Nieuw Testament

Boudewijn de Groot stopt met zijn oude hits. Hij wordt 70 en is toe aan een nieuwe fase. In Groningen brengen jonge helden hem een hommage. MENNO POT

Grootmeester tussen jonge bewonderaars? Aan de overkant van de tafel maakt Boudewijn de Groot (69) subtiel een afwerend handgebaar. Nee, zo moeten we het niet zien, dat muzikale eresaluut dat hem op 18 januari, in Groningen, gebracht zal worden onder de titel Door de overlevenden.


'Ik zie het als een verzameling mensen - jonger dan ik, maar dat spreekt vanzelf - die voldoende met mijn muziek hebben om een lied uit mijn repertoire te komen zingen.'


Hij doet zelf mee. Drie nummers zal hij spelen: met The Kik, New Cool Collective (zonder de verhinderde bandleider Benjamin Herman) en - heel speciaal - zijn zoon Marcel en diens dochter Aysha. Drie generaties De Groot op één podium.


'Ik vind het bijzonder eervol, ook omdat het is ingebed in Noorderslag, het festival voor Nederlandse popmuziek van nu.'


Bijkomend voordeel van die 'inbedding': dan draait niet de hele avond om hem. Hij vindt het nog altijd niet makkelijk het middelpunt te zijn. 'Je moet Ramses Shaffy zijn om je zo'n hommage echt te laten aanleunen. Die kwam binnen in Carré, keek om zich heen en dacht: zo, dit is mijn avond. Hij kon dat.'


Het is Boudewijn de Groot ten voeten uit: een onnadrukkelijk, haast onbewogen zelfbewustzijn, gecombineerd met veel zelfrelativering van het serieuze soort. Het is geen zelfspot, eerder een beschouwende nuchterheid, een diepgewortelde neiging om loopbaan, oeuvre en zichzelf als een buitenstaander kritisch te observeren.


Noorderslag markeert het begin van een bijzonder jaar voor De Groot: op 14 mei eindigt zijn afscheidstournee Vaarwel, misschien tot ziens... in de Philharmonie in zijn thuisstad Haarlem. Zes dagen later wordt hij zeventig. Een echt afscheid is het niet, alleen een afscheid van de lange theatertournees en zijn oude hits. Testament, Verdronken vlinder, Land van Maas en Waal, Jimmy en Tante Julia, na 14 mei mogen ze rusten.


In hoeveel muzikale verschijningsvormen kennen we hem niet? In 1964 diende hij zich aan als jongen met gitaar, maar hij werd een chansonnier (met orkest) die Charles Aznavours 'enfant de seize ans' naar Nederland haalde (Meisje van zestien). Op basis van één liedje (Welterusten Mijnheer de President) werd hij even tot 'protestzanger' gebombardeerd, maar daarna kwamen Picknick (1967, het Nederlandse equivalent van Sgt. Pepper's van The Beatles) en het psychedelische Nacht en ontij.


Daarna? Laten we maar gewoon singer-songwriter zeggen, al dan niet met synthesizers of een band. Zijn oeuvre is experimenteel en afwisselend voor een man die zichzelf 'geen avonturier' vindt. Het loslaten van vertrouwde routines noemt hij 'een hele opgave', maar artistiek nam hij altijd risico's. Verkoopcijfers? Ach, wat. 'Als de platenmaatschappij het uit wilde brengen, was het goed.'


Ziedaar: op zijn zeventigste begint eigenlijk gewoon weer een 'nieuwe fase'.


'Vanaf 1996 werd elke theatertournee weer beter beoordeeld dan die daarvoor. Fijn, maar het werd me op zeker moment te veel: onzekerheid, angst dat ik er niet meer overheen kon. Het werd deprimerend. In 2009 overwoog ik al te stoppen, maar toen kwam Anja (zijn echtgenote en manager, red.) met het idee een tournee met mijn zoon Marcel te doen. Dat deden we, en met succes, maar ik vond dat mijn afscheidstournee er toch een met de band moest zijn. En voor je het weet, is het 2014.'


Sentimenteel stemt het nakende afscheid van de theaters en de oude hits hem niet. De podia zal hij niet missen; de nummers blijven de zijne.


Er komt een nieuw album. Het wordt pas het twaalfde studioalbum in vijftig jaar. Hij kondigde het aanvankelijk aan voor 2010, maar dat kwam er niet van. Zijn afscheidstournee ophangen aan een nieuwe plaat lukte ook niet. Dan maar als startpunt van de nieuwe fase. Voorganger Lage Landen (2007) was bluesy, Nederlandse americana, met band ingespeeld. Album twaalf zal hij met een kleinere bezetting maken.


'Hij wordt ingetogener, kaler, directer', zegt hij. 'De plaat zal niet voortborduren op wat was, maar 'vóórborduren' op wat nog komt. De liedjes zijn al af. Ze zullen intiem klinken.'


Hij zal er te zijner tijd weer onzeker over zijn, zo weet hij. Zijn repertoire? Daar 'staat hij volledig achter'. Trots? Ja, ook. Maar op de momentopnamen in de studio, de elpees, had hij in de loop der jaren bijna altijd van alles aan te merken.


Voor de overlevenden uit 1966? 'Ik zong te stijf. Te kakkineus. In die tijd kon ik me de liedjes onvoldoende eigen maken voor ik ze opnam. Het heeft lang geduurd voor ik iets losser om kon springen met melodielijn, frasering en klemtoon.'


Waar ik woon en wie ik ben uit 1975? 'Dat was een zware bevalling qua opnamen. We hadden hem toegankelijker moeten maken.'


Maalstroom uit 1984? 'Ik wilde met synthesizers experimenteren. De liedjes zijn eigenlijk beter dan ze op de plaat zijn gekomen. Dat moet je een lied natuurlijk nooit aandoen.'


Het is altijd hetzelfde. 'In eerste instantie ben ik er kort van overtuigd dat de plaat geweldig is. De euforie van de voltooiing. Dan ga ik twijfelen, ga ik kleine mislukkingen horen en vervolgens durf ik er jaren niet meer naar te luisteren. De platen uit de jaren zestig en zeventig kan ik nu wel weer draaien. Ik hoor de onvolkomenheden, maar ook wat er goed en bijzonder aan is.'


Resoluut wijst hij op het tafelblad de cd-hoesjes aan die de leukste tijd uit zijn loopbaan markeerden: Voor de overlevenden (1966) en Picknick (1967), zijn hitplaten bij uitstek. Niet alleen de samenwerking met tekstschrijver Lennaert Nijgh floreerde, maar ook die met producer Tony Vos en arrangeur/orkestleider Bert Paige. 'Een vrolijke tijd. Succesvol ook. Alles kon, alles ging voor de wind. Ook thuis.'


De minst leuke periode? Opnieuw geen twijfel: de wijsvinger landt op de hoes van Maalstroom, de plaat uit 1984 die hij in de VS schreef. 'Ik was blut en een tijdlang zelfs zonder vaste woon- en verblijfplaats, zoals dat heet. Sombere periode.'


Zelfs op Maalstroom, bij uitstek een soloproject, belandde uiteindelijk één lied met een tekst van Lennaert Nijgh. Wat dat betreft zal het nieuwe album een mijlpaal zijn: Nijgh overleed in 2002, maar pas nu komt de eerste geheel 'Lennaertloze' plaat eraan. Op Het eiland in de verte (2004) was hij nog volop aanwezig en zelfs Lage Landen (2007) bevatte twee nagelaten Nijgh-stukken.


De Groot vertelt graag over de man die hem als zanger het leeuwendeel van zijn woorden aanreikte. 'We konden goed samenzijn, zoals een echtpaar dat vijftig jaar getrouwd is. Zo was het vanaf het begin. Lennaert was geen type bij wie je je hart uitstortte. Dat deed hij zelf ook nooit. We hadden geen filosofie, bespraken nooit waar we voor stonden of naar toe wilden.


'In 1968 vertelde ik hem dat ik een plaat ging maken waarvoor ik geen teksten van hem nodig had. Dat werd Nacht en ontij. Vond hij best. Hij schreef ook voor anderen. Dan dacht ik nooit: hé, dat is mijn tekst.


'De enige keer dat hij me echt niet begreep, was toen ik hem kwam vertellen dat ik verder ging in het Engels, eind jaren zestig. Dat avontuur mislukte volkomen en ik keerde snel terug naar het Nederlands. En naar Lennaert. No hard feelings.


'Lennaert schreef geen teksten voor mij; hij schreef ze voor zichzelf. Maar vaak bleek ik degene te zijn die er iets mee kon. Dat er nu een plaat komt waarop hij ontbreekt, voelt niet vreemd. Aan zijn afwezigheid ben ik nu wel gewend.'


Verschillende keren besloot hij te stoppen met optreden, maar na 1996 gaf hij meer concerten dan ooit. In optreden zegt hij vanaf dat moment wel meer plezier te hebben gekregen. Maar een 'podiumdier'?


'Nee. Ik ben het nooit structureel leuk gaan vinden. Achteraf, ja, dan vind ik het leuk, als alles goed is gegaan. Zo laf ben ik wel.'


In de 'nieuwe fase' zal hij zeker nog optreden, uit nieuwsgierigheid hoe een lied het voor publiek zal 'doen'. Maar het zullen incidentele optredens zijn: eenmalig in een grotere zaal of juist kleinschalig en ongedwongen.


Maar eerst met de 'Overlevenden' in Groningen. Dat wordt genieten, begrijp hem niet verkeerd. Hij grijnst: 'Ik ben natuurlijk onbescheiden genoeg om me gevleid en vereerd te voelen. Wat het bijzonder maakt, is het feit dat het de tweede keer is. De eerste keer, in Paradiso, kon ik nog denken: ach, ik draai nu eenmaal lang mee, men vond kennelijk dat het eens moest. Maar een tweede hommage... dan meent men het kennelijk echt.'


Hits


De Top 40 haalde het lied nooit, maar toch is Avond voor veel Nederlanders uitgegroeid tot Boudewijn de Groots grootste hit: voor het elfde achtereenvolgende jaar stond het lied (geschreven in 1973; in 1996 op plaat gezet) in de topvijf van de Top 2000. De grootste hit die De Groot in de Top 40 had, blijft Het Land van Maas en Waal, in 1967 zijn enige nummer één-hit. Jimmy (1973) haalde de zesde plaats, het protestlied Welterusten, Mijnheer de President (1966) en Prikkebeen (1968) haalden plaats negen. Rob de Nijs (Malle Babbe, Dag Zuster Ursula) en Hans de Booij (Annabel) haalden de toptien met door De Groot geschreven nummers.


DE OVERLEVENDEN


Arnout Brinks (Tangarine)


Favoriet De Groot-lied: Verdronken vlinder (van het album Voor de overlevenden, 1966)


'Het is de combinatie van muziek en tekst die het 'm doet. Ik vind de teksten van Lennaert Nijgh geweldig. Neem Verdronken vlinder, mijn favoriete lied: 'Zo te sterven op het water met je vleugels van papier.' En dat als openingszin. Prachtig.


'De stem doet de rest. Als Boudewijn de Groot iets zingt, neem je het voor waar aan. Op de een of andere manier heeft die stem veel gezag, vooral hoe hij in de jaren zestig zong: een beetje bekakt, met zo'n rollende 'r', maar heel rustig en zelfverzekerd.'


Loes Wijnhoven (Clean Pete)


Favoriet De Groot-lied: Eva (van het album Picknick, 1967)


'Tijdens Noorderslag gaan we een lied doen met The Kik. Wij hadden Eva voorgesteld, mijn persoonlijke favoriet, maar The Kik wilde een feestelijker lied. We denken er nog over.


'Bij ons thuis werd vroeger niet veel Nederlandstalige muziek voor volwassenen gedraaid. Alleen Kinderen voor Kinderen en Jip en Janneke. Toen ik Boudewijn voor het eerste hoorde, greep hij me meteen: zo poëtisch, maar zonder omslachtig te zijn.


'De teksten van Lennaert Nijgh zijn altijd verhalen in normaal Nederlands. Niet expres wazig. Hij loopt nooit artistiek te doen.'


Marcel de Groot


Favoriet De Groot-lied: 'Eén lied noemen? Onmogelijk'


'Eén favoriet noemen kan ik niet. Wie kan me nog vertellen is grandioos, maar ik denk ook aan Picknick en Canzone 4711. In Groningen gaan we Wegen zingen: mijn vader, mijn dochter Aysha en ik.


'Mijn vader leerde me dat liedjes schrijven werk is. Ik was vroeger geneigd te gaan zitten wachten op inspiratie, maar het levert meer op als je gewoon om negen uur achter je bureau gaat zitten.


'Hij doet dat graag. Ik sta het liefst op het podium, maar mijn vader is meer een puzzelaar: thuis met noten en woorden schuiven. Daarin heeft hij nooit concessies hoeven doen.'


Roos Rebergen (Roosbeef)


Favoriet De Groot-lied: Als de rook om je hoofd is verdwenen (single, 1968)


'Ik heb eens een stukje Als de rook om je hoofd is verdwenen gezongen in De Wereld Draait Door. Dat lied lijkt heel euforisch, maar ik voel er ook triestigheid in. Ik was bang dat ik het verpestte, maar Boudewijn zei dat het lied zo bedoeld was als ik het speelde.


'Boudewijn schreef de liedjes, maar niet de tekst. Dat is de kracht: aan beide is maximale zorg besteed, terwijl bij anderen vaak een van de twee het ondergeschoven kindje is.


'Ik houd van zijn stem: een beetje jongensachtig. Ik houd van mannen die zingen als jongens.'


Willem Friele (New Cool Collective)


Favoriet De Groot-lied: Meisje van zestien (van het album Boudewijn de Groot, 1966)


'In Groningen gaan we verschillende liedjes spelen, waaronder Meisje van zestien, met Janne Schra als zangeres. Dat is mijn favoriet, al weet ik dat het lied van Charles Aznavour is.


'Ik houd ook van Boudewijn-liedjes die door anderen worden gezongen: Annabel van Hans de Booij, bijvoorbeeld. Toen ik hoorde dat dat van hem was, vond ik het meteen een typisch Boudewijn-lied.


'Laatst zag ik in een documentaire dat de latere kern van Doe Maar in de jaren zeventig in zijn band speelde. Die man heeft écht zijn stempel op de Nederlandse pophistorie gedrukt.'


Door de overlevenden met Boudewijn, Marcel en Aysha de Groot, New Cool Collective, Janne Schra, Clean Pete, Lucky Fonz III en anderen. Tijdens Noorderslag, Groningen, 18/1 (uitverkocht). Tournee Vaarwel, misschien tot ziens...: 7/3 t/m 14/5 2014. boudewijndegroot.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden