Niet van suiker

Stevia is zoetstof afkomstig uit een simpel plantje. Zoeter dan suiker en het bevat geen calorieën. De oplossing tegen zwaarlijvigheid. In Japan wordt het al jaren gebruikt. Waarom duurde het dan zo lang eer het witte goud hier werd toegelaten?

Het is wit als verse sneeuw, fijn als bakpoeder, driehonderd keer zoeter dan suiker, maar bevat toch nul calorieën en bezorgt de suiker- en zoetstoffen-industrie al jarenlang koppijn. Dat is stevia, de wonderbaarlijke zoetstof uit een plantje.


Wie erop let, ziet stevia zoetjesaan onze dagelijkse boodschappen binnendruppelen. Er zijn steviazoetjes voor in de koffie en er is poeder voor op taartjes. Lipton zoet een van zijn Ice Teas met stevia, Yogho! Yogho! doet het in de yoghurtdrink, Albert Heijn in zijn huismerkcola.


Dat is nog maar het begin, want er staat ons ongetwijfeld een lawine aan nieuwe producten met stevia te wachten. Een paar voorbeelden: Coca-Cola broedt op plannen om frisdranken (Sprite, Fanta) gezoet met stevia in het schap te brengen, wat het in sommige landen (Frankrijk, USA) al heeft gedaan. De SuikerUnie, Nederlands enige nog overgebleven producent van kristalsuiker, lanceert dit jaar suiker met stevia die 40 procent minder calorieën bevat dan gewone suiker.


Maar wat is stevia eigenlijk? En waar komt die ineens vandaan?


De eerste vraag is vrij simpel te beantwoorden. Stevia rebaudiana is een kniehoog plantje met zoete blaadjes waaruit steviolglycosiden worden gewonnen, intens sterke zoetstoffen. Het plantje komt oorspronkelijk uit Paraguay, maar wordt tegenwoordig vooral in China geteeld, waar arbeid een habbekrats kost. Dat is niet zomaar, want de teelt en verwerking zijn een arbeidsintensief proces.


De blaadjes worden met de hand geplukt, vergelijkbaar metde manier waarop thee wordt geoogst. Voor een kilo pure zoetstof is, afhankelijk van de kwaliteit, 10 tot 30 kilo blad nodig. Via extractie met water en alcohol worden de steviolglycosiden uit het blad gehaald en geconcentreerd tot een mierzoet wit poeder dat wordt verkocht aan fabrikanten die het in hun producten stoppen. Pure stevia is in de winkel niet te koop.


Tot zover wat stevia is: een natuurlijke zoetstof uit plantenextract. Het antwoord op de tweede vraag - waar komt het ineens vandaan? - is een stuk ingewikkelder. In Japan en een aantal andere landen wordt stevia al tientallen jaren gebruikt, maar pas sinds november 2011 is het ook in Europa toegelaten in voedingsmiddelen. Tot die tijd was het hier alleen verkrijgbaar voor uitwendig gebruik.


De goedkeuringsprocedure voor stevia in Europa heeft zich meer dan tien jaar voortgesleept. Daaromheen hangt een web van verdachtmakingen en complottheorieën waarin een kwalijke rol is weggelegd voor de suiker- en zoetstoffenindustrie. Die zou de toelating van stevia jarenlang hebben getraineerd uit concurrenoverwegingen. Stevia is dus niet ineens ergens vandaan gekomen, maar heeft een lange weg afgelegd.


De man die deze weg van het begin af aan heeft gevolgd, is Jan Geuns, hoogleraar Moleculaire Fysiologie van Planten en Micro-organisme aan de universiteit van Leuven. Geuns - inmiddels met emeritaat - ontvangt in zijn huis in een randgemeente van Leuven. Een vriendelijke oude heer: grijze haren, grijze baard, het type goedmoedige professor.


Begin jaren tachtig al kreeg Geuns stekjes van de stevia aangereikt. Het grappige plantje met zijn mierzoete blaadjes boeide hem. De zoektocht naar alternatieve zoetstoffen stond destijds nog in de kinderschoenen; vandaar dat hij besloot nader onderzoek te doen. De eerste resultaten waren veelbelovend.


Was Geuns toen meteen naar een grote zoetstoffen- of frisdrankenfabrikant gestapt, dan was het verhaal waarschijnlijk anders gelopen. Maar dat deed hij niet. De hoogleraar heeft een broertje dood aan wetenschappers die banden hebben met de voedingsindustrie - wat heel gewoon is in zijn wereld. Hij wilde het in zijn eentje doen.


Eigenwijs misschien, maar after all: hoe moeilijk kon het zijn om een onschuldig blaadje toegelaten te krijgen dat in verschillende landen al sinds de jaren zeventig probleemloos als zoetstof wordt gebruikt?


Geuns begon in zijn laboratorium plantjes te selecteren met zo zoet mogelijk blad. De stekjes die hij overhield, sleet hij aan tuincentra die ze te koop aanboden. Weggooien was zonde en zo bracht het tenminste nog wat op.


Hij kreeg meteen de Belgische overheid op zijn dak. De voedselinspectie viel binnen in 42 tuincentra en nam alle steviaplantjes in beslag. Verkoop was niet toegestaan. Dat was een voorbode, bleek later.


Dat stevia op verzet zou stuiten, is niet verwonderlijk. De suikerindustrie is een miljardenbusiness die wereldwijd onder druk staat. De wereld kampt met een epidemie van zwaarlijvigheid. En suiker wordt - al dan niet terecht - aangewezen als een van de boosdoeners.


'Droge Zucker', de suikerdrug, kopte het gerenommeerde Duitse weekblad Der Spiegel onlangs boven een verhaal waarin een Duitse professor suiker op een lijn zet met alcohol en nicotine.


Het overgrote deel (85 procent) van de suiker die wij consumeren, krijgen we binnen via bewerkte producten: frisdrank, koekjes, jam. Om de kritiek op suiker voor te blijven, ontwikkelde de voedingsindustrie alternatieven voor suiker die als lightproducten aan de man kunnen worden gebracht. Aspartaam is daarvan de bekendste.


Het voordeel van deze stoffen is dat ze zoeter zijn dan suiker, maar geen (nutteloze) calorieën bevatten. Het nadeel is dat ze kunstmatig zijn, een geweldig minpunt in een tijd waarin de consument alles waar een E-nummer voor staat wantrouwt. Suiker is een natuurproduct zo laat de suikerindustrie niet na te benadrukken.


En dan verschijnt ineens een spulletje dat het beste van twee werelden vertegenwoordigt: zoet van een natuurlijke oorsprong en zonder calorieën. Dat is niets minder dan een tijdbom onder de zoetindustrie.


Geuns werd dan ook goed in de gaten gehouden. Regelmatig kreeg hij bezoek van een vertegenwoordiger van Coca-Cola die hem mee uit eten nam om te horen waar de professor in Leuven mee bezig was. De restaurants waar ze heen gingen, kan Geuns zich niet meer herinneren. Maar het waren goede.


Dat daarnaast de voedingsindustrie een vinger in de pap heeft bij procedures over de toelating van nieuwe producten en ingrediënten is ook geen geheim. Corporate Europe Observatory, een kritische organisatie die de lobby's in de Europese Unie volgt, onthulde vorig jaar dat de beoordelingspanels van de Europese Voedsel Veiligheid Autoriteit (EFSA) vol zitten met wetenschappers die banden hebben met de industrie.


In het panel dat stevia moest beoordelen, hadden elf van de twintig wetenschappers een band met grote bedrijven als Nestlé, Coca-Cola, PepsiCo en Ajinomoto, 's werelds grootste aspartaamproducent.


Geuns beweert dat zij hun invloed hebben gebruikt om stevia tegen te houden. Zo werden vage onderzoeken van stal gehaald waaruit zou blijken dat stevia bij ratten impotentie zou veroorzaken - wat onzin bleek. Er gingen geruchten dat de aspartaamindustrie onderzoeken tegen stevia financierde.


De Wageningse toxicologe Ivonne Rietjens was van 2002 tot 2011 vicevoorzitter van het EFSA-panel voor smaakversterkers, zoet- en kleurstoffen. Volgens critici was zij niet onafhankelijk, omdat onderzoek van haar was gefinancierd door voedselgigant Nestlé. Bovendien was ze betrokken bij een onderzoeksgroep van FEMA, een Amerikaanse vereniging van bedrijven in de voedings- en smaakstoffenindustrie.


Maar volgens Rietjens kunnen wetenschappers die zaken heel goed gescheiden houden. Zij raakte pas later bij het steviadossier betrokken, maar zij denkt dat een veel simpeler verklaring voor de hand ligt: Geuns had waarschijnlijk gewoon zijn dossiers niet op orde. Je kunt wel roepen dat iets een natuurproduct is, zegt Rietjens. Maar daarmee ben je er nog niet.


Dat Geuns de juiste papieren niet had, is niet onaannemelijk. Het opstellen van een dossier gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek kost miljoenen. Geld waarover Geuns met zijn bescheiden 'labo' niet kon beschikken. Zijn eerste aanvraag werd in 2000 afgewezen.


De toelating van steviolglycosiden kwam pas op gang toen het Amerikaanse bedrijf Cargill, dat samenwerkt met Coca-Cola en Morita, een Japanse steviaproducent, zich in 2007 bij Geuns' aanvraag aansloten.


Volgens Geuns hadden zij de tussenliggende tijd gebruikt om positie op te bouwen in de steviamarkt. Feit is dat toen de toelating van stevia doorkwam, Cargill een eigen product klaar had waarmee het sinds 2008 ook op de Amerikaanse markt actief is: Truvia.


Eind 2011 werden steviolglycosiden eindelijk als voedingsmiddel toegelaten op de Europese markt. Maar voor Geuns was het een pyrrus-overwinning. Het gebruik is gelimiteerd tot een aantal categorieën waaronder dranken, de markt waar frisdrankbedrijven in zijn geïnteresseerd.


Daarnaast is niet de steviaplant als geheel toegelaten als voedselingrediënt, maar alleen de steviolglycosiden, de zoetstoffen in het blad. Volgens de nieuwste richtlijnen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVA) mag op het etiket niet staan dat een product is gezoet met stevia. 'Met steviolglycosiden' of 'met zoetstoffen uit stevia' mag wel. Plaatjes van de steviaplant op het etiket zijn alleen toegestaan als vlak daarbij wordt vermeld dat het om steviolglycosiden gaat.


Dat klinkt naar muggenzifterij, maar dat is het niet, zegt een kenner van de zoetstoffenmarkt. Het maakt nogal verschil of je op je product mag zetten dat het 'natuurlijk blad van stevia' bevat of dat het gezoet is met steviolglycosiden, oftewel E960, het E-nummer dat ze hebben gekregen. Dat is wat ze in de marketingwereld een showstopper noemen. Mensen met een wantrouwige natuur zouden zeggen dat daarmee een deel van de tijdbom bekwaam is ontmanteld.


Veel fabrikanten kijken daarom nog de kat uit de boom. Stevia is in gebruik duurder dan suiker en veel duurder dan aspartaam. En het is nog maar de vraag of de consument gevoelig blijkt te zijn voor het onderscheid tussen het ene en het andere E-nummer.


Daar komt bij dat suiker niet zomaar te vervangen is door stevia. Stevia mist het bakeffect (karamelliseren) dat koekjes met suiker zo lekker maakt. Stevia heeft ook niet de bulk van suiker. Vervang je 30 gram suiker in een pot jam door 0,1 gram stevia, dan moet je er iets anders bij doen om de pot vol te krijgen. Meer fruit bijvoorbeeld, maar fruit is duurder dan suiker.


Om dezelfde reden bevatten zoetjes en poeders die op de markt zijn maar een paar procent pure stevia. De rest is vulmiddel om het spul bulk te geven. Anders zou je een grammenweger nodig hebben om stevia in je koffie te doen. Stevia is ook in een ander opzicht anders dan suiker: het is veel complexer van smaak. Suiker is een simpele chemische verbinding. Steviolglycosiden bestaan uit een tiental bestanddelen die behalve zoet ook een andere smaak hebben: een tikje bitter, zeggen sommige mensen, zoethout of drop wordt ook vaak gehoord.


Die bijsmaak kan (deels) worden uitgebannen door poeder te raffineren dat vrijwel geheel bestaat uit Rebaudioside A: het bestanddeel met de zoetste smaak zonder bijsmaak. Maar zuiver Reb A-poeder is duur en de markt voor stevia is nu nog een wildwestmarkt, zeggen betrokkenen: de ene stevia is de andere niet. Er is een hoop inferieur spul op de markt.


90 procent van de productie van stevia komt uit China, dat al jaren teelt voor de Japanse markt. Al te gretige producenten die hun hoop hadden gevestigd op een snelle doorbraak in de VS en Europa zijn al op de fles gegaan. Uiteindelijk zullen de problemen wel onder de knie worden gebracht en zal stevia doorbreken, verwacht iedereen. Maar dat kan nog even duren.


PepsiCo (PureVia), Cargill (Truvia), Mérisant (Stevia Canderel) en SuikerUnie (SteviaPure) staan klaar om hun graantje mee te pikken. Wie er in ieder geval niet rijk van zal worden, is professor Geuns. Hij woont in een voor Belgische begrippen doorsneehuis. Zijn vrouw runt er een muziekuitgeverij.


Geuns is nog steeds een veel gevraagd spreker en adviseur. Onlangs was hij in Algerije en Senegal waar men ook stevia wil aanplanten. Allemaal onbezoldigd, benadrukt hij. Wat dat betreft, is hij nog steeds een idealist. Volgens hem is stevia niet alleen zoet, maar ook gezond. Er zijn aanwijzingen dat het gunstige effecten heeft voor diabetici.


De hele affaire heeft hem wel ontgoocheld. Ons voedselbeleid draait om belangen en winstbejag, is zijn sombere conclusie. 'Terwijl ik dacht dat de overheid er was om over onze gezondheid te waken. Dat was misschien ook wel naïef.'


Dit artikel is tot stand gekomen na gesprekken met diverse wetenschappers en vertegenwoordigers van de voedingsindustrie.


Stevia in Nederland


Stevia komt oorspronkelijk uit een warm en vochtig klimaat. Maar het plantje gedijt ook in Nederland. Onderzoeksinstituut DLV Plant heeft vorige zomer vier proefveldjes met stevia aangeplant in Zeeland. De resultaten bieden perspectief, aldus projectleider Cor van Oers. Stevia zou een zomerteelt kunnen worden in Nederland, net als babysla. Overigens zijn steviaplantjes ook gewoon te koop in tuincentra, vaak onder de naam suiker- of honingblad.


Suiker of stevia?


Suiker is niet zomaar te vervangen door stevia. Stevia mist het bakeffect (karamelliseren) dat koekjes met suiker zo lekker maakt. Stevia heeft ook niet de bulk van suiker. Vervang je 30 gram suiker in een pot jam door 0,1 gram stevia, dan moet je er iets anders bij doen om de pot vol te krijgen.


HOE SMAAKT STEVIA?

Pure stevia, of beter gezegd steviolglycosiden, de zoetstof uit de steviaplant, is niet te koop in de winkel. Dat is alleen bestemd voor industriële verwerking. Het is een heel fijn wit poeder met een intense zoete smaak die lang aanhoudt en een niet onaangename, maar wel duidelijke bijsmaak van zoethout heeft.


Zoetstoffen met stevia zoals PureVia, Natrena en Canderel Green bevatten maar een klein percentage pure steviolglycosiden. Hoeveel dat precies is staat er niet op, maar hoogstens een paar procent. De rest is maltodextrine, een gemodificeerd zetmeel dat als vulmiddel dient.


PureStevia en Canderel hebben een vrij neutrale zoete smaak. Bij de zoetstof van Natrena komt de zoethoutsmaak van stevia nog wel naar voren. In (zuivel)dranken zoals Yogho! Yogho!, Zin! en Lipton Ice Tea valt de bijsmaak van stevia weg tegen de andere ingrediënten. Overigens bevatten deze dranken ook nog allemaal gewone suiker.


Suikervervangers met stevia zijn in gebruik wel duurder. Een gram Natrena stevia kost 8,4 cent. Het equivalent daarvan in suiker is 8 gram. Dat kost 0,8 cent. Honderd zoetjes van Candarel met stevia kosten 3,29 euro. Het equivalent met aspartaam slechts 1,24 euro.


Het Belgische bedrijfje Stepa brengt onder andere een door hoogleraarJan Geuns ontwikkeld bier en water gezoet met stevia op de markt: E960. stepa.be


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden