NIETS DAN DE WAARHEID

De commentator van de Financial Times, Quentin Peel, breekt een lans voor zijn collega's. Niet de journalisten, maar de politici zijn de schuld van de voortdurende strijd tussen pers en politiek....

Ook in Groot-Brittannië heerst een wederzijdse en diepe afkeer tussen pers en politiek. Quentin Peel, commentator bij de Financial Times, kan dat beamen. Bij de Britse krant vervulde hij eerder een aantal correspondentschappen en was hij adjuncthoofdredacteur. Peel geldt als een kenner van de grandeur en misère van de journalistiek. Hij is de tegenhanger van zijn naaste collega John Lloyd, die in zijn boek What the media are doing to our politics, de journalistiek de schuld geeft van de reeks aanvaringen met de politici. Het boek van Lloyd wordt ook in Nederland gezien als de bijbel van de mediakritiek.

Scoringsdrang van de media gaat ten koste van de zorgvuldigheid, vindt Lloyd. Zoeken naar de waarheid maakt plaats voor een meningenstrijd met de politiek. De klassieke scheiding tussen feiten en commentaar lijkt nauwelijks meer te bestaan. Peel deelt de conclusies van Lloyd slechts voor een deel: 'Er is tegenwoordig een ongelooflijk agressieve benadering van de politiek. Daardoor hebben wij journalisten van onszelf een karikatuur gemaakt.'

Quentin Peel ontvangt in zijn Londense winebar, vlak om de hoek bij het kantoor van de Financial Times. Het ziet eruit als laatste bastion van oud Engeland, een blinde baksteenmuur met een enkele deur erin. Binnen bevindt zich een hol met mannen in hemdsmouwen, weggezakt in leren fauteuils en voorzien van sigaren en pinten bier. 'Mr. Peel' mag de lunch, koude vlees met aardappelen, mierikswortel en mosterd, in een zijkamertje nuttigen.

De avond tevoren heeft BBC-coryfee Jeremy Paxman premier Blair op televisie ondervraagd. En met het hem typerende dédain liefst twintig keer de vraag gesteld hoeveel illegalen er in Groot-Brittannië zijn. Twintig keer dezelfde vraag. Het was een nieuw record, waarop Blair twintig keer zei dat hij het antwoord niet wist. Peel: 'Typisch Paxman, totaal overtrokken. Het was een excessief agressief interview, en het zegt veel over de televisie. Het liet de kern van het probleem tussen pers en politiek zien.'

Tot zover kan Peel zich wel vinden in de mediakritiek van zijn collega Lloyd. Hun wegen gaan uiteen waar John Lloyd een flink deel van zijn betoog bouwde op de fameuze affaire-Gilligan. Andrew Gilligan was de BBC-journalist die deze maand twee jaar geleden, op een ochtend om zeven over zes, in een radioverslag zei dat het rapport waarin stond dat Irak massavernietigingswapens had, door de regering was opgepookt - 'sexed up', in Gilligans befaamd geworden woorden.

Zijn bron bij Defensie, de ambtenaar David Kelly, pleegde zelfmoord, nadat de regering zijn naam bekend had gemaakt. Een onderzoek van Lord Hutton pleitte de regering vrij. De hele zaak werd een wereldwijd voorbeeld van slordige journalistiek, uitvoerig naverteld door John Lloyd.

Het is merkwaardig, dat een tweede onderzoek naar de kwestie min of meer is vergeten. Lord Butler concludeerde daarin dat de regering-Blair het gevaar van Saddam Husseins massavernietigingswapens wel degelijk had opgepookt. Alleen het onderzoek van Hutton bleef hangen, de smet op het blazoen van de BBC en van de journalistiek in het algemeen. Gilligan had toch, laten we zeggen, voor 80 procent gelijk?

'Ik zou zeggen: 95 procent gelijk', vindt Peel. Voor hem is er geen twijfel dat deze wetenschapper, David Kelly, tot zijn zelfmoord werd gedreven door de opstelling van de regering. En niet door het verslag van de BBC. 'Zijn passie was accuratesse, hij wilde dat de mensen zouden begrijpen hoe de biologische wapens van Irak werkten. Deze man was een Bahai, die geloofde dat liegen iets heel ergs was. En hij werd door de regering aangezet tot liegen, vanwege de ongelooflijk agressieve reactie op een nieuwsfeit dat de regering in verlegenheid had gebracht.'

Halve informatie 'De regering gaf de inlichtingendienst de schuld. Terwijl alle aanwijzingen in de richting gaan van halve informatie, waarvan absolute waarheid is gemaakt. Dat geldt met name voor de beroemde '45 Minuten-claim' - Saddam kon volgens de regering binnen 45 minuten zijn raketten in stelling brengen. Het was gewoon niet waar. We hadden het over Jeremy Paxman. Blairs spin-doctor Alastair Campbell is van precies dezelfde school. Zeer agressief.

'Campbell was ooit parlementair verslaggever van de Daily Mirror. Wat hij met Irak deed, was precies wat een populaire krant zou doen. Je verhaal is niet sexy genoeg voor de voorpagina. Geen spoor van twijfel dat het is aangedikt. En helemaal in de traditie van de populaire pers. 45 Minuten: dat is precies een mooie kop die over de hele breedte van een tabloidkrant past.'

De Gilligan-affaire is internationaal het voorbeeld van de onbetrouwbaarheid van de media. Waarom was de regering er zo op gebrand de journalistiek aan de schandpaal te zien?

'Die oorlog was ontzettend belangrijk. Blair moest zijn eigen partij achter de oorlog zien te krijgen. Hij moest een goede reden hebben. Het is nog altijd een groot debat. Ze hebben alle druk uitgeoefend die maar mogelijk was. Ik moet natuurlijk voorzichtig zijn met wat ik over een collega zeg. John Lloyd is altijd voorstander van de oorlog in Irak geweest. Ikzelf was, tussen haakjes, altijd tegen. Dat is duidelijk een scheidslijn.

'Het is begonnen bij Kosovo. Ze zagen Kosovo allebei als een gerechtvaardigde vorm van humanitaire interventie. Blair en, naar ik veronderstel ook John Lloyd, vonden dat Irak daarvan een volgend geval was. Naar mijn idee is dat niet zol. Ze bleven overtuigd, ook vandaag zouden ze hetzelfde zeggen. Een redenering waarvoor kennelijk een stevige manipulatie van feiten noodzakelijk was.'

Wat dat aangaat, beaamt Peel, lijkt Blair op Bush. Allebei diepgaand overtuigd van hun gelijk. Als de zaak goed is, dan is een leugentje om bestwil gerechtvaardigd. 'Daarin schuilt een groot gevaar. Namelijk dat een goede zaak een nog hogere zaak ondermijnt. En dat is de waarheid.'

Al bij al is de atmosfeer tussen macht en media de laatste jaren dramatisch verslechterd. Journalisten leggen de lat voor politici steeds hoger. Zo verscheen een paar weken terug het boek The rise of political lying van de - r e ch t -se - journalist Peter Oborne, die alle uitspraken van Tony Blair van de afgelopen acht jaar op hun waarheidsgehalte woog. Het minste wat je ervan kunt zeggen, is dat dit soort onderzoek de sfeer niet bevordert.

Twee dagen voor het interview van Paxman met Blair, kreeg een andere beroemde Britse journalist, Jon Snow, een belangrijke prijs. Hij drong aan op een einde aan de cynische ondervragingsstijl van mensen als Paxman en vroeg om nieuw 'respect' voor politici. Wat zijn de diepere oorzaken van de antagonistische verhouding van pers en politiek?

'De pers is hier de afgelopen tien jaar zoveel agressiever geworden. De concurrentie is ook enorm toegenomen. Er was al een traditie van confrontatie, net als in de Britse politiek. Maar om de waarheid te zeggen, is het met deze regering begonnen. Labour had een enorm probleem om met een stem te spreken.

'Achttien jaar was links van de macht uitgesloten geweest, omdat het zo zichtbaar verdeeld was. Er gaapte een kloof tussen oud-links van de vakbonden en de nieuwe generatie van Blairs Derde Weg. Diepgaand is er gedebatteerd, en het was Peter Mandelson, nu commissaris in Brussel, die de uitvinder was van de ultieme vorm van spin-doctoring. De partij werd absoluut rigide, niemand mocht meer over de streep. Die lijn wordt nog altijd gedetailleerd gecontroleerd. Zo kwam in 1997 het succes. Een samenhangend beleid, geen zichtbare verdeeldheid meer, rigide partijdiscipline. Toen ze eenmaal in de regering zaten, is die controle gehandhaafd .'

En de pers? 'De pers werd steeds ontevredener. De regering besteedt ongelooflijk veel geld aan de kwestie wie er in welk programma verschijnt, wie er mee mag met de premier, wie bepaalde bijeenkomsten mag bezoeken. Totale controle is het devies. Je hebt geen idee hoe ver dat gaat. Ze willen niet worden ondervraagd door 'moeilijke' interviewers. Met als gevolg dat als de moeilijke interviewers eenmaal hun kans krijgen, ze een nog harder interview maken.'

Het lijkt een Brits-Britse verklaring, want je ziet hetzelfde fenomeen ook in Nederland. Of in Amerika, waar hele stapels boeken in de winkel liggen over de kunst van het politieke liegen. Er moeten factoren een rol spelen. Peel knikt.

'Ik denk dat het idee van gecontroleerde politiek zich over de hele wereld verspreidt. Karl Rove is de veldmaarschalk van het Amerikaanse verkiezingsmanagement. Hij bepaalt welk issue in de campagne een rol speelt, en over welke onderwerpen liever niet gepraat moet worden. Om maar wat te noemen: bij ons is in de campagne absoluut niet over Europa gesproken. Een belangrijk onderwerp, maar de Conservatieven en Labour hebben een stilzwijgend monsterverbond gesloten om Europa buiten de verkiezingen te houden. Omdat de campagneteams dat hebben bevolen.

'Labour zei: laten we niet over Europa praten, want dan zien ze onze verdeeldheid en verliezen we stemmen. Van de Conservatieven zou je iets anders verwachten. Hun electoraat is immers over het algemeen eurosceptisch. Maar ze keken naar dezelfde focusgroepen als Labour. En ze waren bang in het midden stemmen te verliezen, omdat ze over Europa misschien te geobsedeerd klinken. Hetzelfde gaat op voor Irak. Een belangrijk thema, maar niemand wilde het erover hebben omdat het niet uitkwam.'

Maar dat is toch een reden te meer om politici te wantrouwen? 'Zeker, ze vragen om meer wantrouwen. Door dingen te verzwijgen. De Conservatieven hebben immigratie op de agenda gezet. Een moeilijk onderwerp. De regegrijp ring zweeg, dus daar had de kiezer een keuze. Wie adviseerde de conservatieven over hun campagne? Ironisch genoeg, de spindoctor die in Australië de verkiezingen won voor John Howard. Op het thema immigratie, een kleinzielige, akelige, vervelende campagne. Hij heet Lynton Crosby. Hij controleerde de Conservatieve agenda. Een klassiek geval van een internationale campagne-manager die bepaalt wat hier in Groot-Brittannië de thema's zijn. Ook ironisch is dat de Labour Party is gaan praten met Karl Rove in Amerika, de grote man van George W. Bush. Ze hebben veel meer met Rove gesproken dan met de Democraten.'

Het wantrouwen van het publiek tegen de politiek moet wedijveren met de argwaan tegenover de media. Het lijkt erop alsof politici en journalisten in hetzelfde schuitje zitten - bemiddelaars die woorden moeten vinden voor wat er in de samenleving aan de hand is, kunnen niet meer deugen. 'Ik denk dat dat een groot gevaar is. Politici zijn het contact met het publiek kwijtgeraakt. En de media precies zo. Wij journalisten moeten kritisch over onszelf zijn, vooral in een tijdperk waarin de media het forum voor politiek debat zijn geworden. Gek genoeg zijn er meer jonge mensen dan ooit die bij de media willen werken. En wat willen ze? Hun eigen website beginnen, ze willen webloggers zijn, meningen geven. Opinie verkoopt, niet de feiten.

'Politiek en media zijn twee kanten van dezelfde medaille. Maar politici zeggen tegen de media: jullie hebben makkelijk praten, wij staan dichter bij het volk, wij moeten verantwoording afleggen, wij moeten stemmen binnenhalen. Ik denk niet dat dat klopt. Want na hun contact met het volk komen ze terug op het partijkantoor. En daar krijgen ze te horen wat de partijlijn is. Maar wij van de media zijn geen haar beter, wij lopen recepties af en weten evenmin wat er leeft.'

Is er een oplossing voor dat probleem? De media geven weinig blijk van verantwoordelijkheidsgevoel. Twee weken geleden liet een commerciële omroep in Nederland iemand uit een achterbuurt aan het woord die incest bekende. Vervolgens vloog zijn huisraad door de ruiten. 'Wij hadden hier een krant die een namenlijst van pedofielen publiceerde. En die nam in de lijst een belangrijk pedagoog op. Ergens in Wales was dat, ze wisten het verschil tussen een pedofiel en een pedagoog niet. Zo ernstig is het. Een enorme ondermijning van de geloofwaardigheid van de pers.

'Ik ben nogal conservatief. We moeten alles op alles zetten om onze standaard te handhaven, van objectiviteit, van kritisch blijven. Maar er is wel een ongelooflijke concurrentie, van het internet bijvoorbeeld. Mijn kinderen zeggen op alle vragen, vader, je vindt het op het internet. Wat waar is, maar hoe betrouwbaar is dat?

'Ik herinner me een klassiek geval, we kregen op de FT uit de hele wereld telefoon. Van Californië tot Europa. Heb je gehoord van die verschrikkelijke slachtpartij in Chiapas in Mexico? Regeringssoldaten zijn een hospitaal binnengegaan en begonnen willekeurig op burgers te schieten. Drie bronnen, en wij dachten, dat moet ernstig zijn. Bij toeval was onze correspondent in Chiapas. Dus wij zeiden, ga naar die stad. Hij ging erheen, niets. Totale rust. Het was een briljant geval van antiregeringspropaganda. We hebben dus helemaal niets geplaatst. Je gaat geen verhaal plaatsen om te vertellen dat iets níet is gebeurd. Maar intussen zullen heel wat mensen overal ter wereld wel aannemen dat het waar is.'

Dus hoe gaan we dat bestrijden? 'We moeten absoluut rigoureus zijn in onze methode. We moeten totale scepsis betrachten. Dan ga je misschien te ver, dan kom je toch uit bij Paxman die een vraag twintig keer stelt. Ik geloof u niet, ik weet dat u tegen mij gaat liegen. Dat dat gebeurt - dat liegen - is verschrikkelijk. Daar lag ook de tragedie van David Kelly, de defensie-ambtenaar die zelfmoord pleegde. Daar had je een man op een betrekkelijk bescheiden niveau, maar gepassioneerd door waarheid, of die nu in zijn straatje paste of niet. Hij wilde dat de mensen de waarheid zouden weten. Hij symboliseert bijna het probleem dat we nu hebben. Kelly werd vermalen tussen de enorm competitieve media en een agressief ministerie. Een kleine man die voor de waarheid stond, meer dan de regering en de media.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden