Niets dan loft

Ooit was een loft alleen bestemd voor geluksvogels en rijke burgers, tegenwoordig kan ook Jan Modaal in een loft wonen. 'Nu de woningmarkt is ingestort, is de consument aan zet.'

Ruimte, ruimte en nog eens ruimte. Zodra ze de oude havenkantine in Amsterdam zagen, waren ze verkocht. Suzanne de Goeij (39, chef-redactie bij een modeglossy) had altijd al gezegd dat ze een huis wilde 'waarin je kan fietsen en touwtje springen.' Haar partner Stefan Hooijer (37, ondernemer) viel vooral voor de gigantisch hoge plafonds en de enorme ramen. Hun fantasie sloeg direct op hol van al die ruimte. Er ontstonden wilde plannen voor een badkuip midden in de kamer en een ontbijtbar-uitkijkplateau met uitzicht over het IJ.


Architect Marc Koehler werkte hun ideeën op papier uit. In de industriële ruimte bouwde hij een aantal losse witte huisjes met daarin slaapkamers en de 'openklapbare' badkamer. Op de huisjes, onderling verbonden door loopbruggen, plaatste hij de keuken, het kantoor en een logeerkamer. Fantasieën kregen vorm: sinds kort woont het jonge stel in hun Amsterdamse, jaloersmakende droomloft.


Wonen in een loft, veel mensen dromen ervan. Het is het soort woning dat het decor vormt van films en series als Sex and the City. Wie bladert er niet af en toe door een architectuurboek of -tijdschrift en ziet zichzelf al zitten, met een glas wijn op een designfauteuil in zo'n hip appartement?


Tot voor kort bleef het bij dromen. Loftbewoners, dat waren die paar geluksvogels die in de jaren tachtig een pakhuis of leegstaand schoolgebouw hadden gekraakt en er uiteindelijk door een deal met de gemeente konden blijven wonen (zo werd de havenkantine in de jaren negentig voor het symbolische bedrag van 1 gulden aan krakers verkocht). En verder hoogopgeleide tweeverdieners zoals De Goeij en Hooijer die enkele tonnen hebben te besteden aan een woning. 'Gewone' mensen moesten het doen met een flatje, een maisonnette of een rijtjeshuis.


Maar dat is aan het veranderen. De loft verovert Nederland. Niet alleen in zijn 'traditionele' vorm, in oude fabrieken en loodsen, maar ook als zelf in te richten nieuwbouwcasco. Niet alleen in kosmopolitisch Amsterdam, maar ook in Almere, Oss en Zwolle kun je dat groots en meeslepende New Yorkgevoel tegenwoordig ervaren vanuit je woonkamer. En het zijn niet alleen de hogere inkomens die kiezen voor een loft; ook Jan Modaal kan het zich tegenwoordig permitteren. Een 'lofthome nieuwbouwwoning' van 124 m2 bouw je al voor 113 duizend euro (exclusief grond, installaties en afbouw). Een 'Live your loft' startersappartement in Boxmeer is er vanaf 120 duizend euro voor 51 m2. En een sociale huurloft in bijvoorbeeld het Hiphouse in Zwolle huur je voor 450 euro per maand (exclusief huurtoeslag).


Instortende woningmarkt

'Nu de woningmarkt - eindelijk - is ingestort, is de consument aan zet', stelt architect Marc Koehler. En de consument wil een loft, merkt hij.


Is het mode? Ja, dat ook. 'Het is weer eens wat anders dan de jarendertigstijl', zegt Sander Van Veen, de ontwerper van de lofthome cataloguswoning. 'Nu is het meer de industriële sfeer die mensen aanspreekt.'


Maar er is meer aan de hand. Koehler: 'Het is de overmaat van de loft die aanspreekt. De bewegingsvrijheid om je woning vorm te geven zoals jij dat wilt.' Zo bezien is de loft het tegenovergestelde van de functionalistische woningbouw zoals we die sinds de jaren vijftig kennen. In de periode na de Tweede Wereldoorlog draaide alles om efficiëntie en standaardisatie. De woningnood was hoog; tussen 1945 en 1960 moesten anderhalf miljoen woningen uit de grond worden gestampt. Kwantiteit was belangrijker dan kwaliteit. Het aantal vierkante meters werd exact afgestemd op de functie van een ruimte, het aantal kamers op het aantal bewoners.


Tijdens de wederopbouw was dat een begrijpelijke oplossing, vindt Koehler. 'Maar we leven nu in een ander soort samenleving, in een belevingseconomie.' Wat hij bedoelt te zeggen is dat wonen, net als autorijden, ook over emotie gaat. En aan een standaard woning met drie kamertjes aan een donkere gang krijg je bepaald niet dat Big Applegevoel.


'Corporaties en ontwikkelaars houden zich vooral bezig met de buitenkant', merkt Oliver Thill van atelier Kempe Thill, dat het Hiphouse in Zwolle ontwierp. 'Het geld zit in de gevel, het interieur is een sluitpost.' Terwijl je voor het geld van een gemiddeld baksteen appartementenblok bouwt ook een gebouw met mooie open ruimtes maakt, die baden in het licht, met een open keuken. Dat heeft het Hip-house bewezen.


Wat ook een rol speelt bij de populariteit van de loft is het veranderde woongedrag. We zijn de afgelopen vijftig jaar groter gaan wonen met minder huisgenoten (4,5 personen in 1950; nu 2,2 per huis). In vergelijking met vijftig jaar geleden hebben we meer vrije tijd. Die tijd brengen we, anders dan vroeger, niet vooral op straat of in de kroeg door, maar thuis. En dan is er nog het 'nieuwe werken', wat zo veel wil zeggen als werken waar en wanneer dat het beste uitkomt. De laatste jaren wordt er daarom in de kantorenbouw al volop geëxperimenteerd met flexplekken. Maar omdat er meer thuis wordt gewerkt, suggereert het ook een andere, flexibeler woonruimte. Waar je werk kunt presenteren of een keer een klant kunt ontvangen.


Marc Koehler vindt dat woningen met standaard beukmaten, plafondhoogtes en indelingen de mens beperken. 'Met wat extra breedte en een plafondhoogte van, zeg vijf meter, gaat een wereld van mogelijkheden open. Dan heb je ineens ruimte voor een kantoortje aan huis, zonder dat je klanten in je slaapkamer staan. Of voor een pingpongtafel, een hoogslaper of een plek om yoga te doen.'


Brede interesse

In tijden van crisis klinkt het vreemd, een woning met overmaat kopen. Toch doet de lofthome van architecten Blok Kats Van Veen het prima. Sinds 2009 hebben ze er al twaalf verkocht. Sander van Veen: 'Het publiek is breder dan we hadden gedacht; het varieert van grote gezinnen tot singles of senioren die hun laatste huis willen bouwen.'


Marc Koehler heeft diezelfde ervaring. Hij werkt momenteel samen met vier andere architecten aan een nieuwbouwproject in de Amsterdamse Houthavens. De Hoofden, zoals het gebouw heet, wordt een modern 'pakhuis' met twaalf casco lofts, 18x6 meter in oppervlak en 5 meter hoog. Kosten: 220 duizend euro per woning. Afbouwen met badkamer en keuken doe je vanaf 15 duizend; wie de loft verder helemaal naar eigen smaak en leefstijl wil inrichten, gaat eerder richting een ton. De architecten ontwerpen de gevels, entree en klimaatinstallaties. De particuliere kopers puzzelen vervolgens, al dan niet met hulp van een architect, hun loft in elkaar met vloeren, wanden, keuken en badkamer. Koehler: 'Vergelijk het met een smartphone: wij ontwerpen het geoptimaliseerde mainframe, de bewoners kiezen vervolgens hun eigen apps. Je hebt mensen die het helemaal van voor tot achter open houden. Anderen gaan aan de slag met allemaal splitlevels. Er is zelfs iemand die denkt aan een soort boomhut.'


De winst voor de koper zit in het feit dat je door zelf af te (laten) bouwen veel geld kunt besparen. Een tweede voordeel is dat je niet in een keer de hele investering hoeft op te hoesten; je kunt ook sparen om later verder te timmeren aan je interieur. Bovendien zijn extra kubieke meters goedkoper dan extra vierkante meters gebouwd vloeroppervlak. En dan heb je uiteindelijk een woning die precies op maat voor jou is gemaakt.


De Hoofden lijkt een succes te worden: er zijn zoveel geïnteresseerden dat er waarschijnlijk nog eenzelfde blok zal worden gebouwd. Dat ligt niet alleen aan de woningen zelf, de locatie en de - voor Amsterdamse begrippen lage - prijs, maar ook aan de opzet van het project. Anders dan bij het particulier opdrachtgeverschap, zoals vooral bekend is uit Almere en IJburg, koop je hier geen stuk grond, maar een kavel 'lucht' binnen een bouwkundig kader. Kopers hebben de zekerheid dat hun huis wind- en waterdicht is en het financiële risico is veel beperkter als het gaat om alleen de inbouw. Zo wordt zelf bouwen voor een veel grotere groep mensen interessant.


Voor de gemeente zit er ook een voordeel aan deze vorm van woningbouw. In de eerste plaats omdat het (collectief) particulier opdrachtgeverschap een van de weinige sectoren is waar sinds de crisis nog kansen liggen sinds de grootschalige woning- en kantorenbouw tot stilstand is gekomen. Maar ook omdat lofts creatieve en ondernemende types aantrekken die een enigszins verwaarloosde plek een impuls kunnen geven. Dat is wat De Hoofden dan ook voor het te herontwikkelen Houthavengebied moet gaan doen.


Eenzelfde strategie wordt nu losgelaten op de Bijlmermeer. In de te renoveren flat Kleiburg kunnen particulieren casco-eenheden kopen (horizontaal en/of verticaal geschakeld) om deze zelf om te toveren in spannende woningen. Wie weet worden zulke flats uiteindelijk wel net zo populair als de onder kopers zo geliefde fabriekspanden.


Meerd dan een hype?

Gaat de loft de hype overleven? Sander Van Veen denkt van wel. 'Het mooie van de lofthome is dat het staalskelet het enige dragende element is; de binnenwanden kunnen allemaal eruit. Je kunt de woning later weer compleet veranderen zonder te slopen.'


'Duurzaam dus', concludeert Marc Koehler. Nieuwe bewoner, nieuwe kansen. Maar ook voor de zittende bewoners is de loft een toekomstbestendig model. 'Als een gezin een kindje erbij krijgt, of je moeder komt in huis wonen, timmer je gewoon een kamertje erbij. Zijn de kinderen uit huis, dan haal je weer wat wandjes weg.'


Als je 's avonds voor de havenkantine in Amsterdam staat waar Suzanne de Goeij en Stefan Hooijer met hun dochter Nova wonen, en door de enorme ramen heen kijkt, zie je wat deze manier van bouwen voor kleurrijk beeld voor de stad oplevert. Een keur aan verschillende woonruimten, elk met zijn eigen binnenwereld.


Hoe de lofts zijn veranderd

Het begrip loft (oorspronkelijke betekenis: dak- of zolderverdieping) ontstond in de jaren zeventig in New York. In de wijk SoHo, een voormalig industriegebied, trokken kunstenaars, op zoek naar ruime en goedkope atelierruimte, in leegstaande bakstenen panden. Het bewonen van deze bedrijfshallen was in eerste instantie illegaal, maar bleek oncontroleerbaar. Met de groeiende groep creatieve bewoners kwamen er galeries, bars en restaurants en na een jaar of wat was de wedergeboorte van SoHo een feit.De trend om fabrieksgebouwen tot woningen te verbouwen verspreidde zich vervolgens in de jaren tachtig over heel Amerika, en vond later ook in Europa navolging. Nog steeds is wonen in industrieel erfgoed zeer populair; zo populair dat nu ook de nieuwbouwloft in opmars is. In dat geval wordt met loft een open, vrij indeelbare ruimte bedoeld.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden