Nieuwbouw Dordrechts Museum laat oudbouw in zijn waarde

Architect Dirk Jan Postel, verantwoordelijk voor de verbouwing van het Dordrechts Museum,heeft een verademende rechtlijnigheid weten te bewerkstelligen.

Dordrechts museum


* * * *


Dordrecht Het eerste dat opvalt, is dat er niet zo veel opvalt. De eeuwenoude, dikke platanen staan onaangeroerd in de tuin voor het Dordrechts Museum. De sobere neobarokke voorgevel die zich in een u-vorm om de tuin vouwt, bepaalt nog altijd het karakter van het gebouw. En het stevige hek aan de straat lijkt uit de 19de eeuw, de tijd dat het gebouw dienst deed als stadsgesticht.


Maar binnen is alles anders.


De verbouwing van het Dordrechts Museum heeft drie jaar gekost en het resultaat is van een verademende rechtlijnigheid. Alles is ten dienste gesteld van de schilderijencollectie. De oudbouw is volledig ontruimd voor de grote Dordtse zonen als Aelbert Cuyp, Nicolaes Maes, Ferdinand Bol en Arent de Gelder. Hun werk hangt ouderwets dicht op elkaar. In alles ademt het museum één gedachte: hier in Dordrecht hebben we een rijke traditie van schilderen.


Ondanks die bedrieglijk ongewijzigde buitenkant is de ingreep van architect Dirk Jan Postel van het Rotterdamse bureau Kraaijvanger Urbis heel wezenlijk geweest. Hij heeft de oudbouw bevrijd van alle functionele rimram die een museumorganisatie met zich meesleept. De klimaatmachines, de tijdelijke expositieruimte, het auditorium zijn gestopt in een nieuw paviljoen. En die toevoeging is aan de achterkant geplaatst, als een volume van drie etages hoog is het naast de oudbouw geschoven. Vanaf de voorkant onzichtbaar.


Het is een 'stealth-operatie' op historische grond. Een straatje verderop is Nederland zo'n beetje begonnen, toen de Staten-Generaal voor het eerst (Unie van Dordrecht, 1572) met Willem van Oranje bijeenkwamen. En als Amsterdam dacht dat de schilderkunst van de Gouden Eeuw zich voornamelijk daar heeft afgespeeld, kijk dan eens naar Rustende ruiter in een landschap (1650) van ras-Dordtenaar Aelbert Cuyp. Prachtig zonlicht over een man te paard, een pronkstuk van het museum.


Nieuwbouw toevoegen aan historische bebouwing is een precair ontwerpprobleem in de architectuur. Het moet met zeker gevoel voor dienstbaarheid gebeuren, maar als het te bescheiden is, kan het de statuur van het monument naar beneden halen. Het ontwerp van Postel is in esthetisch opzicht zeker niet bedeesd, maar laat de oude gevel wel in zijn waarde.


Sterker nog. Het versterkt de historiciteit van het museumcomplex. De wigvorm die Postel aan de achterkant naast de oudbouw schoof, is vrijzwevend tegen het museum geplaatst. In de binnenstraat die in het overgangsgebied is ontstaan - met een dak van glas - is de bezoeker op elk moment zichzelf bewust van het wat oud en nieuw is. Geen krampachtige symbiose van verleden en heden, maar een contrastrijke cesuur. Zowel in materiaalkeuze (aluminium versus baksteen) als in ruimtebeleving.


Architect Postel voegde aan de voorzijde van het museum een glazen serre toe die het restaurant van het museum naar de oude tuin opent. En hij bouwde een nieuwe voorzet-entree. Omdat de oude ingang veel te benauwd is voor de hedendaagse bezoekersstroom. Om ruimte te winnen, is een doosje van glas voor de deur geplaatst.


En bij deze twee toevoegingen heeft de architect niet gezocht naar een cesuur tussen oud en nieuw, maar naar transparantie. Alles is glas, geen constructie-element belemmert het zicht op de oude gevel. Het enige pijnpuntje hier is dat ook de glazen voorzet-entree niet helemaal het gevoel van krapte kan wegnemen als je eenmaal binnen staat. Je loopt er tegen een trap aan die de hele hal vult.


Het museum was in de 19de eeuw een dolhuis, gebouwd met lange gangen en kleine zijkabinetten. In de jaren dat het als museum werd gebruikt, was het een labyrint geworden. Met kantoorfuncties, depot en technische ruimten. De architect heeft de oudbouw rigoureus leeggehaald en die lange zichtlijnen teruggehaald. Daardoor is de specifieke vorm van het gebouw ook binnen op elke plek voelbaar.


De vaste opstelling van de kunst is simpel: de bezoeker wordt chronologisch langs vijf eeuwen aan schilderijen geleid. Hier en daar is een halteplaats in de vorm van een salon.


Een salon is gewijd aan de 19de- eeuwse societyschilder Ary Scheffer uit Dordrecht. Hij ontving in Parijs zijn clientèle in een atelier dat leek op een boudoir, nu feestelijk vormgegeven door Evelyne Merkx, van Merkx + Girod; zij tekende voor het hele museuminterieur. Merkx' stijlkeuze sluit mooi aan bij de toewijding van de oudbouw aan Aelbert Cuyp en de zijnen. Ze gebruikt gepreegd goudbehang, een belettering die 19de-eeuws oogt, klassieke schilderswitten (loodwit, krijtwit, zinkwit). Dat alles is zorgvuldig gedetailleerd, allemaal gericht op de viering van die rijke Dordtse schilderstraditie.


Bob Witman


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden