Nieuw Folkwang zet de klok terug

Reportage..

ESSEN Improvisation 28 (1912) van Wassily Kandinsky ging in 1936 als eerste de deur uit. De lyrische abstractie van de Russische expressionist was ‘een karakteristiek bewijs van een dwaalspoor uit een kompasloze tijd.’ Het was de toenmalige directeur van het Folkwang Museum in Essen die zo de verkoop van het doek beargumenteerde; dr. Klaus Graf von Baudissin was er twee jaar eerder aangesteld als een protegé van het naziregime.

Een jaar later was het helemaal raak. Liefst 1.400 kunstwerken, waaronder schilderijen, aquarellen en grafiek, werden uit de zalen en het depot verwijderd. Ze kregen het stempel van Entartete Kunst, avant-garde was vergif voor het Duitse volk. Geen ander museum in Hitler-Duitsland is destijds zo leeggetrokken als het Folkwang.

Deze maand wordt aan de Bismarckstrasse, een drukke invalsader van de Ruhrstad, de klok teruggezet. Met de opening van de expositie Das schönste Museum der Welt, Folkwang bis 1933 wordt niet alleen de voltooiing van de nieuwbouw gevierd, maar is de collectie van voor de zuivering gereconstrueerd – zij het deels en tijdelijk, voor vier maanden. De Kandinsky is terug, een bruikleen van het Guggenheim in New York. Uit het Busch Reisinger Museum in Cambridge, Verenigde Staten komt bijvoorbeeld Weidende Pferde IV (1911) van Franz Marc, in 1937 van de haak getild.

In het vernieuwde instituut gonst het weer, nu een wat kleurloze uitbreiding uit de jaren tachtig is gesloopt en naar ontwerp van de Britse architect David Chipperfield een transparante tempel op een sokkel is opgetrokken, met lichtgroen kleurende puien van gerecycled glas. Dat Essen dit jaar de culturele hoofdstad van Europa is, wakkert de ambities verder aan. De verwijzing naar het verleden in de expositietitel is niet toevallig: in 1932 noemde de Amerikaanse kunsthistoricus Paul J. Sachs en medegrondlegger van het MoMa in New York het Folkwang na een bezoek ‘het mooiste museum ter wereld’. Voor de verbouwing doneerde de Alfried Krupp von Bohlen und Halbach-stichting 55 miljoen euro – een toezegging waarvoor museumdirecteur Hartwig Fischer zich nog wel eens in de arm moet knijpen om zich ervan te vergewissen dat het geen droom is geweest. De uitvoering van Chipperfields ontwerp heeft twee jaar geduurd – daar kan Amsterdam nog wat van opsteken.

Nu heeft het Folkwang – in de noordse mythologie het paleis van Freya, godin van schoonheid en vruchtbaarheid – wel een geschiedenis van opbouw en afbraak. Het is de industrieel Karl Ernst Osthaus die aan het begin van de 20ste eeuw in Hagen een museum sticht met door hem verzamelde werken van onder anderen Cézanne, Gauguin, Van Gogh, Kandinsky, Emil Nolde, Matisse en Paul Klee. Na zijn dood is er onder de erven en de burgerij geen interesse voor het instandhouden van de vooruitstrevende collectie. Die is er wel in noordwestelijke richting: welgestelde kunstliefhebbers halen de verzameling naar Essen.

Onder regie van Ernst Gosebruch krijgt de kunst een nieuw onderdak in 1929, op de huidige plek. Intussen worden meer expressionisten, kubisten en futuristen in huis gehaald, totdat de nationaal-socialisten in de zomer van 1937 meedogenloos de bezem hanteren. In de oorlog raakt het museum zwaar beschadigd in bommenregens.

Het zou tot 1960 duren voordat de collectie weer in een volwaardig pand kan worden getoond. De collectie groeit door. Veel Amerikanen: Newman, Pollock, Rothko. Er komen afdelingen bij voor fotografie en affiches. In 1983 wordt de uitbreiding geopend, die later niet aan brandveiligheidseisen blijkt te voldoen en in 2008 tegen de vlakte gaat.

Het nieuwe Folkwang heeft zich met een royale entree aan de Bismarckstrasse weer naar de stad gekeerd. Bezoekers moesten vroeger letterlijk een straatje om. Chipperfield kopieerde in zijn ontwerp het stramien van de oudbouw uit de jaren zestig: de zalen groeperen zich op één hoogte om binnenhoven.

Het zijn etherisch ogende ruimten, licht en sober, met grijze vloeren. Weinig leidt de aandacht voor de kunst af, of het moet het vrije zicht door de hoven naar de buitenwereld zijn. Van boven valt het daglicht royaal naar binnen. Opzettelijk, zegt de museumdirectie. Het zal de objecten bijna per dagdeel in een ander perspectief plaatsen.

In terugblik is Das schönste Museum der Welt, Folkwang bis 1933 al decennia geleden aangezet. Na de oorlog aasde het museum geregeld op de verloren waar. Niet zonder succes: 20 schilderijen, waaronder werken van Nolde en Cézanne, zijn weer in bezit. Nog in 2006 werden tekeningen van El Lissitzky gekocht. De nazi’s hadden werken vernietigd, maar ook verkocht om buitenlandse deviezen te verwerven. Veel meesterwerken uit het Folkwang zijn terug te vinden in musea over de hele wereld.

Het instituut zegt niet uit te zijn op nog meer uitgewaaierde kunst. Volgens een woordvoerder is het ‘geen prioriteit’. De geschiedenis is nu eenmaal zo gelopen. Als de deuren van de expositie opengaan zijn in totaal 60 schilderijen en 19 sculpturen weer even thuis. De schittering van weleer weerkaatst in de glazen tempel van vandaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden