Niets is meer on-Nederlands

Als er iets erg gebeurde riepen we jarenlang dat het 'on-Nederlands' was. Tot dit jaar. We zijn er eindelijk aan gewend dat we net zo zijn als de rest van de wereld. Door Wilma de Rek

Opvallend in de discussie over de doodgeschopte grensrechter, afgelopen anderhalve week, waren niet zozeer de woorden die je wél hoorde. Die waren allemaal tamelijk voorspelbaar: 'verbijstering', 'nooit meer', 'grens overschreden', 'mentaliteitsverandering', 'handhaven van regels', 'meer respect' en de onvermijdelijke uitsmijter 'misschien is alles toch niet voor niets geweest' van Gerri Eickhof in het achtuurjournaal van afgelopen dinsdag.


Opvallend was dat één woord niet viel: het woord on-Nederlands. Geen van de kranten, televisieduiders, columnisten en commentatoren omschreef het doodschoppen van een 41-jarige grensrechter door een paar jochies van 15, 16 jaar als on-Nederlands. En dat was nieuw - als het niet zo flauw was, zou je zeggen: het was behoorlijk on-Nederlands.


In elk geval was het een stijlbreuk.


Nadat Karst T. op 30 april 2009 met zijn zwarte Suzuki tegen De Naald in Apeldoorn was gereden, werd gezegd dat Koninginnedag nooit meer hetzelfde zou zijn; wat hier was gebeurd, was on-Nederlands. Toen Tristan van der V. twee jaar later in winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn zes mensen en daarna zichzelf doodschoot, zei Rob Trip in het Journaal dat hier sprake was van een on-Nederlandse gebeurtenis.


Gek woord, on-Nederlands. Bescheiden en arrogant tegelijk. Het is bescheiden als het wordt gebruikt om de grootsheid van een gebeurtenis of prestatie aan te geven; die gebeurtenis of prestatie is zó bijzonder dat je nauwelijks kunt geloven dat iemand van ons er verantwoordelijk voor is. En in die betekenis kwamen we on-Nederlands ook dit jaar weer geregeld tegen. Zwemcoach Jacco Verhaeren, afgelopen zomer na het goud op de honderd meter van Ranomi Kromowidjojo: 'Een on-Nederlandse prestatie'.


'On-Nederlands staat voor onbekrompen, voor het grote gebaar waarop niet is beknibbeld', schreef Kasper Jansen in 2008 in NRC Handelsblad. Het in 2005 geopende Muziekgebouw aan 't IJ was zo'n on-Nederlands gebouw: 'Alles is omgeven door glaswanden van vloer tot plafond, die zicht bieden op de wereld. Het Muziekgebouw staat op een toplocatie. Het is het enige Amsterdamse cultuurgebouw aan open water. Het staat er op een landtong, alsof het zo kan wegvaren. Binnen is een restaurant, op de steiger ervoor bevindt zich het mooiste terras van de stad. Inderdaad: on-Nederlands.'


Recenter, in oktober van dit jaar, omschreef Vrij Nederland schrijver Tommy Wieringa als on-Nederlands: 'Hij is on-Nederlands verrassend in zijn beeldspraak.' Daar werd columnist Christiaan Weijts in De Groene Amsterdammer weer behoorlijk pissig van: 'Heeft beeldspraak een nationaliteit? En is het omgekeerde ('Hij is heel Nederlands in zijn beeldspraak') meteen een vernietigend oordeel? En wat is dat, Nederlands zijn in je beeldspraak?'


Wanneer een film, een sportprestatie of een muziekstuk on-Nederlands wordt genoemd, is dat in negen van de tien gevallen een bijzonder groot compliment. On-Nederlands heeft dan een ruime, galmende naklank: hier is sprake van kosmopolitisme, hier zien we iets dat zich van geen enkele grens iets aantrekt, hier wordt groots en meeslepend geleefd. Dat is de bescheiden betekenis van on-Nederlands.


Maar on-Nederlands heeft ook een onbescheiden kant en daarmee is dit jaar iets interessants aan de hand. De andere betekenis van on-Nederlands, de arrogante, wordt van stal gehaald bij gebeurtenissen die behalve onbevattelijk ook onveilig zijn, niet leuk, zwart, naar. Niet zoals we het hier gewend zijn, in ons gezellige kleine kikkerlandje. Gebeurtenissen als die in Apeldoorn of Alphen aan den Rijn; kille liquidaties; corrupt gedoe; falende rechterlijke machten.


Met on-Nederlands drukken we dan niet alleen uit dat hier iets aan de hand is dat we niet kennen en niet begrijpen, we zeggen er ook mee dat dit niet bij ons hóórt. Dat is wat on-Nederlands in die betekenis zo arrogant maakt: we distantiëren niet alleen onszelf van de erge gebeurtenis, we distantiëren heel Nederland ervan. Daarmee blazen we onszelf eigenlijk op tot een machtige groep Übermenschen. Het is het gedrag van de roedel die zich verenigt tegen de zondebok. Bij dieren gebeurt dat afzetten vaker en harder wanneer de groep niet stabiel is.


Tot een jaar of tien geleden werd het woord on-Nederlands vooral in de eerste betekenis van het woord gebruikt, dus in de bescheiden variant. De tweede betekenis van het woord kwam aan het begin van deze eeuw in opkomst, om precies te zijn op 6 mei 2002, na de moord op politicus Pim Fortuyn. Premier Wim Kok vroeg zich af hoe zoiets in een 'verdraagzaam land als Nederland' had kunnen gebeuren. 'We bestrijden elkaar als politieke tegenstanders met woorden, niet met kogels', zei hij. Lijsttrekker Thom de Graaf van D66 zei dat Nederland Nederland niet meer was. PvdA-leider Ad Melkert zei dat de Nederlandse democratie haar onschuld had verloren.


'Ik wil weg'

Twee jaar later was het opnieuw raak, met de moord op cineast en columnist Theo van Gogh. Weekblad HP/De Tijd wijdde een omslagartikel aan 'Nederland na de moord' en liet een emigratie-adviseur aan het woord. Die meldde dat steeds meer mensen het land wilden verlaten: 'Mensen vanuit allerlei lagen in de maatschappij zeggen: de tolerantie is zoek, het gevoel van veiligheid is er niet meer, ik wil weg.'


In die laatste, arrogante betekenis van het woord is on-Nederlands ook in 2012 nog wel opgedoken; maar veel minder vaak dan je gezien de grote hoeveelheid affaires van het afgelopen jaar zou verwachten. Achter de helden van 2012 die de komende weken overal zullen opduiken, in terugblikken en interviews, sjokt een bonte stoet van krabbelaars, fraudeurs en andere sneue halzen.


Net aangesloten is Co Verdaas. Een hele maand lang staatssecretaris van Landbouw, maar gesneuveld wegens gesjoemel met kilometerdeclaraties. Hij diende bonnetjes in voor ritten van zijn officiële woning in Nijmegen naar het provinciehuis in Arnhem, terwijl hij eigenlijk bij zijn geliefde in Zwolle woonde. Gelukkig heeft hij recht op ruim drie jaar wachtgeld. En daar hebben we Antonie Martinus Cornelis Alfred Hooijmaijers, zeg maar Ton, voormalig VVD-lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en verdacht van omkoping en valsheid in geschrifte. Naast hem loopt Jos van Rey, die in oktober vertrok als wethouder van Roermond en lid van de Eerste Kamer wegens verdenking van corruptie.


Nico V. wandelt ook mee. Hij werd in de Klimopzaak veroordeeld tot twee jaar cel voor het verduisteren van miljoenen euro's bij dubieuze transacties, witwassen, het opmaken van valse facturen en deelname aan een criminele organisatie.


Wetenschappers zijn er ook: niet één, niet twee, maar wel drie frauderende hoogleraren. Sociaal psycholoog Diederik Stapel natuurlijk, maar ook internist Don Poldermans en gedragspsycholoog Dirk Smeesters - die laatste is trouwens wel een beetje on-Nederlands, want Belg.


En het waren niet alleen individuen; 'de instanties' konden er ook wat van. Het jaar trapte af met het nieuws over wanbeheer bij woningcorporatie Vestia, de grootste corporatie van Nederland. Daarna was er het onderzoek naar scholengroep Amarantis, waar de top incapabel bleek en aan zelfverrijking had gedaan; en niemand die het had gezien.


Vriendjespolitiek

Er waren de NS en ProRail. Onder toezicht geplaatst nadat de Onderzoeksraad een rapport had gepubliceerd over de oorzaak van de treinbotsing in april van dit jaar, waarbij een dode en 190 gewonden vielen. De NS en ProRail hadden op de dag van de botsing te weinig speling gepland en vertrouwden te veel op het oordeel van de machinist van de trein, liet de inspectie weten.


Er was het Amsterdamse stadsvervoerbedrijf GVB. Een bolwerk van wanbeleid en vriendjespolitiek, bleek afgelopen zomer. Aanbestedingsprocedures werden bewust genegeerd, verantwoordelijken streken vette bonussen op en de raad van commissarissen liet het allemaal gebeuren.


De ziekenhuizen in ons land waren ook al niet veilig; in een opvallend groot aantal werd de VRE-bacterie aangetroffen. De Nederlandse staat werd op de vingers getikt door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens voor het afluisteren en gijzelen van twee Telegraaf-journalisten. De hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad werd met de dood bedreigd na een column in Metro. Twee jongeren pleegden zelfmoord omdat ze waren gepest. Een mededeling op Facebook over een feestje in Haren leidde tot grootse rellen.


Verder bleken Nederlanders veel minder nivelleringsgezind dan altijd werd gedacht, viel onze solidariteit met arme ontwikkelingslanden toen puntje bij paaltje kwam nogal tegen en presteerde de Nederlandse economie in het derde kwartaal het slechts van alle sterke Europese landen.


Zoveel on-Nederlandse toestanden deden zich het afgelopen jaar voor dat het woord on-Nederlands zichzelf heeft geïnflateerd. Het is betekenisloos geworden. Het zou potsierlijk zijn om het nog on-Nederlands te noemen en dat gebeurt dus ook minder. Als er elke dag iets on-Nederlands gebeurt, zul je op den duur moeten toegeven dat on-Nederlands kennelijk de norm is, en daarmee juist heel Nederlands.


Vanaf 21 januari zendt de VPRO een nieuwe serie uit van De slag om Nederland. Vorig jaar trok het programma de aandacht met een serie uitzendingen over de 'geldverkwistende bouwwoede', nu wordt 'de verrotte bestuurscultuur in de rest van ons land aangepakt', aldus makers Roland Duong, Teun van de Keuken en Andrea van Pop: 'Managers die er zouden moeten zijn om ons van dienst te zijn, blijken vooral goed voor hun eigen belang op te kunnen komen. Of het nu om onderwijs, zorg of kinderopvang gaat, de zucht naar winst en vette beloningen staat bij bestuurders voorop.'


Het wordt vast een fijne serie.


Het jaar 2012 was niet het jaar waarin Nederland 'zijn onschuld verloor' en ook niet het jaar waarin Nederland 'eindelijk een normaal land' werd. Maar misschien was het wel het jaar waarin eindelijk doordrong dat Nederland altijd een normaal land is geweest, nog steeds een normaal land is en vermoedelijk ook nog heel lang een normaal land zal blijven. Gewoon Nederlands dus.


Wilma de Rek (1963), studeerde Frans en massacommunicatie aan de Universiteit Utrecht en is verslaggever bij de Volkskrant.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden