AnalyseInvest-NL

Nieuw investeringsfonds van Wouter Bos moet winst maken én groen doen

Hugo Hurts (Executive Director CBG-MEB) en Wouter Bos (Directeur en beoogd CEO, Invest-NL) tijdens een symposium over de komst van het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) naar Amsterdam. Beeld ANP

Invest-NL heeft eindelijk de geldpot om innovatieve bedrijven – met name in de energietransitie – een zetje in de rug te geven. Maar gaat dat wel samen met de eis van een marktconform rendement?

De poldermolens op het Binnenhof hebben weer eens tergend sloom gemalen in de aanloop naar de oprichting van het grootste publieke investeringsfonds van Nederland. Het – al dan niet symbolische – startsignaal dat Wouter Bos donderdagmiddag om 16.05 uur zal geven, had eigenlijk al twee jaar geleden moeten klinken. De eerste voorstellen voor de oprichting van Invest-NL dateren al uit 2016. Volgens de oorspronkelijke planning had het vanaf 1 januari 2018 operationeel moeten zijn.

De voormalige PvdA-politicus zegde zijn baan als bestuursvoorzitter van het VU Medisch Centrum al in oktober 2018 op om de baas te worden van Invest-NL. Vijftien maanden heeft Bos in een halfleeg tijdelijk kantoor op de Zuidas gewacht totdat het parlement ‘zijn’ zak geld van 1,7 miljard euro zou vrijgeven. Nu kan hij dan eindelijk gaan doen waarvoor hij is aangesteld: leningen en andere financiering verstrekken aan innovatieve Nederlandse bedrijven die deze investeringen niet elders weten los te peuteren. Een dezer dagen verhuizen Bos en zijn inmiddels veertig medewerkers naar een meer permanent onderkomen in Amsterdam Sloterdijk. De eerste 50 miljoen euro investeringsgeld staat inmiddels op de bankrekening. Een flink aantal bedrijven die financiering nodig hebben staat al maanden te trappelen voor het (nog dichte) loket.

Als Bos vanmiddag in de Westergasfabriek het luikje van Invest-NL open zet, zitten de ministers Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (Economische Zaken) glunderend op de eerste rij. Hoekstra levert de harde contanten voor Invest-NL, terwijl Wiebes beleidsinhoudelijk verantwoordelijk wordt voor de nieuwe geldpot voor het Nederlandse bedrijfsleven. Het ministersduo is er tevens verantwoordelijk voor dat Bos’ plechtige doopceremonie een klein beetje aan glans verliest. Hoekstra en Wiebes kondigden in september immers aan een nog veel groter ‘investeringsfonds’ te willen oprichten om de Nederlandse economie vooruit te helpen. Dat Wiebes-Hoekstra-fonds krijgt wel een andere taak. Zo mag Invest-NL alleen bedrijfsinvesteringen doen die zichzelf kunnen terugverdienen, terwijl het Wiebes-Hoekstra-fonds ook onrendabele overheidsprojecten zoals spoorlijnen mag financieren.

Tussen servet en tafellaken

Invest-NL moet een substantiële bijdrage gaan leveren aan (onder andere) de energie- en klimaattransitie door innovaties in deze sector te stimuleren. Kleine en grote bedrijven die werken aan nieuwe technologieën hebben vaak moeite om financiers aan te trekken voor de ontwikkelingsfase ‘tussen servet en tafellaken’. In die fase heeft de uitvinding van het bedrijf(je) zijn potentieel al bewezen, maar is die nog niet rendabel te exploiteren. Eerst zijn extra investeringen nodig om het product te verbeteren of de productie op te schalen. Banken en particuliere investeerders schrikken daar vaak voor terug, omdat de risico’s op een mislukking in die fase nog groot zijn en het lang kan duren voordat de investering zichzelf terugverdient. Particuliere investeerders willen doorgaans binnen vijf jaar een flink rendement kunnen maken op hun investering.

Het investeringsfonds van Wouter Bos moet deze lacune opvullen door projecten met een langere terugverdientijd (van tussen de zeven en twintig jaar) te steunen. De investeringsdrempel van Invest-NL is 5 miljoen euro, waarbij de overheid maximaal 50 procent van het benodigde bedrag ophoest. Een of meer andere investeerders moeten dus ook 5 miljoen willen investeren. Zoals bij de meeste publieke investeringsfondsen is het de bedoeling dat de overheid een soort voortrekkersrol vervult en dat andere investeerders over de streep getrokken worden als Invest-NL een deel van het investeringsrisico draagt. Het rendement op de investeringen die Invest-NL doet, vloeit terug in de fondskas. Het is daarmee een zogenoemd ‘revolverend’ fonds, een financieringsinstelling die zichzelf in principe voor eeuwig kan bedruipen.

Invest-NL concentreert zich in eerste instantie op investeringen die bijdragen aan de energietransitie en ‘innovatieve snelgroeiende bedrijven’, maar is daar op langere termijn niet toe beperkt. De wettelijke doelstelling van Invest-NL is zo breed geformuleerd dat eigenlijk alle bedrijfsinvesteringen eronder kunnen vallen. Het parlement is daar niet onverdeeld gelukkig mee. Een aantal partijen vreest dat Invest-NL een vergaarbak wordt van investeringen waar weinig lijn in valt te ontdekken, waardoor achteraf ook moeilijk te controleren is wat het de maatschappij nou eigenlijk heeft opgeleverd. Dat de focus van Invest-NL in de beginfase op de klimaat- en energietransitie ligt heeft de Tweede Kamer afgedwongen door een motie van GroenLinks te steunen, maar op iets langere termijn is zo’n focus er dus niet.

Weggeconcurreerd

Er klinkt meer kritiek. Zo moet Invest-NL ‘een marktconform’ rendement uit zijn investeringen halen, want de bijdragen van het fonds aan bedrijven mogen niet neerkomen op staatssteun. Invest-NL mag geen lagere rendementseisen stellen dan andere investeerders, want dan worden de laatsten weggeconcurreerd en dan schendt Nederland de Europese mededingingsregels.

De eis van een ‘marktconform’ rendement verhoudt zich echter slecht met de doelstelling een ‘aanvullende’ rol te spelen op de investeringsmarkt en juist investeringen te doen die andere investeerders laten liggen. Dat zijn meestal investeringen met een hoog risico, waar ‘de markt’ hoge rendementseisen aan stelt. Het is niet duidelijk hoe Wiebes die paradox denkt op te lossen, ook niet na herhaalde vragen van het parlement.

Weer andere kritiek komt van de Raad van State en de Algemene Rekenkamer. De toezichthouder op de rijksuitgaven publiceerde vorig jaar een onderzoeksrapport over het nut en heil van de bestaande publieke investeringsfondsen. De Rekenkamer concludeert daarin dat de uitgaven van dergelijke fondsen zich grotendeels aan de controle van het parlement onttrekken, omdat ze geen deel uitmaken van de begrotingscyclus. Als het parlement de oprichting van zo’n fonds eenmaal heeft goedgekeurd, valt nauwelijks te achterhalen hoe het fondsvermogen wordt besteed. Zelfs de Rekenkamer kreeg die informatie tijdens zijn onderzoek maar met moeite boven tafel, terwijl de circa dertig investeringsfondsen van de rijksoverheid in totaal zo’n 3,6 miljard euro publiek geld beheren.

Belabberd

Bij de revolverende fondsen van Gelderland, Noord-Brabant en Noord-Holland is die politieke controle al even belabberd, constateerden de provinciale rekenkamers vorig jaar. Het kabinet heeft niets gedaan met de aanbevelingen van de Rekenkamer. De eerste evaluatie van Invest-NL vindt plaats over drie jaar.

De lange hobbelige weg naar de lancering van Invest-NL begon vlak na de kredietcrisis. Vanaf 2009 schoten de publieke investeringsfondsen in Nederland als paddestoelen uit de grond. Vanwege de crisis droogde de kredietverlening van banken en private investeerders plotseling op. Dat bracht de politiek op de gedachte dat de overheid de benodigde kredieten dan maar zelf moest verschaffen via publieke investeringsfondsen, om zo de economie aan de praat te houden en de werkgelegenheid op peil. Een van die initiatieven was het Dutch Venture Initiative (DIV) in 2013: twee investeringsvehikels waarmee de rijksoverheid indirect geld stak in Nederlandse mkb-bedrijven. In 2015 richtte Wiebes’ voorganger Henk Kamp het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) op om aanspraak te kunnen maken op de meer dan 300 miljard euro in het Europese investeringsfonds EFSI. Zowel het NIA als DIV gaan op in Invest-NL.

Aan de wieg van Invest-NL stonden ook de drie werkgeversorganisaties VNO-NCW, LTO Nederland en MKB-Nederland. Zij presenteerden in de lente van 2016 een plan dat ‘NL Next Level’ heette en alle kenmerken vertoonde van het bekende lobbyfenomeen ‘belangenorganisatie voor groep X pleit voor grote zak geld voor groep X’, waarbij X in dit geval staat voor het bedrijfsleven. De werkgevers vroegen om een investeringsfonds met een inleg van 5 miljard euro van de rijksoverheid. Ruim drie jaar later hebben ze de helft van dat bedrag daadwerkelijk binnengesleept: 1,7 miljard euro via Invest-NL plus 800 miljoen euro in het nog op te richten fonds Invest International van minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking). Invest International is er straks voor Nederlandse bedrijven die in het buitenland willen investeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden