Nieuwe eigenaar Wyers ziet failliet bedrijf nu al opbloeien Steinmeijers recept is vooral simpel

Het failliete Wyers is zijn vierde overname en hij is nog maar net veertig. Is er een nieuwe Joep van den Nieuwenhuyzen opgestaan, maar dan in de textiel?...

Van onze verslaggever

Gerard Reijn

MAARSBERGEN

'Het is zo groot hier,' verzucht Geert Steinmeijer. Weer trekt hij een deur open, dit keer komen we in een opslagplaats met rollen gordijnstof. 'Kunnen we het niet buiten doen?' Maar wij houden vol: de foto moet gemaakt worden in de opslagplaats van vloerbedekking. Niet onder het schilderij in de vergaderzaal, wat Steinmeijer eerst suggereerde, en ook niet buiten.

Steinmeijer vervolgt zijn zoektocht door zijn pas verworven bedrijf Wyers, maar de vloerbedekking blijft onvindbaar. Tenslotte vraagt de nieuwe eigenaar hulp van een pas verworven medewerker, die hem een schuifdeur wijst waarachter de rollen vloerbedekking hoog opgetast liggen.

Het is een bedeesde, beetje onhandige man die op de stoel midden in de hal gaat zitten. Net veertig geworden, en net begonnen aan zijn vierde bedrijfsovername in vier jaar. Een bedrijf met naam en faam, Wyers Woningtextiel. Failliet gegaan na een doodsstrijd van tien jaar, maar volgens Steinmeijer gaat Wyers het weer helemaal maken.

Het geheime recept? 'Simpel. Je moet het goede voorbeeld geven. Als je om tien uur begint, kun je van je mensen niet verwachten dat ze om acht uur beginnen. Dat is een van die heel simpele dingen.' Gelukkig is het nog iets ingewikkelder dan alleen maar dat, maar bij elk ingrediënt van zijn recept herhaalt Steinmeijer: 'Het is heel simpel'.

De kosten bijvoorbeeld. 'Bedrijven die failliet gaan, is mijn ervaring, doen soms dingen die voor de overleving helemaal niet nodig zijn. Wyers gaf bijvoorbeeld twee miljoen gulden per jaar uit aan software. Onlangs hadden ze nog een softwareproject dat vijf miljoen kostte. Ik heb dat teruggedrongen: een half miljoen per jaar is genoeg. Van de algemene kosten van Wyers heb ik in een paar dagen tijd 60 procent geschrapt.'

Het bedrijf en de medewerkers beginnen nu al op te bloeien, vindt hij. Al die mensen die jarenlang hebben geleden onder aanhoudende verliezen. 'In zo'n situatie kijk je niet meer naar buiten, je kijkt alleen nog naar elkaar. Je moet je verdedigen. Nu dat voorbij is, zie je dat mensen enorm gemotiveerd zijn, dat er veel kwaliteit is.'

Het is stom toeval dat Steinmeijer in de textiel terecht kwam. Heel veel andere dingen waren meer voor de hand liggend. Zijn vader had een groothandel in levensmiddelen. De kleine Geert hielp al vroeg mee in de zaak, maar zijn vader verkocht het bedrijf toen Geert 24 was en aan de HEAO studeerde. 'Dat vond ik wel moeilijk', bekent hij.

Steinmeijer bekwaamde zich verder aan de universtiteit in de bedrijfskunde, en werkte achtereenvolgens bij Wang en Philips. 'Dat heb ik tien jaar volgehouden.' Maar hij was niet tot loonslaaf opgevoed. 'Als je van huis uit gewend bent dat je salaris uitbetaalt, dan is het niet makkelijk om aan de andere kant te zitten. De vrijheid mis je, vrijheid om geld te verdienen.'

Bij HCS kreeg hij de kans om te bewijzen wat hij kon. Hij was een van de mensen die dochteronderneming Microlife reorganiseerde. Met succes. Kort daarop ging hij eens praten met de Amro Bank, over zijn droom: iets voor zichzelf beginnen. Amro bracht hem vervolgens weer in contact met twee financiële krachtpatsers: Willem Cordia en Macko Laqueur. Vanaf dat moment is het trio Steinmeijer-Cordia-Laqueur een imperium aan het bouwen in de textiel. Textiel had niet zijn voorkeur, het was gewoon toeval. 'Maar ik vind het erg leuk. Het is concreet, heel anders dan automatisering'.

In 1990 nam het trio een divisie over van Nijverdal-Ten Cate, de divisie die huishoudtextiel maakt. Elk van de drie nam éénderde van de aandelen, Steinmeijer werd directeur en het bedrijf werd omgedoopt in Stoneville Enterprises. Het dreigde op een debâcle uit te lopen. De vakbonden hadden bedongen dat twee jaar lang niemand van de 225 man personeel zou worden ontslagen. 'Ik heb me er aan gehouden, maar het gevolg was dat we met veel te hoge kosten bleven zitten.'

Drie jaar lang ploeterde Steinmeijer 'dag en nacht' om van Stoneville iets te maken. Uiteindelijk lukte het. Na een sanering werkten er nog maar 60 mensen bij het bedrijf, maar toen begon het bedrijf winst op te leveren.

In augustus 1992 volgde de tweede overname: L. ten Cate. Dat bedrijf, befaamd door innovaties als het elastische katoen en de invoering van de panty's, was al voor de tweede keer failliet gegaan. Het was een stoffig bedrijf geworden, gefixeerd op produktie. Steinmeijer en zijn partners namen het bedrijf over en brachten het tot bloei. De collectie verschoof van ondergoed naar modieuze lingerie, de omzet steeg naar 32 miljoen en het verlies werd omgebogen naar een winst van 2,5 miljoen.

In mei 1994 volgde Van Heek-Scholco. 'Het modernste textielbedrijf dat ik ken. Met 85 procent export, zelfs naar China exporteren ze.' Van Heek-Scholco levert vooral aan uitgeverijen, die hun boeken in textiel binden. En in maart 1995 tenslotte Wyers, omgedoopt in Wyers Enterprises. De vier bedrijven samen halen waarschijnlijk 200 miljoen omzet en een winst van 40 miljoen, schat hij.

Steinmeijer als de Joep van den Nieuwenhuyzen van de textiel? 'Ik heb bewondering voor die man, maar ik ben heel anders. Ik doe geen vijftig deals per jaar. Als ik één bedrijf heb overgenomen, ben ik een half jaar bezig om het op poten te zetten. Ik wil niet met hem vergeleken worden. Ik ben gewoon een eenvoudige jongen uit Twente, ik ben Geert Steinmeijer.'

Steinmeijer ziet synergie tussen zijn vier bedrijven. 'Het is allemaal textiel. We hebben deels te maken met dezelfde leveranciers en met dezelfde afnemers.' En zoiets als een modebeeld, dat werkt door van ondergoed tot kamerbrede vloerbedekking. Steinmeijer pakt de catalogus van Cinderella, beddegoed, en begint enthousiast op de plaatjes te wijzen. 'Die kleur, daar hebben we dit jaar veel succes mee gehad. En niet alleen in beddetextiel'. De kleuren verschenen ook in Certifit lingerie van Ten Cate, de motieven in de handdoeken van Seahorse.

Zelf heeft hij niet veel verstand van mode, bekent hij. 'Kijk maar,' zegt hij, geringschattend plukkend aan zijn overhemd en zijn das. 'Maar mijn medewerkers schilderen de patronen. We praten erover en dan beslissen we. Ik heb wel feeling voor wat de klanten willen. Af en toe praat ik met mensen als Jan des Bouvrie of Frans Molenaar. Die ken ik al vijftien jaar. Zij zijn een soort creatieve commissarissen, ja.'

De groep bestaat nu uit vier losse vennootschappen. 'Maar dat gaat misschien veranderen. We denken er sterk over om alle vier de bedrijven in te brengen in een nieuwe vennootschap, die L. ten Cate Holding moet heten. Woensdag leggen we dat aan de commissarissen voor.'

Steinmeijer heeft nog meer plannen. Weliswaar zegt hij nu eerst een half jaar zijn handen vol te hebben met Wyers, maar daarna zal er gewerkt gaan worden aan de internationale expansie, want in Nederland is de maat wel bereikt. Bedrijven overnemen in Italië en in Duitsland. 'Het is mogelijk dat we, om die expansie te financieren, het bedrijf naar de beurs brengen. Maar als dat gebeurt, dan op zijn vroegst in 1997.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.