Niets is meer of minder belangrijk

Een typische Zestiger, Cor Vaandrager. Reclameteksten, gespreksflarden, alles mocht meedoen in zijn 'totale poëzie'. En soms deed hij gewoon een constatering: 'Er gaan 12 domme blondjes in een dozijn/ en 144 in een gros.' Tien jaar is Vaandrager dood, zijn werk is niet vergeten....

Vijfendertig jaar geleden schreef Cor Vaandrager het rijm dat ik nog dikwijls reciteer, altijd te pas: 'De kroketten in het restaurant/ zijn aan de kleine kant.' In de mooie bundel Vaandrager's Totale Poëzie (1981) staan meer uitspraken die je niet licht vergeet, hoe weinig er ook in poëtische zin 'aan gedaan' is. Vaandrager was Rotterdams eigen jutter. Op straat ving hij een kreet op en isoleerde die tot een tekst die je langer kan bijblijven dan de meest gevleugelde beeldspraak: 'Hé moeder,/ als je je dochter verloot,/ krijg ik dan een lootje?' Of deze winkeldialoog, alledaags maar niet zonder raadsels: 'Verkoopster: Zal ik het prijsje er af halen?/ Klant: Nee, laat u het prijsje er maar opzitten.'

Op 18 maart 1992 overleed Cornelis Bastiaan Vaandrager op 57-jarige leeftijd in het plaatselijke Dijkzigt Ziekenhuis aan longontsteking, ontstaan door uitputting en algehele verwaarlozing. In de jaren vijftig en begin zestig was de toen keurig geklede en gekapte jongen werkzaam in de reclamewereld, terwijl hij daarnaast als dichter en prozaïst naam maakte. Achteraf kun je hem een typische Zestiger noemen: na de experimentele uitbarstingen van de Vijftigers kwam er, deels als reactie daarop, een generatie aan het woord die zich nuchter, geestig, soms melig, maar altijd democratisch opstelde. De taal van de straat mocht meedoen, reclameteksten, gespreksflarden, regels uit jazz- en popsongs; alles wat bruikbaar was om het literair idioom te verbreden. Vaandrager schreef: 'Er gaan 12 domme blondjes in een dozijn/ en 144 in een gros.' Gevraagd om een toelichting door Het Vrije Volk (19 oktober 1964) antwoordde hij: 'Dat is gewoon 'n exacte constatering.'

Die exactheid heeft hij altijd nagestreefd, maar aangezien zijn bovenkamer er door overvloedig speedgebruik al spoedig net zo chaotisch uitzag als zijn behuizing, moet de lezer van Vaandragers werk telkens drukker puzzelen om er nog chocola van te maken. In zijn laatste jaren publiceerde deze altijd bezige woelgeest nog twee dichtbundels: Metalon (1987) en Sampleton (1990). Eigengereide wartaal, volgens de beroepsbesprekers, die verdeeld waren over welk van deze twee woorden de nadruk moest krijgen. Het fonetische Rotterdams, afgewisseld met flarden Engels, wekt bij de neerlandicus Bertram Mourits de indruk dat er muziek heeft opgestaan toen Vaandrager die teksten schreef: 'En niet alleen oude helden zoals The Ink Spots, of iets later Bryan Ferry en Iggy Pop, maar ook de rap van Public Enemy en Kool Moe Dee klinkt door in Vaandragers laatste gedichten'. Met zijn techniek van samplen en mixen lijkt hij ineens een voorloper van de rapdichters die in 1997 en 1998 op het festival Double Talk zelfs de warme belangstelling van Gerrit Komrij wekten. Terwijl diezelfde Komrij in zijn gezaghebbende dikke bloemlezing van de poëzie uit de 19de en 20ste eeuw slechts één gedichtje van Vaandrager opnam.

Dit komt uit Sampleton: 'Ik hoor je nie altijd, ik heb ziektes./ Hekties wikke en overmaat, dus nie te weinug./ Warm canto, sunny streetsight, vandaag dus,/ materiaal gaat vrijuit, buite wet, bevelende/ wijs, wat hij er mee moet, inw. bij (heerszugtuge?)/ moeder, in wiens auto zoonlief (?) andere stede be-/ strijk, alwaar bijeenkomste (direkte radio-uitzendinge)/ en schrijvers van Faam en Naam.'

Tien jaar na zijn dood is Vaandrager niet vergeten. Tijdens het komende 33ste Poetry International Festival (van 15 tot 21 juni) zal in een speciaal programma aandacht worden besteed aan zijn poëzie. De Bezige Bij herdrukt deze week zijn speedy stadsromans De reus van Rotterdam (1971) en De hef (1975) in één band. En het literair tijdschrift Passionate presenteerde gisteren een prachtig nummer over het leven en werk van de markante Rotterdammer, die in tegenstelling tot zijn voormalig bondgenoot Jules Deelder nooit een groot publiek heeft bereikt. Steeds meer werd hij een randfiguur, totdat zijn lichaam het niet meer bolwerkte en hij over de rand tuimelde.

De verwording van Vaandrager, van aanstormend talent tot meelijwekkende zwerver, is zichtbaar op de vele mooie foto's in Passionate. We zien hem ons in 1966 zelfverzekerd en doordringend aankijken - geschoren, dasje om, spierwit overhemd, de kraag van de donkere jas opstaand - naast zijn collega's Hans Verhagen, Hans Sleutelaar en Armando. Maar we zien hem ook in 1987 bij de opening van een expositie van Herman Brood (die zich in zijn poëzie-debuut Zoon van Alle Moeders uit 1988 een trouwe leerling van Vaandrager betoonde), met een scheef dasje, gekreukt overhemd, een zwarte zonnebril schuin over het voorhoofd en de schaarse hoofdharen geplaatst, met een achterdochtige en uitgebluste blik in de ogen - terwijl Brood rechts van hem nog oogt als een onverwoestbare Draufgänger, en de smetteloze Deelder ter linkerzijde welhaast demonstreert dat je aan onmatig drugsgebruik niet ten onder hóéft te gaan.

In zijn Rotterdamse snapshots ('Trubbels komme elke dag') schakelde Vaandrager alles gelijk: 'Niets erin is meer of minder belangrijk.' Toegewijd fan Martin Bril: 'Er klopt geen moer van, maar het loopt als een tiet.' Diens voormalige kompaan Dirk van Weelden denkt dat Vaandrager erop mikte een popcultureel literair fenomeen te zijn 'dat het afdwingt artistiek zo serieus genomen te worden, dat het klassiek wordt'.

Dat is maar de vraag. Eerder krijg ik de indruk, dat deze consequent onaangepaste loner juist buiten 'het klassieke' wilde blijven. Ruw stadsmateriaal werd onder zijn handen onvervreemdbare poëzie, mits de goden meewerkten. Louter isoleren en objectief presenteren gelukte hem niet zonder dat zijn eigen stem in zijn eigen-aardige teksten meeklonk. Daarom kunnen we Vaandrager tien jaar na zijn dood moeiteloos terugvinden, in het werk dat er gelukkig weer zijn mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden