Niets doen met een uitkering is niet acceptabel

De vergrijzing rukt op, er ontstaan tekorten op de arbeidsmarkt. Aan uitkeringsgerechtigden, werklozen en schoolverlaters mogen volgens Leonard Geluk en Maxime Verhagen, dan ook hogere eisen worden gesteld....

Leonard Geluk en Maxime Verhagen

Bij de gemeenteraadsverkiezingen staan vanuit landelijkperspectief vooral de grote steden en dan met name Rotterdam inde schijnwerpers. Dat is ook logisch want juist in deze stad zijn de afgelopen jaren de bakens verzet.

Rotterdam pleitte als eerste stad voor preventief fouillerenin wijken die te maken hadden met overlast en criminaliteit. Alseen van de eerste steden ging Rotterdam over op dubbelewachtlijsten voor scholen, om zo 'wit en zwart' onderwijs tegente gaan. Voorts ging de stad er bij toewijzing van huizen op teletten of er niet al te veel bewoners zijn die niet in een eigeninkomen voorzien. Zo wil het gemeentebestuur concentraties inachterstandswijken vermijden.

De komende jaren moet het ingezette beleid worden voortgezet.Landelijk lijken we de vruchten te gaan plukken van een gedurfdhervormingsbeleid. De werkloosheid neemt weer af. De economischegroei trekt stevig aan. Maar dat mag er niet toe leiden datbepaalde politieke lijnen niet meer worden doorgetrokken.

Twee overwegingen zijn daarbij van belang. In de eerste plaatskunnen we het ons niet permitteren dat grote groepen langs dekant staan. Persoonlijk en maatschappelijk eist dat altijd zijntol.

Daarbij denken we niet alleen aan een groter risico opcriminaliteit of op overlast. Dat is natuurlijk nietonbelangrijk, maar veel breder verspreid zijn de pijnlijkegevoelens er niet bij te horen, geen kans te zien om mee tekomen. Dat kan een steeds grotere mentale afstand tot deNederlandse samenleving veroorzaken.

Voorts blijft gelden dat de vergrijzing de komende jaren zaltoeslaan op de arbeidsmarkt. We krijgen met tekorten aanarbeidskrachten te maken: in de metaalsector, in degezondheidszorg, in het onderwijs.

Die tekorten kunnen we ons niet permitteren, omdat er danbinnen de kortste keren weer wachtlijsten ontstaan, lessenuitvallen en er onvoldoende agenten zullen zijn. Daarom moet hetbeleid van de afgelopen jaren worden voortgezet, voltooid en,waar nodig, moeten de puntjes op de i worden gezet.

In de eerste plaats moet de arbeidsbemiddeling veeleisenderworden. Tegenover een bijstandsuitkering moet een tegenprestatiestaan. Ofwel het verrichten van werk voor de gemeente, of hetvolgen van beroepsgerichte scholing, of het verlenen van serieusvrijwilligerswerk.

Voor werkwillenden is dat geen probleem. Zij zullen er devoordelen van inzien, ook voor henzelf. Voor de kleinere groepvan mensen die niet willen werken, is het een stok achter dedeur. Op dit moment kunnen zij zich nog te gemakkelijk aan hunplicht onttrekken. Dat moet veranderen.

Tegenover een uitkering wordt werken voor de gemeenteverplicht gesteld. Het kan dan gaan om werken tegen het niveauvan de uitkering. Dat zal er bij de niet-werkwillendenongetwijfeld toe leiden dat zij veel sneller serieus op zoek gaannaar een normale baan.

Dat gemeenten er zo bovenop zitten, heeft nog meer voordelen.Zo krijgen ze veel sneller zicht op mensen die problemen hebbendie hen blokkeren in het maatschappelijke verkeer. Knelpuntenworden dan sneller zichtbaar en er kan daardoor eerder hulpworden geboden.

Daarnaast moet er een leer-werkplicht komen voor mensen diegeen onderwijskwalificatie hebben behaald. Want op dit momentverlaten elke dag 175 personen het onderwijs zonder een diplomaen zonder perspectief op werk. Wie voortijdig het onderwijsverlaat, moet kiezen tussen werkervaring opdoen of onderwijsvolgen. Een andere smaak is er niet.

Het kabinet komt binnenkort met voorstellen om deleerplichtige leeftijd te verhogen tot 18 jaar en gemeenten demogelijkheid te bieden jongeren tot 23 jaar te verplichten toteen leerwerktraject.

Zo wordt voorkomen dat jongeren met te weinig onderwijs enwerkervaring aan hun volwassen leven beginnen. Achterstandenblijken later nauwelijks meer in te lopen en de afstand tot dearbeidsmarkt is dan niet meer te overbruggen.

Bovendien heeft deze leerwerkplicht tot gevolg dat de lokaleoverheid meer zicht krijgt op de jongeren die niet kunnen of nietwillen. Aan hen die echt niet kunnen werken of een scholingvolgen, zullen de gemeenten andere oplossingen moeten bieden.

Tenslotte is het belangrijk de scholing van nieuwkomersserieus te nemen.

Ruim een jaar geleden verscheen het boek Onzichtbare oudersvan Margalith Kleijwegt over leerlingen van 'het Calvijn' inAmsterdam. Het beeld is onthutsend. Ouders en kinderen dievolstrekt langs elkaar heen leven. Van een echte opvoeding valtsoms nauwelijks te spreken. Ondertussen worden de school en deleerkrachten daar dag in dag uit mee geconfronteerd. Het vergtenorme inspanning om dit in goede banen te leiden en hetonderwijs een beetje op peil te houden.

Ouders zijn nauwelijks ingeburgerd, spreken maar mondjesmaatNederlands en geven hun achterstand door aan hun kinderen. Nietvoor niets is de werkloosheid onder jongeren van allochtoneafkomst twee keer zo hoog als onder autochtonen.

Dat zijn de maatschappelijke effecten van een veel te laagniveau van inburgering. Daaraan is de laatste jaren in elk gevaliets gedaan: er komt een eerste aanzet tot inburgering in hetland van herkomst en de inspanningsverplichting bij deinburgering is omgezet in een resultaatsverplichting.

Toch gaat het dan nog maar om zo'n zeshonderd uur. Met diebeperkte bagage worden nieuwkomers geacht zich te wapenen tegenwerkloosheid en hun kinderen zo op te voeden dat ze hun weg wetente vinden in de samenleving. Wie dat vergelijkt met de eisen diewe stellen aan mensen die hier geboren zijn, ziet in eenoogopslag dat het evenwicht nog steeds zoek is.

De gemiddelde 18-jarige mboleerling heeft een voorsprong vanvele duizenden uren onderwijs op de 21-jarige nieuwkomer. Elkjaar opnieuw worden vele duizenden nieuwkomers en hun kinderenzo op achterstand gezet. Daarom moet het niveau van deinburgering flink worden verhoogd.

Van nieuwkomers moet worden gevraagd zich te scholen tot eenberoepskwalificatie. Nederland heeft grote behoefte aan mensendie hun talenten benutten. Het is wenselijk dat we niet alleeninvesteren in het beheersen van de taal, maar ook in een goedekwalificatie voor de arbeidsmarkt.

Tegenover het recht op gezinsvorming staat de plicht om echtals ouder te kunnen te functioneren. Gezinsvorming is niet alleeneen recht; er zijn ook plichten mee verbonden. Integratie eninburgering gaan niet vanzelf. Er zal voor moeten worden gewerkt.

Onze samenleving stelt nu eenmaal veel eisen aan mensen en hetis niet mogelijk die eisen voor immigranten te negeren. Ditniveau van inburgering en integratie krijgen we in Nederlandnatuurlijk niet voor niets. Er zal in moeten wordengeïnvesteerd.

Daarom zal er geld of een leenstelsel moeten komen en een goedonderwijsaanbod. Er zal een eigen curriculum voor volwassennieuwkomers moeten worden ontwikkeld. Waarin ook rekening wordtgehouden met het feit dat betaald werkenden in hun baan ervaringopdoen.

Ook de komende jaren zal politieke moed nodig zijn om nieuween creatieve wegen te gaan. Wegen die op het eerste gezichtheilige huisjes omver gooien. Want ook de komende jaren zullenwe ons, naar het voorbeeld van Rotterdam, moeten blijveninspannen om Nederland anders en beter te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden