REPORTAGE

'Nieuw werk, dat hebben we nodig'

Rochester is zo'n stad waar de Amerikaanse verkiezingen over gaan: hoe moet het verder na de neergang van beroemde fabrieken? Dinsdag brengen de inwoners van de cruciale staat New York hun stem uit.

De toegang tot een verlaten fabriekspand met op de achtergrond nieuwe hoogbouw in Rochester. Beeld Sebastiano Tomada

Zelfs in Rochester geloven niet veel mensen dat er nog leven zit in het hoofdkantoor van Kodak in het centrum van de stad. De slagboom van de parkeerplaats is afgebroken, sommige ramen zijn met houten schotten afgedekt, het plantsoentje met de vlaggestokken bij de ingang is kaal. Maar dan komen er ineens toch twee vrouwen uit de voordeur. 'Je kunt gewoon naar binnen. We zijn er nog.'

Rochester, in het noordwesten van de staat New York, is zo'n stad waar de Amerikaanse verkiezingen over gaan. Het is een icoon van de maakindustrie: hier ontwikkelde George Eastman eind 19de eeuw zijn eerste fotorolletjes, en werkten honderd jaar later zestigduizend mensen in zijn Kodak-fabrieken. Hier kwamen de faxmachines van Xerox vandaan, en de Ray-Ban zonnebrillen van Bausch & Lomb, die ook hun hoofdkantoren en fabrieken in de stad hadden.

Maar Kodak ging in 2012 bankroet, Xerox verhuisde, Bausch & Lomb werd verkocht. In een decennium ging 90 procent van de banen verloren, en de stad liep leeg: één op de drie inwoners vertrok, er bleven er tweehonderdduizend over. De metro is nu een hol gangenstelsel waar daklozen fikkies stoken om warm te blijven. Rochester, in de jaren zeventig nog bovenmodaal, staat nu in de topvijf van de armste steden van Amerika.

Met Buffalo, even verderop in de staat, met steden als Cleveland en Akron en Youngstown in Ohio, met Pittsburgh in Pennsylvania en Detroit in Michigan vormt Rochester de Gordel van Roest, een band van steden onder de grote meren van Amerika, waar de oude industrie het opneemt tegen de nieuwe tijden - een strijd die dit jaar het belangrijkste thema van de verkiezingen is geworden.

Dit zijn de plekken waar de presidentskandidaten handelaren in hoop zijn geworden. Donald Trump, natuurlijk, met zijn belofte de tijd terug te draaien. Bernie Sanders met zijn belofte van een fors hoger minimumloon. Hillary Clinton met haar belofte nieuwe banen te creëren waar de oude verdwenen zijn. Ted Cruz met zijn belofte de belastingdienst af te schaffen. Ze zijn allemaal in Rochester geweest, de afgelopen week.

Kerk annex voedselbank

'Nieuw werk, dat is wat we hier nodig hebben', zegt Herman Dailey, alias de Bisschop, de leider van een kerk annex afkickcentrum annex voedselbank in een woonwijk in het zuiden van de stad.

In de kelder staan stellingkasten vol rijst en melk en blikken tomatensaus, in de huiskamer staan de stoelen gegroepeerd rond een kansel en op zolder staan wat oude pc's. Daartussendoor lopen vrijwilligers rond: het is zo'n plek waar hulpverleners en hulpbehoevenden naadloos in elkaar overgaan.

Dailey kwam terug uit Vietnam met een trauma in zijn hoofd en drank en drugs in zijn lijf. Hij was een tijdje dakloos, kickte af, kreeg een baan bij General Motors, werd vakbondsman en begon in de avonduren zijn eigen hulpproject. Toen de ontslaggolven kwamen, kreeg hij soms zijn eigen oude bazen op bezoek, in zijn voedselbank.

Nu is er dus werk nodig, zegt hij. Dat is raar, voor wie naar de statistieken kijkt. De werkloosheid in Rochester bedraagt 5 procent - een percentage dat in de buurt ligt van het Amerikaanse gemiddelde, een percentage dat een stuk lager is dan dat in Europa, en een percentage dat president Obama als een van zijn grote successen beschouwt.

Het is Hillary Clinton die daar als senator voor New York aan heeft bijgedragen. Zij zag in dat er iets in de plaats moest komen voor de verdwijnende fabrieken. Ze pompte honderden miljoenen in de lokale start-up economie. Buffalo is nu een centrum van medische technologie, Rochester startte door met allerlei bedrijfjes die optische apparatuur maken, met als brandpunt de fotonica: technieken voor camera's, maar ook voor de fabricage van chips.

Het oude Kodak is hier nog steeds de magneet waaromheen al dat nieuwe industriële ijzervijlsel zich groepeert. Het bedrijf zelf is uit het bankroet opgestaan door zich in tientallen fracties op te splitsen en de patenten te verkopen, waarna de kern overleefde met de productie van materiaal voor de filmindustrie.

In het hoofdkantoor wijst de receptioniste (de vierde, sinds 1918 - ze kent de namen en jaartallen van haar voorgangers uit het hoofd) enthousiast op het Oscar-beeld in de uitstalkast. Uit 1968 weliswaar, maar Kodak telt in Hollywood nog mee.

'Obsceen bedrag'

George Clooney vindt het zelf ook 'een obsceen bedrag', de 353 duizend dollar die zijn gasten bij zijn twee evenementen voor Hillary Clinton moesten neertellen voor twee plekken aan het hoofd van de tafel, dit weekend in Californië. Hij zei dat fondsenwerven onder de superrijken niet nodig zou moeten zijn. In het NBC-programma Meet the Press steunde de Hollywood-ster de stelling van Bernie Sanders dat het invloed van het Grote Geld aan banden moet worden gelegd. Sanders neemt alleen kleine donaties van individuen aan. Clooney en zijn vrouw Amal haalden naar schatting 15 miljoen op voor Clinton. Het goedkoopste kaartje was 33 duizend dollar.

Nieuwe bedrijven

Daarnaast wordt het oude chemische fabrieksterrein, een enorm complex in het noorden van de stad, weer gebruikt door nieuwe bedrijven. Daar, in een groot bakstenen kasteel zonder ramen, waar vroeger de donkere kamers zaten, zit nu bijvoorbeeld een plantage voor medische marihuana. Geen daglicht, veel water, goede beveiliging: het Kodak-gebouw bleek de ideale plek, zegt Dolores Kruchten, de directeur van het terrein.

'We willen onze infrastructuur opnieuw gebruiken. En dan blijk je er dingen mee te kunnen doen die je nooit zou kunnen bedenken.' De oude spoorlijnen die vroeger kolen en chemicaliën naar Kodak brachten, brengen nu tomaten.

En toch zijn er nieuwe banen nodig, zegt 'Bisschop' Dailey. Andere banen. 'Bij die nieuwe bedrijven kan ik niet werken', zegt Edmond Grimes (45), een zwarte man in de kelder van de voedselbank. 'Al die lui daar hebben superver doorgeleerd. Je moet afgestudeerd zijn. Ik heb geen diploma.'

Vroeger werkten mannen als Grimes bij bedrijven als Kodak. Aan de lopende band, aan de machines, er was genoeg te doen voor mensen die met hun handen wilden werken. En best goed betaald, in een vaste structuur. Kodak was traditioneel een sociaal bedrijf.

Nu werkt Grimes op en af in tijdelijke baantjes, voor het New Yorkse minimumloon van 9 dollar. 'Daar kan ik zelf net van rondkomen. Maar ik heb twee kinderen. Mijn vrouw is niet gelukkig. Ik wil een man zijn, ik wil verantwoordelijk zijn voor mijn gezin. Maar met dit loon lukt dat niet. Hoe kan het dat je in dit land niet genoeg geld hebt om eten te kopen? De verleiding van de straat is groot, maar je wilt niet de straat op. Als je in de gevangenis komt, ben je je familie echt kwijt.'

Daarvan getuigt Shane Kuhn (38), een vrijwilliger bij de voedselbank. Na een glansrijke carrière bij de marine kwam hij in 2012 terug in Rochester, op zoek naar een baan. 'Ik kon niks vinden, en toen ging ik drugs verkopen. Heroïne, cocaïne. Overdag op straat, 's avonds in bars. Tot mijn beste vriend, mijn voormalige beste vriend, jaloers werd. Hij gaf me aan.'

Shane Kuhn, Herman Dailey ('de Bisschop') en Edmond Grimes in de kelders van het 'Outreach Center', de kerk annex voedselbank Beeld Sebastiano Tomada

Alles kwijtgeraakt

Het was Kuhns eerste veroordeling, en hij kreeg een relatief lichte straf: hij zat een jaar vast, en kreeg nog een jaar voorwaardelijk. Kuhn vindt de straf terecht, zegt hij. 'Heroïne is een epidemie, waaraan ik heb bijgedragen. Maar ik raakte alles kwijt. Mijn huis, mijn auto's.' Even praat hij vol vuur over de zescilinder Ford Mustang uit 1989 waarin hij rondracete voor hij gepakt werd. Destijds verdiende hij 9.000 dollar per dag. Nu moet hij dagelijks rondkomen van 6 dollar aan voedselbonnen, plus nog een paar dollar voor andere uitgaven. Ook de voordeeltjes van zijn militaire loopbaan (zorg, pensioen) is hij kwijt. Hij slikt. 'Maar het ergste vind ik dat ik mijn vader niet heb kunnen begraven.'

Stemmen mag hij niet, als ex-crimineel. In het huis van Bailey hebben sowieso weinig mensen wat op met de presidentskandidaten. 'Lokale politici, die willen we hier zien', zegt 'Bishop' Bailey. 'Zij moeten hier eens komen kijken. Zij zijn degenen die het geld verdelen. Wij willen ook een stukje van de taart.'

De verdwenen maakindustrie is de basis van de Amerikaanse paradox: het land is de afgelopen decennia flink rijker geworden, maar veel mensen flink armer.

Ook Cris Chambers (48) , achter de balie van het Quality Inn hotel aan de rand van Rochester, heeft het aan den lijve ondervonden. Eerst werkte hij in vaste dienst bij Erdles, dat gaten maakt in metalen platen, voor 15 dollar per uur. Het bedrijf ontsloeg iedereen en verhuisde naar Pennsylvania, kwam toen weer terug naar Rochester maar is nu een stuk kleiner, en werkt nu alleen nog maar met uitzendkrachten, voor 9 dollar per uur. 'Dat is te weinig om de kinderopvang te betalen', zegt Chambers. Dus zijn ze met kinderopvang gestopt. Zijn vrouw werkt nu overdag en hij in nachtdienst. De auto is verkocht, hij loopt elke dag de anderhalve mijl naar zijn werk. Hij wil wel stemmen, maar zou niet weten op wie. 'Ik zou een kandidaat willen die een mix is van alle kandidaten.'

Hij verdient ook hier via een uitzendbureau het minimumloon, is zijn ziektekostenverzekering en betaalde vakantie kwijt. Al met al is zijn salaris waarschijnlijk gehalveerd. Ach, zo gaan die dingen, zegt hij gelaten. In zekere zin is dat zo: de mix van kapitalisme, vrijhandel en automatisering leidt vanzelf tot een concentratie van de rijkdom, waarbij de arbeiders er steeds minder van krijgen. Zo gaan die dingen.

Retoriek van de vrije markt

Maar niet iedereen accepteert dat nog, blijkt uit de opkomst van Trump en Sanders. Twee uur zuidelijker, aan de Cornell universiteit in Ithaca, onderzoekt politiek historicus Larry Glickman de achtergronden van de Amerikaanse arbeid en de vrije markt. Jarenlang zijn zelfs de Democraten meegegaan in de retoriek van de vrije markt, zegt hij - Bill Clinton in de jaren negentig, maar zelfs Obama gelooft er nog onvoorwaardelijk in.

'De vrije markt wordt hier verkocht als een Amerikaanse traditie, maar dat is onzin. De vrije markt is een uitgevonden traditie van na de jaren dertig. Een van de grote resultaten van deze verkiezingen is dat kandidaten in beide partijen dat geloof direct aanvallen. Sanders die zich een socialist durft te noemen: dit jaar zou een blijvende verandering teweeg kunnen brengen van het discours.'

Jake Allen betoogt voor verhoging van het minimumloon tot 15 dollar. Beeld Sebastiano Tomada

In Rochester wordt dat discours omringd door politiewagens. Anarchisten en stakers uit hamburgerketens hebben zich verzameld rond het monument dat gewijd is aan de soldaten die hebben gevochten in de Amerikaanse Burgeroorlog. 'De Republiek riep. Zij antwoordden met hun bloed', staat erop. Hier wordt gedemonstreerd voor een hoger minimumloon; een van de meest concrete manieren om de ongelijkheid terug te dringen. 15 dollar per uur nu, is de eis, en niet pas over minimaal vijf jaar, zoals de staat New York van plan is.

'Het land verandert', hoopt twintiger Jake Allen, aanvoerder van de anarchisten, zoon van twee ontslagen Kodak-medewerkers. 'Het is begonnen met de Occupy-beweging, maar Sanders heeft die agenda overgenomen. En hij is er populair mee geworden. Het bewustzijn is duidelijk naar links verschoven. Dat moeten we vieren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden