Niets zeggen kan zo véél zeggen

Stilte

Ze zaten op de designbank, haast een meter van elkaar. Zij droeg stevige wandelschoenen, hij had zijn jas nog aan; hun voorkomen detoneerde met het strakke interieur van de hotelbar. Waarschijnlijk was dit stel, net als mijn moeder en ik die middag, met de kortingscoupon uit het NS-gidsje naar deze net iets te dure 'lounge' gelokt. De vrouw keek geïnteresseerd uit het raam nu, terwijl de man wat daas voor zich uit staarde. Daarmee voldeden ze aan het clichébeeld van het uitgeprate stel aan het restauranttafeltje, nooit meer dan twee, drie meter verwijderd van waar jij zit: 'Als wij maar nooit zo worden, later!'

Maar waarom willen we niet 'zo' worden?, vroeg ik me opeens af.

Niets zeggen, kan zo véél zeggen.

Zo is er de veelbetekenende stilte die vaak slechts één ding betekent. De pijnlijke stilte die kwelt omdat hij veelbetekenend is. De ongemakkelijke stilte die uit ongemak wordt geboren en haar tegelijkertijd veroorzaakt - het vliegwiel onder de stiltes, zeg maar. De nadrukkelijke stilte, de berustende stilte, de strategische stilte, de stilzwijgende stilte, de angstige stilte, de schaamtevolle stilte, de doodse stilte, en iedere stilte kent een eigen lengte; de duur van het zwijgen is als een leesteken, een accent grave dat dicteert hoe de stilte moet worden opgevat.

Daarnaast is het natuurlijk de context die het zwijgen z'n betekenis geeft. Zo ervaren we een stilte waarschijnlijk pas als 'pijnlijk' wanneer deze onvermogen verraadt; als we liever zouden praten, voelt zwijgen als falen. En was stilte een plantje of een zeedier, dan zou de klasse van de Pijnlijke Stiltes taxonomisch gezien weer in verschillende ordes zijn onder te verdelen: de Pijnlijke-We-kennen-elkaar-al-zo-lang-en-desondanks-hebben-we-elkaar-niets-te-zeggen-Stilte, de Pijnlijke-We-kennen-elkaar-pas-net-en-desondanks-hebben-we-elkaar-niets-te-zeggen-Stilte, et cetera.

Maar: een stilte is vaak iets tussen meerdere mensen. De interpretatie ervan kan dus verschillen; hoe de ander een stilte ervaart - pijnlijk of prettig? - weten we nooit helemáál zeker. We hoeven zwijgen zelf niet als ongemakkelijk te ervaren om ons af te vragen of de ander het zwijgen als ongemakkelijk ervaart. Ja, soms is stilte als een vlek op je trui: van de vlek zélf heb je geen last, het is de gêne om wat een ander van de vlek denkt die kwelt. Zo zijn het vaak gedachten aan de gedachten van anderen die de stilte ondraaglijk maken, gedachten die door diezelfde stilte mogelijk worden gemaakt; er is tijd en niemand zegt iets, wat moeten we anders dan doordraven? En juist door onze aandacht erop te vestigen, maken we de stilte machtig; iedere zwijgende gedachte over het zwijgen een nieuwe baksteen waarmee de stilte een muur vervaardigt.

Maar: dat gebeurt heus niet altijd. Net zo vaak dwalen gedachten gewoon even af nadat een gesprek is stilgevallen. Wat dát kan betekenen, besefte ik toen ik ging studeren en er in korte tijd een heleboel nieuwe vrienden bij kreeg. Een van hen was Sarah en ik zal nooit vergeten hoe we een maand nadat we elkaar hadden leren kennen met een ijsje door het park liepen. We hadden al een tijdje niets gezegd en dat besefte ik pas toen Sarah me aanstootte: 'Hé, merk je dat? We kunnen ook bij elkaar zijn zonder iets te zeggen. Ik denk dat dit betekent dat we nu echt vrienden zijn.' Vanaf dat moment begreep ik: een stilte hoeft de band tussen twee mensen niet te ondermijnen en kan die ook bevestigen. Het zwijgen als een proeve van bekwaamheid, het begin van een nieuwe fase: we mogen elkaar óók wanneer we niets tegen elkaar zeggen en delen naast gesprekken en activiteiten nu ook het zwijgen.

Daar dacht ik aan toen ik naar het stille stel in de hotellobby keek. Hoe ze daar zaten, ieder in gedachten verzonken; wat ik zag was geen pijn, maar genegenheid. Of de man en vrouw dat ook vonden, wist ik niet. Maar ook dat is het mooie van stilte: wanneer ze valt, is ze van ons allemaal. En is het aan ons te bepalen wat ze waard is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.