Nieuw dak Les Halles: magnifiek of een pisgele luifel?

'Het gewonde hart van Parijs is hersteld', zegt burgemeester Anne Hidalgo. Boven het winkelcentrum Les Halles zijn twee nieuwe vleugels verrezen onder een golvend dak van glas en geel staal. De Canopée, letterlijk 'het bladerdak', hult Les Halles in een zacht gefilterd licht. Er is zevenduizend ton staal voor gebruikt, slechts vijfhonderd ton minder dan voor de Eiffeltoren.

La Canopée Beeld ap

'Ik vind het magnifiek', zegt Hidalgo. 'Maar ik weet ook: in Parijs zijn zulke projecten altijd omstreden.' Zo hekelt Elisabeth Bourguinot van een actiegroep van buurtbewoners 'de architectonische absurditeit van een pisgele luifel die nergens goed voor is'.

Toch zullen de meeste Parisiens het over een ding eens zijn. Wat je ook bouwt in Les Halles, het is altijd beter dan wat er stond. Sinds 1979 was Les Halles een ondergronds winkelcentrum en metrostation, een somber doolhof waarbij Hoog Catharijne gezellig afsteekt. Bovengronds stonden een paar miezerige paviljoentjes in een haveloze tuin, het soort openbare ruimte dat stedelijke levendigheid wil bieden, maar slechts in trek is bij zwervers en hangjongeren.

De buik van Parijs

De desolate toestand van Les Halles stemde treurig, want vroeger bevond zich hier het kloppend hart van de Franse hoofdstad. In Les Halles was de centrale voedselmarkt van Parijs gevestigd, in de tien ijzeren paviljoens die architect Victor Baltard bouwde tussen 1854 en 1872, onder keizer Napoleon III. In de roman Le Ventre de Paris ('de buik van Parijs') uit 1873 portretteerde Emile Zola deze overdekte handelsstad als een menselijke bijenkorf, een 'metalen Babylon van een hindoeïstische lichtheid'.

In Giovanni's Room uit 1956 beschreef de Amerikaanse schrijver James Baldwin de hallen als een hectische microkosmos van mannen en vrouwen die elkaar geen duimbreed toegaven met hun handkarren, wagens en vrachauto's, van cafés en 'rokerige gele bistro's'. 'Prei, uien, kool, sinaasappelen, aardappelen, bloemkolen stonden te glimmen in stapels op de trottoirs, voor grote metalen paviljoens. In de paviljoens was meer fruit opgestapeld, meer groenten, in sommige paviljoens vis, in andere kaas, in weer andere hele beesten, pas geslacht. Het leek nauwelijks mogelijk dat dit allemaal kon worden opgegeten. Maar over een paar uur zou alles weg zijn en vrachtwagens zouden arriveren vanuit alle hoeken van Frankrijk om deze brullende menigte te voeden.'

Les Halles, 1938. Beeld ap

Misdaad tegen de stedenbouw

Toen Baldwin deze woorden schreef, begon 'de buik van Parijs' al aan indigestie te lijden, zoals Le Monde deze week schreef. De Hallen waren gebouwd om 1,7 miljoen mensen te voeden, maar rond 1960 waren dat er al 7 miljoen, in Parijs en omgeving. De handel dreigde verstikt te worden in een permanente opstopping van trucks en bestelbusjes.

In 1959 besloot de Franse regering de centrale voedselmarkt te verplaatsen naar de voorstad Rungis, ten zuiden van Parijs. Frankrijk was in de jaren zestig een ander land dan nu, een modern land dat de toekomst vol vertrouwen tegemoet zag, met zijn kerncentrales, TGV en Concorde. Veel minder dan tegenwoordig hing Frankrijk aan zijn erfgoed. Tussen 1969 en 1973 werden de paviljoens van Baltard zonder pardon gesloopt. Wat restte was een hatelijk gat op wat een van de meest levendige locaties van Parijs was geweest. 'Een misdaad tegen de stedenbouw', schreef Le Monde deze week nog. Voor de nostalgici werd alleen paviljoen nummer 8, voor eieren en gevogelte, bewaard en overgebracht naar de voorstad Nogent-sur-Marne.

Les Halles zonder dak. Beeld Rechtenvrij

Terugbrengen oude levenslust

De Canopée en de renovatie van het ondergrondse winkelcentrum en station is een poging om het hart van Parijs weer nieuw leven in te blazen. 'De Canopée verzoent Les Halles met hun geschiedenis', zegt Bertrand Delanoë, de vorige burgemeester van Parijs, die aan de basis van de opknapbeurt stond.

Met hun golvende constructie van staal en glas hebben de architecten Patrick Berger en Jacques Anziutti zich duidelijk laten inspireren door de paviljoens van Baltard. De gemeente Parijs en Unibail-Rodamco, de exploitant van het winkelcentrum, hebben hun best gedaan om van Les Halles weer een levendige locatie te maken. In de bovengrondse vleugels zijn culturele instellingen gevestigd, zoals de bibliotheek, het conservatorium, een centrum voor amateurkunst en een hiphop-centrum. Aan de uiteinden van de vleugels zijn twee nieuwe brasseries geopend. Eentje is ontworpen door Philippe Starck, bij de andere heeft meesterkok Alain Ducasse voor de kaart getekend. Een aardige gimmick in deze laatste brasserie, Chameaux: het menu wordt getoond op een reusachtig bord met draaibare letters, dat je vroeger op stations en vliegvelden zag. Les Halles was een praktische plaats geworden, waar mensen inkopen deden of zich naar de metro spoedden. Kunstenaars, hiphoppers en restaurantbezoekers moeten iets van de oude levenslust terugbrengen.

De opknapbeurt zal naar schatting 918 miljoen euro gaan kosten, tegenover de 250 miljoen die in 2006 werd begroot. Alleen al de Canopée kost 216 miljoen. Burgemeester Anne Hidalgo kan er niet mee zitten. Zulke complexe projecten vallen altijd duurder uit, zegt ze.

Een nieuw hart voor de stad of een veel te dure piskleurige luifel? 'De Parisiens zullen er over oordelen', zegt Jean-François Legaret, burgemeester van het eerste arrondissement van Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden