'Niets mag afleiden of opvallen'

Hoe verfilm je een ramp die gegrifd staat in het geheugen? Elk shot in Ben Sombogaarts film De Storm werd bewerkt in de computer....

‘Niets is écht echt. Toen we de eerste nachtscène draaiden in Zierikzee regende en stormde het, zo erg dat de lampen stuk gingen en alles stond te klapperen. Het was eigenlijk allemaal zoals het moest zijn, maar het was bepaald niet leuk. We konden nog niet de helft opnemen van wat we wilden. Het regent altijd op momenten dat je het niet wilt. Het is daarom verstandiger om met wind- en regenmachines te werken. En met de computer natuurlijk.’

Een paar weken voor de bioscooprelease legt regisseur Ben Sombogaart in een donkere studio in Amstelveen de laatste hand aan de speciale effecten van De Storm, zijn film tegen de achtergrond van de Watersnoodramp van 1953, de overstroming die grote delen van Zeeland en Zuid-Holland onder water zette, 1852 levens eiste en aanleiding was voor de bouw van de Deltawerken. 3D-golven en -regenstormen maken dat de computers nachtenlang staan te rekenen. Sombogaart (Amsterdam, 1947): ‘Het is geen fantasy-film, waarin je de wereld zelf kunt vormgeven. Het is ook geen rampenfilm, het gaat mij om het drama. We hebben te maken met realisme: het is echt gebeurd, de Watersnoodramp is een deel van onze geschiedenis. Dat maakt het zo ingewikkeld. Niks mag afleiden of opvallen.’

Dus zit er in De Storm geen shot dat níet is bewerkt met de computer. Aan iedere buitenopname is wel een golf, een mistflard of een regendruppel toegevoegd; elk beeld, tot de interieurscènes aan toe, werd licht ontkleurd, om de film een eenheid te maken. Dat had gevolgen voor de opnamen; cameraman Piotr Kukla en de art directors werden dagelijks van raad voorzien door Raphael Kourilsky, een Franse VFX (visual effects) specialist.

Een groot deel van de film werd geschoten in een overlooppolder voor de Schelde bij Tielrodebroek in België. Daar werden twee huizen gebouwd, een stuk van een hotel en een 150 meter lange dijk van steigermateriaal bekleed met gras. ‘De huisjes kregen meerdere bestemmingen. De dijk is in de computer verlengd. Wij hebben nu eenmaal het geld niet om complete dorpen onder water te zetten.’

De makers wilden eerst filmen in Zeeland zelf. Ze hadden bedacht om bij Battenoord, op Goeree-Overflakkee. ‘Na maanden van voorbereiding waren alle vergunningen rond, van de gemeente, de Provincie, Staatsbosbeheer, noem maar op. Toen kregen we opeens te horen dat er nog één ontbrak: een milieuvergunning. En konden we het vergeten, omdat de Noorse woelmuis gevaar zou lopen.’

Sombogaart cum suis nam daarop de wijk naar België. ‘Daar gaan dingen makkelijker. We zochten domweg een polder die we onder konden laten lopen. Je kunt natuurlijk ook naar strand Nulde, maar daar kunnen we het waterniveau niet reguleren. In deze polder was al eens eerder gefilmd. Het polderbestuur was enthousiast en we hadden te maken met één beheerder, die alle verantwoordelijkheid nam.

‘Op een dag zei hij tegen mij: jij bent toch die man van Het zakmes, hè? En je hebt Abeltje toch gemaakt? Ik heb kleinkinderen, kun je niet een paar van die films meebrengen? Die nam ik de volgende dag mee, ik zette mijn handtekening erop, en die man werd onderdeel van ons team. Dat vond hij leuk en dat vonden wij leuk. Hij praatte met de mensen uit de buurt en regelde alles. Hij deed ook zelf de sluizen open.’

Normaal staat de polder hoogstens een paar keer per jaar een paar dagen vol. Voor de opnamen van De Storm stond hij drie maanden aaneen onder water. De dijkwanden verzadigden, het grondwaterpeil steeg, en er kwam water in de kelders te staan. ‘We hebben pompen neergezet – dat was een extra investering –, pompten de sloten in de omgeving leeg en konden gewoon doorgaan. In Nederland kun je zoiets wel vergeten, begrijpelijk misschien hoor, maar in België werkt het gelukkig anders.’

Tien jaar geleden maakte Sombogaart de Annie M.G. Schmidt-verfilming Abeltje, over een jochie en een vliegende lift. Met een budget van 10 miljoen gulden. Voor De Storm had hij 6,5 miljoen euro te besteden. ‘De techniek is veel goedkoper en de software heeft zich natuurlijk enorm ontwikkeld, maar het blijft low, low budget. In Amerika zou je tenminste een nul achter het bedrag moeten zetten. Naar hun maatstaven is het gekkenwerk.’

Pas tijdens de opnamen van Kruistocht in spijkerbroek kreeg Sombogaart zelf het idee dat het zou moeten kunnen. ‘Er zijn prachtige documentaires gemaakt over de Watersnoodramp, maar geen drama. Waarom niet? Omdat je het niet kunt laten zien, het is zo ingewikkeld. Maar toen het ons in Kruistocht lukte om met behulp van de computer 10 duizend kinderen over de Alpen te krijgen, begon ik vertrouwen te krijgen dat De Storm ook zou kunnen. Dat de beelden die ik in mijn kop had toen ik het scenario las, realiteit konden worden.’

Er is niets moeilijker om in de computer te maken dan water, benadrukt Sombogaart. ‘Water leeft, het bestaat uit golven, druppels, schuim en spetters. In de computer is het water opgebouwd uit minuscule deeltjes die los van elkaar kunnen bewegen, en die zich samen gedragen zoals water zich gedraagt. Afhankelijk van de wind, en van het materiaal waarop het water klotst, veranderen de bewegingen. Als we de basaltblokken anders legden, moest de simulatie van het water ook opnieuw. Soms is het water honderd procent geanimeerd, is er geen druppel echt water aan te pas gekomen. In andere gevallen werd het water tijdens de opnamen in beweging gebracht met windmachines, turbopropmotoren of waterkanonnen. De opnamen voor de scène waarin zandzakken worden gelegd in een doorgebroken dijk vonden plaats in een wildwaterbaan in Zoetermeer. Elk shot is weer anders.’

Niet alleen het kolkende water was een klus van jewelste. Het hotel waar de Zeeuwen onderdak vinden na de overstroming is in zijn geheel opgetrokken in de computer, op basis van oude foto’s. Ook de scène waarin het verdronken land wordt bezien vanuit een helikopter veroorzaakte de nodige hoofdbrekens. ‘We wilden Zeeland aan het begin van de film vanuit de lucht tonen, zodat je meteen een beeld hebt van de omvang van de ramp. Maar de beelden die in het collectieve geheugen van de Nederlander zitten, de echte opnamen van het ondergelopen Zeeland en Zuid-Holland, zijn pas een paar dagen na de ramp gemaakt. Terwille van het drama hebben we ons af en toe kleine historische vrijheden moeten permitteren.’

De helikopter die Sombogaart voor de opnamen wilde gebruiken, vliegt niet meer. In het enige exemplaar dat zich in Nederland bevindt, zitten zelfs geen ramen. Het mag bovendien het Nationaal Luchtvaart-Themapark Aviodrome niet uit. ‘De helikopter hebben we dus ook nagebouwd in de computer. Eerst in 3D, daarna hebben we hem helemaal aangekleed. De acteurs hebben een dagje helikoptertje gespeeld in het luchtvaartmuseum, zoals je vroeger met je vriendje deed. Ze hebben de hele dag zitten kijken en wijzen, tegen een groene achtergrond, zodat we de beelden makkelijk vrijstaand konden maken. In de computer is alles vervolgens samengevoegd. Er zijn reflecties op de ramen aangebracht, er is beweging gesuggereerd. En we hebben het uitzicht van de piloten gecreëerd.

‘Met behulp van zwart-wit archiefmateriaal dat we lichtjes hebben ingekleurd. En dan moet het dus niet van echt te onderscheiden zijn. Het moet geloofwaardig zijn, want de kijker moet kunnen meeleven met de personages.’

Na een korte pauze: ‘En we willen de oude Zeeuwen natuurlijk niet voor het hoofd stoten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden