Niet van de straat

Straatmode blijft ontwerpers inspireren. Maar wat is nu nog straatmode?

Bij zijn zesde en laatste collectie voor Christian Dior toonde Yves Saint Laurent in 1960 haute coutureversies van de zwarte coltruien en leren jacks die door beatniks werden gedragen. Het werd een schandaal. Geen enkele couturier had tot dan toe straatmode naar de catwalk gehaald. De straat, vond de ontwerper, heeft zijn eigen trots, zijn eigen chic.


Tegenwoordig is catwalkmode ondenkbaar zonder straatmode. Jongerencultuur vormt een van de grootste inspiratiebronnen voor modeontwerpers; er gaat geen seizoen voorbij zonder dat minstens een ontwerper put uit de wereld van hardrock, gothic, new wave of hiphop.


Saint Laurent was bepaald niet de laatste die met een straatcollectie opzien baarde. De grungecollectie die Marc Jacobs in 1992 maakte voor Perry Ellis betekende het einde van zijn baan bij het Amerikaanse merk. De magere, letterlijk van de straat geplukte pubers in de op de new-wavestijl gebaseerde mode van de Belg Raf Simons luidden midden jaren negentig een heel nieuw schoonheidsideaal in voor mannen. En Simons' grimmige bomberjacks met camouflageprints, Palestijnse sjaals en Arabisch geïnspireerde laagjesoutfits uit een andere show, in 2001, waren een protest tegen de opkomst van het Vlaams Blok.


Van een heel andere orde was de 'straatmode' die vorige maand op de catwalks in Parijs voorbijkwam. Bij Balmain droegen de modellen gescheurde T-shirts die met veiligheidsspelden weer in elkaar waren gezet, leren broeken met grote ritsen, leren jacks met studs en buttons en kapot gemaakte netpanty's. Inderdaad: punkmode.


Balmain is een modehuis dat is gespecialiseerd in dure - een beetje T-shirt kost er al snel 1.000 euro - versies van straatmode, dus het was te verwachten dat ook punk eens voorbij zou komen. Wat het nog minder verrassend maakte, is dat punk al heel wat keren door de modemolen is gehaald.


Designervarianten van straatmode zijn per definitie nooit authentiek, maar hoe vaker aan een jongerencultuur wordt gerefereerd, hoe minder lading dat krijgt, zeker als het gebeurt door al gevestigde modenamen. Punk is inmiddels net zo'n voorspelbare en gemakkelijk te verteren stijl geworden als de marinelook. Een stijl die misschien wel meer verwijst naar eerdere op punk gebaseerde modecollecties dan naar de radicale beweging zelf.


Ook in de show van het chique, toonaangevende Balenciaga speelde de straat een rol: in de collectie, die deels was geïnspireerd op de teddyboys uit de jaren vijftig en een klein beetje op punk, maar vooral ook in de modellenkeuze. Scouts van Balenciaga, zo liet het modehuis na afloop weten, waren in de zomer naar steden als Berlijn, Kopenhagen en Amsterdam gereisd, om daar via 'streetcasting' frisse, nieuwe gezichten te zoeken. Zo hadden ze zeven amateurs gevonden, die allemaal bereid bleken hun haar in een korte, punkige coupe te laten knippen.


Mooi verhaal, maar het blonde meisje dat de show opende (de Nederlandse Milou van Groesen) werkt in elk geval al jaren als model. Met nog lange haren deed ze eerder campagnes voor Diesel en H&M.


De modellen van Balenciaga lijken net zomin van de straat te komen als de veiligheidsspelden van Balmain.


Toch jammer.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.