tussen de Nieuwe Entree en het Rietveldgebouw door, helemaal tot aan het Rijksmuseum.

De verbetering van het Museumplein is de 'bijvangst' van wat begon als de oplossing voor een praktisch probleem: het groeiende aantal bezoekers die steeds langere rijen vormden aan de drukke Paulus Potterstraat. Tijdens de renovatie werd daarom al het idee voor een nieuw entreegebouw geopperd, maar de ruimte leek op.

Het voordeel van de grote open ruimte is dat er van alles mogelijk is. Beeld Sander Hezen

De vijver die Kurokawa bij zijn paviljoen ontwierp bood uitkomst; deze 'zenpatio' bleek in het Hollandse klimaat niet goed te werken: hij was vies door algengroei. En gelukkig stonden de nazaten van de in 2007 overleden Kurokawa open voor het idee om het gebouw aan te passen. Het Japanse bureau heeft het schetsontwerp gemaakt voor het glazen paviljoen, dat bovenop de patio is gebouwd, als een overdekt plein. Architect Hans van Heeswijk heeft het plan vervolgens tot op de laatse schroef uitgewerkt.

Van Heeswijks ervaring met musea - hij verbouwde eerder de Hermitage aan de Amstel, het Mauritshuis in Den Haag en ontwierp het Museum voor Modern Realisme MORE in Gorssel - is duidelijk zichtbaar. Het entreegebouw zit vernuftig in elkaar. Met de imposante glazen trappartij waarover je naar beneden schreidt - veel leuker dan de roltrap of lift - heeft het wereldberoemde Van Gogh een passend grootse entree gekregen, terwijl de verbinding tussen het Rietveldgebouw en de Kurokawa-vleugel is verbeterd en de logistiek rond het plassen en jassen ophangen geoptimaliseerd. Van Heeswijk heeft hiervoor onder meer gekeken naar terminals; het paviljoen heeft daar wel iets van weg. Die sfeer is het minst geslaagde aan het ontwerp; meer dan een ontvangsthal waan je je in een transitruimte. Zitbankjes zijn er niet, rondhangen lijkt niet de bedoeling.

Er komen veel verhaallijnen bij elkaar in het Van Gogh Museum. Beeld Sander Hezen

Het voordeel van de grote open ruimte is dat er van alles mogelijk is. De trap - met verlichte treden - kan als tribune gebruikt worden of als podium, er zijn voorstellingen en exposities denkbaar, wat de exploitatiemogelijkheden - steeds belangrijker in deze tijd van culturele bezuinigingen - vergroot. Daarbij heeft het paviljoen twee troeven achter de hand: prachtig, zacht daglicht en een grandioos uitzicht.

Nieuwe Entreegebouw Van Gogh Museum, Museumplein, Amsterdam. Schetsontwerp: Kisho Kurokawa Architect & Associates. Uitvoerend architect: Hans van Heeswijk architecten

Rijen

Het nieuwe entreepaviljoen vervangt de ingang aan de drukke Paulus Potterstraat, en biedt meer mogelijkheden om de almaar groeiende bezoekersstroom te verwerken.

Het oorspronkelijke museum (Gerrit Rietveld, 1973) was berekend op 300 duizend bezoekers, inmiddels zijn dat er jaarlijks 1,6 miljoen en de verwachting is dat het aantal de komende jaren blijft groeien. Tegelijk zag het Van Gogh de entree als een kans om de verbinding tussen het Rietveldgebouw en de nieuwbouwvleugel (Kisho Kurokawa, 1999) te verbeteren en aan te sluiten op het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum, die na verbouwingen beiden hun ingang aan het Museumplein hebben.

De rij voor de kassa - nog altijd buiten het gebouw gelegen - staat voortaan op het (gerenoveerde) Sandbergplein, tussen het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum. Digitale schermen zoals je die ook op vliegvelden vindt, informeren wachtenden alvast over de logistieke gang van zaken binnen.

Om te voorkomen dat bezoekers de wandelroute over het Museumplein blokkeren, worden zij door hosts naar de draaideuren begeleid. Direct daarachter wordt het ticket gescand, waarna je met de lift/roltrap/trap naar beneden afdaalt. Anders dan in het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum, is dit entreegebouw dus niet publiek toegankelijk; de 800 vierkante meter extra ruimte is daarvoor te beperkt. Deze is benut om de garderobe en toiletten - 14 per sexe - in onder te brengen en huisvest de vernieuwde museumwinkel. Het restaurant is in de oudbouw gebleven.

Naast de winkel, die een belangrijke inkomstenbron is voor het museum, moet de multifunctionele entreehal ook geld in het laatje gaan brengen. De open ruimte, met een capaciteit van 600 man, is voorzien van theaterverlichting, audiovisuele apparatuur en cateringvoorzieningen, en kan worden verhuurd voor feesten en evenementen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden