Niet te filmen

Hoe kan het dat een ziekte die jarenlang dood en verderf zaaide zo zelden een hoofdrol kreeg in grote films? Dallas Buyers Club durft wel terug te blikken op die zwarte periode van nog maar kort geleden.

Het was 2012 toen acteur Matthew McConaughey steeds magerder in talkshows verscheen. Ingevallen bekkie, smalle schoudertjes - meneer zonder-shirt-met-sixpack, het zongebruinde boegbeeld van zoveel romantische komedies (dit was nog vóór zijn veelbeschreven wederopstanding als serieus acteur) hongerde zich uit voor een nieuwe film, Dallas Buyers Club, waarin hij een homofobe cowboy met aids zou spelen.


Wat hij er niet bij vertelde was dat op dat moment de financiering nog niet rond was. Terwijl McConaughey een kwart van zijn lichaamsgewicht verloor met een dieet van cola light, eiwitten en kip, moesten de producers zo mogelijk nog meer moeite doen om geldschieters van het verhaal te overtuigen.


Dat klinkt vreemd. Een steracteur die 25 kilo afvalt, een film over een slopende ziekte als aids - als iets 'Oscarmateriaal' belooft, is dat het wel. En inderdaad: nu mogen zowel McConaughey als zijn tegenspeler Jared Leto overal de acteerprijzen komen ophalen. Maar te zeggen dat de Hollywoodbobo's in de twintig jaar dat het script circuleerde niet bepaald in de rij stonden voor Dallas Buyers Club is een understatement.


Niet omdat ze het niet goed vonden, merkte schrijver Craig Borten toen hij er halverwege de jaren negentig voor het eerst mee de boer op ging. 'Mijn pitch was als volgt', vertelde hij in een artikel in de Los Angeles Times: 'Het is een film over een racistische homofoob met aids die vrienden wordt met een travestiet. Ze gaan allebei dood.' Borten snapte dat dat niet zo aansloeg.


Maar zelfs toen acteurs als Dennis Hopper, Brad Pitt, Woody Harrelson en Ryan Gossling interesse toonden, maakte dat niet uit. Volgens producent Robbie Brenner in Hollywood Reporter werd het script 87 keer afgewezen.


Hoe kan het toch dat niemand het in twintig jaar aandurfde? Waarom loopt het nooit helemaal lekker met publieksfilms over aids? De allereerste keer dat het onderwerp werd aangesneden was in de veelgeprezen televisiefilm An Early Frost (1985) - over een jonge advocaat die zijn ouders moet vertellen dat hij aids heeft. Maar daarna duurde het nog tot 1989 voordat de eerste mainstream bioscoopfilm kwam: Longtime Companion, die een groep homoseksuele vrienden volgt van het moment dat zij horen van de 'homokanker' in 1981, tot wanneer de ziekte om zich heen grijpt in hun midden. Daarna kwam natuurlijk Philadelphia (1993), de tranentrekker waarmee Tom Hanks een Oscar won. Dat was meteen de laatste keer dat de ziekte centraal stond in een grote film.


Vreemd. Filmmakers zijn doorgaans gek op aftakelziekten als kanker en dementie. En telefilms over aids waren er wel (And the Band Played On bijvoorbeeld), net als theaterproducties die later verfilmd werden (Angels in America, Rent), arthousefilms (Todo sobre mi madre) en documentaires (zoals We Were Here). Maar waarom werd aids, zelfs na het succes van Philadelphia, nooit een trend in de multiplexen?


Simpel: homoseksualiteit en seks. Twee onderwerpen die Hollywood liefst omfloerst behandelt - en dan is het bij aidsfilms nooit goed. Wie aids laat zien als homoziekte krijgt te horen dat die visie te beperkt is. Wie een heteroseksuele invalshoek kiest, krijgt de kritiek dat dat een knieval naar het publiek is. Longtime Companion - geregisseerd overigens door Norman René, die zelf in 1996 stierf door aids - portretteert lekker veilig keurige blanke middenklasse, wat stereotype homoseksuelen. In Philadelphia is er een heteroseksuele advocaat (Denzel Washington) voor nodig om de kijker te laten zien hoezeer hiv-geïnfecteerden werden gediscrimineerd. Seks schittert door afwezigheid, wat nogal vreemd is voor films over een ziekte die juist op die manier wordt overgedragen. Daarentegen laten de films uitgebreid zien dat je geen hiv krijgt van wc-brillen of handenschudden, liefst via een personage dat net iets panischer of homofober is dan het publiek en een Wijze Les leert.


Natuurlijk valt nuffig te doen over de omzichtigheid waarmee makers het onderwerp aanpakken. Maar het is ook zeer de vraag of het grote publiek een film als het onafhankelijk geproduceerde The Living End (1992) had gepikt, met het verhaal over twee nihilistische hiv-positieve homoseksuelen die op een Thelma & Louise-achtige reis gaan, al vrijend en moordend. Bovendien was Philadelphia destijds wel degelijk voor velen een eyeopener. En het lag toch echt aan Tom Hanks dat scenaristen in de jaren daarna zo nu en dan een stervende vriend durfden opvoeren voor wat extra drama, of een verhaal bouwden rondom een ziek kind - het toppunt van onschuldig slachtofferschap.


Maar zelfs dat soort veilige rollen verdwenen: aids is immers langzaam maar zeker een chronische ziekte geworden. Wie zijn medicijnen neemt, kan redelijk normaal doorleven. Goed nieuws voor de patiënten, maar onhandig voor scenaristen. Geen aftakeling, geen sterfscène, maar ook geen scène waarin de hoofdpersoon de ziekte overwint - wat moet je ermee?


En zo transformeerde Dallas Buyers Club met het verglijden van de jaren van 'te gewaagd' volgens de LA Times tot 'die feelgood-aidsfilm' die 'niet meer relevant' was. Uiteindelijk duurde het proces zo lang dat de film tegen wil en dank een 'periodefilm' werd: een manier om terug te kijken naar een weggemoffeld decennium. En dat lijkt dertig jaar na de eerste aidsgevallen opeens een trend: de verfilming van theaterstuk A Normal Heart en het nieuwe project van Sofia Coppola richten zich allebei op de begindagen van de aidsepidemie, net als de onlangs verschenen documentaire How to Survive a Plague, die ook tot speelfilm wordt bewerkt. Ze hebben met Dallas Buyers Club gemeen dat er geen sneue aidsslachtoffers worden geportretteerd, maar mensen die het er niet bij laten zitten. Het zijn de activisten die in films altijd onderbelicht bleven.


Natuurlijk kun je de kritiek al voorspellen: de films behandelen aids als een historische gebeurtenis, een geschiedenis die afgerond is, terwijl de ziekte, vooral elders in de wereld, nog steeds een actueel en dodelijk probleem is. Maar hoe dan ook geven ze een inkijkje in een tijdperk waar bijna iedereen wegkeek. Hollywood incluis.


Andere beroemde AIDSfilms (al wist u dat niet)


Durfden ze een openlijke aidsfilm niet aan of sijpelde de tijdgeest hun werk ongemerkt in? Zes bioscoopklassiekers die door filmwetenschappers, critici of overinterpreterende bloggers gezien werden als aidsallegorie.


The Thing (1982) Een groep mannen wordt in een afgelegen kamp geconfronteerd met een parasitaire, levensgevaarlijke levensvorm. Of iemand besmet was, kon je niet zien. Alleen een bloedtest kan uitsluitsel geven - waar zou John Carpenter dat idee nu vandaan hebben?


The Fly (1986) Na een mislukt experiment verandert een wetenschapper langzaam in een vlieg. Regisseur David Cronenberg bedoelde het als universeel verhaal over aftakeling; veel critici zagen er een aidsmetafoor in.


Beauty & the Beast (1991) De vallende blaadjes van een stervende roos, rood als bloeddruppels, geven in deze Disneyfilm aan hoelang het Beest nog te leven heeft. Een vloek heeft hem veroordeeld tot isolement. Gefrustreerd en boos gaat hij op zoek naar zijn laatste kans op genezing en liefde. De hele aidsmetafoor is minder vergezocht als je weet dat producent Howard Ashman zelf aids had - de film is na zijn dood aan hem opgedragen.


Bram Stoker's Dracula (1992) Waar veel lezers bij het boek van Bram Stoker door de combinatie seks en bloed een waarschuwing voor syfilis zagen, leende de bloedzuiger zich in 1992 prachtig voor een aidsallegorie. Regisseur Francis Ford Coppola - die een 'echte' aidsfilm niet van de grond kreeg - maakte er gretig gebruik van.


Alien 3 (1992) In deze film van David Fincher komt Alien-heldin Ripley terecht op een gevangenisschip met alleen mannen. Ze komt er bovendien achter dat er iets kwaadaardigs in haar groeit, dat haar langzaam maar zeker uitput. 'De eerste thriller van 50 miljoen dollar die ook als aidsallegorie werkt', aldus Rolling Stone.


Safe (1995) Een huisvrouw raakt besmet met het fictieve multiple chemical sensitivity, waardoor ze langzaam maar zeker aftakelt (vermoeidheid, hoesten, bloedneuzen) en toevlucht zoekt tot alternatieve geneeswijzen. Regisseur Todd Haynes noemde aids als inspiratiebron.


Philadelphia

Tom Hanks' naam als acteur was in 1993 gevestigd genoeg om ja te zeggen tegen de rol van de homoseksuele advocaat Andrew Beckett, die om zijn ziekte aids ontslagen wordt. Hoewel Jonathan Demme's film Philadelphia vooral de rechtszaak behandelt en niet Hanks' fysieke aftakeling, werd voor het eerst de gevreesde ziekte voor een breed bioscooppubliek zichtbaar. Hanks kreeg een Oscar voor beste acteur, Bruce Springsteen voor de titelsong: Streets of Philadelphia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden