Opinie

'Nieuwe Citotoets laat de sociale ongelijkheid van de jaren vijftig herleven'

De splitsing van de Citotoets in twee niveaus laat de sociale ongelijkheid van de jaren vijftig herleven, betoogt Jaap Dronkers, hoogleraar onderwijsonderzoek aan de Universiteit van Maastricht.

Leerlingen van de Utrechtse Schoolvereniging maken de Cito-toets. Beeld ANP

Binnenkort worden twee veranderingen in de Citotoets doorgevoerd: de toets krijgt twee niveaus (een voor het vmbo en de ander voor havo/vwo) en de toets wordt pas in mei afgenomen, na het bekend worden van het advies van de basisschool. Beide veranderingen ondermijnen de maatschappelijke functie van de Citotoets ernstig: zij zullen de ongelijkheid in het onderwijs doen toenemen en het kennisniveau van de meeste basisschoolleerlingen doen afnemen.
Door de invoering van twee testniveaus zullen er al in groep 6 twee groepen leerlingen worden gevormd die verschillend onderwijs zullen krijgen. Een groep met 'goede' leerlingen die voorbereid worden op de havo/vwo-toets en een groep leerlingen die wordt voorbereid op de vmbo-toets.

In feite gaan wij met deze splitsing in de Citotoets terug naar de jaren vijftig. Een deel van de basisschoolleerlingen vanaf groep 6 (in de huidige terminologie) werd toen extra voorbereid voor een apart toelatingsexamen tot hbs (=vwo) of gymnasium. Zij moesten meer leren dan de overige leerlingen (toen onder meer Frans). De overige leerlingen kregen die extra stof niet of deden voor spek en bonen mee. Die leerlingen konden dus niet naar de hogere vormen van voortgezet onderwijs (want ze werden niet voorbereid voor het toelatingsexamen) maar kon alleen kiezen uit mulo (=vmbo-t) of beroepsonderwijs (= overige vormen van vmbo).

Ouderlijk milieu
Deze selectie voor die voorbereiding op het toelatingsexamen gebeurde door de leerkrachten. Omdat de beslissing voor veel ouders 'onzichtbaar' was, speelde het ouderlijk milieu van de leerlingen een erg grote rol, nog groter dan bij het huidige advies van de basisschool. Ook waren de toelatingsexamens eerder gericht op het cultureel kapitaal van de kandidaten dan op hun kennis en vaardigheden (de Citotoetsen zijn in vergelijking met die toelatingsexamens een wonder van objectiviteit).

De Mammoetwet, die eind jaren zestig werd ingevoerd, schafte deze toelatingsexamens af. In plaats daarvan kwam een verplicht advies voor alle leerlingen en een algemeen aanvaardbare toets voor alle kinderen (dus niet noodzakelijkerwijze een Citotoets). Die toets dwong basisscholen aan alle leerlingen goed onderwijs te geven, in plaats van alleen aan hen die werden voorbereid op het vwo. Ook gaf die toets ouders een middel in handen om een advies of beslissing van leerkrachten over hun kind zelf te beoordelen. Doordat de voortgezet-onderwijsscholen deze toetsen gingen gebruiken in plaats van de toelatingsexamens, werd hun selectie meer gebaseerd op de feitelijke kennis en vaardigheden van de leerlingen en minder op hun ouderlijk milieu.

Hoewel de Mammoetwet altijd een slechte pers had in spraakmakend Nederland, blijkt uit onderzoek dat in die periode het directe effect van het ouderlijk milieu op het uiteindelijke niveau in het voortgezet onderwijs kleiner is geworden en het belang van feitelijke kennis en vaardigheden van de leerlingen is toegenomen.

De op handen zijnde introductie van twee niveaus in de Citotoets brengt dit oude milieuverschil in de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs weer terug. Ze zal ertoe leiden dat kinderen van laaggeschoolde ouders die goed kunnen leren toch worden geselecteerd voor de lagere Citotoets ('ze moeten niet te veel op de tenen lopen', 'ze krijgen niet voldoende steun van thuis', 'van die prestatiedwang krijgen ze maar stress').

Etnische segregatie
Omdat niet-westerse allochtone leerlingen vaker laaggeschoolde ouders hebben dan andere leerlingen, kan de Citotoets voor het vmbo algauw de 'allochtonentoets' worden en de andere de 'autochtonentoets'. Zo wordt een stevige bijdrage aan etnische segregatie geleverd.

Ook blijkt uit internationaal onderzoek dat juist zwak presterende leerlingen belang hebben bij een centraal eindexamen (en dat is de Citotoets in feite). Want een dergelijke centrale toets dwingt scholen ook de zwak presterende leerlingen zo goed mogelijk op te leiden. Het zijn juist de relatief goede scores van de zwak presterende leerlingen die er voor zorgen dat Nederlandse leerlingen het bij internationale vergelijkingen zo goed doen.

Tot slotte draagt de verplaatsing van de Citotoets naar mei - als 'second opinion' van het advies van de basisschool dat veel gevoeliger is voor het ouderlijk milieu - verder bij aan de vergroting van de verschillen in onderwijsprestaties door leerlingen uit verschillende sociale milieus.

Mogelijk goede bedoelingen van deze veranderingen zijn onbelangrijk, het gaat om het feitelijk functioneren van de onvermijdelijke selectie in het onderwijs. Die selectie is voor de maatschappij veel te belangrijk om over te laten aan test-technocraten of aan de goede bedoelingen van onderwijsgevenden.

Jaap Dronkers is hoogleraar onderwijsonderzoek aan de Universiteit van Maastricht.

 
De Citotoets voor het vmbo wordt al gauw de 'allochtonentoets'
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden