ANALYSE

Nieuwe corona-ongehoorzaamheid: civiele moed of gebrek aan frustratietolerantie?

De politie treedt op in het Vondelpark om een einde te maken aan de grote drukte. Beeld Joris van Gennip
De politie treedt op in het Vondelpark om een einde te maken aan de grote drukte.Beeld Joris van Gennip

De maat is vol, de rek is eruit: opeens lijkt de stemming te zijn omgeslagen en vinden veel Nederlanders het wel welletjes met de coronamaatregelen. Hebben we hier te maken met een gebrek aan incasseringsvermogen van onze verwende burgers?

Zo is burgerlijke ongehoorzaamheid nog onverantwoordelijk, zo wordt er openlijk op gezinspeeld omdat het ‘zo niet langer kan’. Over twee weken is het een jaar geleden dat Nederland in lockdown ging. De historisch warme laatste februariweek leek de week waarin naast warmterecords ook een taboe sneuvelde op het openlijk in de wind slaan van coronaregels.

Het voorjaarsweer noopte inwoners van de hoofdstad in het Vondelpark massaal sociale afstandsregels te overtreden en een confrontatie met de politie te riskeren. Winkeliers in Klazienaveen maakten bekend op 2 maart ook zonder toestemming weer open te gaan. Flink wat collega’s in driehonderd andere gemeenten spelen met dezelfde gedachte. Een groot deel van de horeca wil op 2 maart de terrassen weer openen. Nederlandse burgemeesters zeiden deze week: de rek is eruit, het gaat niet meer, heropen vrijplaatsen van consumptie.

Welbeschouwd gaf de regering deze week zelf ook blijk van een overtuiging dat het zo niet langer kan. Op de persconferentie van dinsdag zei premier Rutte versoepelingen noodzakelijk te achten óndanks het feit dat het aantal besmettingen weer stijgt. Rutte’s Oostenrijkse collega, Sebastian Kurz, tot voor kort voorstander van strenge lockdowns, ging in zijn aankondiging van opheffing van maatregelen nog verder. ‘We hebben eenvoudig gemerkt dat de bevolking er geen kracht meer voor heeft. Je kunt nog steeds formeel in lockdown blijven, maar niemand doet meer mee.’

Kurz kreeg meteen veel lof, maar het blijft een arbitrair inzicht: wanneer precies een bevolking ergens ‘geen kracht’ meer voor heeft, laat zich niet tot op de komma nauwkeurig vaststellen. Er zijn Oostenrijkers en Nederlanders die het naar alle objectieve maatstaven op dit moment erg moeilijk hebben. Je kunt betogen dat wat de meeste mensen in West-Europa moeten incasseren zelfs na een jaar coronamaatregelen meevalt, vergeleken met wat mensen in minder bevoorrechte landen voor de kiezen krijgen. Maar daar lag de kwaliteit van leven voor corona niet zo hoog.

De maat vol

Wijdverbreide frustratie over coronamaatregelen in welvarende landen heeft op zijn minst te maken met het feit dat mensen in het precovidium een veel beter leven hadden dan nu. Veruit de meeste mensen die stellen dat ‘het zo niet langer kan’ vergelijken hun huidige leven met hun leven van voor maart 2020. Mensen voor wie de maat vol is, kunnen dat sentiment bij elkaar versterken: naarmate meer mensen kranten, op tv en op sociale media vertellen dat de situatie onhoudbaar is, wordt die situatie dat ook.

Die mate waarin mensen in het openbaar onvrede etaleren, heeft óók te maken met hun inschatting van de autoriteiten. Waar mensen de autoriteiten niet vrezen, ligt de drempel voor burgerlijk ongehoorzaam gedrag lager. Om afstandsregels in het Vondelpark te overtreden, hoef je minder angst te overwinnen dan wanneer je in Minsk of Moskou wil demonstreren. Wie een positief perspectief hanteert, kan in de breed tentoongespreide afvalligheid van de afgelopen week de kracht zien van een maatschappij van mondige, zelfbewuste burgers, in vele talen bekend als de civil society.

In zo’n maatschappij laten inwoners zich niet eindeloos beperkende maatregelen door de strot duwen, het wemelt daar van de initiatieven om de autoriteiten te corrigeren. Typisch voor zo’n maatschappij is niet Viruswaarheid, dat de autoriteiten als vijand ziet. Typisch voor zo’n maatschappij is Herstel NL, het samenwerkingsverband van artsen, economen, beleidsonderzoekers en wetenschappers dat grote bezwaren heeft bij het coronabeleid en ijvert voor ‘risicogestuurd beleid met gerichte bescherming’ in plaats van een lockdown.

De toon van Mark Rutte op persconferenties is er bij uitstek een van een regeringsleider die weet dat hij te maken heeft met een kritische bevolking met een eindig geduld: houd nog even vol beste mensen, we zijn er bijna. Dinsdag zei hij ook: met deze bescheiden versoepelingen moet u het voorlopig doen. Hij mag hopen dat de beste mensen het inderdaad voorlopig met die bescheiden versoepelingen willen doen. Dan behoudt hij het initiatief en kan de regering maatregelen langzaam afbouwen zonder dat burgerlijke ongehoorzaamheid de norm wordt terwijl het aantal coronabesmettingen weer snel stijgt.

Een bepaald andere situatie ontstaat als veel van Rutte’s beste Nederlanders met deze bescheiden versoepelingen domweg geen genoegen meer nemen, als winkeliers en horecaondernemers regels gaan negeren, handhavers het nakijken hebben en ongehoorzaamheid zo ‘inburgert’ dat BOA’s lachwekkende figuren worden. Vanaf dat moment is het niet meer de regering die bepaalt in welk tempo regels worden afgebouwd. Slechts vier op tien Nederlanders steunt het huidige beleid nog, bleek deze week. Zes op de tien vinden het onduidelijk van koers en oneerlijk voor wie de lasten draagt.

Het hek van de dam

Vergelijkingen tussen het coronabeleid en dictatuur, uit de koker van Willem Engel, zijn potsierlijk. Maar uit de geschiedenis van repressieve regimes kun je wel leren dat het met burgerlijke ongehoorzaamheid snel kan gaan als het hek eenmaal van de dam is – De Val van de Muur begon met burgerlijke ongehoorzaamheid die voortvloeide uit al te bescheiden versoepelingen van de autoriteiten.

In een positief scenario zullen historici van de toekomst dan schrijven: na een jaar coronamaatregelen bleek onmiskenbaar dat inwoners van sterke burgermaatschappijen zich niet langdurig in hun bewegingsvrijheid laten beperken, in tegenstelling tot die van autoritaire samenlevingen. Mensen vorderden hun levens terug op de autoriteiten en de gevreesde doemscenario’s bleven uit.

In een minder positief scenario schrijven ze: na een jaar corona wreekte zich het gebrek aan frustratietolerantie in landen waar inwoners verwend waren geraakt door een lange periode van vrede en voorspoed. Ze begonnen maatregelen te negeren terwijl het aantal besmettingen weer snel steeg. Met iets meer incasseringsvermogen en geduld hadden levens kunnen worden gered.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden