Nietszeggend therapeutisch carnaval

Ecstasy van Gerardjan Rijnders en Carla Mulder door Toneelgroep Amsterdam. In Transformatorhuis Amsterdam (TTA) t/m 29 april...

Aan het einde van de voorstelling Ecstasy zit dochter Nettie aan het ziekbed van haar vader die dan al ver heen is. De man is opgenomen vanwege een door de alcohol gesloopt lichaam, trilt als een rietje en ijlt dat hij naar het heelal wil: 'Daar ben ik vrij, daar ben ik uniek, daar kan ik vliegen.'

Nettie zucht diep, ze begrijpt hem, ze komt zelf net uit dat heelal gekropen. Op de rug van een bison heeft zij een reis gemaakt door een wereld waar maar weinigen toegang hebben: die van het sjamanisme. Pas nu is zij in staat naast haar vader te zitten, hem recht in de ogen te kijken en hem te vragen of ze nog iets voor hem kan doen.

Nettie is in dit geval actrice Carla Mulder die Gerardjan Rijnders vroeg een theatertekst voor haar te schrijven over haar ouderlijk huis. Dat plan werd verbreed nadat Mulder tijdens haar verblijf in New York aan Rijnders brieven schreef over de indrukken die haar in die stad overspoelden.

Behalve dat ze een workshop volgde bij de Woostergroup kwam ze ook in aanraking met het sjamanisme, een natuurgeloof dat ervan uit gaat dat in alle dingen, dus ook planten, stenen en dieren een ziel zit. De mens die daarvoor openstaat kan toegang krijgen tot dat zielenrijk door zich over te geven aan allerlei rituelen die hem in trance brengen, naar een hogere werkelijkheid waarin hij een giraf ontmoet, met beren broodjes smeert of op de rug van een bison wordt teruggebracht naar een zieke vader.

Met Mulders jeugdherinneringen en haar zoektocht naar het spirituele schreef Rijnders Ecstasy, een voorstelling over roes en rede. De roes is er meteen al bij binnenkomst: de zaal ruikt sterk naar wierook en er lopen wat vreemd geklede figuren met trommel en wierookvat rond het podium. De rede (en de onredelijkheid) vinden we in een Hollands binnenhuis waar zich bekende taferelen afspelen. De vader en moeder van Nettie hebben een rothuwelijk (hij is aan de drank, zij heeft het te hoog in de bol) en de kinderen zijn stumperds, die hun ongemak wegschreeuwen. Nettie vertrekt al snel naar New York waarin zij drie lotgenoten in de zoektocht naar de zin van het leven ontmoet: een hermafrodiet, een sjamanistische zwerfster en een gogo-danseres.

Haar ontmoeting met de hermafrodiet is nog het meest onthutsend: Nettie leert dat er ook nog zoiets als een derde geslacht is, iets tussen een man en een vrouw in, iets dat er tussen de benen uit ziet als 'een mossel en een stengel' tegelijk. Als ze met deze man/vrouw sex heeft, zien we op vier videoschermen beelden van oranje en groene zaadgolven.

'Mijn poes kan niet tegen mensen met hele grote schoenen', zegt ze en vervolgens gaat ze het geluid van een bange poes nadoen. Ja, Nettie raakt erg in de war in New York, dat wil zo'n scène zeggen. Uiteindelijk keert ze na al deze rijke ervaringen terug in de schoot van het gezin, aan het ziekbed van haar vader.

TGA noemt Ecstasy een montage-voorstelling in de lijn van Rijnders' Bakeliet, Ballet en Count your blessings. Maar Ecstasy is dat niet, omdat het daarvoor te eenduidig is. Een paar videoschermen, een beetje housemuziek, zendmicrofoons, filmpjes over diepzeevissen en een kantelende speelvloer maken nog geen montage-theater. Daarvoor waren Ballet en Count your blessings ook veel te gelaagd, veel te geraffineerd in hun complexiteit en als tijdsbeeld.

Nee, Ecstasy is veel meer een samenvoeging van een gezinsdrama als De Hoeksteen waarin de spruitjes zijn vervangen door de zogenaamde chique van een middle class gezin èn Rijnders samenwerking met de Woostergroup die in 1983 leidde tot de voorstelling North Atlantic bij Globe.

Het grote probleem met Ecstasy is dat de voorstelling eigenlijk zo nietszeggend is. Een meisje zit in de knoop met haar ouders, zoekt een uitweg, vindt die uitweg in een spirituele roes en komt tot rust. Het is allemaal zo particulier - en in wezen zo alledaags, dat het mij compleet onverschillig laat. Beste Carla, schrijf een goed stuk of ga lekker trippen in New York, maar doe het niet zo half-half. Op zich is het knap dat ze heel TGA achter zich heeft gekregen om deze halfzachte en achterhaalde therapeutische sessie uit te brengen.

De bombastische vorm die Rijnders erbij heeft bedacht maakt dat particuliere niet algemener. Integendeel, acteurs die op housemuziek dansen en Mark Rietman in een leren SM-pak, het lijkt haast een parodie, maar dan bloedserieus gebracht. Alleen Jacques Commandeur en Joop Admiraal als het ouderpaar trekken de aandacht omdat zij door alle gedoe heen even tonen waar het in het leven om gaat: trouw tot in de dood. Als Commandeur op zijn ziekbed om zijn vrouw roept ('waar is je moeder, waar blijft ze nou?') is dat veel oprechter dat alle sjamanistische carnaval bij elkaar.

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.