Nieuwe boeteregeling brengt ondernemers met weinig personeel in problemen WAO is te duur voor klein bedrijf

Neem een kleine ondernemer die vijf schilders en een parttime administratieve kracht in dienst heeft. Wat moet hij doen als een van zijn schilders arbeidsongeschikt raakt?...

Van onze verslaggeefster

José Smits

DEN HAAG

Het is het dilemma van het midden- en kleinbedrijf. Het voorbeeld is afkomstig van F. Buurmeijer, voorzitter van het LISV, de organisatie die de uitvoerders van werknemersverzekeringen bestuurt. De traditionele oplossing voor het schildersbedrijf was de arbeidsongeschikte de WAO te laten ingaan, maar vanaf 1 januari kost dat het bedrijf veel geld. Voortaan moet een bedrijf een extra hoge premie betalen als een van zijn werknemers de WAO in gaat.

Die 'boetebepaling' moet ertoe leiden dat werkgevers gaan rekenen. Wat kost mijn verhoogde WAO-premie en wat kost het als ik de zieke werknemer in dienst houd? Buurmeijer merkt echter dat kleine bedrijven op een andere manier denken. 'Kleine ondernemers hebben niet de mogelijkheid in eigen huis ander werk te bieden. Dus ze moeten het arbeidsbureau of commerciële bureaus inschakelen om een baan te zoeken voor hun arbeidsongeschikte personeelslid. Dat kost geld, en er is geen garantie op succes. Ondernemers zijn bang dat ze dubbel moeten betalen: eerst voor de poging om hun werknemers ergens anders onder te brengen, en als het niet lukt, ook nog eens de hogere WAO-boete.'

Een oplossing voor het dilemma is om de uitvoeringsinstellingen (UVI's) op te zadelen met de WAO-problemen van de kleine ondernemers. Buurmeijer is er niet op tegen, ook al is het volgens hem een omgekeerde ontwikkeling. 'De politiek wilde werkgevers financieel prikkelen en zelf verantwoordelijk stellen voor de reïntegratie van hun eigen arbeidsongeschikten. Daarom is de Ziektewet geprivatiseerd, en moesten arbo-diensten het werk overnemen dat de bedrijfsverenigingen deden. Maar dat lukt niet, dus moeten de UVI's het maar weer doen.'

De vraag is of dat de zaak veel beter maakt. De UVI's waren tot en met 1995 als enige belast met het herintreden van WAO'ers. Commerciële bureaus kwamen er nauwelijks aan te pas en arbeidsbureaus weigerden WAO'ers te begeleiden. De uitkomsten van het onderzoek naar de resultaten van reïntegratie, zijn weinig flatteus voor de UVI's.

Onderzoekers van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen gingen na wat de kans is op het vinden van werk voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Gemiddeld vond een derde van de intensief bemiddelde WAO'ers werk. Het onderzoek geeft geen verklaring voor deze schrikbarende uitkomst.

Buurmeijer is bekend geworden als de parlementariër die onderzocht waardoor het aantal WAO'ers groeide tot het buitensporig hoge percentage van 10 procent. Een van de belangrijkste conclusies uit dat onderzoek was dat uitvoeringsinstellingen en hun bestuurders uit werkgeverskring en vakbeweging het niet tot hun taak rekenden werkloosheid en arbeidsongeschiktheid te voorkomen of te verminderen. Ze dachten dat ze er waren om uitkeringen netjes te betalen.

Er is een omslag in het beleid. De instellingen die de WW en de WAO uitvoeren, moeten nu alles op alles zetten om mensen aan het werk te krijgen in plaats van hen weg te sturen met een uitkering. Een echt andere manier van werken komt maar moeizaam tot stand. Het aantal WAO'ers daalt langzaam, van 10 naar 9 procent. Het aantal WW'ers daalt minder dan op grond van de banengroei verwacht mag worden.

Buurmeijer is niet tevreden, maar toont zich geduldig. Het tempo van verandering is laag, maar er worden stappen gezet. Belangrijk in het veranderingsproces is de op handen zijnde samenwerking van arbeidsbureaus met UVI's en sociale diensten.

Deze drie gaan gemeenschappelijke kantoren inrichten volgens het één-loket-model. Iedereen die een uitkering wil, moet eerst naar dat gemeenschappelijke loket toe. De eerste vraag zal niet zijn: welke uitkering heeft u nodig? Maar: welk werk kunt u doen? Pas als die vraag is beantwoord, komen de formulieren op tafel om de uitkeringsaanvraag af te handelen.

Over de wenselijkheid van de gezamenlijke kantoren wordt al jarenlang gesproken. Tot nu toe bleef het bij experimenten op regionale schaal, doordat de centrale organisaties van arbeidsbureau en uitkeringsbetalers een competentiestrijd uitvochten. In wiens gebouw komt dat gezamenlijke kantoor, wie mag de mensen leveren, wie krijgt zeggenschap? Vooral gemeentelijke sociale diensten verzetten zich tegen het plan. Zij zijn ontevreden over de kwaliteit van de dienstverlening van de arbeidsbureaus. Liever kregen ze een deel van het budget van arbeidsbureaus, om daarmee zelf andere bemiddelaars in te schakelen.

Op termijn, verwacht Buurmeijer, zal dat mogelijk zijn. Minister Melkert van Sociale Zaken heeft op verzoek van de gemeenten bedongen dat de arbeidsbureaus over drie jaar hun budget van ruim 1,2 miljard gulden opsplitsen. Grofweg de helft is bestemd voor het betalen van de algemene dienstverlening (zoals het instandhouden van vacaturebestanden), waarvan iedereen gebruik mag maken. De andere helft is voor de bemiddeling van werklozen die meer hulp nodig hebben bij het vinden van een baan. Dit geld moet uitgesplitst worden per gemeente en per UVI.

Buurmeijer: 'Dat betekent dat elke UVI en elke sociale dienst precies weet hoeveel geld er beschikbaar is bij de arbeidsbureaus voor hulp aan hun eigen werklozen. Voor het eerst kunnen ze nagaan of ze waar krijgen voor hun geld. Je weet wat het budget is, je kunt aangeven wie ermee geholpen moet worden, en na een tijdje zie je de resultaten. Dat is een belangrijke stap vooruit.

'Niemand bij sociale diensten of UVI's weet hoe het geld voor arbeidsbemiddeling wordt besteed. Niemand twijfelt aan de inzet van de mensen die het doen, maar of het anders of beter kan, is volstrekt onduidelijk. Als daar meer zicht op komt, kun je arbeidsbemiddelaars aanspreken op het resultaat. Dan kun je ook ruimte maken voor commerciële bemiddelaars.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.