Nieuw leven op oud hout

'Sloophout.' Het is eruit voordat hij het beseft. Ab Wevers maakt een wegwuifgebaar: dat moet je zo nooit noemen, natuurlijk, in zijn branche....

PATRICK FAAS; MIEKE ZIJLMANS

'Kijk maar eens achter je.' Houthandelaar Wevers wijst naar de open opslagruimten op het terrein van zijn fabriek. Daar liggen onder grote afdaken meters lange dikke balken. Met grove splinters eraan, of zelfs met hele hompen eruit gezaagd. Vol spijkers en schroeven. Een enkel exemplaar is in voorbije tijden aangevreten door insecten: die balken kunnen wat Wevers betreft linea recta de kachel in. Daar willen zijn klanten toch niet aan, aan hout dat er aangeknaagd uitziet, al zijn die beesten allang ter ziele.

Het gaat de handel in wat met een dure kreet 'antieke bouwmaterialen' heet voor de wind. Oude tegels, paneeldeuren, schouwen uit Franse woonhuizen: de vraag is zo groot dat handelaren ze niet aangesleept kunnen krijgen. Vooral mensen die een oud huis kopen en opknappen, kloppen nogal eens bij deze handelaren aan. Het is per slot geen gezicht in je authentieke jaren-twintig-huis zo'n splinternieuwe, machinaal gemaakte, uit één plaat hout gefreesde paneeldeur te hebben hangen. Een paneeldeur moet opgebouwd zijn uit ietwat onregelmatige, met de hand uitgefreesde fragmenten.

Zo vinden veel mensen vloeren van nieuw hout in hun sfeervolle oude huis ook niet kunnen. Parket is voor velen te gelikt en bovendien is het schrikbarend duur. Daarom duiken tussen de advertenties voor marmeren schouwen en gietijzeren dakramen voortdurend aanbiedingen voor oud hout op.

Een duidelijk prijsverschil tussen oud en nieuw hout is er niet: het oude kost ook minstens een gulden of veertig, vijftig per vierkante meter, maar meestal ongeveer het dubbele en soms het drievoudige of nog meer. En het is een fabeltje dat oud hout niet meer zou 'werken': hout zet nou eenmaal uit in een vochtige omgeving, en het krimpt wanneer het erg droog is.

Oud hout is desondanks wel degelijk beter van kwaliteit, beweren de handelaren. De nerf erin is opvallender dan in nieuw hout, er lijkt meer tekening in te zitten. Het is een stuk degelijker behandeld - voordat het de eerste keer werd verwerkt - dan nu gebruikelijk is. Vroeger werd pas gekapt hout tot zeven jaar 'gewaterd': in het water gelegd totdat de levenssappen eruit waren getrokken. Het zijn die sappen waardoor een plank krom trekt: zowel in de lengte als in de breedte, waardoor sommige nieuwe planken bijna een halve spiraalvormige slag lijken te maken. Vandaag de dag neemt de houthandel niet meer de tijd om hout jarenlang te wateren.

Vervolgens heeft zo'n oude balk dus tientallen jaren of nog langer kunnen drogen, terwijl hij een gebouw ondersteunde. In die tijd is het hout een heel eind uitgedroogd, waardoor het per definitie harder is dan nieuw hout. Wanneer het eenmaal ligt, zie je duidelijk het verschil: doorgaans zitten er hier en daar donkere spijkergaten in. En soms ook blauwige stukken, waar het roestwater van de vroegere spijkers in het hout is getrokken.

Iemand als handelaar Ab Wevers merkte dat de vraag naar oud hout groeide toen hij zelf nog vooral sloper was. Inmiddels breekt hij niet meer eigenhandig af: de slopers weten hem wel te vinden. Wevers maakt in zijn werkplaats in Harmelen van ruwe balken gladde vloerdelen die zo de woonkamer in kunnen. Met vrachtwagenladingen tegelijk komen de balken binnen. Vooral veel vuren, grenen, eiken, oregon pine. Verschillend van kleur, afhankelijk van land van herkomst en de ouderdom: bijna wit, bruin, oranje-achtig.

Het hout kan goed honderd, honderdvijftig, tweehonderd jaar oud zijn. Het zijn de zware balken die gebouwen al die jaren overeind hebben gehouden. Heel lange komen uit pakhuizen, fabrieken, kerken, kloosters, scholen. Daarop heeft de vloer gerust, ze hebben de muren gedragen, of het dak. Meterslange kolossen zijn het, vaak twintig of meer centimeter breed en vijftien centimeter dik. Vandaag de dag wordt er niet meer met zulke balken gebouwd, legt Wevers uit, het is alles beton en staal wat de klok slaat. Op de lange duur zal er dan ook geen goed sloophout meer te vinden zijn.

Wevers is een van de weinigen die het hout helemaal zelf verwerken. Eerst wordt de balk spijkervrij gemaakt, en met een metaaldetector geïnspecteerd op verdwaalde spijkers. Zo'n achtergebleven spijker kost bij het verzagen zo een duur zaagblad.

Vervolgens wordt een dikke balk helemaal gepeld, de hele verweerde, vieze buitenlaag, de kop en de staart gaan eraf. De balk die dan overblijft wordt 'gelint': er worden allemaal even dikke ruwe planken van gezaagd, die vervolgens worden gedroogd. Daarna worden ze geschaafd en voorzien van messing en groef: aan de ene kant een uitstekende rand en aan de andere een gleuf, zodat de vloerdelen bij het leggen keurig in elkaar vallen.

Wevers voert al die bewerkingen uit in eigen huis en verkoopt de boel dan in zijn winkels in Harmelen, Arnhem en Dordrecht. De meeste handelaren in oud hout besteden de bewerkingen echter uit, of ze hebben werkplaatsen die de balken voor ze afwerken. Bert van Leersum van houthandel Archipel bijvoorbeeld, die opereert vanuit een rustiek pand in Zoelmond. 'Dorpshof' staat op de voorpui. De mussen drinken bij hem voor de deur uit een regenplas, een kip stuift verschrikt opzij om de bezoeker door te laten.

Het lompe werk aan oude balken en vloerdelen laat Van Leersum uitvoeren door een fabriek in Lienden. In zijn antieke boerenschuur verkoopt hij netjes afgewerkt vuren, grenen, eiken, lariks. Zelf vindt hij het leuk meubilair te maken van stokoud eiken: hij maakt op maat tafels en banken van vloerdelen die twee-, driehonderd jaar oud zijn. En dan niet van kaalgeschuurde planken, maar juist van eiken waaraan je het voorbije leven nog een beetje kunt afzien, licht geschuurd en in lijnolie of was gezet, maar niet te gelikt.

Vindt Van Leersum zijn cliëntèle veelal in het circuit van de glossy woonbladen, aan het andere einde van het spectrum opereert Harrie Bierkens, eigenaar van De Oude Plank in Best. Bierkens is het soort ruwe bolster dat de oude planken eigenhandig ging staan lostrekken uit een slooppand, totdat de handel erin hem boven het hoofd dreigde te groeien. Daarom koopt hij zijn hout nu ook maar direct van slopers die bij hem aankloppen.

Bierkens onderscheidt zich van de meeste handelaren doordat hij juist graag werkt met hout dat al eerder is gebruikt als vloerplank of als dakbeschot. Planken die zijn gezaagd uit oude balken zijn in feite blank als waren ze nieuw, afgezien van het feit dat er in de breedte spijkergaten in zitten en dat de tekening sterker is. Vloer- en dakplanken zijn daarentegen licht verkleurd door het daglicht. Bierkens laat dat expres zo. Hij schuurt ze heel licht op om smurrie en oneffenheden kwijt te raken, maar de diepe kleur blijft behouden.

Het resultaat is een vloer die er doorleefd, een beetje ruw en juist niet gelikt uitziet. Zijn klanten zijn doorgaans jonge mensen die vinden dat er op een vloer gelééfd moet worden, legt hij uit.

Opvallend aan Bierkens is dat zijn waar verhoudingsgewijs weinig kost. Het goedkoopste vuren is nog geen vier tientjes per vierkante meter, en voor zeventig gulden heeft hij al fraai eiken, afkomstig uit oude treinstellen. Dat komt doordat hij de handel per partij opkoopt, die laat verwerken bij een onderaannemer in België, de boel bij beetjes verkoopt en daarna pas begint aan de volgende partij. Dat is voor een ondernemer een stuk voordeliger werken dan de arbeidsintensieve handel die iemand als Wevers eropna houdt. Het aanbod bij Wevers is daardoor constant; bij Bierkens is het afwachten wat hij aanbiedt. Maar dat scheelt dan ook wel een hoop in de prijs van je authentieke houten vloer.

Mieke Zijlmans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden