Niet om te lachen

Dat het slavernijverleden zelfs voor Melody Raymann, kind van Jörgen en verre nazaat van een slavin, zo onbekend was, bewijst de noodzaak van de tentoonstelling die vader en dochter hielpen inrichten.

Hij zag laatst een aflevering van de NTR-serie Onder elkaar, het ging over pensionado's, vaak toch behoorlijk opgeleide Nederlanders die op Curaçao rentenieren. Hij viel van zijn stoel. 'Die zeiden echt dat negers eigenlijk blij moesten zijn met de komst van de slavernij, anders hadden ze nog steeds in Afrika gezeten met botjes door hun neus en rieten rokjes aan.'


Cabaretier Jörgen Raymann (46) stemde dan ook meteen in toen de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam hem benaderde met de vraag of hij gastcurator wilde zijn voor de tentoonstelling Slavernij verbeeld. De expositie staat stil bij de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. Het is niet zijn ambitie de blanken met terugwerkende kracht aan de schandpaal te nagelen. 'Wat meer wederzijds begrip kweken, dat zou al mooi zijn.'


Raymann, zelf nazaat van een slavin die in de 19de eeuw vanuit Ghana naar Suriname werd gevoerd, toonde eerder betrokkenheid bij het onderwerp. Hij was ambassadeur voor het slavenmonument in het Oosterpark in Amsterdam en noemde een eerder programma over zijn afstamming Slaaf of niet verslaafd. Hij werkt de komende weken op festival de Parade mee aan de voorstelling Liefde zonder vrijheid van het Volksoperahuis, die zich afspeelt op een plantage op Curaçao. Raymann besloot voor de expositie zijn dochter Melody (19), studente geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, in te schakelen.


Melody Raymann: 'Ik had er eerst niet zo veel mee. Ik had iets van: slavernij, dat hebben we toch wel achter ons gelaten? Nu denk ik, nadat ik er veel over heb gelezen: dit mogen we niet vergeten.'


Jörgen Raymann: 'Ik moest haar wel een beetje overhalen. Ze heeft veel belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust. Welnu, zei ik, hier heb je de zwarte Holocaust.'


Melody: 'In het onderwijs is slavernij nauwelijks aan bod gekomen. Ik kan me slechts één uitzending van Zappelin herinneren, een middag op de lagere school. Ik dacht: hé, het gaat eindelijk een keer over Suriname. Daar ben ik geboren. Maar op de middelbare school ging het eigenlijk alleen maar over Europa. Een vak heet wereldgeschiedenis. Dat houdt in: wat heeft Europa met de rest van de wereld gedaan. Dat is geen wereldgeschiedenis. Dat stoort me.'


Jörgen: 'In elke stad of wijk in Nederland is er wel een monument of straatnaam die herinnert aan de Tweede Wereldoorlog, een periode van vijf jaar bezetting door de Duitsers. Wij praten nu over een periode van onderdrukking die 300 jaar heeft geduurd. We hebben één monument in het Oosterpark in Amsterdam en een gedenkteken in Middelburg. Dat is toch wel wat karig, niet?'


Melody: 'Voor de tentoonstelling hebben we straatinterviews gehouden. De eerste die we benaderden was een dametje op leeftijd. We vroegen wanneer de slavernij is afgeschaft. Ze wist het! 1863. Het begin was goed.'


Jörgen: 'Maar al snel viel de onwetendheid op. Nee, ik geloof niet dat het onverschilligheid is, sommigen gaven te kennen dat ze er wel wat meer over zouden willen weten. Gelukkig zei niemand: o ja, dat was een mooie tijd. Maar het blijft toch een beetje schandalig dat er in het normale curriculum zo weinig aandacht voor is geweest. Het gaat altijd vooral over de helden in de geschiedenis. Een natie wil vooral herinnerd worden aan de successen. Of als je ergens slachtoffer van bent geweest, dat is ook interessant. Dat is anders als je dader bent. Daar heb je het liever niet over. Maar geschiedenis vereist dat je ook de pijnlijke zaken belicht. Als we in de huidige samenleving zoeken naar empathie of begrip, moeten we ook dat verleden onder ogen zien, zonder meteen met de vinger te wijzen.'


Melody: 'We hebben het er thuis wel eens over. Opa heeft zelfs wel eens gezegd dat hij zich schuldig voelde over zijn afkeer van de blanken. Maar ik begrijp die afkeer heel goed. Het is zijn land, hij is daar geboren, en dan zijn er blanken die doen alsof alles daar van hen is.'


Jörgen: 'De moeder van mijn overgrootmoeder was slavin. Ik heb mijn overgrootmoeder nog gekend, Ma Mientje. Kun je nagaan hoe dichtbij het nog is. We zijn rooms-katholiek opgevoed, er was thuis niets dat herinnerde aan Afrika. Wel kregen we elk oudjaar een kruidenbad van mijn grootmoeder, een wassie, met een kalebas en lekker geurend water. Dat stamt uit de Afrikaanse cultuur.'


Melody: 'Wij hebben het nooit gehad, zulke baden.'


Jörgen: 'Het was mijn tante die vertelde dat ik afstam van een slavin - ik was al 18 of 19. Er was niet eerder over gesproken. Uit schaamte, denk ik. Je was liever nazaat van een planter of een handelaar dan van een slaaf. Pas later, na de onafhankelijkheid, kwam er trots op Afrikaans bloed. Een mooi voorbeeld: toen ik nog op school zat, leerden we over de opstand in Paramaribo in 1833, geleid door de slaven Kodjo, Mentor en Present. De halve stad is toen platgebrand. Ons is altijd verteld dat het terroristen waren, tuig. Door het groeiend zelfbewustzijn heten ze nu vrijheidsstrijders. Er lopen veel lijntjes door me heen - indiaans, Duits, Joods, de grootvader van mijn grootmoeder is zelfs slaveneigenaar geweest; ik heb voorouders aan beide kanten van de zweep. Maar ik voelde trots toen ik van mijn Ghanese wortels hoorde. Ik stam af van een volk dat een van de grootste gruwelen in de geschiedenis van de mensheid heeft overleefd. Toen ik naar Ghana ben geweest, voor een programma met Paul Rosenmöller, heb ik een voorouder geadopteerd. In een dorp herkenden bewoners dat ik de gelaatstrekken van de Ga heb, een etnische groep. Uiteraard koos ik voor de monarchie: ik ben verwant aan koning Tackie Kome.'


Melody: 'We zijn een keer met het gezin naar Zambia geweest. Zodra je daar uit het vliegtuig stapt, voelt het alsof je in Suriname bent geland. Ik had daar contact met een meisje dat net zo communiceerde als ik: veel je handen gebruiken, gebaren maken. Het was meteen vertrouwd.'


Jörgen: 'Het is ook de vegetatie, de geur van het bos. Het is ook de cultuur. Je hebt overeenkomsten in de naamgeving: een jongen die op woensdag geboren is heet Kwaku. Of Kwamé, hij die geboren is op zaterdag. Er is ook het verhaal van een Surinaamse apinti-drummer die voor het eerst Ghana bezocht. De trommel werd vroeger gebruikt om boodschappen van dorp naar dorp door te geven. Hij speelde een patroon en een oudere man kon haarzuiver de betekenis ervan vertalen. Het houtsnijwerk zit in Suriname nog vol met Afrikaanse symboliek, driehoekjes, rondjes, kleuren. Maar in Ghana zelf is dat zeldzaam geworden. Daar maken ze nu vooral nijlpaardjes, olifantjes en giraffen, op verzoek van de toeristen.'


Melody: 'Je hoort in Afrika mensen ook de tyuri doen, net als in Suriname. Je tuit de lippen en dan zuig je lucht naar binnen. Als iemand zegt: het college duurt veel langer, dan reageer je met tssss. Het is een geluid van misnoegen, afkeuring.'


Jörgen: 'Bij sommige Surinamers en Antillianen zie ik nog wat ik de plantagementaliteit noem. De segregatie tussen licht en donker bestaat nog altijd. De lichter gekleurde slaven mochten dichter bij huis blijven werken, de donkerste werden naar het veld gestuurd.'


Melody: 'Hoe lichter je bent, hoe meer kans op succes je hebt. Dat is nog steeds zo.'


Jörgen: 'Er zijn nog veel Surinamers en Antillianen die je niet aankijken als je ze een hand geeft. Op de plantages mocht je je meester ook niet in de ogen zien. Dat is van generatie op generatie overgebracht. Ik zal een ander voorbeeld noemen. Je had in Suriname de Marrons, gevluchte slaven. Die stroopten stukken oerwoud om aan eten te komen. Ik verbleef een tijdje geleden op een resort in het land. Daar zag de eigenaar hoe afstammelingen van de Marrons, heel modern ogende jongens, een awaraboom met een kettingzaag aan het omleggen waren om aan de vruchten te komen. Hij zei: weet je echt geen andere manier om de vruchten te plukken? Als je de boom laat staan, zijn ze er volgend jaar weer - nu is alles voorgoed weg. Daar hadden ze niet bij stilgestaan. Het was eten wat je eten kan. No worries over morgen. Dat zit er echt in gebakken. Ik denk niet dat wat ik nu aan de orde stel echt plantagementaliteit is, maar het speelt wel: de slachtofferrol. Het slavernijverleden wordt nogal eens misbruikt als verklaring waarom iets mis gaat. Ik ben zwart, dus ze moeten me niet. Daar kan ik niet tegen. Het ligt aan je eigen instelling. Iemand die mij niet accepteert omdat ik donker ben, daar zou ik niet eens voor wíllen werken. Je moet je er nooit bij neerleggen.'


Melody: 'Soms heb ik het gevoel dat mensen zich heel zielig vinden. Daar bereik je echt niets mee. Dat ik toevallig een andere kleur heb, betekent helemaal niets.'


Jörgen: 'We moeten wel van elkaar weten waar de pijn zit. Vorig jaar zat ik op een congres van bouwers, toen Sinterklaas binnenkwam met Zwarte Pieten in zijn gevolg. Een directeur zei: o, kijk, je familie is er ook. Dat raakt je. Ik vind het sinterklaasfeest niet racistisch, maar ik kan me voorstellen dat anderen dat wel vinden. '


Melody: 'Ik dacht altijd dat Zwarte Piet zwart was omdat hij door de schoorsteen kwam.'


Jörgen: 'Dat leerde jouw generatie. Maar als je door de schoorsteen gaat, kom je er niet uit met gouden oorbellen, kroeshaar en dikke lippen. Ik hoorde laatst wat iemand op vakantie had beleefd met een stel blanke vrienden. In een appartement ertegenover zat een groep donkere jongens. Die waren nogal druk en mijn vriend kreeg te horen dat hij er iets van moest zeggen en dat hij meteen maar wat kokosnoten moest meenemen voor die apen. Het is niet eens racistisch bedoeld, meer als grap. Je kwetst er wel mensen mee. Het is niet alleen de blanke die ons een stempel geeft, het zit ook nog in onszelf. Ik hoor mijn tantes in Suriname nog steeds zeggen: ze is een zwart meisje, maar mooi!


Melody: 'Of: ze is een boscreoolse, maar slím dat ze is!'


Jörgen: 'We zijn er nog lang niet.'


Jörgen en Melody Raymann kozen voor de tentoonstelling Slavernij verbeeld tien objecten uit, afkomstig uit onder meer de privéverzameling van Kenneth Boumann, voormalig diplomaat bij de Europese Commissie, en Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Deze drie maakten op vader en dochter Raymann de meeste indruk.


1 Generale caart van de provintie Suriname: rivieren & districten met alle d'ondekkingen van militaire togten mitsgaders de groote der gemeetene plantagien gecarteert op de naauwkeurigste waarnemingen


(Amsterdam 1758) van Alexander de Lavaux, vaandrig en landmeter.


Raymann: 'Dat er zo veel plantages zijn geweest, hebben we nooit geweten. Er staan er 440 op. 90 procent is weer overwoekerd door het oerwoud.'


2 Uit Anthropogenie, oder Entwicklungsgeschichte des Menschen


(Leipzig, 1874) van de Duitse zoöloog en filosoof Ernst Haeckel (1834-1919).


Raymann: 'Dit is de dehumanisering van de zwarte mens. Het legitimeert waarom je hem als slaaf mocht gebruiken, zoals je ook paarden inzet op de plantage. Deze prent werd nog gemaakt toen de slavernij al was afgeschaft. Fucking incredible.'


3 Twee prenten van graveur John Raphael Smith naar schilderijen van George Morland.


(Londen, 1841), African Hospitality en Slave Trade.


Raymann: 'Deze zijn gemaakt in de tijd dat de Britse anti-slavernijbeweging populair was. Blanke schipbreukelingen krijgen een warm onthaal van een Afrikaans gezin. Hetzelfde gezin wordt uiteengescheurd voor het transport naar het Westen. Dan is het werktuig. Dat verzet uit de blanke gemeenschap, dat is mooi om te zien.'


¿Fucking incredible¿


Slavernij sinds de oudheid


De tentoonstelling Slavernij Verbeeld van Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, samengesteld door Dirk J. Tang, Elmer Kolfin en Carl Haarnack, omvat de slavernij vanaf de oudheid tot aan de afschaffing ervan in Nederland in 1863. De nadruk ligt op de slavernij in de 17de, 18de en 19de eeuw in de voormalige kolonie Suriname. Er zijn vooral kaarten, boeken, documenten, schilderijen en prenten te zien. De objecten zijn afkomstig uit de eigen collectie en bruiklenen uit openbare en particuliere verzamelingen. Tegelijk met de tentoonstelling in Amsterdam verschijnt het royaal geïllustreerde boek Slavernij. Een geschiedenis van historicus Dirk J. Tang, waarin vooral de Nederlandse betrokkenheid aan bod komt. Hoe kan het dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarin hartstochtelijk werd gevochten voor de vrijheid, hoofdrolspeler werd in de slavenhandel? Uitgever is Walburg Pers. De tentoonstelling loopt van 16/6 t/m 22/9 aan de Oude Turfmarkt 129 in Amsterdam. Info bijzondere collecties.uva.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden