Nieuw bewijs: marteling van terrorismeverdachte op Amerikaanse bodem

Na de aanslagen van 11 september 2001 hebben de Verenigde Staten ook op eigen grondgebied het internationaal recht geschonden bij het verhoor van terrorismeverdachten. Dat blijkt uit ruim 30 duizend documenten uit de zaak van de Qatarese gevangene Ali al-Marri (52).

De Qatarese ex-terrorismeverdachte Ali al-Marri . Beeld Jiri Buller

In dit dossier, dat in bezit is van de Volkskrant, staat dat medewerkers van het Amerikaanse ministerie van Defensie en de FBI methoden toepasten die als marteling kunnen worden aangemerkt. Deskundigen onderschrijven dat.

Deze ex-terrorismeverdachte vertelt: ik werd gemarteld in de Verenigde Staten
Nieuw bewijs laat zien dat Amerikanen ook in de Verenigde Staten zelf martelmethoden hebben gebruikt. De Qatarees Ali al-Marri vertelt voor het eerst hoe hij werd behandeld in de nasleep van 9/11.

Tot nu toe stond alleen vast dat Amerika op zogenoemde black sites, geheime gevangenissen in Europa en Azië en op de Amerikaanse basis in Guantánamo Bay de conventie van Genève schond. Met de documenten wordt nieuw bewijs geleverd dat dit ook gebeurde op Amerikaanse ­bodem: in een gevangenis in Charleston, South Carolina, waar al-Marri jarenlang geïsoleerd werd opgesloten onder militair bewind.

Uit zijn verklaringen en de documenten blijkt dat het gaat om het bedreigen van zijn familieleden, het dreigen met seksueel geweld, het gedwongen afscheren van lichaamshaar, het ijskoud maken van de cel, en slaaponthouding door hem elke vijftien minuten wakker te maken. Het ernstigst is een voorval waarbij ondervragers van de FBI de vastgeketende al-Marri sokken in z’n mond propten en daarover verschillende lagen van duct tape deden. Deze techniek wordt dry boarding genoemd. De gevangene krijgt geen lucht, gaat kokhalzen en heeft het gevoel dat hij stikt. Al-Marri zegt daarover: ‘Ik ben nooit eerder zo dicht bij de dood geweest.’

Al-Marri en zijn advocaat zeiden in 2009 al dat dry boarding plaatsvond tijdens zijn detentie. Ze komen nu met ondersteunend bewijs daarvoor naar buiten, mede vanwege de overweging van de Amerikaanse president Donald Trump om harde verhoortechnieken zoals waterboarding opnieuw toe te staan. Ook vertelt al-Marri voor het eerst in het openbaar over zijn gevangenschap.

Harde verhoortechnieken

Direct na zijn aantreden zei Trump tegen ABC News dat marteling ‘zeker werkt’. Over waterboarding, de techniek waarmee gevangenen het gevoel krijgen dat ze verdrinken, zei hij: ‘Ik heb het gevoel dat het werkt.’ Begin 2017 werd een presidentieel decreet opgesteld waarin Trump de beperkingen voor harde verhoortechnieken zou opheffen, al heeft Trump die nog niet getekend. Ook de recente voordracht van Gina Haspel als CIA-directeur suggereert een koerswijziging. Haspel was in 2002 verantwoordelijk voor een geheime gevangenis van de CIA in Thailand waar een terrorismeverdachte werd gemarteld. Zij zal op 9 mei door het Amerikaanse Congres worden gehoord.

In de nu geopenbaarde documenten, waaronder aantekeningen van bewakers en ondervragers, beschrijft Defensie het voorval van de dry boarding als volgt: ‘De hoofdondervrager deed driemaal duct tape over al-Marri’s mond.’ En: ‘De laatste keer werd ook katoen of kleding gebruikt, inclusief vier of vijf lagen duct tape.’ Volgens de ondervragers werd dit gedaan om al-Marri stil te krijgen. Hij was constant aan het zingen. In het verslag ontkennen de ondervragers dat de kleding in zijn mond kwam. Wel schrijven ze dat hij aan het kokhalzen was. Terwijl zijn mond dichtgesnoerd was, dwongen ondervragers hem naar foto’s van zijn familieleden te kijken. Ook schreeuwden ze in zijn gezicht. 

Het personeel lijkt zich te realiseren dat deze methode niet had gemogen. In de aantekeningen van het ministerie van Defensie staat: ‘Met uitzondering van het gebruik van duct tape (…) volgden de ondervragers de procedures zoals die zijn beschreven in de militaire handleiding.’ De meeste videotapes van de ondervragingen werden vernietigd, maar volgens al-Marri’s advocaat bleef juist de tape van het bewuste voorval bewaard.

Deskundigen

Internationaal strafrechtadvocaat en hoogleraar internationaal recht (UvA) Geert-Jan Knoops meent dat de documenten ‘serieuze aanwijzingen’ bevatten dat ‘onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten ‘vormen van foltering volgens de definitie van het internationaal recht’ hebben plaatsgevonden. De logboeken van de bewakers ondersteunen volgens hem het verhaal van al-Marri. Knoops: ‘In deze zaak zijn drie methoden aan te merken als de zwaarste vorm van marteling dan wel foltering.’ Het gaat om dry boarding, slaaponthouding als het structureel is en voor mentale pijn zorgt, en gedwongen scheren.’

Katherine Hawkins, onderzoeker bij het Amerikaanse Project on Government Oversight (POGO), merkt op dat het regime vergelijkbaar is met dat van Guantánamo Bay, ‘met het verschil dat dit in de Verenigde Staten was’ en de ‘overheid hier dus minder goed kan beargumenteren dat het buiten de wet viel’. Zij vindt het jarenlang isoleren van al-Marri ‘extremer en langduriger’ dan op Guantánamo gebruikelijk was. Hawkins: ‘Ik noem dit marteling. En ik geloof dat de meeste medische experts en specialisten het marteling zouden noemen.’

De Nederlandse advocaat Bart Stapert, gespecialiseerd in mensenrechten en internationale strafzaken, vindt dat ‘sterk onderbouwd is’ dat de ‘gedragingen die onder marteling vallen’ een duidelijke link met de verhoren hebben. ‘Het doel was om hem aan het praten te krijgen en hem psychologisch te bewerken.’

Weerwoord

Pikant is dat de voormalig FBI-agent Ali Soufan volgens de logboeken bij de dry boarding aanwezig was. Soufan was jarenlang een van de belangrijkste terrorismebestrijders in de VS. Bij vrijwel alle grote zaken was hij betrokken. Hij geldt als een autoriteit en is inmiddels zowel consultant als veelgevraagd terrorismedeskundige. Hij heeft altijd gezegd dat de FBI niet dezelfde verhoortechnieken toepaste als de CIA. In een Amerikaanse krant ontkende hij dat hij zoiets als dry boarding ooit had meegemaakt. ‘Ik heb het nooit ergens gezien. In Guantánamo niet, en ergens anders ook niet.’ Volgens al-Marri was Soufan bij veel verhoren aanwezig en bedreigde hij zijn familie.

Soufan is bovendien een uitgesproken tegenstander van dit soort harde technieken, zei hij in 2009 in de Amerikaanse Senaat. ‘Vanuit mijn ervaring – en ik heb persoonlijk vele terroristen ondervraagd en belangrijke inlichtingen losgekregen – geloof ik sterk dat het fout is om zogeheten harde verhoortechnieken te gebruiken.’

Soufan ontkent in een reactie alle beschuldigingen. Hij claimt dat hij nooit getuige is geweest van handelingen tegen al-Marri die onder marteling of harde verhoortechnieken vallen. Hij bevestigt dat hij aanwezig was bij een voorval waarbij al-Marri, ‘door zijn eigen agressieve gedrag en voor zijn veiligheid’, tape om kreeg. Hij zegt dat het om ‘restraining tape’ gaat, hoewel in officiële documenten ‘duct tape’ staat. Verder wijst Soufan erop dat hij een goede reputatie heeft en dat media die dit negeren ‘schaamteloos’ zijn. Soufan en zijn bedrijf zullen ‘elk mogelijk middel’ inzetten tegen media die desondanks over de beschuldigingen publiceren. 

De FBI geeft geen inhoudelijke reactie maar zegt in z’n algemeenheid dat de dienst niet aan ‘marteling’ doet. Ook zegt de FBI dat een relatie opbouwen met een gevangene nog steeds de meest effectieve manier is om informatie te achterhalen. Het ministerie van Defensie zegt geen informatie te kunnen delen.

Donderdag geven de advocaten van Al-Marri om 12 uur een persconferentie in de Balie in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden