Nieuwe CDA-visie op milieu is hoopgevend

Het Strategisch Beraad van het CDA komt met zijn pleidooi voor een sociale en ecologische markteconomie opzienbarend dicht bij het streven van een groot deel van de milieubeweging, constateren Ad van den Biggelaar en Thomas van Slobbe....

SINDS jaar en dag staat het streven naar een rechtvaardige economie hoog in het vaandel van het CDA. Ook in het nieuwste rapport van de partij, Nieuwe wegen, vaste waarden; aanzet tot een strategisch beraad binnen het CDA, komt dit thema uitgebreid aan de orde. Daarbij wordt een fundamentele stap gezet: 'Duurzaamheid en milieubehoud moeten voorop komen te staan, in plaats van randvoorwaarden zijn. Ecologie en economie moeten twee zijden van een zelfde medaille zijn'.

Onder een rechtvaardige economie wordt nu ook een duurzame economie verstaan. Het CDA komt met zijn pleidooi voor 'een werkelijk sociale en ecologische markteconomie' opzienbarend dicht bij het streven van een groot deel van de natuur- en milieubeweging in Nederland.

De opstellers van het rapport (het Strategisch Beraad) nemen stelling tegen de vergaande economisering van onze maatschappij. 'De eerste vraag is niet: hoe moet de economie zijn ingericht? Maar: wat voor samenleving is gewenst en welke waarden dienen daarin bepalend te zijn?'

Een actuele visie op de toekomst van onze samenleving wordt (niet alleen binnen het CDA) node gemist. Mede onder aanvoering van Lubbers hebben veel bestuurders zich in het recente verleden tot een sterk technocratische aanpak laten verleiden, waarbij een overkoepelende visie bijna als een overbodige luxe werd gezien. Voor ongrijpbare zaken als eerbied en verwondering werd nauwelijks ruimte gelaten.

Het Strategisch Beraad neemt nadrukkelijk afstand van deze benadering: 'Met een economisering van het publieke debat en met het wegrelativeren van publieke waarden en inspiratie is niemand gebaat.' Dat is hoopgevend. Het verlangen naar een duurzame samenleving gedijt immers niet in een technocratische cultuur.

De pragmatische bestuurswijze van het kabinet-Lubbers/Kok heeft de omschakeling naar een duurzame ontwikkeling op tal van terreinen jarenlang in de weg gestaan. Ook de paarse coalitie heeft op dit vlak nog weinig daadkracht aan de dag gelegd.

De ontwerp-resolutie voor het PvdA-congres van februari 1996, het rapport Ideeën voor de toekomst, geeft weinig hoop dat hierin verbetering komt. Globalisering en de vrije markt worden op ongenuanceerde wijze centraal gesteld. De paragraaf over ecologisering blijft steken in platitudes en algemeenheden. En waar in de ontwerp-resolutie wordt gesproken over milieunormen, komt de PvdA niet verder dan de stelling dat deze in een aantal gevallen te ver zijn doorgeschoten en opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden. Tegen deze achtergrond is de nieuwe oriëntatie van het CDA politiek natuurlijk uitermate interessant.

Het valt te waarderen dat het Strategisch Beraad van de christen-democraten de aftrap heeft gegeven voor een serieuze poging tot ontwikkeling van een actuele, samenhangende visie op de toekomst. De auteurs lijken echter vaak terug te schrikken voor de consequenties van hun uitgangspunten.

Zo stellen zij een verschuiving voor van de lastendruk op arbeid naar die op het verbruik van eindige energiebronnen. Het Strategisch Beraad stelt daarbij in één adem vast dat zo'n ecologisering van het belastingstelsel niet door Nederland alleen kan worden gedaan. 'Internationale coördinatie is onmisbaar, zeker voor de open economie van Nederland'. De voorzitter van het Beraad, de oud euro-commissaris Andriessen, liet bij verschijning van het rapport weten een minderheidsstandpunt in te nemen: 'Persoonlijk ben ik bereid een stapje verder te gaan. De Nederlandse economie kent de hoogste collectieve lasten ter wereld. Toch blijken we daarmee te kunnen concurreren. Het blijkt dus dat je je een zekere marge kunt permitteren. De concurrentiepositie mag dus geen alibi zijn om niet op te treden'.

De vak- en milieubeweging hebben dit voorjaar nog gezamenlijk een overzicht opgesteld van belastingmaatregelen die door Nederland alléén genomen kunnen worden zonder dat dit tot aantasting van de concurrentiepositie hoeft te leiden. Ondanks het feit dat er zeer wel mogelijkheden aanwezig zijn, heeft het Strategisch Beraad zijn voorzitter in dezen niet gevolgd.

Het is niet alleen op dit punt dat de fundamentele keuzen van het Strategisch Beraad onvoldoende vertaling vinden in concrete voorstellen. 'Duurzaamheid betekent ook voor de Nederlandse landbouw dat de actuele milieu- en natuurproblemen moeten worden opgelost.'

Deze stellingname staat op grote afstand van de opstelling van het CDA in het mestdebat van afgelopen maanden. Het CDA stelde zelfs politieke zendtijd ter beschikking aan woordvoerders van de intensieve veehouderij, zodat deze konden uitleggen waarom de actuele natuur- en milieuproblemen vooralsnog door hen niet zullen worden opgelost.

Het Strategisch Beraad berekent dat voor de oplossing van de mest- en ammoniakproblemen een duidelijke normstelling noodzakelijk is, maar spreekt tegelijk uit dat het de oplossing wenst over te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van de agrarische ondernemers, op basis van overleg. Daarmee lijken de auteurs de ogen te sluiten voor het feit dat overleg met landbouworganisaties tot op heden geen oplossing in zicht heeft gebracht.

Het Strategisch Beraad gaat ook schijnbaar achteloos voorbij aan het feit dat Nederland op basis van het voorgenomen mestbeleid de Europese nitraat-richtlijn overschrijdt, terwijl elders in het rapport toch voortdurend wordt gehamerd op internationale coördinatie.

Wat een strategische verkenning beoogt te zijn, lijkt daarmee te verzanden in een weinig subtiele poging electoraal de kool en de geit te sparen. Het milieu, het varken en de gifpieper.

HET rapport beoogt niet meer of minder te zijn dan een verkenning, zo stellen de auteurs. Er is nog ruimte voor aanscherping en concretisering. In het licht daarvan is het geen onoverkomelijk bezwaar dat de intenties van het rapport nog niet altijd even consequent zijn uitgewerkt en op elkaar zijn afgestemd. Ook voor de forse discrepantie tussen de intenties van het rapport en de dagelijkse politieke positionering van het CDA in het economische en ecologische debat, hebben wij enig begrip. Een partij die op zoek is naar nieuwe wegen kan niet anders doen dan afstand nemen van traditioneel gegroeide standpunten en machtsverhoudingen.

Premier Kok schetste in zijn Den Uyl-lezing een politieke toekomst waarin twee visies om de voorrang strijden: de liberale en de, naar het politieke midden opgeschoven, sociaal-democratische visie. Opmerkelijk was dat hij met geen woord repte over de christen-democratie. Indien het CDA daadwerkelijk de aangegeven 'nieuwe wegen' in zal slaan en de partij het streven naar een sociale en duurzame economie daarbij handen en voeten geeft, zal blijken dat Kok buiten de waard heeft gerekend en kan er een geheel nieuw, politiek bijzonder interessant patroon ontstaan.

Ad van den Biggelaar en Thomas van Slobbe zijn respectievelijk algemeen directeur en beleidsmedewerker van de Stichting Natuur en Milieu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden