Nieuwe collectiepresentatie Stedelijk zet deur naar de toekomst open

De nieuwe stek van de vaste collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam is niet de sensatie die we van ontwerper Rem Koolhaas gewend zijn. Of dat erg is? Dat is maar hoe je het bekijkt.

De nieuwe inrichting van de kelder van het Stedelijk Museum Amsterdam, Stedelijk Base, na de recente verbouwing. Beeld Hans Poel

De verwachtingen waren hooggespannen. En niet zo'n beetje ook. Het zou explosief knalwerk worden. Met een duizelingwekkend wauw-gevoel. Want de nieuwe collectieopstelling van het Stedelijk Museum, is niet in de oude bovenzalen met hun geprezen daglicht, maar down under in de kelder, zonder daglicht nota bene, bedacht door de net vertrokken directeur Beatrix Ruf. Die nieuwe presentatie zou geheid voor een regelrechte sensatie zorgen.

Al was het alleen al om de beroemde verzameling weer eens in zijn geheel samen te zien: de vibrerende Newmans, De Koonings Atlantic Light-landschappen, Picasso's liggende schone met okselhaar, de stoelen van Rietveld en Eames, het vrouwenportret van Raysse met haar sensuele lippen als een lichtreclame, het vermaledijde biggetje van Koons, het knockout geslagen gezicht van fotografe Nan Goldin, de naar pis riekende bar van Kienholz en het lullenbootje van Yayoi Kusama.

Stedelijk Base

Kunst

Stedelijk Museum, Amsterdam. Vanaf 16 december.

Verwachtingen

Een verzameling die zijn gelijke nauwelijks kent en waarvoor menig kunstliefhebber zich aan het Museumplein meldt. En die nu door architect Rem Koolhaas op een nieuwe, 'innovatieve' manier zou worden getoond tegen een uniek displaysysteem, dat door zijn (geheime) fabricage en constructie enkele maanden uitstel vergde, enkele tonnen duurder werd, en juist daardoor de verwachtingen alleen maar opschroefde.

Nee, je kan niet zeggen dat het aan spanning ontbrak.

Voor wie nu de trap afdaalt, vol van droombeelden van wat mogelijk zou zijn, de diepte in, zal wellicht even moeten slikken. Spectaculair? Duizelingwekkend? Wauw? Nee, wellicht is het in eerste opzicht even slikken door de ontnuchtering. De dunne wanden van roomwit en donkergrijs staal zijn zelfs haast onzichtbaar. De overdaad aan bekende werken oogt eerder geruststellend dan spectaculair. En ach, dat gebrek aan daglicht, waarover zou je je druk maken?

Vanaf links: een zeefdruk van Andy Warhol, in het midden een gouden schilderij van Yves Klein en aan het plafond een mobile van Alexander Calder. Beeld Hans Poel

Tinteling

Maar begin rond te lopen en langzaam ontstaat er toch een lichte tinteling in je gedachten. Misschien wel juist omdat die met zoveel tamtam aangekondigde Tata-Steel-Rem-Koolhaas-veel-te-dure-alsmaar-uitgestelde-nooit-eerder-vertoonde display steeds minder opvalt. Wat opmerkelijk is. Het tot op de millimeter nauwkeurig gelaserstraalde staal, anderhalve centimeter dik en in totaal 180 ton zwaar, is dan wellicht inderdaad een noviteit, net als de manier waarop het schots en scheef is opgesteld, het oogt óók conventioneel. Op het dienende af.

Wat misschien, gezien de vele onderscheidende en grensverleggende ontwerpen van Koolhaas, een verrassing is. Maar ook weer niet. Want Koolhaas zou geen Koolhaas zijn als hij (en zijn medewerkers van AMO, de onderzoektak van zijn bureau OMA) geen grondig onderzoek had gedaan. Koolhaas is een data-architect die grote hoeveelheden gegevens gebruikt om tot een logisch en onvermijdelijk eindontwerp te komen.

Zo ook bij het Stedelijk, waarbij hij alle hoeveelheden en soorten kunst en design turfde, en beeldanalyses maakte van vroegere tentoonstellingen. Koolhaas keek naar hoe eerdere exposities in de kelder (zoals die van Aernout Mik en Seth Siegelaub) er uit zagen, en naar de manier waarop de vroegere directeur Willem Sandberg in de jaren zestig en zeventig in zijn Nieuwe Vleugel aan de Van Baerlestraat experimenteerde met een open structuur van schotten op hoge pootjes.

Base, Now, Turns

Directeur Beatrix Ruf bedacht de nieuwe inrichting van het Stedelijk Museum in Amsterdam nog voor haar vertrek, twee maanden geleden. Vanaf komende zaterdag is de vaste collectie, onder de titel Stedelijk Base, in de nieuwbouw te zien. In de bovenzalen van de oudbouw komen de tijdelijke tentoonstellingen: Stedelijk Now. De begane grond van de oudbouw is gereserveerd voor Stedelijk Turns: wisselende presentaties van collectie en eigentijdse kunst.

Links een drieluik van Roy Lichtenstein en op de achtergrond De Zaag van Claes Oldenburg en een portret van Jean Dubuffet. Beeld Hans Poel

'Stedelijk parcours'

Uit deze gegevens destilleerde hij een 'stedelijk parcours', met steegjes, straatjes en pleinen, dat beweeglijk is, verrassend door zijn doorkijkjes en waarin uiteindelijk, grotendeels nog op aanwijzingen van Beatrix Ruf, alles in een ruimte bijeen staat.

Of dit de gedroomde collectiepresentatie is die de komende jaren mee zal gaan? Het is maar hoe je het bekijkt.

Vanuit een groter perspectief bezien zou je je twijfels kunnen hebben. De nieuwe opstelling is een onderdeel van een ingrijpende ruilverkaveling in het gebouw. Grofweg gesteld gaat de vaste collectie van de oudbouw naar de nieuwbouw (naast de kelder ook in de badkuip boven de ingang). De tijdelijke exposities verkassen naar de bovenverdieping van de oudbouw. Letterlijk daar tussenin, op de benedenetage, komen wisselende combinaties van hedendaagse kunst en collectieonderdelen. Of zoals de drie variaties in Stedelijk-jargon heten: Base, Now en Turns.

Artistieke vernieuwingen

Of het Stedelijk daarmee ook werkelijk een 'turn' zal maken als museum voor moderne én hedendaagse kunst, dat soepel inspeelt op wat de buitenwereld aan artistieke vernieuwingen laat zien? De kans is groot dat het museum zich in de eigen voet heeft geschoten door zich vast te zetten met staalplaten in de kelder, en de verhuizing van al wat tijdelijk en experimenteel is naar de bovenverdieping met zijn dikke muren en rigide zalencircuit. Waardoor buitenproportionele film- en videopresentaties en totaalinstallaties als die van Mik en Siegelaub - onmogelijk worden. Door de herindeling lijkt de flexibiliteit en experimenteerlust uit het museumgebouw te zijn gehaald. Wat weer gevolgen kan hebben voor de toekomstige keuze van kunstenaars, die meer gebonden zullen zijn aan alleen al de ruimtelijke restricties van het gebouw.

Blijft over de opstelling zelf, bezien vanuit een kleiner perspectief. Dan krijg je een ander beeld. Onderscheidender. Avontuurlijker. Wie na de ingang gelijk doorloopt naar de uitkijkpost bovenop de door Rietveld ontworpen Harrenstein-slaapkamer, krijgt een uitzicht dat je in geen enkel ander museum geboden wordt. In één panoramische blik is te zien wat het Stedelijk de afgelopen eeuw heeft aangekocht en gekregen, als in een maquette van 1100 vierkante meter. Ronduit uniek.

Beeld Hans Poel

Aangename ontheiliging

Gelijk wordt ook duidelijk wat hier gaande is, namelijk dit: dat het museum niet alleen een geweldig en gevarieerd artistiek bezit in huis heeft, maar ook dat het bijeenbrengen van zoveel voorwerpen - 670 om precies te zijn - een aangename ontheiliging veroorzaakt die, eenmaal weer beneden, op zaalniveau wordt bevestigd. Dit is geen opstelling waarbij je in contemplatieve katzwijm zal vallen voor Barnett Newmans donkerblauwe Cathedra, noch een aanval van recalcitrantie zal krijgen bij het zien van de video waarin Wim T. Schippers die aan de Pettense kust een flesje Green Spot ledigt. Door de immense hoeveelheid heeft de presentatie aan dat soort kracht ingeboet.

Het duo Ruf-Koolhaas mag dan heel specifiek naar alle mogelijkheden hebben gezocht, waarop je schilderkunst en design, foto en video, affiches en servies kan combineren, wat op zich binnen de (conventionele) wereld van de moderne musea al uitzonderlijk gewaagd is. Het tweetal mag een vorm van historisch besef hebben nagestreefd: met het gezag ondermijnend drukwerk van Werkman en Sandberg uit de Tweede Wereldoorlog, het oplaaiende vrijheidsgevoel in de jaren-zestig-fotografie van de Parijse studentenopstand en het ongebreidelde verfsmijten van Cobra, - het is allemaal fraai bedacht en inzichtelijk gebracht, maar doorslaggevend is toch vooral de indruk van een schier oeverloze hoeveelheid.

De collectie wordt als de Drie Dwaze Dagen in een pop-up-museum getoond, een openbare depotpresentatie, die niettemin laat zien wat het Stedelijk aan rijkdom in huis heeft. Want daar alleen al ligt de ware waarde in: afgestoft en gerangschikt zonder de gewijde aandacht waarmee het altijd werd omgeven. Wat past in de tijd, verfrissend oogt en, belangrijker, de deur naar de toekomst wijd open zet. De verzameling als een magazijn van artistieke mogelijkheden en gestolde tijdsbeelden, uit voorraad leverbaar en op te vragen voor nieuwe mogelijkheden en toepassingen - het is een functie die je van een museumcollectie als van het Stedelijk mag verwachten, zeker als het straks weer een nieuwe directeur heeft.


Het was een bewogen jaar voor het Stedelijk

'Het is zo makkelijk om met grote gebaren mensen neer te sabelen'
Interimdirecteur bij het Stedelijk Jan Willem Sieburgh roemt de door voormalig directeur Beatrix Ruf bedachte herinrichting.

In het nieuwe Stedelijk van Koolhaas kan zelfs een ongewone combinatie geslaagd zijn
Daar staat Rem Koolhaas, bij zijn ontwerp van de collectiepresentatie in het Stedelijk. Alleen, want partner Beatrix Ruf is weg.

Met het vertrek van Ruf zijn speculaties begonnen over haar opvolger in het Stedelijk Museum
Wie kan het wél doen en welke koers moet worden gevolgd?

Weer directeur weg bij Stedelijk Museum: Beatrix Ruf stapt op om verzwijgen nevenactiviteiten

Beatrix Ruf (57) stapt op als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dit maakte het museum vandaag bekend. Onvermelde nevenfuncties en belangenverstrengeling zouden haar integriteit als museumdirecteur hebben geschonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden