Nieuw materiaal ontdekt: hout

Huishoudelijke mededeling. Op een broodplank kun je uien snijden. Ja, natuurlijk kan dat, maar het mag niet van je moeder....

Nieuwe broodplanken ruiken lekker. Naar hout. Van lieverlee wordt dat minder. Er blijft een heel bescheiden, aangenaam geheimzinnig luchtje aan een plank hangen. Maar wonderlijk is dat het hout de geur van de dingen die erop lagen, niet vasthoudt. Zelfs haring verliest het van hout. Dat duurt wel even. Maar als we zoute haring schoonmaken op een plank en de plank daarna afspoelen en goed droog wegzetten, weet je neus al na een week niet meer dat het de haringplank was en kan je er rustig je krentenbrood op snijden. We spreken hier van jarenlange ervaring. En van goede houtsoorten. Maar omdat mensen hun neus niet meer gebruiken voor het fijne werk moet de microscoop het doen.

Een proef. Neem een moderne (meestal melkwitgekleurde) kunststoffen snijplank. Grote zijn te koop in de dure huishoudwinkel, kleine bij de goedkope. Neem daarnaast een houten snijplank. Koop twee vieze kippen. Leg de ene kip een paar uur op de kunststoffen plank en de andere op de houten. Breng de volgende dag niet de kippen, maar de planken naar de Keuringsdienst van Waren en vraag welke plank gewonnen heeft. De dienst zal de bacteriën per vierkante centimeter tellen. De kunststoffen plank heeft de meeste. Op die ondergrond gedijen bacteriën veel beter dan op hout. Dat weet mijn neus ook. Kunststoffen snijplanken stinken na veelvuldig gebruik.

Toch heerst in de levensmiddelenindustrie, en bij de Keuringsdiensten van Waren, nog de opvatting dat kunststof schoner is dan hout. Sinds de uitvinding van de vorkheftruck staat of ligt bijna alles wat vervoerd wordt op pallets. Wafels van hout met lucht ertussen waar de heftruck z'n vork in steekt. Het lijkt soms jongleren: bestuurders van vorkheftrucks rijden als gekken door de magazijnen, met zware ladingen op de pallets. Ze hebben gelijk, hoe sneller hoe leuker. Werken doe je voor je lol. Maar er lazert wel eens wat om. Ketchup lekt dan uit de emmers op het houten pallet. De vrees voor bacteriegroei is groot in de voedingsindustrie; men dacht dat je beter kunststoffen pallets kon gebruiken. Je spuit de gemorste ketchup eraf en de bacteriën hebben geen kans.

De Nederlandse houten-palletindustrie zag tien jaar geleden met schrik de populariteit van kunststoffen pallets toenemen. Omdat die schoner zouden zijn. Er is een Nederlandse Emballage en Palletindustrie Vereniging (EPV), waarbij de meeste timmerbedrijven (ruim dertig) die houten pallets maken, zijn aangesloten. Een bestuurslid van de vereniging hoorde van een Amerikaans onderzoek naar het verschil tussen kunststoffen keukensnijplanken en houten - het onderzoek met de twee kippen, zo ongeveer. Op hout gaan bacteriën dood, op kunststof leven ze erop los, ontdekten de Amerikanen.

Zou dat ook voor pallets opgaan? De EPV vroeg de Stichting Hout Research en de Landbouwuniversteit Wageningen om onderzoek. Uitslag: kunststoffen pallets zijn niet schoner. Ook niet als je ze wast. Na een gang door een wasstraat zijn hout en kunststof nog even vies, dat wil zeggen: er zitten nog altijd de ongewenste bacteriën op. Alleen reiniging bij hoge temperaturen helpt echt als je ze steriel schoon wilt terughebben. En dan wint hout, want dat kan tegen hoge temperaturen en kunststof niet. De timmerfabrieken zijn tevreden en merken dat ze terrein terugwinnen op plastic.

En nu komt er nog iets bij. Een afspraak met overheid en milieubeweging (een convenant) dat de verpakkingsindustrie zich meer zal inspannen om spullen te maken die vaker kunnen worden gebruikt en die uiteindelijk na een lang leven eenvoudig tot nieuwe grondstof kunnen worden gerecycleerd. Kunststof legt nu helemaal het loodje. De palletfabrikanten kunnen de vraag naar houten pallets die jarenlang meegaan, nauwelijks aan. Ze timmeren zich suf.

Kistenmakers ook. De houten kist komt terug. Soldaten hebben kogels nodig. Ze krijgen ze in een houten kist. Een kogel kan je niet twee keer gebruiken. Maar de kist wel. Men spreekt van een ontdekking. Nefab, een enorme Zweedse fabrikant van houten kisten, met fabrieken in zes landen, introduceerde een paar jaar geleden een nieuw merk kist, de Nefab Repak. Opvouwbaar. De volle kist kogels wordt verzonden en op de plaats van bestemming leeggeschoten. De kist wordt opgevouwen, teruggestuurd en opnieuw gevuld. Het Nederlandse leger is enthousiast, zegt een woordvoerder van Nefab Benelux.

De retourkist maakt furore. Autofabrikanten pakken er hun onderdelen in, de elektronische industrie verzendt er kostbare instrumenten in en sinds heel kort is er de eerste houten retourverpakking voor gevaarlijke stoffen. Het gevaar blijft ginder, de kist komt terug. Ze zijn zo goed en zo sterk, dat fabrikanten durven beweren dat de kisten vijftig keer kunnen worden gebruikt. Een houten kist vervangt dus vijftig weggooidozen.

Ook de fruithandel, die jaren geleden de onverwoestbare houten veilingkist afschafte, wil weer terug naar hout. Niet meer zo'n kleine kist, maar een grote, op een pallet. En al die nieuwe kisten, sommige met stalen hoeken, zijn van zo een weergaloze schoonheid, dat je mag hopen dat er af en toe een van het dek van een schip afvalt en aanspoelt tussen Hoek van Holland en Hargen, aanstaande herfst. Voor de strandwandelaar om mee naar huis te nemen. Want zo iets moois wil je in huis. Om je boeken in te doen of je baby.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden