Niet voor spek en bonen: Nederland zit de wereld voor

Nederland is een maand voorzitter van de wereld. Ambassadeur Van Walsum leidt tot 1 oktober de VN-Veiligheidsraad. Minister Van Aartsen kwam naar New York voor een weekje wereldpolitiek....

Even golft de hoop op een heus diplomatiek relletje door het half dozijn verslaggevers dat zich rond de minister heeft geschaard. Een enkeling heeft al meteen een kop in gedachten. 'VAN AARTSEN TIKT CHINA OP DE VINGERS', zoiets. De minister van Buitenlandse Zaken lacht ondeugend en lijkt te twijfelen waar hij zijn olie zal werpen: op het vuur of op de golven?

De orkaan in het vingerkommetje heeft zijn oorzaak anderhalf uur eerder, vrijdagmorgen tegen elven in de grote vergaderzaal van de Veiligheidsraad. Van Aartsen zit een openbare, bijzondere zitting van de vijftienkoppige raad voor.

De minister heeft, zal hij later toegeven, de zenuwen in de benen, maar daarvan is niets te merken. Vandaag beleeft hij het hoogtepunt van zijn zevendaagse bezoek aan de Verenigde Naties in New York. 's Middags zal hij zijn politieke toespraak houden tot de Algemene Vergadering. Deze morgen belegt de Veiligheidsraad, waarvan Nederland gedurende de maand september voorzitter is, een thematische vergadering over de illegale handel in kleine wapens.

Het een debat te noemen is overdreven. De brave slottekst is tevoren al uitgeprint. De ministers van Buitenlandse Zaken declameren beurtelings een verklaring. Telkens geeft de voorzitter in ietwat deftig Engels de spreker een pluim voor diens 'belangrijke boodschap'.

Alleen China niet. Vice-minister Wang wordt slechts bedankt voor diens vriendelijke woorden aan het adres van gastheer Nederland.

Waarom China niet? Moeten we daar iets achter zoeken?, wordt de minister na afloop in de koffiehoek gevraagd door Nederlandse journalisten. Was het een reprimande? Wat de Chinezen zeiden kwam immers neer op: de Veiligheidsraad heeft wel wat beters te doen - laat de kleine wapens maar over aan lagere VN-organen.

Van Aartsen bloost betrapt, zwijgt veelbetekenend lang en zegt: 'Een heel moeilijke vraag.' Was het een toevallige verspreking? 'Nee, het was geen toeval.'

Een kwartiertje later - de koppen zijn haastig bij elkaar gestoken - komt woordvoerder Pim Waldeck met nadere uitleg. 'De minister heeft het gewoon vergeten te zeggen. Sorry, er is niets aan de hand.'

Aju diplomatieke rel.

Misschien was het een beginnersfout. Van Aartsen is slechts invaller. De echte voorzitter van de Veiligheidsraad is deze maand de Nederlandse VN-ambassadeur in New York, Peter van Walsum.

Van Walsum maakte indruk tijdens de Oost-Timor-crisis. Met enkele kunstgrepen gaf hij de Veiligheidsraad de middelen om Indonesië krachtig bij de revers te vatten: een vijfmans missie en een openbare zitting. Nog vóór de helft van zijn termijn bracht de voorzitter een VN-vredesmacht op zijn naam.

Het is in New York vergeefs vissen naar kritiek op Van Walsum. Wat heet, mensen die de Veiligheidsraad van binnen kennen, buitelen over elkaar heen met loftuitingen. Hij wordt 'zeer, zeer gewaardeerd', zegt een westerse diplomaat. 'Hij is eerlijk en helder. Raakt meteen de kern van de zaak. Dat is verfrissend op een plek waar men vaak overdreven beleefd is.' De Sloveense ambassadeur Türk rept van een 'erg succesvol voorzitterschap'. Zijn Bosnische collega Sacirbey: 'Hij is open, makkelijk te benaderen.'

De kritiek dat de Veiligheidsraad traag reageerde op de Timor-crisis delen zij niet. Türk: 'Integendeel, de raad heeft snel gehandeld. Knap gedaan.' Sacirbey: 'De Nederlandse rol was gevoelig, gezien het koloniale verleden, maar cruciaal.'

Hier, in de VN-bijenkorf, wordt het Nederlands voorzitterschap belichaamd door Van Walsum. Wie 'Nederland' zegt, bedoelt de ambassadeur. De media-aandacht voor de lange, vriendelijke diplomaat wekt zelfs enig gemor in de Haagse delegatie. Staat de minister niet te veel in de schaduw?

De competitie beperkt zich tot beider entourage. Van Aartsen en Van Walsum zelf kunnen het uitstekend vinden. Dat de ambassadeur nog eenmaal kan vlammen in New York, in plaats van kalm zijn loopbaan af te ronden in Berlijn, heeft hij te danken aan de minister. Van Aartsen schokte vorig jaar het diplomatieke wereldje door, met het oog op het tweejarig Nederlands lidmaatschap, de populaire VN-ambassadeur Jaap Ramaker over te plaatsen naar Genève. Van Aartsen had een ander op het oog.

Op de Nederlandse receptie, dinsdagavond in het VN-gebouw, staan de twee mannen, met echtgenotes, in het gelid om handen te schudden. In het venster achter hen kietelt de fonkelende zilveren spits van Chrysler-building de wolken. Gaten in de rij genodigden benutten Van Walsum en Van Aartsen om onderling wat te ginnegappen.

Als de laatste toastjes zalm zijn uitgeserveerd, hangen er nog slechts Nederlanders rond. Buitenlandse diplomaten blijven niet langer dan een kwartiertje: zij hebben deze week nog vele tientallen toastjes in het verschiet.

'Dat geslijm op recepties', zegt een diplomaat, over zijn schouder wijzend, 'is vaak gemeend, én het is functioneel. Dat hoeft elkaar niet uit te sluiten.' Ook afgezanten van verfoeilijke regimes moet je correct benaderen, zegt een ander. Soms zijn ze gewoon aardig. 'Ik ga daar rationeel mee om. De mensenrechten zijn in de VN sterk opgewaardeerd. Daar draag je, als radertje, toe bij. Dat maakt het draaglijk.'

Het gidsen en bijstaan van zijn minister is dezer dagen Van Walsums hoofdtaak. De Veiligheidsraad wordt - crises daargelaten - in de twee openingsweken van de Algemene Vergadering op een laag pitje gezet.

Jozias van Aartsen daarentegen ontwaakt elke dag in het Beekman Hotel om 6.45 uur, om zich startklaar te maken voor een marathon aan briefings, werkontbijten, dito lunches, vergaderingen, recepties. Dinsdag heeft hij maar liefst twee ontbijten! Zo af en toe moet hij zijn gezicht laten zien in de grote hal van de assemblee, waar tien dagen lang 188 landentoespraken tot gapens toe worden voorgedragen.

De rede van Van Aartsen staat voor vrijdag half zes ingeboekt. De hele week spoken hem alinea's door het hoofd. Het thema, soevereiniteit versus mensenrechten, staat vast. Proefteksten zijn in omloop. Maar tot het eind blijft hij bomen met tekstschrijver Toine van Dongen. Het uitje naar de musical Fosse laat hij ervoor schieten.

Dagelijks zijn er de 'bilateraaltjes'. Voor alleen al maandag 20 september staan er 111 geagendeerd; dinsdag 126. Van Aartsen levert zijn aandeel: gesprekken met de ambtgenoten van Zuid-Afrika, Indonesië, Rusland. Hij ontmoet, om in het jargon te blijven, de Syriër, de Japanner, de Egyptenaar. Hier worden - soms - spijkers met koppen geslagen. De internationale politiek vibreert door in de beknopte dagelijkse persbriefings van de minister.

Met collega Ivanov vond 'een interessante gedachtenwisseling' plaats over menige brandhaard. Op het EU-ontbijt met minister Albright 'heb ik gesproken over de achterstallige Amerikaanse betalingen aan de VN'.

De agenda woensdag wordt omgegooid vanwege de moord in Dili op journalist Sander Thoenes. Bilateraaltjes worden verschoven, ingelast wordt crisisberaad met Kofi Annan, Ali Alatas, Australië. Van Aartsen opereert op het wereldtoneel zoals we hem kennen van de Hollandse planken: kalm, zelfverzekerd, huiswerk af.

Maar welke zoden zet alle diplomatie aan de dijk, nu Nederland lid is van de Veiligheidsraad? En stelt dat voorzitterschap eigenlijk wel iets voor?

De laatste vraag is inmiddels beantwoord door Van Walsum. In de Timor-zaak, zegt iedereen in New York, speelde hij een sleutelrol. 'Als voorzitter heb je onvoorstelbaar veel te vertellen', meent de bejubelde zelf, 'omdat voor tal van zaken geen besluitvormingsprocedure bestaat.'

Toch is het gekke dat die invloed juist níet geldt voor de politieke standpunten van de voorzitter. Die houdt hij voor zich, of hij uit ze op zeer bescheiden wijze. Dat is de paradox van het voorzitterschap: de man heeft een maand lang veel te vertellen, zijn land tijdelijk minder. Een Europese ambassadeur: 'De voorzitter heeft als taak consensus te bewerkstelligen. De nationale inbreng komt later wel weer.'

Blijft de vraag: stelt die inbreng überhaupt iets voor? Daarop is een makkelijk 'nee' mogelijk. Als het erop aankomt hakken de vijf permanente leden, met hun vetorecht, de knopen door. 'Het beeld dat alles wordt voorgekookt door de P5 is deels waar', geeft zelfs Van Walsum toe.

Maar dat is inderdaad maar de helft van het verhaal. De niet-permanenten worden iets zelfbewuster. Ze noemen zich sinds kort 'E10', wat staat voor 'elected': de tien landen die, anders dan de P5, gekozen zijn. Muhammed Sacirbey: 'Zo maken ze duidelijk dat zij de 183 andere landen vertegenwoordigen.' Madeleine Albright had apart beraad met de E10 - een novum.

'Mijn ontdekking in die eerste acht maanden is', zegt de Nederlandse ambassadeur, 'dat in de raad werkelijk serieus wordt geluisterd. Je kunt altijd met een goed verhaal de standpunten beinvloeden. Ik geloof niet dat je kunt zeggen dat we er geheel voor spek en bonen bij zitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden