Niet voor stadsfietsers Nederland Zuid-Limburg

Het heuvelt stevig in Zuid-Limburg en de Voerstreek. Gijs Zandbergen fietst de Bloesem-route...

De jonge beroepswielrenner Sebastian Langeveld liet onlangs in het blad WielerMagazine weten dat hij er niet van houdt in Limburg te trainen. ‘Al die weggetjes, je zoekt je vaak een ongeluk naar de juiste route.’

Dat mag zo zijn, voor wie in Limburg de 36 kilometer lange Bloesemroute wil fietsen, is er een uitstekende beschrijving te vinden op het internet, gemaakt door de Maastrichtse (ex-)apotheker Raymond Oostwegel (61), die met een nauwkeurigheid apothekers eigen, de route heeft beschreven.

Er bestaat geen kaartje van de tocht. Maar de Maastrichtse dichter Miel Vanstreels (57), zoon van een beroepsrenner, kent de streek als zijn broekzak en is bereid mee te fietsen. We rijden op ons gemak, want slow hoort niet alleen bij eten, lezen en vrijen, maar ook bij het nieuwe fietsen.

We vertrekken bij het station van Maastricht en rijden langs de Maas in zuidelijke richting naar de Bloesemroute. Miel Vanstreels: ‘Tijdens een vakantie bij het Lac d’ Annecy in Frankrijk heb ik eens een vakantiefietser uit Utrecht ontmoet, die dit stukje weg het mooiste gedeelte vond van zijn route tot Annecy.’

Dan is die Utrechtse vakantieganger wel bereid geweest aan overkant van de Maas iets anders te zien dan de cementcentrale van Enci. Voor iemand van goede wil isdat overigens heel goed te doen. Miel Vanstreels in een van zijn gedichten:

Wie geen gebrek

aan dromen heeft

ontwaart aan

de overkant

de Dolomieten,

wie wel gebrek

aan dromen heeft

ziet gewoon

de Enci en St Pieter.

Even later slaan we linksaf en bereiken we de Bloesemroute, zoals die is beschreven. Raymond Oostwegel: ‘Ik ben begonnen met het ontwerpen van wandeltochten door Zuid-Limburg. Later zijn daar de fietsroutes bij gekomen. Ik heb bijvoorbeeld de Kleine Marmotte gemaakt voor mensen die willen trainen voor de grote Marmotte.’

Deze wielertocht in de Franse Alpen is 174 kilometer lang en kent 5.000 meter hoogteverschil. De Kleine Marmotte in Zuid-Limburg telt 68 kilometer en heeft een hoogteverschil van 1.000 meter. ‘Later ben ik themaroutes gaan ontwerpen, zoals een tocht langs de bloeiende fruitbomen.’

Daarvan valt overigens vlak na het verlaten van de Maasoever nog niet veel te zien. Eerst passeren we het terrein waar burgemeester Leers van Maastricht zijn coffeeshops wil vestigen, terwijl links van de weg bulldozers bezig zijn met de sanering van woonwagenkamp Vinkenslag.

Maar na het oversteken van de A2 komen we snel bij de bloeiende bomen. De Bloesemroute volgt een vrij liggend fietspad richting België. Links achter een heg ligt een boomgaard met laagstammige fruitbomen, rechts van het pad bloeien enkele verspreide hoogstammen in een weiland. Ze zijn te herkennen als perenbomen; we hebben ooit geleerd dat die peervormig zijn, met het ‘steeltje’ naar boven, en dat ze witte bloesem dragen. Appelbomen zijn te herkennen aan de ronde vorm en hun rode bloesems.

We dalen af, om even later weer te stijgen naar Moerslag. In de verte zien we het Savelsbos, dat sinds de Tour de France van 1992 een col van de vierde categorie is geworden. Maar ook zonder die col is de weg voor de bloesempeddelaar zwaar genoeg. Je hoeft niet lang bezig te zijn om in de gaten te krijgen dat de tocht niet op een stadsfiets met terugtraprem kan worden volbracht.

Op het gemak

op de 26

naar boven,

halverwege

staat een Rabobanker

met zure

kuiten

van z’n over-

moed te

bekomen.

Daarmee is het mooiste, maar ook lastigste aspect van het Zuid-Limburgse bloesemfietsen genoemd.

Door het hijgen bij het klimmen en het opletten bij het afdalen, is er weinig gelegenheid tot praten en wil er wel eens een appel-, peren- of kersenboom aan de aandacht ontsnappen.

Daardoor lijkt de route soms op een verre verwant van de Amstel Gold Race, zelfs als we het heel rustig aan doen.

Mijn naam staat niet

op de weg gekalkt,

geen toeschouwer

die mij naar boven

juicht.

Met zoute ogen

zie ik een man

vervaarlijk

met een hamer

dreigen.

Na een kilometer of twintig rijden we België binnen, waar Raymond Oostwegel herberg Het Bakhuis heeft ontdekt. Jammer genoeg is de uitspanning nog gesloten.

Als we terug bij Nederland komen, lezen we bij de grensovergang met Nederland op een bord dat hier op 12 september 1944 de geallieerden Nederland binnenkwamen. Nu staan er twee rood-wit geverfde betonnen zuilen om drugsrunners die via een sluipweg de grens willen passeren, te stuiten.

In de buurt van het beschermde dorpscentrum van Eysden doemen de bloeiende hoogstammen weer op. We stoppen op de met kinderkopjes bestrate hoofdstraat van Eysden en kijken uit over de Maas.

In de verte kan ik Maas-

tricht zien liggen,

hoe laat ik vertrokken ben

hoe laat het nu is

ik durf het niet

verklappen:

ik ben een toerist

met altijd tegenwind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden